Dit blog gaat over dierenwelzijn en alles wat daarop van invloed is: in positieve en negatieve zin. Of er sprake is van dierenwelzijn is afhankelijk van de omstandigheden waaronder we dieren houden, de (on)mogelijkheden die er voor de dieren zijn om soorteigen gedrag te vertonen, om zichzelf te zijn en zich te ontplooien. Van invloed zijn ook bedreigingen, zoals dierziekten, klimaatverandering, milieuverontreiniging, rampen en oorlogen.
Dierenwelzijn is niet iets statisch. Ons denken over dieren verandert. Bij wetenschappers en ook bij een ruime meerderheid van de Nederlanders. Denken óver dieren verschuift naar denken vanuit het perspectief ván (individuele) dieren. Dat heeft gevolgen voor onze opvattingen over dierenwelzijn. Velen beschouwen kleine stapjes die het welzijn van dieren verbeteren, niet langer als toereikend. Steeds vaker wordt gesproken over dierwaardigheid.
Beide begrippen – dierenwelzijn en dierwaardigheid – worden nogal eens door elkaar gehaald. Dat leidt tot misverstanden, want ze betekenen iets anders. De mate van dierenwelzijn kan toe- of afnemen, de toestand waarin een dier verkeert is dierwaardig of niet. Een beetje aantasting van dierwaardigheid is al direct problematisch en kan als dieronterend worden beschouwd. In mijn publicatie Naar een dierwaardige samenleving ga ik hier nader op in.
In dit blog – volledig AI-vrij – volg ik de veranderingen die gaande zijn in het denken over dieren, met speciale aandacht voor wetenschap, dierethiek, politiek, wetgeving en gerechtelijke uitspraken. Daarnaast hou ik een dossier bij over het gedrag en de gedragsbehoeften van paarden, runderen, varkens, kippen, konijnen, geiten en schapen.
Nieuw kabinet pakt draad AMvB dierwaardige veehouderij weer op
”Rond de zomer” van 2026 krijgt de Tweede Kamer de ontwerp-AMvB Dierwaardige Veehouderij voor behandeling aangeboden. Dit staat in het coalitieakkoord van D66, CDA en VVD. Het nieuwe kabinet gaat de draad van de AMvB dierwaardige veehouderij weer oppakken en stelt hiervoor subsidies en fiscale maatregelen in het vooruitzicht. Nog onbekend is om hoeveel geld het gaat.
Uit het coalitieakkoord valt niet af te leiden of het nieuwe kabinet grote wijzigingen gaat aanbrengen in de op 24 juni 2025 door voormalig landbouwminister Wiersma gepresenteerde concept-regeling AMvB dierwaardige veehouderij. De behandeling van die conceptregeling is vorig jaar door de val van het kabinet stop gezet. Officieel moesten er in 2025 regelingen komen voor het realiseren van een dierwaardige veehouderij in 2040. Die deadline was in 2024 door toedoen van D66 en VVD in de Wet dieren opgenomen.
Veel punten zijn open gelaten in het coalitieakkoord. Ook over de nieuwe ontwerp-AMvB en een eventuele aanpassing ervan, doen de coalitiepartijen geen nadere mededelingen. Wel verwijst het akkoord naar afspraken uit het Convenant Dierwaardige Veehouderij. ”Zoals ook in het convenant afgesproken, wordt in deze kabinetsperiode een landelijke autoriteit dierwaardige veehouderij ingesteld, verantwoordelijk voor de monitoring van de dierwaardigheidsnormen. De autoriteit adviseert ook over een eventuele benodigde aanpassing van het tijdspad voor inwerkingtreding van de normen, mede gebaseerd op wat haalbaar is in de praktijk. Dit gebeurt in afstemming met de Convenantpartners.”
Meer over de Conceptregeling AMvB dierwaardige veehouderij, klik hier
Koeien in Friesland met antistoffen tegen vogelgriep
Op een Fries melkveebedrijf met 72 melkkoeien in de gemeente Noardeast-Fryslân (in de buurt van Kollum) zijn bij vijf koeien antistoffen aangetroffen tegen hoogpathogene vogelgriep H5N1. De antistoffen zijn gevonden na onderzoek vanwege een besmetting van een kat met vogelgriep. De kat, die inmiddels is overleden, was afkomstig van de melkveehouderij.
Dit bericht wordt geregeld bijgewerkt.
Op het bedrijf is na bemonstering van alle melkgevende koeien geen actief virus aangetroffen, niet in de melk en niet in het bloed. De aanwezigheid van antistoffen duidt wel op een doorgemaakte infectie met het virus. Zeker één van de koeien had medio december last van een uierontsteking en ademhalingsproblemen, aldus het Ministerie LVVN.
Nog veel onduidelijk
De berichtgeving over de besmetting op het Friese melkveebedrijf is verre van volledig. Zo is nog onduidelijk om welk virustype het ging bij de overleden kat. Bekend is dat het een H5N1-virus is, hoogpathogeen, maar over het subtype zijn nog geen mededelingen gedaan. Ook is niet duidelijk waarom er zo lang is gewacht met het testen van de koeien. Bij de overleden kat is al op 26 december vastgesteld dat het om vogelgriep ging. Het is niet bekend gemaakt of op dat moment al duidelijk was dat de kat bij het melkveebedrijf hoorde. Daar zijn pas op 15 en 22 januari monsters genomen.
