AMvB dierwaardige veehouderij van Erkens laat dieronwaardige houderijsystemen intact

De intensieve veehouderij in Nederland hoeft het niet over een andere boeg te gooien. In elk geval tot 2040 blijven dieronwaardige veehouderijsystemen intact. Dat blijkt uit de ontwerp-Algemene Maatregel van Bestuur die staatssecretaris Silvio Erkens naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Die kan alleen nog maar via moties bijsturen. Het indienen van wijzigingsvoorstellen – zogeheten amendementen – is volgens Erkens niet mogelijk.

In de toelichting op de AMvB staat als uitgangspunt dat de dieren niet worden aangepast aan het houderijsysteem, maar juist andersom. In de uitwerking komt daar echter niets van terecht. Haalbaarheid en betaalbaarheid vanuit de optiek van de gangbare intensieve veehouderij zijn leidend. De AMvB dierwaardige veehouderij waarover Erkens nogal hoog opgeeft (”een grote en realistische stap vooruit”), mist de aansluiting met de huidige stand van wetenschap over dierwaardigheid.

Hokbezetting vleesis wettelijk gezien niet verplich varkens en kraamhokken

Twee voorbeelden: de hokbezetting van vleesvarkens en de kraamhokken voor zeugen. De beschikbare ruimte voor vleesvarkens met een gewicht van 85 tot 110 kg gaat in 2040 van 0,8 vierkante meter naar 0,9. Dat is amper een verbetering te noemen en zeker niet genoeg om aan de gedragsbehoeften van varkens tegemoet te komen. De ruimte per dier blijft vrijwel gelijk, hebben wetenschappers van Wageningen Universiteit en de Universiteit Utrecht vastgesteld.

Ook de kraamhokken voor zeugen (nu nog een soort martelkamertje waarin het moedervarken voor en na de geboorte van de biggen wordt klem gezet) gaan er dankzij de AMvB niet echt op vooruit. De AMvB voorziet weliswaar in ”vrijloop kraamhokken”, die ook nog eens bijna twee vierkante meter groter moeten zijn dan de huidige 4,7 m2 (in 2035 verplicht in nieuw te bouwen stallen, in 2040 in bestaande stallen), maar vastzetten met klemmen is gedurende een periode van vijf dagen rond de geboorte van de biggen toegestaan. Dit is al eerder door wetenschappers uit Wageningen en Utrecht ontraden: daardoor kan er gedurende vijf dagen niet in de gedragsbehoeften van zeugen worden voorzien en dat tast niet alleen het welzijn aan, maar heeft ook ”negatieve fysiologische effecten”.

”Voor zover zulks redelijkerwijs kan worden verlangd”

De staatssecretaris is wettelijk gezien niet verplicht om met regelgeving te komen die een dierwaardige veehouderij met het dier als uitgangspunt creëert. In het artikel 2.3a uit de Wet dieren waar de AMvB uit voortvloeit, is een bepaling opgenomen: ”voor zover zulks redelijkerwijs kan worden verlangd.” Het voorzien in de behoeften van dieren hoeft dus niet perse. Er kunnen redenen zijn om daarvan af te zien. Daarom zit er bij het ontwerp AMvB ook een uitgebreide economische impactanalyse waarin maatregelen langs de lat van investeringen en kosten zijn gelegd.

Tactische zet Partij voor de Dieren in belang van democratisch proces

Erkens heeft aangegeven dat wijzigingsvoorstellen vanuit de Tweede Kamer niet meer mogelijk zijn. Dat is ingebakken in artikel 10.10 van de Wet dieren. De ontwerp-AMvB is aan de Eerste en Tweede Kamer ter beschikking gesteld (”overlegd”). De Kamers mogen zich erover uitspreken. Na vier weken moet de ontwerp-AMvB nog voor advies naar de Raad van State.

In de besluitenlijst van de Ministerraad van 11 september staat overigens iets anders. Daar wordt wel rekening gehouden met ”ingrijpende wijzigingen”:
De staatssecretaris van LVVN zal het besluit aan de Staten Generaal sturen in het kader van de voorhang en na afloop van de voorhang, als de voorhang niet tot ingrijpende wijzigingen leidt, om advies aanhangig doen maken bij de Afdeling advisering van de Raad van State.

Hoe dan ook: de Partij voor de Dieren zorgt er in elk geval nog voor dat er wat te kiezen valt. Vrijwel gelijktijdig met de presentatie van de AMvB heeft kamerlid Esther Ouwehand haar rol als medewetgever weer opgepakt en de behandeling van haar eigen initiatiefwet geopend met het indienen van een Nota van wijziging. Een tactische zet, niet alleen in het belang van de dieren, maar zeker ook van het democratisch proces.

