Anders denken over dieren

Uitgelicht

Een nieuwe benadering van dierenwelzijn gaat grote gevolgen hebben voor de veehouderij. Lange tijd is gedacht dat met wat aanpassingen het welzijn van dieren zou kunnen worden verbeterd. Maar inzichten veranderen, kennis neemt toe. Er voltrekken zich ingrijpende veranderingen in het denken over dieren. Bij wetenschappers en ook bij een ruime meerderheid van de Nederlanders.
Lid van de Raad voor Dierenaangelegenheden en Denker des Vaderlands Marjan Slob heeft het over ”iets enorms”. ”Er staat iets heel groots te gebeuren”, zei ze over de trend in het denken over de relatie mens-dier op een symposium over de Staat van het Dier. Allerlei vanzelfsprekendheden zullen moeten mee schuiven richting meer gelijkwaardigheid, aldus Slob. Ze noemde de taal die we gebruiken, de wetten en regels. ”Dat gaat met heel veel gekraak gepaard, heftige discussies, en dat is mooi om te zien. We zullen naar nieuwe woorden moeten zoeken”. Dit blog doet verslag van deze omslag en wat die betekent voor de houders van dieren.

De dieren hebben niets te verwachten van ”puppets on a string”

Foto Wikimedia Commons/Fotograaf: Raphael Köhler

Geen zwaargewichten dus, maar twee ”puppets on a string”. De machtsgreep van big-agro via boerenpartij BBB is compleet. Op het ministerie met de nieuwe naam – LVVN – zijn twee lichtgewichten neergezet, achter de schermen kunnen vertegenwoordigers van het agrarisch bedrijfsleven hun gang gaan. De dieren hebben, zolang het kabinet Schoof in het zadel zit, niets te verwachten. Integendeel.

In het Financieel Dagblad staat een interview met een van de kopstukken van agrarisch Nederland, Ger Koopmans. Het nieuws over de twee nieuwe bewindslieden was op het moment van het vraaggesprek nog niet bekend. Maar hij heeft er ongetwijfeld van geweten. Het artikel maakt duidelijk dat big-agro heel goed in staat is zijn eigen boontjes te doppen. Ministers zijn alleen maar lastig, zo valt tussen de regels door te lezen.

Copa Cogeca

Bang voor Brussel is Koopmans niet. De verantwoordelijkheid voor het mest- en stikstofprobleem schuift hij volledig in de schoenen van ”de overheid”. Die heeft verzuimd de vermindering van de ammoniakuitstoot te waarborgen. Nu zitten de boeren met de gebakken peren. Om het tij te keren, is er volgens Koomans tijd nodig. Wie de verhoudingen een beetje kent, weet dat hij vertrouwt op het machtige Copa-Cogeca, de Europese agro-lobby, die al eerder de Europese natuurherstelwet wist te saboteren.

Koopmans kiest voor de lijn: als het niet goedschiks kan, dan maar kwaadschiks. ”Per jaar zijn er duizend inbreukprocedures omdat lidstaten EU-wetgeving negeren”, zegt hij. ”Dit is onderdeel van het EU-recht. Daar kun je gebruik van maken. Nederlanders willen altijd maar geliefd zijn, maar een goed onderhandelaar weet wanneer die welk gezicht opzet.’

”Boer aan het roer”

Koopmans – voorzitter van LTO, oud-politicus voor het CDA – heeft het over ”haalbare doelen, die we zelf kunnen bereiken”, ook zonder een ”kar belastinggeld”. Met andere woorden: hou dat geld maar in de zak, voor het geval Brussel met een rekening komt. ”Het is goed dat de nieuwe coalitie de boer weer aan het roer zet”, vindt hij. ”De boer moet gaan beslissen hoe hij die doelen haalt.” Welke doelen dat zijn, wordt niet duidelijk. Koopmans verwijst naar het hoofdlijnenakkoord. Maar daar staan helemaal geen concrete doelen in. Kennelijk mogen de twee ”puppets on a string” die samen met meneer Koopmans en consorten invullen.

Moties

Voor de dieren belooft dit allemaal weinig goeds. Dierwaardigheid is in het hoofdlijnenakkoord bestempeld als zaak van de lange termijn, met ”een realistisch tijdpad en een natuurlijk afschrijvingsritme”. Achter het ogenschijnlijk redelijke verzoek dat het wel haalbaar en betaalbaar moet zijn, gaan krachten schuil die vooral uit zijn op behoud van het bestaande veehouderijsysteem. Deze krachten hebben zich diep ingevreten in het ambtelijk apparaat. Lees Dierenwelzijn, de wet en onze democratie. Hier gratis te downloaden.