Verder zijn er onduidelijkheden over het verloop van het onderzoek, wat standaard is en wat niet. Monitoring van melkvee blijkt doorgaans beperkt te gebeuren. Alleen bij melkveebedrijven in de directe omgeving van een met vogelgriep besmet pluimveebedrijf, worden melkmonsters afgenomen en onderzocht op de aanwezigheid van vogelgriepvirus en antistoffen tegen vogelgriep. De dichtstbijzijnde besmettingsgevallen bij pluimvee deden zich voor in Drogeham (14 november) en Opende (17 november), beide zuidelijker gelegen dan de gemeente Noardeast-Fryslân. De overheid doet geen mededelingen over onderzoek bij melkveebedrijven in de nabijheid van besmette pluimveebedrijven.
Wie heeft wie besmet?
Wur.nl wijdt een speciale pagina aan het geval van vogelgriep bij koeien. Grote vraag is wie wie heeft besmet: de kat de koeien of omgekeerd. Op de wur.nl pagina staat: ”We kunnen op dit moment niet vaststellen of uitsluiten dat er een direct verband is tussen de besmetting van de kat en de koe op hetzelfde bedrijf. De besmettingen kunnen onafhankelijk van elkaar zijn ontstaan, bijvoorbeeld door blootstelling aan in de omgeving aanwezige wilde vogels (doordat de kat een dode of zieke wilde vogel heeft gegeten).
Volgens Wur.nl is het nog steeds waarschijnlijk dat wilde vogels de oorzaak zijn van de besmetting van koeien met antistoffen. ”Ze zijn mogelijk blootgesteld aan de ontlasting van besmette vogels, of hebben direct contact gehad met een besmet vogelkadaver, of een virus dragend vogelkadaver is in contact gekomen met het voer van de runderen. Het is ook mogelijk dat de kat besmet is geraakt door het eten van besmette melk van de koe.”
Primeur
De vondst van antistoffen bij het Friese melkvee is voor zover bekend de eerste in Europa. Het toont de kwetsbaarheid van deze sector voor de introductie van een zeer besmettelijke dierziekte, die steeds meer slachtoffers onder zoogdieren maakt. In de VS was in 2024 en 2025 een grote uitbraak van vogelgriep bij koeien. In Nederland heerst sinds oktober vorig jaar bij pluimveebedrijven in het hele land weer volop vogelgriep. Er worden veel dode vogels gevonden en ook vossen blijken besmet.
Dat Friesland de ”primeur” heeft van koeien met antistoffen, hoeft niet te verbazen. Onderzoek in opdracht van het Ministerie naar 47 afgeschoten vossen in Friesland leidde tot een alarmerend resultaat: twee vossen testten positief op het virus (waarvan één duidelijk ziek was) en bij 22 van de 47 onderzochte dieren werden antistoffen gevonden. Hetgeen erop duidt dat deze dieren met het virus in aanraking zijn geweest. (wur.nl)
Lees ook: Vogelgriep van koe naar koe, naar kat, naar kip, naar mens, naar varken, naar wilde vogels
Het grote vergassen van kippen met CO2 is weer begonnen
Het vergassen van pluimvee dat is besmet met vogelgriep, krijgt in de media weinig tot geen aandacht. Nu het doden van kippen weer in volle gang is dringt de vraag zich op: hoe gaat dat in z’n werk? Gebeurt het allemaal wel zo efficiënt als wordt beweerd?
Stallen vol met tienduizenden kippen. Het is niet eenvoudig om die zo snel mogelijk te doden als er een uitbraak is van vogelgriep. ”Ruimen” wordt het genoemd. In feite gaat het om het ”vergassen” met koolstofdioxide, CO2 . Een methode die bij een gemiddeld bedrijf circa zeven uur in beslag neemt. De kosten bedragen, afhankelijk van de grootte, circa €100.000 per locatie.
Vogelgriep zijn gang laten gaan, kan gezien de enorme concentratie aan dieren in ons land tot dramatische gevolgen leiden. Stallen vol met kippen zijn zeer productieve virusfabrieken. Vandaar dat de overheid bij een uitbraak op een bedrijf laat weten dat alle dieren in stallen ter plekke worden gedood. Daarbij wordt echter nooit verteld hoe dat precies in z’n werk gaat.
Kamervragen
In 2022 stelde de Partij voor de Dieren hierover Kamervragen. De antwoorden van toenmalig landbouwminister Carola Schouten zijn nog altijd actueel. Volgens Schouten is stalvergassing met behulp van CO2 ”op grond van dierenwelzijn” de aangewezen methode. De Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE) heeft deze methode als standaard erkend.
De dieren worden bij stalvergassing niet levend verplaatst, wat stress voorkomt, aldus Schouten. De dieren raken door het gas bewusteloos voordat ze dood gaan. Daarnaast is het de meest veilige methode voor de gezondheid van het personeel, geeft Schouten aan. Bij de toepassing van deze methode hoeven maar weinig mensen in de stal te komen Dat is wel zo veilig aangezien het om een potentiële zoönose gaat.