Uitgebreid artikel over AMvB dierwaardige veehouderij van Erkens volgt

In een uitgebreid artikel over de AMvB van Erkens ga ik binnenkort nader in op het democratisch proces (Zet de staatssecretaris het parlement buiten spel?) en wat er verandert en vooral niet verandert voor kippen, melkvee, vleesvee, kalveren en varkens. En per wanneer. (volgt)

160.000 kuikens per uur door de sorteermachine

AI is een grote aanjager van de pluimveeindustrie. De Wingscan van Targan, een kuikensorteermachine die in een razend tempo de hennetjes van de haantjes scheidt, is daar een voorbeeld van. De machine heeft in korte tijd wereldwijd al meer dan een miljard kuikens gesekst. In de VS, Canada, Spanje, Polen en Italië. Ook kunnen de kuikens worden gesorteerd op grootte. ”Goed voor de gemoedsrust van degenen die werk willen maken van dierenwelzijn”, aldus het commentaar. Wordt bovendien gepromoot onder het mom van duurzaamheid. Het bedrijf dat de Wingscan heeft ontwikkeld is onlangs overgenomen door de Amerikaanse dierenfarmaceut Merck Animal Health, onder meer actief op het gebied van vaccins.
Kijk en huiver.
Daarbij is het goed te bedenken dat het lachen deze meneer van Targan nog wel eens kan vergaan. In Europa is een wet in voorbereiding die een einde moet maken aan het doden van eendagshaantjes. Haalbaar sinds het mogelijk is om al in het ei te bepalen of er een hennetje of een haantje uit zal komen. Eieren met een mannelijk embryo kunnen dan uit het broedproces worden gehaald. Dan is er, althans in Europa, helemaal geen Wingscan meer nodig.
In Duitsland produceert de pluimveeindustrie al een tijdje ”ohne kükentöten” (OKT). Mooi, zou je denken. Maar dierenwelzijnsorganisatie Peta Duitsland vindt het allemaal maar bedrog.

Mooie opsteker voor boeren met kalf bij de koe

Hup, daar gaat weer een mythe die gangbare melkveehouders graag in stand houden. Dat het scheiden van kalveren en koeien direct na de geboorte goed zou zijn voor de gezondheid van het kalf: vermindering infectiegevaar, betere controle over de verstrekking van biest. Maakt dus niks uit: de gezondheid van kalveren op kalf bij de koe-bedrijven is niet slechter of beter dan die van kalveren op een gemiddeld Nederlands melkveebedrijf. Aldus de Gezondheidsdienst voor Dieren na onderzoek. Mooie opsteker voor boeren met kalf bij de koe. Moeilijke boodschap voor boeren die standaard het kalf bij de moeder weghalen. In elk geval een argument minder om daarmee door te gaan.
Lees meer in artikel over Natuurlijk gedrag van runderen.

In de oren van varkens zie je de drang naar data

nature, farm, mammal, close up, nose, piglet, skin, vertebrate, pig, country life, domestic pig, pig like mammal, Free Images In PxHere

(Bron foto: Free Images In PxHere)

Vroeger – nog niet zo heel lang geleden – dienden oormerken uitsluitend voor de identificatie en registratie (I&R) van landbouwhuisdieren. Varkens, koeien, geiten en schapen kregen met behulp van een tang flappen in de oren geprikt met daarop een nummer. Ik herinner me nog de tijd dat we ons druk maakten over de pijn die dat veroorzaakte, het infectiegevaar en het risico op uitgescheurde oren.

Er was een alternatief – de injectabele transponder ter vervanging van oormerken, ofwel de chip – maar dat maakte bij het toenmalige ministerie van landbouw geen schijn van kans. Argument: chips kunnen gaan dwalen door het lichaam en dat kan problemen opleveren bij de slacht. Het verzet bleef. Dierhouders die zich op het standpunt stelden ”Oormerken horen in de la” konden een fikse boete tegemoet zien.

‘Smart farming’

Sindsdien hebben de fabrikanten van oormerken niet stil gezeten. Vooral in de varkensindustrie is ‘smart farming’ big business. Zogeheten radiofrequentie-identificatietags (rfid-tags) kunnen communiceren met een geautomatiseerd voersysteem bij het voeren van individuele varkens in groepsstallen, zodat de varkenshouder precies weet welk varken hoeveel heeft gegeten. Ook is het mogelijk met behulp van rifd-tags het gedrag en de bewegingen van dieren te monitoren.

Elke behandeling die het varken ondergaat – bijvoorbeeld het gebruik van antibiotica – kan worden vastgelegd via een chipje in het oormerk. Alle vastgelegde informatie gaat naar een database waarmee de varkenshouders bij het boerderijmanagement hun voordeel kunnen doen.

Het toevoegen van technische snufjes aan de oormerken gaat zo ver dat je je kunt afvragen of dit wel is toegestaan. Het aanbrengen van oormerken is immers een ingreep die de integriteit van het dier aantast. Dat mag alleen als het gebeurt om een dier te registreren. Sterker nog: de verplichte I&R is de enige juridische grondslag.

Ruimte in wet- en regelgeving

In 2019 zou er ruimte zijn gemaakt in de wet- en regelgeving. *) Voordien moesten varkens die naar de slacht gingen, een zogeheten slachtblik toegediend krijgen. Tot 2019 mochten varkens niet meer dan twee oormerken dragen, een I&R-oormerk en een slachtblik. Sinds 2019 zou volgens de Producenten Organisatie voor de Varkenshouderij (POV) een zogeheten combimerk zijn toegestaan. Niet als derde oormerk, maar als een wit gebruiksmerk en slachtblik in één, voorzien van het nummer van het varkensbedrijf en het volgnummer van het individuele varken. Dat combimerk kan in het ene oor, het I&R-oormerk (”het gele biggenmerk” met het nummer van het bedrijf waar de big is geboren) in het andere. Dat combi-oormerk is belangrijk voor de varkensindustrie, want daaraan kan een rfid-tag worden toegevoegd.