Er liggen nog wat moties die zijn aangenomen door de Tweede Kamer, veelal aan een meerderheid geholpen door de PVV. Zoals die van Tjeerd de Groot van 12 september 2023: ”verzoekt de regering om vanaf 1 januari 2025 alle ingrepen te verbieden, ook in lagere regelgeving, tenzij daarvoor een directe medische noodzaak is niet gerelateerd aan de manier waarop het dier wordt gehouden.” Of die van oud kamerlid Leonie Vestering, bedoeld om een einde te maken aan de import van kalveren. Of die van SP-kamerlid Sandra Beckerman, die vraagt om een plan om een einde te maken aan het doden van haantjes.

Buitenparlementaire acties

Het valt niet te verwachten dat de twee nieuwe bewindslieden deze moties gaan uitvoeren. Voor een PVV-er als Dion Graus wordt het de komende tijd nagelbijten. Voor de rest van het diervriendelijke deel van onze volksvertegenwoordiging valt te hopen dat ze de moed erin weten te houden. Het is belangrijker dan ooit dat maatschappelijke organisaties geregeld van zich laten horen. Buitenparlementaire acties van burgers en wetenschappers zijn zeker kansrijk, ook al beschikken zij niet over het zware materieel waarmee de boeren de afgelopen jaren hun belangen en die van big-agro hebben verdedigd. Dierenwelzijn is en blijft de achilleshiel van de veehouderij. En die kan ook zonder trekker worden geraakt.

Wat vindt de koe van het geknuffel?

Jaren geleden deed ik voor een reportage in Levende Have mee aan een sessie koe knuffelen. De koe duldde mijn aanwezigheid, maar van echt knuffelen kwam het niet. Ik vond het al heel wat dat ik zo dicht bij de koe mocht komen. Foto Jan Snit/Dierenbeeldbank

Het knuffelen van koeien zou heilzaam zijn voor de mens. En natuurlijk voor de veehouder die zijn dieren hiervoor beschikbaar stelt. Maar of de koe er ook van opknapt? Daar is nu voor het eerst, op zeer bescheiden schaal weliswaar, onderzoek naar gedaan. Met twee ossen en elf mensen tussen de 13 en 79 jaar (zes vrouwen en vijf mannen).

Wat blijkt? De ossen vertoonden tijdens het knuffelen weinig tot geen stresssignalen, wat erop wijst dat ze zich op hun gemak voelden in de omgang met mensen. Ze hadden de mogelijkheid om op elk moment weg te lopen van de proefpersonen en waren vrij om terug te keren naar hun stal. Maar dat deden ze niet. Beide runderen bleven het grootste deel van de tijd dicht bij de menselijke proefpersonen (binnen ongeveer 3 meter).

Dat kan te maken hebben met eerdere ervaringen, aldus de onderzoekers. ‘‘Omdat de ossen in het verleden overwegend positieve relaties met mensen hebben gehad, kan het aaien door mensen een sociale reactie bij de koeien teweeg hebben gebracht.’’
De onderzoekers concluderen dat de ossen niet bang waren of zich bedreigd voelden. Er werd wel een verschil in intensiteit in contact waargenomen tussen de twee. De één was wat terughoudender dan de ander. Verder nog opmerkelijk: de twee ossen bleken een voorkeur te hebben voor vrouwen.

Vogelgriep van koe naar koe

De vogelgrieppandemie is een nieuwe fase ingegaan. Al geruime tijd zijn er meldingen van besmettingen bij zoogdieren. Alarmerend is de vondst van virus bij koeien in de Verenigde Staten. De besmettingen breiden zich gestaag uit over melkveehouderijen. Het aantal besmette bedrijven is inmiddels opgelopen tot 102. Dat zijn de bevestigde gevallen, vermoedelijk het topje van de ijsberg.

De uitbraak bij koeien confronteert het publiek met de kwetsbaarheid van de Amerikaanse melkvee-industrie. Berichten in de media laten zien hoe risicovol de concentratie van grote aantallen dieren en het gesleep met vee kan zijn voor de volksgezondheid. Het virus komt via de melk angstwekkend dicht bij de mens. In de melk van besmette koeien zijn enorme hoeveelheden virus aangetroffen. In één op de vijf monsters van melk in de supermarkt in 38 staten zaten virusdeeltjes. Als je die melk drinkt, word je niet ziek omdat deze gepasteuriseerd is. Toch zijn publiek en wetenschappers zeer bezorgd.