Om een stalvergassing met CO2 uit te kunnen voeren moeten de kieren in de stal worden gedicht. Dit gebeurt meestal door deze met plastic af te plakken. Daarna wordt de gaskraan open gedraaid en de CO2 via sprinklers door de stal verspreid. Binnen 10 minuten nadat het (verwarmde) CO2 -gas in de stal is gebracht, zijn de dieren bewusteloos en binnen 30 minuten zijn ze dood.
CO2 zorgt voor sterk prikkelende sensatie
Wat er in die tussentijd precies gebeurt, kunnen maar weinig mensen vertellen en maakte ook Schouten destijds niet bekend. Het is in elk geval niet zo dat de dieren ter plekke dood neervallen, zonder dat ze er iets van merken. CO2-bedwelming geeft een snelle bewusteloosheid voordat de dood intreedt, zegt kippendoder Harm Kiezebrink. Dat klinkt redelijk geruststellend. Maar: ”Het gas zorgt voor een sterk prikkelende sensatie en het dier laat angstreacties zien. Het ervaart stress. De methode wordt als redelijk diervriendelijk bestempeld, maar het kan beter.”
Uit wetenschappelijk onderzoek (dissertatie van Marien Gerritzen uit 2006) blijkt dat er tijdens de CO2 vergassing dieren zijn die met de kop schudden, zwaarder ademhalen en hijgen voordat ze in elkaar zakken of omvallen.
Nieuwe methode met stikstof
Kiezebrink heeft om die reden een nieuw methode ontwikkeld, met stikstof, schuim en zonder zuurstof. Pluimveeweb editie 6, 2025 besteedde er aandacht aan. De zogeheten anoxia-methode is vooralsnog alleen geschikt voor toepassing in kleine of grotere containers. Door het doden met stikstof is er volgens Kiezebrink geen stress. ”Een dier merkt het verschil niet in een verhoging van de stikstofniveau’s, Ze reageren niet. De kippen sterven op een gelukzalige manier”.
Welzijnscommissie dierziekten
Hoe het de kippen in de met CO2 volgespoten stallen vergaat, zou de welzijnscommissie dierziekten moeten weten. Deze commissie is in 2017 ingesteld om erop toe te zien dat de vergassingen volgens de regels verlopen. Het laatste verslag dateert van het vogelgriepseizoen 2021-2022 en vertelt niets over het lijden van de dieren. Wel blijkt eruit dat lang niet elke vergassing vlekkeloos verloopt.
De commissie was in die periode bij 13 van de 98 ruimingen aanwezig en meldt dat er zich bij drie van de ruimingen storingen voordeden in de meetunits, zodat de leden niet konden vaststellen of er voldoende gas in de stallen kwam. In acht gevallen is de vergassing ”goed verlopen”, aldus de commissie, maar in twee gevallen trad er vertraging op en werd er niet tijdig weer geventileerd. Ook heeft de commissie vernomen dat er in één geval na vergassing nog 150 dieren leefden. ”Deze dieren zijn vervolgens gedood door ervaren personen middels cervicale dislocatie.” Dat betekent: iemand heeft hun nek gebroken.
Uit de door het ministerie van LNV vrijgegeven verslagen van de vergassingen blijkt dat na elke vergassing wordt gekeken hoe de dode dieren erbij liggen. Is er sprake van een gelijkmatige verdeling van de dieren over de stalvloer, dan zou dat op een zekere rust tijdens het vergassingsproces duiden. Ook wordt gecheckt of alle dieren dood zijn.
Pottenkijkers niet gewenst
Pottenkijkers zijn bij vergassingen niet gewenst, zo ervaarde fotograaf Olivier Middendorp. Hij wilde foto’s maken van de ruiming in 2020 van een nertsenhouderij waar corona was vastgesteld. De NVWA wees zijn verzoek af, de rechter stelde deze instantie in het gelijk. Een van de argumenten was dat het om een besmettelijke dierziekte ging, om een zoönose zelfs. ”Een en ander betekent dat besmette nertsen enorme risico’s meebrengen voor zowel soortgenoten als mensen, wat – mede met het oog op de inperking van het (grote) gevaar voor de volksgezondheid – noopt tot uitzonderlijke maatregelen, waaronder begrepen een (maximale) beperking van de aanwezigheid van personen op het terrein van de nertsenfokkerijen en dus ook bij de ruiming ervan.”
Goed moment voor vaccinatie tegen vogelgriep

De blaadjes vallen van de bomen, trekvogels uit het noorden en oosten strijken neer. Een goed moment om al het pluimvee in Nederland in te enten tegen vogelgriep. De eerste besmettingen van het seizoen hebben zich al weer voorgedaan. Er zijn vaccins, maar het Ministerie van Landbouw heeft het licht nog niet op groen gezet.