De vraag blijft echter of zo’n opgetuigd combimerk niet in strijd is met het doel van de wet- en regelgeving, die nog altijd niet meer dan twee identificatie-ingrepen toestaat. Of het combi-oormerk onder de wettelijke verplichting tot identificatie valt, is onduidelijk. ”In Nederland mogen oormerken alleen worden aangebracht als deze in de regelgeving verplicht zijn gesteld”, aldus de NVWA desgevraagd. Wat het dubbel ingewikkeld maakt is dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de gebruiksmerken ofwel combimerken van vijf leveranciers heeft erkend (Merko-Dalton, Hut, Schippers, Metagam, MijnBlikken).

D-tag

Nieuw is de zogeheten D-tag, een Nederlands-Taiwanees product dat werkt met een sensor die het gedrag en de temperatuur van varkens registreert. Het lijkt een zelfstandig oormerk, maar dat is het niet. Nieuwe Oogst.nl publiceerde onlangs een artikel over een varkenshouder die de tags gebruikt. Deze tag mag niet als extra ingreep worden aangebracht, dus zit-ie net als de rfid-tag ”verstopt” in een combimerk, maar wel zo dat er een lampje gaat branden als er iets aan de hand is.

Het verzamelen van allerhande data via het oor gaat onverminderd door. De varkenshouder kijkt naar zijn scherm. Of raadpleegt een app om te zien of de varkens genoeg eten, groeien, wat hun lichaamstemperatuur is, of ze voldoende rusten en niet aan de staarten van de andere varkens in het hok bijten. De mens komt er met z’n eigen zintuigen steeds minder aan te pas, communiceert niet meer, reageert alleen nog op signalen. Logisch binnen een varkenshouderij die efficiency hoog in het vaandel heeft staan. Maar vanuit het dier bekeken?

Vanuit het dier bekeken zou het wel fijn zijn als nut en noodzaak van oormerken met en zonder toevoegingen opnieuw worden beoordeeld. Wellicht kan het aantal ingrepen in het oor worden teruggebracht naar één merk waar alles in zit. Wellicht kan het naar nul, als de varkenshouder weer z’n eigen oren en ogen gaat gebruiken. Met duizenden varkens in een stal gaat dat uiteraard niet lukken, maar met enkele tientallen moet dat mogelijk zijn.


Ik heb een vervolgvraag ingediend bij de NVWA: op grond waarvan is het toegestaan om aan oormerken – een ingreep die verplicht is vanwege I&R – allerlei functionaliteiten toe te voegen die niets met I&R te maken hebben?

Razendsnelle reactie van de NVWA (binnen 8 dagen): ”De eisen die aan een oormerk zijn gesteld, verbieden niet dat ook andere functionaliteiten aan een oormerk worden verbonden. Er zijn bijvoorbeeld diverse conventionele oormerken die een chip bevatten ten behoeve van dierherkenning (bij een voercomputer bv). Een dergelijke toevoeging mag uiteraard niet leiden tot een extra ingreep, dus ook niet in het geval van een D-tag.”


*) In de Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 26 april 2019, nr. WJZ/ 19052415, tot wijziging van de Regeling diergeneeskundigen (vrijstelling ingrepen varkens, pluimvee en runderen), is hierover niets terug te vinden. Wel over een voortgaande vrijstelling ingrepen varkens betreffende het slachtblik. Dat zou nog tot 2023 mogen worden toegepast voor varkens die in Duitsland worden geslacht, in afwachting van de komst van een ”elektronisch oormerk”. Wat dat precies inhoudt, staat niet vermeld. Artikel 7.2. Vrijstelling handmatig identificeren varkens met een merk is op 1 juli 2025 komen te vervallen.
In Vleesmagazine wordt de wijziging van de regeling opgevat als vrijbrief voor het elektronische oormerk, in de zin van een digitaal oormerk met een zogeheten RFID-chip. ”Twintig varkenshouderijen hebben nu ontheffing om varkens te leveren zonder een slachtblik. Hiervoor in de plaats hebben de varkens een digitaal oormerk. (…) Zowel het ministerie van LNV en de NVWA staan positief tegenover de digitale identificatie van varkens. Deze pilot zal tot eind 2019 duren. Wanneer de pilot met de RFID-oormerken succesvol is, wordt het slachtblik overbodig.” 

Na verbod op kippen vangen aan poten, nu ook handhaving coupeerverbod varkensstaarten?

Varkentje van de Amelandse keramiste Liesbeth Dul. Op de vraag waarom ze de krulstaart niet heeft geglazuurd, antwoordde ze: ”Om deze te accentueren”. (Eigen foto).