>> Lees meer Koeienvirus H5N1 aangetroffen bij pluimvee
Berichten en artikelen op dit blog worden indien nodig geregeld bijgewerkt

Strijd om de Wet dieren nog niet gestreden

De kans op een spoedige, ingrijpende verandering van de Wet dieren leek verkeken. Maar op 28 mei, de dag dat de Eerste Kamer het zogeheten amendement Vestering definitief om zeep hielp, was daar ineens een initiatiefwet.

De Partij voor de Dieren geeft niet op. De halfbakken wetswijziging van demissionair minister Adema, die de intensieve veehouderij in Nederland tot 2040 en ver daarna de tijd geeft om dierwaardig te worden, krijgt nu weer geduchte concurrentie.

In de initiatiefwet, ingediend door fractievoorzitter Esther Ouwehand, staan regels met een zogeheten directe werking. De wet vult in feite al in waar de wetswijziging van Adema nog in moest voorzien met behulp van zogeheten algemene maatregelen van bestuur (amvb’s). De initiatiefwet bevat een reeks voorschriften voor het houden van dieren.

Waaraan de intensieve veehouderij moet voldoen is onder artikel 2.2 (Houden van dieren) gedetailleerd uitgewerkt, op basis van wetenschappelijke inzichten. Geen open normen dus, maar een omschrijving van gedragsbehoeften waaraan moet worden voldaan. Deze gelden voor bedrijfsmatig gehouden varkens, runderen, kippen, schapen, geiten, konijnen en eenden.

2040

De initiatiefwet stelt een termijn: 2040. Op 1 januari van dat jaar moet het voor elkaar zijn. Ook daarin wijkt de initiatiefwet van Ouwehand af van de wetswijziging van Adema. Deze noemt 2040 als streefdatum, maar geeft de intensieve veehouderij volop de gelegenheid de boel als vanouds te traineren. De initiatiefwet van Ouwehand biedt weliswaar ruimte aan overgangsrecht, maar met behulp van amvb’s zullen er regels worden gesteld aan degenen die daarvan gebruik maken.

Anders dan met het amendement Vestering, brengt de Partij voor de Dieren deze keer een  wetswijziging in stelling die de indiener zelf moet verdedigen in de Tweede en Eerste Kamer. De minister kan alleen maar toekijken. Het ministerie van LNV idem dito. Het wetgevingsproces is volledig aan onze volksvertegenwoordiging. Als de Tweede Kamer een initiatiefwetsvoorstel aanvaardt, wordt het een voorstel van de gehele Kamer. Na aanvaarding moet de indiener het voorstel in de Eerste Kamer verdedigen. Neemt die het initiatiefwetsvoorstel aan, dan is er alleen nog een handtekening vereist van de Koning en de verantwoordelijke minister(s).

Spannende politieke tijden

Met de huidige politieke verhoudingen in de Tweede Kamer en de nog niet nader gedefinieerde relatie tussen de fracties van VVD, NSC, PVV en BBB en het nieuwe kabinet breken spannende tijden aan. Daarin kunnen zomaar, net als in 2021 toen het amendement Vestering werd aangenomen, onverwachte meerderheden ontstaan. In de Eerste Kamer gaf de VVD op 28 mei al een voorproefje van wat mogelijk is. De senatoren moesten stemmen over een motie van de PvdD. Die vraagt de regering om binnen zes maanden met een voorstel te komen voor het stoppen met het routinematig afknippen van varkenstaarten en verkleinen van hoektanden. VVD stemde voor, BBB en PVV tegen.

Hoofdlijnenakkoord

Het hoofdlijnenakkoord laat ruimte voor zelfstandig optreden van de fracties. Daarin staat:

  • Er worden concrete stappen gezet naar een toekomstbestendige, nog meer dierwaardige veehouderij.
  • Daartoe wordt per diersoort vastgelegd waar stallen aan moeten voldoen op lange termijn. Dit geeft veehouders een realistisch tijdpad om stallen, in een natuurlijk afschrijvingsritme, aan te passen. De overheid maak het mogelijk te starten met concrete pilots.
  • Bij de uitwerking is aandacht voor de investeringen, die dit van veehouders vergt en welk deel zij via een goed verdienmodel kunnen terugverdienen. Indien dit onvoldoende kan, wordt bezien op welke manier de overheid hier een bijdrage in kan leveren of wordt het beleid aangepast.

Het is aan de nieuwe minister van landbouw om hier invulling aan te geven. Over de invulling van het hoofdlijnenakkoord hoeft niet perse eenstemmigheid te bestaan onder de coalitiegenoten. De mate waarin ze elkaar vasthouden is waarschijnlijk afhankelijk van het onderwerp en eventuele spanningen die er ongetwijfeld ontstaan. Zoals gezegd: er kunnen zich onverwachte meerderheden voordoen. Het zal vooral een kwestie van goede timing zijn om de initiatiefwet te laten slagen.