Agrarisch Nederland beroept zich graag op zijn koploperspositie. Als het om vaccinatie tegen vogelgriep gaat, is het echter traagheid troef. Terwijl het bedrijf MSD Animal Health al toestemming heeft van de Europese Commissie om het Innovax H5-vaccin op de markt te brengen, wacht het Nederlandse pluimvee nog op de inzet van twee vaccins: VECTROMUNE® AI van CEVA Animale en VAXXITEK HVT-IBD-H5 van Boehringer Ingelheim. Beide blijken goed te werken (hoewel de Wageningse onderzoeker Kim Bouwman daar wel enige kanttekeningen bij plaatst), maar voor een grootschalige toepassing is Nederland nog niet klaar. Hier testen en onderzoeken we nog even door.
De bekende Belgische viroloog Marc van Ranst uitte in Nieuwsuur (uitzending 28 november, vanaf 29.50) de nodige reserves bij het idee dat vaccinatie de ultieme remedie is tegen vogelgriep. Hij kwam met de bekende argumenten, een echo uit het MKZ-verleden: gevaccineerde dieren kunnen besmet raken, ze kunnen ook virus overdragen en ”op den duur krijg je een hele obscure situatie, waar je niet goed weet wat er allemaal aan de hand is.”
Bouwman beaamt: “Uit monitoring in het veld blijkt dat binnen een gevaccineerd koppel individuele kippen sterk kunnen verschillen als het gaat om de hoeveelheid beschermende antilichamen. Dit beïnvloedt de transmissie. We kunnen zonder de aanvullende gegevens uit latere fasen van deze veldstudie daarom nog geen conclusies trekken over langdurige bescherming tegen virusoverdracht.” Nadere resultaten worden binnenkort verwacht. Het ziet er wel naar uit dat een enkele vaccinatie niet voldoende is. Een tweede vaccinatie op een leeftijd van 12 weken kan noodzakelijk zijn.
Lees het interview met Thijs Kuiken over vaccinatie vogelgriep op de website van de Correspondent. Vogelgriep blijft gevaarlijk, ook al wordt er gevaccineerd. Maar dat is geen reden om ervan af te zien.
Nederland exportland
Al dat wachten komt de pluimvee-industrie wel goed uit. Daar openbaart zich elk jaar weer een strategie om vaccinatie zo lang mogelijk uit te stellen. Dat heeft alles te maken met Nederland-exportland. Individuele pluimveehouders willen wel vaccineren, maar mogen of kunnen niet. Handelaren vrezen dat ze hun gevaccineerde vlees en eieren niet meer kwijt kunnen op de Europese en wereldmarkt.
In het AD van 13 november 2025 geeft Bart-Jan Oplaat (broer van BBB-senator Gert-Jan en bekend vertegenwoordiger van de pluimvee-industrie) aan: ”Vanwege de mogelijke internationale gevolgen is het ministerie van Landbouw voorzichtig met het massaal vaccineren van pluimvee tegen vogelgriep.” Er loopt een onderzoek naar handelsbelemmeringen. De resultaten worden naar verwachting begin 2027 afgerond.
”Het is een dilemma. Vanwege de uitbraken willen we liever vandaag dan morgen een vaccin, maar we willen niet dat door het vaccin de handel instort. We moeten voorkomen dat om niets de grenzen worden gesloten.” (…) ”Lever ik eieren van een gevaccineerde kip aan een koekjesfabriek in Duitsland, die zijn product naar het Verenigd Koninkrijk exporteert, dan kan dat problemen veroorzaken”, aldus Oplaat.
Kees de Jong, voorzitter pluimvee van LTO, verwacht dat er niet eerder dan 2030 gevaccineerd gaat worden. ”Wereldwijd moet er nog veel gebeuren voordat vaccinatiebeleid kan worden uitgerold”, zegt hij op pluimveeweb.nl. ”We moeten zorgvuldig te werk gaan en de rest van de wereld meenemen in dit proces.”
Producten met eieren van gevaccineerde kippen per ongeluk de grens over
Nu zowat iedereen in de pluimvee-industrie als het om vaccinatie gaat gewaarschuwd is, blijken er toch producten met eieren van gevaccineerde kippen van een bedrijf dat meedoet aan een proef, de grens over te zijn gegaan. Afgesproken was, ook met handelspartners, dat alles in Nederland zou blijven om handelsbelemmeringen te voorkomen. Maar die afspraak is kennelijk moeilijk na te leven.
Demissionair minister Wiersma in een brief aan de Tweede Kamer: ”Nadat dit is gebleken, heb ik in samenspraak met de toezichthouders direct actie ondernomen. Vanaf dat moment zijn alle industrie-eieren afkomstig van het pilotbedrijf geblokkeerd, deze worden tot nader order niet verwerkt totdat er een aangescherpt kanalisatieprotocol is opgesteld door de pluimveesector en het toezicht verder is versterkt.”
De één z’n dood is de ander z’n brood
Naast het gedoe over handelsbelemmeringen speelt een al langer bekend fenomeen: de één z’n dood, is de ander z’n brood. Zolang elders de kippen dood neervallen, beuren de kippenboeren hier meer geld voor de eitjes. De eierprijzen zijn al maanden extreem hoog. Vandaar telkens dat uitstel van vaccinatie. Deze strategie heeft in het recente verleden miljoenen dieren het leven gekost. En het welzijn van nog eens tientallen miljoenen kippen geschaad door een langdurige ophokplicht. Om nog maar te zwijgen over een mogelijke overdracht van virus vanuit de dichtbevolkte besmette stallen (ook wel ”virusfabrieken” genoemd) naar de wilde vogels.