Na de succesvolle uitspraak van de rechter over het aan de poten vangen van kippen (gebruikelijk in de pluimveeindustrie, maar mag dus niet) is nu het wachten op een uitspraak over het routinematig couperen van varkensstaarten.

Stichting Wakker Dier, die een verzoek om handhaving van het verbod om kippen aan de poten op te pakken tot aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) had doorgezet, spreekt na de uitspraak van 21 juli over een ”historische winst” en ”eindelijk gerechtigheid”. Vanaf 1 januari 2027 treedt er een dwangsom in werking van € 60.000. Vanaf die datum moet de hele sector over op een andere vangmethode, zoals de rechtop-methode van Eyes on Animals.

Stichting Varkens in Nood, die vergelijkbaar traject aflegde met een zaak over het stelselmatig afknippen van varkensstaarten – een ingreep waarmee de varkenssector nog tot 2040 dacht te kunnen doorgaan – hoopt medio oktober op eenzelfde uitkomst. Hoewel directeur Frederieke Schouten een zogeheten ”begunstigingstermijn” tot 2030 niet uitsluit. ”Daar kunnen we mee leven. Er is wel een juridische stok achter de deur nodig. Dit is al dertig jaar verboden”, zei ze een dag na de zitting op 20 juli, waar naast Varkens in Nood en de handhavende instantie NVWA ook de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) aanwezig waren.

NVWA komt steeds zwakker te staan

Voor een analyse van de rechtspraak in dierenwelzijnszaken is het nog iets te vroeg, maar het heeft er alle schijn van dat organisaties als Wakker Dier en Varkens in Nood er steeds beter in slagen om de verdedigingscode van de vee-industrie te kraken. Vooral de NVWA komt bij de rechter steeds zwakker te staan als het erom gaat duidelijk te maken waarom er tegen evidente wetsovertredingen niet wordt opgetreden.

In de drieënhalf uur durende zitting op 20 juli richtte de rechter van het CBB zich vooral tot de NVWA, die zich beriep op een ”open norm”. De wet zou te onduidelijk zijn, er komt een algemene maatregel van bestuur aan die voor de nodige afbakening gaat zorgen, voerde de NVWA aan. De rechter vroeg: hoe dan, wat dan en kan dat afbakenen niet nu al?

De zeer gedetailleerde inbreng van de juristen die het standpunt van Varkens in Nood verdedigden, gaf weinig aanleiding tot vragen. Volgens hen is het zo helder als wat: er geldt een verbod op couperen onder voorwaarden en als varkenshouders daar niet aan voldoen, dan overtreden ze de wet. Er moet bij de varkens sprake zijn van kwetsuren én getroffen maatregelen moeten ineffectief zijn gebleken. Is dat niet aangetoond, dan mogen ze niet couperen. Bij zeker drie van de vijf varkenshouders die te maken kregen met een verzoek om handhaving, konden de juristen van Varkens in Nood op basis van inspectieverslagen onderbouwen dat kwetsuren niet waren aangetoond.

Uitvluchten verzinnen kan niet meer

Zolang de rechter nog niet heeft gesproken, is dit in elk geval pure winst: de juristen van Varkens in Nood hebben zeer nauwkeurig omschreven wat het coupeerverbod inhoudt. Net als bij het aan de poten vangen van kippen: uitvluchten verzinnen kan niet meer.

Stikstof en dierwaardigheid, twee deadlines: hard en boterzacht

De aanpak van stikstof en de realisering van een dierwaardige veehouderij zouden gelijk op moeten lopen, maar het kabinet hanteert twee deadlines: 2035 en 2040. Uit de stukken die op 26 juni aan de Tweede Kamer zijn aangeboden blijkt dat voor de reductie van stikstof een harde deadline geldt. De uiterste datum voor een dierwaardige veehouderij is niet in beton gegoten.

Om Nederland van het stikstofslot af te halen is de druk enorm opgevoerd. Dit om de vergunningverlening weer vlot te trekken. Veehouders krijgen een reductie opgelegd. Die mogen ze naar eigen inzicht invullen, maar er staat wel een stevige stok achter de deur.  Er liggen gerechtelijke uitspraken die geen uitstel dulden. Er zijn miljarden uitgetrokken om gestelde doelen te halen.

Bij het realiseren van een dierwaardige veehouderij daarentegen is geen sprake van slikken of stikken. Wetgeving is in aantocht, na de zomer weten we meer, maar voor zover bekend zijn er nog een hoop losse eindjes. Uit eerder verschenen concepten AMvB dierwaardige veehouderij bleek bovendien dat de lat erg laag ligt. Dat zal na de zomer niet veel anders zijn. Een grote financiële steunoperatie hoeft evenmin te worden verwacht. Er komt een subsidieregeling, maar die zal zeker niet in de miljarden lopen.

Convenant is een inspanningsverplichting

Anders dan bij stikstof zijn er op het gebied van dierwaardigheid door overheid, bedrijfsleven, markt- en ketenpartijen en maatschappelijke organisaties afspraken gemaakt in de vorm van een convenant. Dat betekent een hele andere aanpak. Betrokken partijen kunnen, als het ze te snel gaat, op de rem trappen. In het convenant spreken ze de wens uit om in 2040 gezamenlijk te komen tot een dierwaardige veehouderij. Een inspanningsverplichting dus. Terwijl het bij stikstof veel meer gaat om een resultaatverplichting.