Deskundigen over Haan van Kallemooi: ”Dit is dierenmishandeling”

Dierenbeschermingsorganisaties *) hebben opnieuw een verzoek om handhaving ingediend om zo te voorkomen dat met Pinksteren weer een haan in een mand achttien meter omhoog wordt gehesen. De haan, zo is de bedoeling, zal daar tot einde Tweede Pinksterdag verblijven. Dit is onderdeel van een jaarlijks terugkerend volksfeest op Schiermonnikoog.

De spanning stijgt op Schier, nu diverse deskundigen het handhavingsverzoek blijken te steunen. Deze deskundigen verklaren dat er sprake is van dierenmishandeling. In dat geval kan de handhavende instantie – de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland – niet lijdzaam toezien. Ook in voorgaande jaren zijn verzoeken om handhaving ingediend, maar daar werd toen geen gehoor aan gegeven.

Bas Rodenburg spreekt zich duidelijk uit

Bas Rodenburg, hoogleraar aan de Universiteit van Utrecht, betoogt in een schriftelijke verklaring dat het welzijn van de haan wordt benadeeld, ondanks het feit dat de haan de beschikking heeft over water en dat hij met behulp van een camera wordt gevolgd.

”Kippen en hanen zijn sociale dieren. Isolatie van soortgenoten is voor kippen een ernstige stressor. Ter illustratie: als wij als onderzoekers gedragstesten willen doen waarbij kippen langer dan 15 minuten individueel getest worden (in isolatie van soortgenoten) dan moeten wij daarvoor toestemming vragen van de Centrale Commissie Dierproeven (CCD). Daarvoor moeten wij dan beredeneren hoe de welzijnsaantasting opweegt tegen het belang van de proef. Drie dagen sociale isolatie is een hele lange periode, zeker omdat het dier ook geen idee heeft hoelang de situatie nog zal duren (geen controleerbaarheid en voorspelbaarheid). Als het zou gaan om een andere diersoort, bijvoorbeeld een hond, zou dat voor iedereen onacceptabel zijn. Waarom zouden we anders oordelen over een haan?”, aldus Rodenburg.

Welzijn van haan aangetast

Hij voert verder aan dat ook andere ethologische behoeften van de haan, zoals roesten, scharrelen en stofbaden in de mand maar beperkt mogelijk zijn. ”Kortheidshalve sluit ik me wat die aspecten betreft aan bij de verklaring van collega Jeroen van Rooijen. Ik kom tot de conclusie dat het welzijn van de haan van Kallemooi wel degelijk wordt aangetast door het opsluiten in de mand. Met name het sociale isolement van een sociaal dier en de onvoorspelbaarheid van de situatie wegen daarbij voor mij zwaar. Daarmee kun je dus stellen dat er hier sprake is dierenmishandeling omdat in mijn ogen ‘zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier de gezondheid of het welzijn van het dier wordt benadeeld’”

Vorig jaar hebben Comité Dierennoodhulp en House of Animals aangifte gedaan tegen de Kallemooicommissie die het evenement elk jaar organiseert. Het OM heeft daar toen niets mee gedaan. Genoemde organisaties hebben daarop hun beklag gedaan bij de advocaat-generaal. Deze oordeelde dat het OM te voorbarig is geweest. Er was volgens de advocaat generaal wel degelijk sprake van aantasting van het welzijn van het dier. Het bestaan van een traditie is geen vrijbrief voor het overtreden van de wet (artikel 12 van het wetboek van strafvordering). ”Gedragingen die de betamelijke grens overschrijden dienen dan ook vervolgd te worden of in elk geval nader onderzocht te worden.” Het gerechtshof in Leeuwarden heeft de zaak nu in behandeling.

Update 19 mei 2024: De mand met haan is op 18 mei rond middernacht omhoog gehesen, zo meldt RTV NOF. De handhavende instantie RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft de Kallemooicommissie daarvan kennelijk niet weten te weerhouden.

*) Comité Dierennoodhulp en House of Animals 

Weinig animo voor Keurmerk Paard en Welzijn

De Sectorraad Paarden gaat niet verder met het Keurmerk Paard en Welzijn (KPW). Er is te weinig belangstelling voor. ”Een aantal” hippische bedrijven heeft de afgelopen jaren na welzijnsinspecties het keurmerk ontvangen. ”Zij mogen het bord houden en eventueel ook laten hangen aan de gevel”, aldus de Sectorraad.