Update 27 januari 2026
Vogelgriep slaat toe in de Nederlandse pluimvee-industrie (legkippen, vleeskuikens, vleeseenden, kalkoenen): uitbraken in Gasselternijveenschemond, Dodewaard, Hummelo, Toldijk, Bennekom, Emmeloord, Swifterbant, Drogeham (2x), Opende, Terschuur (2x), Streefkerk, Holwierde, Bornerbroek, Tienray, Helden, Zeewolde, Hierden, Nijkerk, Dalen (2x), Ermelo, Uitwijk, Ysselsteyn (3x), Veulen, Deurne, Creil, Oisterwijk, Kesteren, Bornerbroek (2x).
Groot aantal dode en zieke wilde vogels gevonden in alle provincies. Een kwart van de onderzochte levende eenden in Nederland draagt de zeer besmettelijke vogelgriepvariant H5N1 met zich mee, meldt NRC. De deskundigengroep dierziekten acht de kans op besmetting bij bedrijven zeer hoog.
In de stallen van de pluimvee-industrie zijn sinds 7 oktober 2025 1.920.000 dieren vergast. Dat is gerekend over een periode van 110 dagen gemiddeld 16.681 dieren per dag.
Het Ministerie van LVVN spaart zo nu en dan ook levens. Zoals die van dieren in een petshop in Wadenoyen. Daar werden 325 vogels en enkele zoogdieren, zoals konijnen, gehouden. ”Het ruimen van alle aanwezige vogels is in dit geval niet proportioneel. Daarom wordt goed gekeken welke dieren wel en niet geruimd worden. Vogels die niet worden geruimd, worden apart gehouden en op een later moment opnieuw getest.”
Lees meer over Dierenwelzijn, diergezondheid en vogelgriep
Het grote vergassen van kippen met CO2 is weer begonnen
Doe mee aan de ontwikkeling van de Mellorator

Een team van Australische wetenschappers ontwikkelt een app waarmee je kunt nagaan of jouw dieren een gezond en gelukkig leven leiden. De app verkeert nog in de pilotfase. Wie een bijdrage wil leveren aan de verdere ontwikkeling van de zogeheten Mellorater, kan zich aanmelden via de website.
De app is vernoemd naar David J. Mellor, pionier op het gebied van dierenwelzijn en bekend van het zogeheten vijf domeinenmodel. Op basis van de vijf domeinen van Mellor kwam de Raad voor Dierenaangelegenheden in 2021 tot een zienswijze over dierwaardige veehouderij.
De Mellorater nodigt diereneigenaren en -verzorgers uit om op een schaal aan te geven in hoeverre ze het eens zijn met 18 stellingen over voeding, omgeving, gezondheid en gedragsinteracties.
Vogelgriep van koe naar koe, naar kat, naar kip, naar mens, naar varken, naar wilde vogels

De uitbraak van vogelgriep in de VS bij talrijke diersoorten is van een niet eerder vertoonde omvang. De autoriteiten slaagden er lange tijd niet in het hoogpathogene virus H5N1 onder controle te krijgen, ondanks het miljard aan dollars dat de regering Trump beschikbaar stelde. Het geld was vooral bedoeld om de economische gevolgen van de crisis in de pluimvee-industrie te verzachten en te helpen het virus buiten de deur te houden. Iets wat maar ten dele is geslaagd: na een periode van rust in de zomer van 2025, signaleert de Scientific American: ”Birdflu is back again”. Ook in 2026 doen zich nog geregeld uitbraken voor bij pluimveebedrijven.
Het virus heeft in 2024 in de VS een unieke sprong gemaakt naar melkvee. Het totaal aantal besmette melkveebedrijven is sinds maart 2024 gestegen naar 1084 (stand 13/12/2025), in 18 staten. In de staat California heeft zich sinds augustus 2024 een enorme piek voorgedaan met 773 besmette bedrijven. Medio 2025 lijkt het ergste voorbij. Er komen berichten over een stijgende melkproductie. Het aantal koeien neemt na een gestage daling weer toe en ook de melkgift per koe. Maar de officiële besmettingscijfers worden – sinds Trump aan de macht is – niet vertrouwd. Federale ambtenaren hebben sindsdien geen enkele briefing gehouden over de uitbraak van vogelgriep, meldt de NYT.
De EFSA heeft in mei 2025 een rapport gepubliceerd over het risico van het HPAI-virus H5N1, Euraziatische gans/Guangdong clade 2.3.4.4b, genotype B3.13. Gaat ook over mogelijk verspreidingsroutes naar Europa. Op 16 december 2025 verscheen een rapport over wat de gevolgen zouden zijn als het virus de EU bereikt.
Aan een catastrofe ontsnapt?