Wanneer er in het dierwaardigheidstraject vertraging optreedt, dan heeft dat geen grote gevolgen, zolang de convenantpartijen zich daarin kunnen vinden. In één van de stukken die het kabinet op 26 juni 2026 de wereld heeft ingestuurd (Stand van zaken dierwaardige veehouderij in relatie tot taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof) wordt zelfs een escape genoemd. 2040 is als deadline voor een dierwaardige veehouderij niet in beton gegoten, zo blijkt.

‘’Het is mijn inzet om regels waar redelijk zo snel mogelijk in werking te laten treden. Maar het voldoen aan regels dient voor veehouders ook realistisch en (financieel) haalbaar te zijn, zoals ook artikel 2.3a, vierde lid, van de Wet dieren de ruimte biedt om een langere termijn dan 2040 te stellen gericht op het kunnen terugverdienen van investeringen die noodzakelijk zijn om aan die regels te voldoen’’, aldus de staatssecretaris van LVVN Silvio Erkens. Ik heb over deze escape eerder geschreven: Dierwaardig ”voor zover zulks redelijkerwijs kan worden verlangd.” Voor een reactie van de varkenslobby, klik hier.

Kamer vraagt om versnelling dierwaardige veehouderij

Toch zegt het kabinet te voldoen aan een motie van de kamerleden Bromet (PRO) en Ouwehand (PvdD), die de regering in maart 2026 hebben gevraagd dierwaardigheid nadrukkelijk te betrekken bij de stikstofaanpak.

Een forse reductie van stikstof en de realisering van nieuwe huisvestingssystemen, aangepast aan de behoeften van dieren, zouden ‘’integraal’’ benaderd moeten worden. De kamerleden vragen om een versnelling bij de uitwerking van de AMvB dierwaardige veehouderij. Begrijpelijk, dit verzoek, het kabinet zegt eraan te voldoen. Het wil zogeheten ‘’lock-in effecten’’ voorkomen. Hetgeen zoveel betekent als: wie een stal innoveert om stikstof te reduceren, moet niet een paar jaar later tot de ontdekking komen dat gedane investeringen teruggedraaid moeten worden omdat ze strijdig zijn met de principes van dierwaardigheid.


Voorbeeld: investeringen in een mestvergister leiden ertoe dat de koeien meer en meer binnen blijven. De dieren hebben baat bij weidegang, maar de veehouder niet. Die moet ervoor zorgen dat zoveel mogelijk mest zo snel mogelijk de vergister in gaat.


De motie van Bromet en Ouwehand kreeg steun van een meerderheid van de Kamer (SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie en JA21stemden voor). Het kabinet laat het slechts bij een voornemen. Wat daarvan in de praktijk terecht gaat komen, is hoogst onzeker. De kans is aanwezig dat de realisering van stikstofdoelen en een dierwaardige veehouderij zo ver uit elkaar gaan lopen dat er van een ‘’integrale benadering’’ helemaal geen sprake meer is.

Onderscheid tussen nieuwbouw en verbouw

Op het ministerie van LVVN weten ze dat natuurlijk ook. En daar hebben ze het volgende op gevonden. In een zogeheten invoeringsstrategie voor de maatregelen op het gebied van stikstof en dierwaardigheid zal onderscheid worden gemaakt tussen nieuwbouw en verbouw. Bij nieuwbouw moet de inwerkingtreding van de maatregelen gelijk oplopen. ”Dit om te voorkomen dat komende jaren nieuwe stallen worden gebouwd die niet aan toekomstige dierenwelzijnseisen voldoen en zodoende desinvesteringen blijken te zijn”, aldus Erkens.

Daarmee is overigens buiten de waard gerekend. De veehouders, hun adviseurs en juristen een beetje kennende, zullen ze hier heel snel onderuit weten te komen. Nieuwbouw is immers vrij eenvoudig te vermommen als verbouw.

Dierwaardige kalverhouderij is nog heel ver weg

Een dierwaardige kalverhouderij is nog heel ver weg. Zeker als je bedenkt wat kalveren graag doen, liefst samen: rennen, springen, elkaar beklimmen, kopstoten uitdelen. De afspraken die Dierenbescherming en kalversector hebben gemaakt voorzien voor de meeste kalveren de komende jaren niet in hun behoefte aan bewegen en spelen.

Tegemoet komen aan deze behoefte is een graadmeter voor positief welzijn. Kunnen bewegen en spelen is bovendien van groot belang voor hun lichamelijke en sociale ontwikkeling.

Volgens het Plan van Aanpak Dierwaardige kalverhouderij heeft de helft van de kalveren ook in 2040 nog altijd geen toegang tot een uitloop of een weide. Die extra ruimte hebben ze wel nodig, want een binnenruimte van 2 tot 3 m2 per dier, waarover in het Plan van Aanpak wordt gesproken, is volstrekt onvoldoende om te kunnen rennen, galopperen, springen, bokken, en schoppen. Het gaat de kalversector niet lukken om binnen vijftien jaar voor alle dieren deze essentiële gedragsbehoefte goed in te vullen.