Het uit 2014 daterende keurmerk – destijds een initiatief van Bastiaan de Recht, Amber Koppen en Machteld van Dierendonck – blijkt geen succes. In 2017 nam de Sectorraad Paarden de verantwoordelijkheid over. Deze overkoepelende organisatie van maneges en pensionstallen, boerenorganisatie LTO, organisaties van sportpaarden en paardenhandelaren, werd verantwoordelijk voor de keuringen.

Het betekende automatisch dat de lat laag lag. De Sectorraad Paarden geldt nu eenmaal niet als een vooruitstrevende organisatie. De handleiding voor de keuringen (nog altijd te vinden op keurmerkpaardenwelzijn.nl) stelde minimale eisen. Ook stallen met boxen kwamen in aanmerking voor een keurmerk, zo blijkt. Paarden hoefden niet perse fysiek contact met elkaar te kunnen hebben. Twee uur per dag beweging, met een minimum van zestien uur per week, was voldoende.

Heel begrijpelijk dat de animo gering is. Met dergelijke criteria is het nogal gênant om een keurmerkbordje aan de gevel te hangen. Uit een overzicht blijkt dat in 2021 het laatste bordje werd uitgereikt: aan stal Willig in Abcoude. Sindsdien is het keurmerk uit de gratie.

De Sectorraad Paarden zet nu in op het vergroten van kennis over het welzijn van paarden. De raad gaat onder voorzitterschap van oud-landbouwminister Gerda Verburg verder met een eigen ”kennis- en innovatie agenda”. Gesproken wordt over de wetenschap die nieuwe inzichten laat zien. In het artikel Gedrag van paarden lees je hier meer over.

In Belgische grondwet zijn dieren nu wezens met gevoel

Afbeelding pixabay

De federale staat, de gemeenschappen en de gewesten zullen bij de uitoefening van hun respectieve bevoegdheden moeten streven naar de bescherming van en zorg voor dieren als wezens met gevoel”.

Zo luidt sinds 2 mei 2024 artikel 7bis van de Belgische Grondwet. Twee derde van het federale parlement stemde voor deze toevoeging aan de Grondwet, waarmee het belang van dieren meer gewicht krijgt. België voegt zich daarmee in het rijtje landen dat het welzijn van dieren ook in de Grondwet heeft verankerd: Duitsland, Luxemburg, Oostenrijk, Slovenië, Italië.

Nederland kent nog geen grondwettelijke bescherming van dieren. Er bestaat sinds 2013 wel een Wet dieren, die de intrinsieke waarde erkent van (gehouden) dieren, ”zijnde wezens met gevoel”. Wat is het verschil?

Het artikel in de Wet dieren is bedoeld voor de overheid. Die moet de belangen van (gehouden) dieren in acht nemen bij het opstellen van regels en het voeren van beleid. In het onderliggende Besluit Houders van Dieren staan normen voor onder meer huisvesting en verzorging. Verder kennen we in Nederland een Wet aanpak dierenmishandeling en dierenverwaarlozing.

Dat de Wet dieren nog altijd een grote mate van vrijblijvendheid kent, is mede te wijten aan het ontbreken van een grondwettelijke bescherming van dieren. De wetgever in Nederland wordt niet gedwongen een betere wet voor dieren te maken. Bij de gang van zaken rond het amendement Vestering hebben we kunnen zien wat er gebeurt als er een meerderheid blijkt te zijn voor het aanscherpen van bestaande wetten en regels. Wanneer die aanscherpingen in het nadeel uitvallen van de intensieve veehouderij, komen er krachten in werking die wetswijzigingen tegenhouden, of – in het geval van het amendement Vestering – ongedaan maken.

Hogere status

Door de bescherming van dieren, zoals in België, op te nemen in de Grondwet, krijgen hun belangen als het ware een hogere status. Artikel 7bis bevat geen afdwingbare individuele rechten. Maar dieren kunnen er wel profijt van hebben, bijvoorbeeld als in de rechtspraak hun belangen moeten worden afgewogen tegen andere fundamentele (grond-)rechten. Ook voor de wetgever en bestuurders is de grondwettelijke bepaling een stimulans om betere wetten en regels te maken voor meer dierenwelzijn. Artikel 7bis richt zich op drie dimensies van duurzame ontwikkeling. Het is een bindende rechtsregel voor de overheden in België.

De toevoeging van dieren aan de Grondwet is niet vanzelf gegaan. Dierenbeschermingsorganisatie Gaia heeft daar sinds 2016 campagne voor gevoerd. De organisatie spreekt over een ”historische overwinning”. De inwoners van België staan achter de grondwettelijke bescherming van dieren als wezens met gevoel, zo blijkt uit een IPSOS-enquête in 2023.