Hoewel het gevaar zeker nog niet is geweken (in het najaar van 2025 zijn er tientallen uitbraken bij pluimvee, incidenteel zijn er meldingen van besmettingen bij koeien), heeft het er vooralsnog alle schijn van dat de bevolking van de VS aan een catastrofe is ontsnapt. In het tijdschrift Science meldden onderzoekers in december 2024 dat het vogelgriepvirus dat huishoudt onder koeien, is gemuteerd. Het hecht zich daardoor beter aan cellen die bij mensen voorkomen in de bovenste luchtwegen. Na een jaar vol uitbraken stellen wetenschappers vast: aanhoudende verspreiding van H5N1 HPAI binnen melkvee verhoogt het risico op infectie en de daaropvolgende verspreiding van het virus naar mensen en andere gastheerpopulaties. (Science, 25 april 2025)
Op de website van Nature verscheen op 16 januari 2026 een artikel van een reeks wetenschappers over de aanpassing van het virus in koeien, waardoor het zich beter kan vermenigvuldigen in deze diersoort en het gevaar van een besmetting bij mensen blijft bestaan.
Al eerder was gebleken dat bij een ernstig zieke patiënt in Louisiana die het virus had opgelopen door contact met besmet pluimvee, zich een mutatie had voorgedaan, hoogstwaarschijnlijk direct na infectie met het H5N1 clade 2.3.4.4b type D1.1. Dit type circuleerde ook onder melkvee in Nevada.

In december 2025 verscheen een opmerkelijk onderzoek van de universiteit van Iowa. De melkklieren van productiedieren zoals schapen, geiten, runderen en alpaca’s, maar ook van varkens en mensen, bevatten dezelfde sialinezuurresiduen waaraan het virus dat in de VS circuleert zich bij melkvee kon hechten. Nader onderzoek is nodig.
Na acht maanden een omvangrijk testprogramma
Maandenlang heeft het virus in 2024 zijn gang kunnen gaan. Pas begin december van dat jaar – acht maanden na de eerste uitbraken – komt het Amerikaanse landbouwministerie met een landelijk testprogramma voor nader onderzoek naar rauwe (ongepasteuriseerde) melkmonsters. Veehouders moeten daaraan meewerken.
Het programma heeft niet alleen als doel om meer te weten te komen over de aanwezigheid van virus en te adviseren over preventieve maatregelen, maar ook om staten waar geen virus meer wordt aangetroffen H5N1-vrij te kunnen verklaren. Dat zal niet eenvoudig zijn. Er zijn verschillende virusstammen aangetroffen, waaronder het hierboven genoemde H5N1 type D1.1. Ook is er in de staat Arizona in de melk een nieuwe introductie van H5N1-virus aangetroffen, rechtstreeks afkomstig van wilde vogels.
Meerdere diersoorten
Het virus heeft zich inmiddels verspreid onder meerdere diersoorten. Het gaat al sinds 2022 rond onder pluimvee en dat zorgt voor, wat virologen noemen, een hoge virusdruk. Het virus verspreidt zich sinds 2024 van koe naar koe, naar kat, naar kip, naar mens, naar varken, naar wilde vogels.
Eind oktober 2024 is voor het eerst H5N1 aangetroffen bij een varken in Oregon. Het varken bevond zich op een hobbyboerderij, waar pluimvee besmet was geraakt met H5N1. In januari 2025 komen er berichten dat er zich op een commerciële eendenboerderij in California een mix heeft voorgedaan van H5N1 en H5N9. In maart 2025 komen de eerste berichten over een besmetting met H7N9 bij een pluimveebedrijf in Mississippi.
Besmettingen doen zich voor bij mensen die werken met koeien en assisteren bij het doden van pluimvee. Hun aantal neemt toe. Het Amerikaanse CDC spreekt inmiddels van een matig tot hoog risico. Ook doen zich besmettingen voor bij mensen die niet direct konden worden herleid tot contact met besmette dieren. Begin januari 2025 overleed de eerste Amerikaanse patiënt (met onderliggend lijden) aan een infectie met vogelgriep.
Het virus is aangetroffen bij katten, die er ernstig ziek van zijn geworden/aan dood zijn gegaan. Vermoedelijk hadden zij gedronken van rauwe melk of gegeten van besmet vlees. Begin maart 2025 is er een partij kattenvoer teruggeroepen omdat het besmet was met vogelgriep. Het rundvlees lijkt vooralsnog veilig. De consument heeft wel adviezen gekregen over de bereiding ervan. Zo moeten hamburgers tot minimaal 74 graden Celsius worden verhit.
”Bestrijding tot dusver mislukt”
De Amerikaanse viroloog Rick Bright zei in oktober 2024 naar aanleiding van talrijke besmettingen op melkveebedrijven in California in de Los Angeles Times dat de bestrijding van het virus tot dan toe was mislukt. Circa 10-15% van de besmette koeien in deze staat hebben de virusgolf niet overleefd. Dode dieren werden langs de kant van de weg gelegd. In die staat is ook op veel plaatsen H5N1-virus in het rioolwater aangetroffen.
Melkveehouders in de meeste staten waren, onder het motto ”Don’t test, don’t tell”, lange tijd terughoudend met het testen van vee, van zichzelf en van hun medewerkers. De situatie doet sterk denken aan wat we in Nederland hebben meegemaakt met de Q-koortsuitbraak in 2007. Toen lieten noodzakelijke maatregelen lang op zich wachten. Het belang van de volksgezondheid was ondergeschikt aan het belang van de veehouderij. Nog altijd tellen in ons land economische belangen zwaarder, zoals blijkt uit de moeizame totstandkoming van een vaccinatiecampagne tegen vogelgriep bij pluimvee.