EFSA-advies: 20 m2 per kalf

Het gebrek aan ambitie staat in schril contrast tot het advies van het Europese instituut EFSA – niet bepaald een activistische instelling. Al in 2023 kwam de EFSA met een rapport waarin staat dat kalveren de eerste week na de geboorte in kleine groepen (2-7 dieren) moeten worden gehouden, met een oppervlakte van circa 20 m² per kalf. Dat is nogal een verschil met de 2 tot 3 m2 meter die Dierenbescherming en kalversector op praktische gronden overeen zijn gekomen. Hoe onbereikbaar het EFSA-advies voor de Nederlandse kalversector is, blijkt wel uit deze zinssnede in het Plan van Aanpak: ”Vanaf 2040 werken we toe naar een uitfasering van dieren zonder uitloop of met een gemiddeld hok-oppervlak van minder dan 2,5 m2 (tot 8 maanden) of 2,8 m2 (tot 12 maanden).”

Omdat de EFSA-norm van 20m2 per kalf ook voor de melkveehouderij zeer problematisch is, en het internationale wetenschappelijke panel dat het EFSA-advies heeft opgesteld niet zomaar even terzijde kan worden geschoven, trok ZuivelNL, ketenorganisatie voor de zuivelsector, ruim 100.000 euro uit voor aanvullend onderzoek. In de veronderstelling dat daar misschien iets anders uit zou komen.

De van oorsprong Vlaamse wetenschapper Miel Hostens, tegenwoordig verbonden aan zowel de Amerikaanse Cornell University als de Universiteit van Utrecht en specialist op het gebied van data-analyse, management in de melkveehouderij en monitoring van dierenwelzijn, bleek de aangewezen figuur om het onderzoek uit te voeren.

Hostens: 8-10 m2 ‘op bewijs gebaseerd streefdoel’

Hostens onderzocht de relatie tussen de beschikbare ruimte en het speelgedrag van in groepen gehuisveste kalveren op 14 Nederlandse commerciële bedrijven. Daar registreerde hij met behulp van sensoren en camera’s de bewegingen van 64 kalveren in 20 hokken van verschillend formaat. Zijn bevindingen wijzen erop dat 8–10 m² een praktisch en volgens hem op bewijs gebaseerd streefdoel vormt, waarbij, zo tekent hij aan, ”een balans wordt gevonden tussen welzijnsvoordelen en economische haalbaarheid”. Kalveren met 8–10 m² ruimte speelden het meest (1,6% van de tijd, ~16 minuten per dag), constateert Hostens.

Gezien het grote verschil tussen 2-3 en 8-10 m2 ligt het voor de hand dat ZuivelNL pleit voor meer onderzoek. En inderdaad: ”Toekomstige studies zijn nodig om, met grotere populaties, de impact van dagelijkse toegang tot een grotere ruimte op het speelgedrag van kalveren te vergelijken”, aldus de ketenorganisatie voor de zuivelsector.

ZuivelNL: gespreid spelen is ook mogelijk

Ondertussen stelt men wel vast dat die 8-10 m2 niet permanent voor ieder kalf beschikbaar hoeft te zijn. Gespreid spelen is ook mogelijk, oordelen ze bij ZuivelNL. ”Belangrijk om hierbij te benadrukken is de observatie dat de kalveren, ook als ze in grotere hokken gehuisvest waren, minder dan 2% van hun totale tijd besteden aan spelen. Dit impliceert dat het wellicht voldoende is voor kalveren om een deel van elke dag toegang te hebben tot een groter hok.”

Draconische maatregelen voor Deense varkenssector

De Deense varkenssector staat een reeks draconische maatregelen te wachten. Nadat het in verkiezingstijd voor een belangrijk deel draaide om het welzijn van varkens, heeft de nieuwe regering van Mette Frederiksen een ingrijpende hervorming van de sector aangekondigd. Zo stuurt zij aan op een stop op de nieuwbouw van stallen, op een einde aan de export van 17 miljoen biggen per jaar, aan het couperen van staarten en aan die andere schandvlek – ongeveer 25.000 dode biggetjes per dag.

De Deense varkenssector telde begin 2026 ruim 12 miljoen varkens op circa 2000 bedrijven. Jaarlijks worden er circa 30 miljoen biggen geboren. Zeugen die 40 biggen per jaar werpen vormen geen uitzondering. Een zeer groot deel van de biggen is (levend dan wel geslacht) bestemd voor de export, overwegend naar andere landen in Europa. Als de export van levende biggen niet meer mogelijk is, heeft dat grote consequenties voor het aantal varkens dat nog kan worden gehouden.

De varkens die overblijven, moeten meer leefruimte krijgen. ”Het doel is dat de Deense varkensproductie zich voornamelijk richt op het fokken van varkens die we zelf kunnen gebruiken, of die in eigen land kunnen worden verwerkt voordat ze worden geëxporteerd”, aldus de nieuwssite DR over de varkensparagraaf in het nieuwe regeerakkoord.