Janneke Vink: ”Baanbrekend”

De Nederlandse dierenrecht-deskundige Janneke Vink noemt de Belgische grondwetswijziging baanbrekend. In 2018 nam ze deel aan een hoorzitting van de Belgische senaat. Zij is voorstander van het opnemen van dieren in de grondwet. ”Dieren zijn in onze democratische rechtsstaat de enige individuen wier fundamentele welzijn nog vogelvrij is en permanent op de tocht staat. Dat past een moderne democratische rechtsstaat, die erkent dat dieren intrinsieke belangen hebben en waarin democratische reciprociteit en rechtsstatelijke individuele rechtsbescherming hoog in het vaandel worden gedragen, niet”, aldus Vink op haar eigen LinkedIn pagina.

In 2018 verscheen in het Juristenblad dit artikel van Vink: Dierenwelzijn, van onderhandelbare naar grondwettelijke waarde.

Zoekplaatje van de Nederlandse zuivelsector

Vraag: wat is het best verstopte onderwerp in de nieuwe zuivelcampagne, gericht op groep 7 en 8 van het Nederlandse basisonderwijs?
Antwoord: het is even zoeken, maar bij de digibordopdrachten vinden we de kalveren.

De Zuivelkrant, die speciaal is ontworpen voor 10 tot 12-jarigen, schetst een beeld van een sector waar we volgens de makers trots op moeten zijn. Op zich niks mis mee. Zeker niet als het de jongeren ertoe brengt hun favoriete suikerdrankjes in te ruilen voor een pakje halfvolle melk. De promotie die de krant maakt voor de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum is mooi meegenomen. Ook al grijpt de campagne terug op het aloude principe van ‘’Melk moet’’. Niet letterlijk, maar de boodschap is wel dat zuivel vol voedingsstoffen zit, waar we niet zonder kunnen. Ook vegetariërs doen er volgens de campagnemakers goed aan melk te drinken en kaas te eten. Zelfs een bakje vla mag af en toe.

Desinformatie

Zoals vaker in de voedingsindustrie gaat de promotie jammer genoeg weer gepaard met de verkondiging van desinformatie. Zie de opdracht: ‘’In het broedseizoen laten we het gras langer staan voor de …………………………………………….. . Zo zijn de eieren en de jonge vogels beschermd.’’
Of deze: ‘’Koeien eten vooral gras en ook mais dat op de boerderij groeit. Voor het groeien van gras en mais gebruikt de boer mest van zijn koeien. Boeren sluiten zo de kringloop op het bedrijf, en dat is beter voor het ………………………………. .’’

Geen woord over het verdwijnen van de grutto en het mestoverschot. Dat laten we aan de natuurjongens en -meisjes over, zullen ze bij ZuivelNL – verantwoordelijk voor de campagne – hebben gedacht. Bij ZuivelNL zijn ze van de koeborstels, melkrobotten, zonnepanelen op het dak, windmolen naast de stal, ligbedden voor de koe. En het zoontje van de boer mag op een quad een paar emmers voer naar een groepje kalveren achterin de wei brengen, zo is in een video te zien.

Verrek ja, de kalveren. Daar draait het toch om als je het over zuivel hebt? Maar potdikkie, waar staat iets over de kalveren? Op de website van Zuivelonline vinden we bij de lespakketten een gezellige poster ‘’Natuurlijk zuivel’’, met een afbeelding van een modelboerderij. Daar staan ook twee kalver-iglo’s en binnenin de stal ligt een kalf in het stro, met een zorgzame moederkoe erbij. Helemaal  genegeerd worden de kalveren dus niet, maar wat wil ZuivelNL onze jeugd hierover bijbrengen?

Het is even zoeken, maar het antwoord van ZuivelNL zit verstopt in de digibordopdrachten.

KALVEREN
Als kalveren worden geboren krijgen ze een fijn plekje met stro.
Waarom gaan ze niet gelijk naar de andere koeien?

A Omdat ze beschermd moeten worden tegen ziektes
B Omdat ze nog niet kunnen lopen
C Omdat ze de eerste 4 weken nog niks kunnen zien

Vraag: waarom staat het echte antwoord hier niet bij?

Verklaring van New York: nieuw beeld van dierlijk bewustzijn

Er zijn sterke aanwijzingen dat bijen spelen omdat ze het leuk vinden

Er zijn steeds meer aanwijzingen dat zeer breed scala aan dieren – alle gewervelde dieren en veel ongewervelde dieren – beschikken over een vorm van bewustzijn. Het onderzoek is zo ver gevorderd dat wetenschappers de tijd rijp vonden voor een gezamenlijke verklaring: de The New York Declaration on Animal Consciousness.