Roep om vaccinatie
In de VS daarentegen begint de nood nu wel erg hoog te worden. Het virus blijkt bij besmette koeien inmiddels te leiden tot 10-15% sterfte. Al in september 2024 pleiten de grootste eier-, kalkoen- en zuivelorganisaties voor vaccinatie. Sinds 2022 zijn in de Verenigde Staten zo’n 175 miljoen kippen, kalkoenen en andere vogels gedood.
In februari 2025 komen de eerste berichten uit de VS dat vaccinatie van pluimvee onder voorwaarden is toegestaan. Vaccinproducent Zoetis heeft een licentie gekregen. Tegelijkertijd zijn er signalen dat de pluimveehouders vaccinatie tegenhouden vanwege handelsbelangen. Volgens Newsweek heerst er angst dat vaccinatie de exportmarkt voor pluimvee, goed voor bijna 6 miljard dollar, zou kunnen verwoesten. Maar de berichten over een vaccinatieplan houden aan.
De ontwikkeling van een mRNA-vaccin ter bescherming van mensen ligt vrijwel stil, sinds antivaxer minister Robert Kennedy besloot erop de bezuinigen.
Gesleep met vee
De uitbraak van vogelgriep in de VS confronteert het publiek aan de andere kant van de oceaan met de kwetsbaarheid van de melkvee-industrie. Berichten in de media laten zien hoe risicovol de concentratie van grote aantallen dieren en het gesleep met vee kan zijn voor de volksgezondheid. Het virus komt via de melk angstwekkend dicht bij de mens. Wetenschappers houden rekening met meerdere mutaties. “Ik denk dat het alle kanten op kan”, zei Caitlin Rivers, epidemioloog bij het Johns Hopkins Center for Health Security op 5 december 2024 in Science. Een nieuwe variant die is opgedoken bij vogels, baart grote zorgen.
Tot de consument dringt door dat er iets aan de hand is in hun voedselsysteem
Hoe groot het gevaar kan zijn, blijkt uit het volgende: in de rauwe melk van besmette koeien werden in 2024 enorme hoeveelheden virus aangetroffen. Ook in één op de vijf monsters van melk in de supermarkt in 38 staten zaten virusdeeltjes. Als je besmette melk uit de supermarkt drinkt, word je niet ziek omdat deze gepasteuriseerd is. Maar rauwe melk van besmette koeien blijkt wel te zijn geleverd aan supermarkten in de staat California. De melk is teruggeroepen. Onbekend is hoeveel mensen en andere zoogdieren van de melk hebben gedronken. Ander gevolg: schaarste aan eieren leidde tot flinke prijsstijgingen met wel 37%.
Zo dringt steeds meer tot de consument door dat er wel iets aan de hand is in hun voedselsysteem.
.
>> Lees meer Koeienvirus H5N1 aangetroffen bij pluimvee
Dierenwelzijn, diergezondheid en vogelgriep
Berichten en artikelen op dit blog worden indien nodig geregeld bijgewerkt
Weidegang in intensief-technologische melkveehouderij dreigt te verdwijnen

Weidegang is een wezenskenmerk van een dierwaardige rundvee- en melkveehouderij. Veel gedragsbehoeften van runderen komen het beste buiten in de wei tot hun recht. Dat is geen verzinsel van de mens. Koeien zijn zeer gemotiveerd om naar buiten te gaan, zo blijkt uit onderzoek. Maar het gaat niet goed met de weidegang. Althans in de gangbare melkveehouderij.
Ondanks afspraken in 2012 (convenant weidegang) met als doel om in 2030 op minimaal 81,2% van de melkveebedrijven een vorm van weidegang toe te passen, stagneert de vooruitgang. Na tien jaar van toename – mede dankzij de invoering van weidepremies – is er in de gangbare melkveehouderij al een daling te zien. De tijd dat de koeien buiten zijn neemt af. En niet zo’n klein beetje ook. In 2013 was het gemiddelde aantal weide-uren op jaarbasis 1.725 uren. In 2022 was dat gedaald met 22,4% naar 1.338 uren. (Deelrapportage behoud weidegang WUR).
Schaalvergroting
Er worden tal van oorzaken voor deze daling aangevoerd, zoals weersomstandigheden en controle over de voerinname. Maar bij analyses ontbreekt vaak de hoofdoorzaak: een toenemende schaalvergroting in combinatie met een efficiënte bedrijfsvoering en het onder controle houden van emissies. WUR wijst in de deelrapportage onder meer op premies voor verlaging van broeikasgassen. Die kunnen een negatief effect hebben op weidegang. Het wordt om die reden financieel aantrekkelijk gemaakt om de koeien binnen te houden.
Ook het Planbureau voor de Leefomgeving heeft oog voor deze ontwikkeling. “Het landschap zal leger worden doordat dieren eigenlijk jaarrond vooral in stallen zullen moeten staan om de staltechniek maximaal te benutten. Koeien in de wei zijn een beeld uit het verleden geworden”, voorspelt dit instituut bij voortzetting van een intensief-technologisch scenario.