Keiharde campagne met schokkende beelden

Er was een keiharde campagne van dierenwelzijnsorganisaties voor nodig om het welzijn van de varkens hoog op de verkiezingsagenda te krijgen. De televisiezender TV2 werkte eraan mee door in drie documentaires schokkende undercoverbeelden te tonen, ook van stallen van vertegenwoordigers van varkensorganisaties. Tegen drie van hen werden aangiftes gedaan.

Drie weken voor de verkiezingen bundelden Animal Protection Denmark, de Danish Society for Nature Conservation, Greenpeace Denmark en de National Association against Pig Factoryes hun krachten. Samen met vier linkse partijen lanceerden ze de “Alliantie voor een varkensverkiezing”, gericht op de bewustwording dat de varkenssector een industrie is die enorme kosten met zich meebrengt op het gebied van klimaat, natuur, milieu, sociale cohesie en dierenwelzijn.

In de Britse krant The Guardian zegt Britta Riis, hoofd van Animal Protection Denmark: “We voeren al jaren campagne voor dierenwelzijn, maar er is niets veranderd. Het verschil is dat we deze keer onze inspanningen hebben geïntensiveerd, ons hebben gericht op varkens en we hebben samengewerkt.”

Milieuschade

Daarnaast was er veel aandacht voor de milieuschade die de varkenssector veroorzaakt, ”zonder dat wij er economisch of qua werkgelegenheid iets aan hebben”, voerde Peter Mogensen, directeur van de denktanks Kraka Economics en Ceri op de website van DR aan. ”Volgens een uitgebreide analyse van de denktank Kraka Economics levert de Deense varkensproductie geen significant sociaaleconomisch voordeel meer op, als rekening wordt gehouden met de negatieve effecten op het milieu en het dierenwelzijn. Bovendien kunnen de banen die verloren gaan door een verminderde varkensproductie relatief gemakkelijk elders worden opgevuld”, aldus de denktank.

Stoppersregeling

Er komt een speciale commissie met als taak de hele sector grondig te herstructureren. Door de nitraatlimiet in drinkwater te verlagen van 50 mg per liter naar 6 mg, krijgt de overheid een instrument in handen om varkensbedrijven fikse beperkingen op te leggen. “De grote Deense vleesexporteurs en de industriële landbouwsector behandelen onze gedeelde watervoorziening al decennialang als een privé, ongereguleerd riool. Vervuild drinkwater is het andere grote probleem van de intensieve varkenshouderij in Denemarken”, zegt Christian Fromberg van Greenpeace Denemarken in The Guardian.

De Deense varkenshouders pleiten voor een vrijwillige stoppersregeling. Veel steun vanuit het landbouwministerie hoeven ze overigens niet te verwachten. Dat bestaat niet meer, zo heeft de regering Frederiksen besloten. Ervoor in de plaats is er een ministerie van natuur en dierenwelzijn gekomen. Handhaving van de dierenwelzijswetgeving gaat naar het ministerie van justitie.

Stoppen met afknippen krulstaarten per 2030 raakt uit zicht

Het einde aan het afknippen van varkensstaarten in Nederland per 2030 raakt uit zicht. De deadline voor het behoud van de krulstaarten zal niet worden gehaald, verwacht directeur Jean Marie Van Oort van fokbedrijf Topigs Norsvin, een bedrijf met vestigingen in 56 landen waaronder China en Rusland.

Van Oort noemt geen nieuw jaartal, maar er moet volgens hem in de Nederlandse varkenshouderij nog veel gebeuren. Het uitstel dat hij verwacht, ligt volgens hem niet aan de genetica, die is op orde. Topigs Norsvin is in staat varkens te leveren die hun krulstaart kunnen behouden dankzij selectie op sociaal gedrag, aldus Van Oort in een opmerkelijk interview met vakblad Pigbusiness.

Terughoudendheid onder varkenshouders

Varkenshouders willen geen dieren met krulstaart, omdat de varkens er anders uit verveling of ten gevolge van stress in gaan bijten. Onder varkenshouders heerst grote terughoudendheid om met dat ”couperen” te stoppen, signaleert Van Oort. Dat heeft te maken met de eisen die gelden voor transport en slacht en de extra kosten waar varkenshouders voor komen te staan wanneer er zich uitbraken van staartbijten voordoen. Licht gewonde dieren mogen niet zo maar vervoerd worden. Bij varkenshouders bestaat de angst dat ze deze dieren niet kunnen afvoeren.

Dat de Nederlandse varkenssector kampt met ernstige ziekte bij twee derde van de biggen – een ziekte die het staartbijten in de hand werkt – daarover laat Van Oort zich niet uit.

LVVN komt met pilot

Traditiegetrouw gooit de staatssecretaris van het ministerie van LVVN er nog maar eens een pilot tegenaan, ”gericht op het optimaliseren van
1) een uniforme beoordeling van varkens met lichte staartbijtschade en
2) de transportvoorwaarden voor deze varkens.
Tijdens de pilot wordt ook de impact van deze optimalisatie voor varkenshouders en slachthuizen in kaart gebracht. Eind 2026 zal de Kamer geïnformeerd worden over het verdere verloop van dit traject”. Was getekend Silvio Erkens.