De Verklaring van New York volgde op een conferentie in april over het vermogen van dieren om bewuste ervaringen mee te maken. Experts uit de hele wereld kwamen bijeen om de stand van wetenschap te bespreken. Ook de belangrijkste punten van overeenstemming en onenigheid passeerden de revue. De deelnemers vertegenwoordigden de neurowetenschappen, psychologie, evolutiebiologie, dierenwelzijn/diergeneeskunde, sociale wetenschappen en geesteswetenschappen.

Brede overeenstemming

Brede overeenstemming was er over het toekennen van bewuste ervaringen aan andere zoogdieren dan mensapen en aan vogels. Daarvoor bestaat ”sterke wetenschappelijke ondersteuning.” Volgens de Verklaring van New York hebben bovendien alle gewervelde dieren (inclusief reptielen, amfibieën en vissen) en veel ongewervelde dieren (waaronder op zijn minst koppotige weekdieren, tienpotige schaaldieren en insecten) een ”realistische mogelijkheid van een bewuste ervaring”.

De ondertekenaars van de Verklaring van New York spreken over een nieuw beeld van dierlijk bewustzijn. De gevolgen van dit inzicht zijn volgens hen verstrekkend. Bij alle beslissingen die deze dieren aangaan, moeten we aan de hand van de huidige stand van wetenschap nagaan wat die betekenen voor de bewuste ervaringen van het dier en welke risico’s die hebben voor het welzijn. De aard van bewustzijn wordt nog steeds fel betwist, maar in genoemde formuleringen konden de wetenschappers zich herkennen.

Tot dusver hebben bijna 200 wetenschappers de Verklaring van New York ondertekend, onder wie Maarten Reesink en Paul Dekker van de Universiteit van Amsterdam en Martijn Egas van de Universiteit Groningen.

Europa en de varkensstaarten

Couperen varkensstaarten toe aan toetsing door de rechter

Artikel 2.3. van het Besluit Diergeneeskundigen is zo langzamerhand rijp voor een toetsing door de rechter. Het gaat onder meer over varkenstaarten. Als varkens nog biggen zijn, gaan die staarten er al af. Anders ontstaat er in de overvolle varkenshokken een bloedbad ten gevolge van staartbijten. Een routinemaatregel, op alle gangbare varkensbedrijven.

Maar: ingrepen mogen niet. Voor staarten couperen geldt weliswaar een uitzondering, maar onder voorwaarden. De EU heeft die voorwaarden vrij strak omschreven in een richtlijn met minimumnormen ter bescherming van varkens (2008/120). Nederland heeft van deze richtlijn een ”aanwijzing voor toegestane ingrepen” voor dierenartsen gemaakt. De aanwijzing is wat de voorwaarden betreft soepeler geformuleerd dan de Europese wettekst. De vraag is of dat wel in overeenstemming is met de EU-richtlijn.


De EU richtlijn stelt:
“Het couperen van staarten en het verkleinen van de hoektanden mogen niet als routinemaatregel worden uitgevoerd, maar alleen wanneer bepaalde kwetsuren van spenen bij zeugen of van oren en staarten bij andere varkens zijn geconstateerd. Voordat tot deze ingrepen wordt besloten, moeten maatregelen worden getroffen om staartbijten en andere gedragsstoornissen te voorkomen, de omgeving en de varkensdichtheid in aanmerking genomen. Hiertoe moeten ontoereikende omgevingsfactoren of beheersystemen worden aangepast”.

Het Nederlandse artikel 2.3 van het besluit diergeneeskundigen stelt dat het verwijderen van een deel van de staat is toegestaan, mits:

  • 1° het dier niet ouder is dan vier dagen;
  • 2° kwetsuren van spenen bij zeugen of van oren en staarten bij andere varkens zijn geconstateerd, en
  • 3° getroffen maatregelen, waaronder het aanpassen van omgevingsfactoren of beheerssystemen, waarbij de omgeving en de varkensdichtheid in aanmerking worden genomen en die dienen ter voorkoming van staartbijten en andere gedragsstoornissen, niet werkzaam zijn gebleken.

    De laatste toevoeging (dat getroffen maatregelen ‘niet werkzaam zijn gebleken”) biedt anders dan de EU-richtlijn, een uitweg.

Waarom wordt er niet gehandhaafd?