Ambitie varkenssector: 2040

Ook Coviva – een samenwerkingsverband van varkenssector en overheid – heeft de bakens verzet. De ambitie is nu om in 2040 varkens te houden mét krulstaart, ”onder voorwaarde dat het dierenwelzijn geborgd is”. Tien jaar later dus dan de eerder gestelde deadline, bijna vijftig jaar (!) nadat er een Europees verbod op het couperen van varkensstaarten is ingevoerd. En dan maakt Coviva ook nog een belangrijk voorbehoud.

Grote kans dat de politiek hierin niet meegaat. Er is al te vaak uitstel verleend. Lees ook wat er in Denemarken gebeurt: Draconische maatregelen voor Deense varkenssector In Nederland loopt een rechtszaak van Varkens in Nood tegen het ministerie van LVVN omdat er niet wordt opgetreden tegen varkenshouders die de staarten van hun dieren couperen.

Lees meer Varkens met en zonder krulstaart

Moordpartijen bij kalkoenen in de stal

Rangordegevechten zijn bij kleinschalig gehouden kalkoenen ”doodnormaal”. Ze verlopen meestal probleemloos.

Het moet voor kalkoenen hel op aarde zijn. Met z’n duizenden opgepropt in een stal. Van het ene moment op het andere kan de gekte toeslaan. Meestal is één kalkoen dan de pineut. Die kan met gemak dertig andere kalkoenen achter zich aankrijgen. Ze jagen het slachtoffer op en pikken het in de nek, net zo lang totdat ze dood neervalt. En zelfs dan kan het pikken nog doorgaan.

Soms heeft een opgejaagde kalkoen geluk. Dan kan ze ergens wegduiken, zodat haar aanvallers niet bij haar nek en kop kunnen. Maar pas op: kom niet te gauw weer tevoorschijn, want ze weten je te vinden, zo blijkt keer op keer.

Onderzoekster van Wageningen Universiteit Thea van Niekerk beschrijft deze moordpartijen in het rapport Kalkoenen met onbehandelde snavels. Ze deed een literatuurstudie naar de vraag of in de kalkoenenhouderij gestopt kan worden met het behandelen van de snavels. Bij kleine kuikens wordt nu standaard de snavelpunt verhit met een infraroodlaser waarna deze afsterft. Sinds 2018 is die ingreep verboden, maar de houders van kalkoenen hebben tot 2028 een vrijstelling.

Stoppen kan niet zo maar, vanwege de gruwelijke gevolgen als het pikgedrag uit de hand loopt, waarover Van Niekerk in haar rapport schrijft. Wel is het mogelijk om schade te verminderen, maar dat vraagt volgens haar nogal wat:

> stallen met elementen waarachter de kalkoenen zich kunnen verschuilen;
> zeer frequente controle in de stal en aangepikte dieren onmiddellijk apart zetten;
> veel bezigheidsmateriaal en zeer frequente wisseling ervan om verlies van interesse tegen te gaan.

Alleen zo kan het pikgedrag, dat berust op normale rangordegevechten die bij kleine groepjes kalkoenen doorgaans zonder al te grote problemen verlopen, binnen de perken worden gehouden.

Het aanbrengen van schuilmogelijkheden stuit bij kalkoenhouders op weinig weerstand, zo toont Duits onderzoek aan. De andere punten zijn in een ”normale bedrijfsvoering” niet mogelijk, stelt Van Niekerk vast.

2028 einde vrijstelling

In 2028 zou er een einde moeten komen aan de vrijstelling die kalkoenhouders nu nog hebben van het verbod op de ingrepen die ze bij hun dieren plegen. Het behandelen van de snavels van kalkoenen mag dan niet meer. Maar dat lijkt, gezien het bloed dat dan gaat vloeien, niet zo’n goed idee. Beter dus om maar helemaal te stoppen met de kalkoenenhouderij? Van Niekerk trekt deze vergaande conclusie niet. De opmerkingen die ze maakt over kostprijsverhoging en mentale belasting voor de kalkoenhouder doen eerder vermoeden dat ze adviseert om door te gaan met het behandelen van de snavels.


Nederland telt ruim 25 kalkoenhouders. Berichten over vogelgriep bij deze bedrijven geven inzicht in de huidige aantallen dieren per bedrijfslocatie. Die variëren tussen de 23.000 en 38.000. Vrijwel altijd bestaat één locatie uit meerdere stallen. Over de bezetting per stal is weinig bekend. Bedrijven met een Beter Leven Keurmerk 2 sterren moeten zich houden aan 6,25 kalkoenen per vierkante meter staloppervlak/maximaal 35 kg ”levend gewicht” per vierkante meter, vanaf een leeftijd van 7 weken. Bij de gangbare kalkoen is dat resp. 48 kg en 58 kg. Een vetmestronde duurt ongeveer 16 weken voor hennen en en paar weken langer voor de hanen. Hennen wegen voordat ze naar de slacht gaan circa 10 kg, hanen zijn twee keer zo zwaar. (Bron pluimveebedrijf.nl)

Lees meer over Ingrepen bij dieren in de veehouderij