Iedereen die is begaan met het lot van de varkens in de industrie, vraagt zich al tijden af waarom artikel 2.3 niet leidt tot handhaving door de NVWA. Durft deze instantie niet op te treden? Mag de NVWA niet optreden? Kan de NVWA niet optreden? Hoe zit dat? Tot dusver is het antwoord van opeenvolgende ministers steeds geweest: de staarten moeten er wel af, uit dierenwelzijnsoverwegingen. Maar met steeds de toevoeging: aan het uitfaseren van het couperen wordt gewerkt.

In 2030 is het afgelopen met het gedogen, heeft voormalig landbouwminister Carola Schouten beloofd. Om dat proces te versnellen diende voormalig D66-kamerlid Tjeerd de Groot op 12 september 2023 een motie in voor een verbod per 1 januari 2025 op alle ingrepen, ”tenzij medisch noodzakelijk”. De motie is aangenomen. SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66 en de PVV stemden voor.

Een motie kan echter in een la verdwijnen. Ook de kanttekening ’tenzij medisch noodzakelijk” biedt nog altijd een uitweg. Dierenartsen geven al jaren verklaringen af aan varkenshouders met de mededeling dat staartcouperen noodzakelijk is (Handhavingsprotocol Hokverrijking). Dus informeerde de fractie van de PvdD in de Eerste Kamer, getergd door de gang van zaken rond het amendement Vestering, op 3 april 2024 maar weer eens. Volgens de leden van de PvdD-fractie is in de EU-richtlijn specifiek aangegeven dat het couperen van staarten en het verkleinen van de hoektanden niet als routinemaatregel mag worden uitgevoerd. Zij vragen demissionair minister Adema aan te geven in welke Nederlandse wettelijke voorschriften dat verbod is herhaald en uitgewerkt. EU-landen moeten namelijk richtlijnen omzetten in nationale wetgeving die tot het gestelde doel leiden

Adema zet deur op kier voor toetsing door rechter

Je zou denken: dat is vragen naar de bekende weg. En dat is het in zekere zin ook. In een brief van 14 maart 2024 had demissionair minister Adema al in antwoord op een vergelijkbare vraag verwezen naar artikel 2.3 van het Besluit diergeneeskundigen. Hij voegde eraan dat het couperen van staarten aan voorwaarden is gebonden. De varkenshouder moet maatregelen treffen om staartbijten of andere gedragsstoornissen te voorkomen, zoals aanpassingen in de huisvesting (in de vorm van verrijkingsmateriaal of het verbeteren van het stalklimaat), voeding en het dagelijks management, of ”zonodig het aanpassen van de dierdichtheid”.

Alleen als dergelijke genomen maatregelen niet effectief zijn gebleken, is aan een van de voorwaarden voldaan om de ingreep te mogen verrichten. Maar, voegde Adema toe: ”De veehouder is niet gehouden om eerst de dierdichtheid aan te passen. De houder kan ook andere – wellicht meer effectieve – maatregelen nemen om gedragsstoornissen te voorkomen. Er is geen blauwdruk van welke maatregelen een veehouder moet treffen om staartbijten te voorkomen. De aanpak moet bovendien worden afgestemd op de bedrijfsspecifieke omstandigheden, zodat effectieve maatregelen worden genomen. Die kunnen per bedrijf verschillen. Dit levert in de praktijk veel onduidelijkheid op.”

Dat die onduidelijkheid voortvloeit uit artikel 2.3 zelf erkent Adema in zekere zin nu, zo blijkt uit de antwoorden op vragen van drie weken later. Daarin verwijst hij namelijk alleen nog naar de Europese richtlijn. Een ingreep als couperen van varkensstaarten mag alleen als aan de in richtlijn 2008/120 genoemde voorwaarden is voldaan. Routinematig staarten couperen is dus niet toegestaan. Adema zet hiermee de deur op een kier voor een gang naar de rechter. Als die deur succesvol wordt geopend, zou dat wel eens per direct het einde kunnen betekenen van deze ingreep op al die bedrijven die nagelaten hebben omgevingsfactoren of beheersystemen aan te passen.

Wetenschappelijk onderzoek

Een juridische procedure heeft zeker kans van slagen. Aan effectieve maatregelen ter voorkoming van staarbijten geen gebrek, zo blijkt uit talrijke wetenschappelijke onderzoeken. In 2017 heeft de Europese Commissie een overzicht gemaakt. Er zijn haalbare oplossingen voorhanden, zei Hans Spoolder, senior wetenschapper van Wageningen Livestock Research, twee jaar later. “Nederland zal moeten bewegen. Ik snap dat boeren tijd nodig hebben om hun varkenshouderij aan te passen. Maar 2030 is te laat.”

Gerelateerd artikel: Ingrepen bij dieren in de veehouderij