Gebrek aan grote huiskavels
Lang niet alle bedrijven beschikken over voldoende hectares aangrenzend aan de stal, waarop meer dan 100 koeien kunnen worden geweid. Daar komt bij dat koeien die buiten lopen het gras vertrappen en mest achterlaten. Deze percelen zijn moeilijk in te passen in een uitgekiend systeem van maaien en bemesten.
Weidegang is lastig, zo niet onmogelijk op een melkveehouderij die elke input en output tot op de vierkante meter heeft uitgerekend. Om toch nog de weidepremie te incasseren, mogen de koeien naar buiten op kleine percelen. Het is duidelijk waarneembaar in het buitengebied: grote concentraties vee op een paar snippers grond.
Kennelijk accepteert de Stichting Weidegang schending van de voorwaarde dat de veebezetting niet hoger mag zijn dan 3 tot 5 melkgevende koeien per hectare huiskavel. Inspecties in 2024 hebben in bijna honderd procent van de gevallen geleid tot een positieve beoordeling. Het zal op papier vast allemaal wel kloppen, maar in de praktijk staan de koeien op een kluitje bij elkaar.
Keuze van het dier kan ”meegenomen” worden
De partijen die betrokken zijn bij het realiseren van een dierwaardige melkveehouderij hebben verschillende doelen, zo blijkt uit de Routekaart naar een dierwaardiger en toekomstbestendige melkveehouderij. Alleen de Dierenbescherming is duidelijk voorstander van een melkveehouderij die ”op termijn” alle koeien, ook de kalveren, naar buiten laat gaan. Wat betreft ZuivelNL is het aan de veehouder om te beslissen hoe deze het beste invulling kan geven aan weidegang en dat de keuze van het dier hierin meegenomen kan worden (bijvoorbeeld via vrij koeverkeer).
De Volkskrant besteedde op 17 oktober 2025 in een uitgebreid artikel aandacht aan de gevolgen van stikstofmaatregelen voor het welzijn van dieren. Daarin komt Hans Hogeveen, hoogleraar animal health management aan de Wageningen Universiteit, aan het woord. Hij noemt het risico dat melkveehouders koeien vaker binnen houden, zodat maatregelen beter te controleren zijn. ”Voor de stikstofcijfers werkt dat, voor de dieren niet. Koeien hebben beweging, frisse lucht en weidegang nodig”, zegt Hogeveen. ‘Voor mij staat het als een paal boven water dat koeien graag buiten zijn. Daarom moeten we voorkomen dat stikstofmaatregelen leiden tot nog meer binnenhouden van vee.”
Innovatie: beheer van kudde via app
Tegenover alle sombere berichten over weidegang, staat nieuws van een andere orde: er is een app waarmee boeren hun vee de wei in kunnen sturen, precies naar de plek waar ze mogen zijn. In de wei kan een virtuele zone worden gemaakt. Afrasteringen zijn niet meer nodig. ”Moeiteloos weiden met één druk op de knop”, zo promoot het bedrijf Collie deze innovatie. De koeien dragen een halsband, die signalen (pieptonen en vibraties en indien nodig ”korte impuls”) aan het dier doorgeeft.
Het besturingssysteem van Collie wordt gepropageerd door het platform ikwileerlijkezuivel.nl, opgezet voor de productie van Natura 2000-melk. Het is ”een slimme technologie die melkveehouders helpt om efficiënter, duurzamer en met meer plezier te werken. (…) Het combineert technologische vooruitgang met respect voor dier en omgeving”.
Communicatie bij Collie is eenrichtingsverkeer
Over respect voor de koe gesproken: de digitale Collie heet niet voor niets zo en verwijst naar de honden die op commando van de herder schaapskuddes van A naar B drijven. De keuze van een individueel dier of van meerdere dieren is vooralsnog niet in het systeem meegenomen. De koeien kunnen niet met de boer communiceren of ze wel of niet naar buiten willen. Integendeel. Staat een koe op weg naar de door de boer gewenste plek te treuzelen of wil ze terug, dan krijgt ze een ”korte impuls”, een elektrische schok. ”Puur als laatste redmiddel”, geeft de producent aan.
Turbokippen leggen gouden eieren

De pluimveeindustrie heeft het stadium van de gouden eieren bereikt. Genetisch opgevoerde turbokippen eten minder en produceren steeds meer. Ze zijn inmiddels in staat in 100 weken meer dan 500 eieren te leggen. Extra inkomsten dus én een fikse besparing voor de pluimveehouders. Met eierprijzen die al geruime tijd twee keer zo hoog zijn als vijf jaar geleden, maakt de industrie dikke winsten.
Voergroep Zuid, een grote producent en leverancier van mengvoer, bericht op pluimveeweb.nl over een buikvetmonitor. Daarmee kan de houder van leghennen bepalen of de dieren niet te dik zijn. Hoe meer voer, hoe meer buikvet en dat heeft een negatieve invloed op het aantal eieren dat een kip legt. De zaken gaan kennelijk zo goed dat een bedrijf in diervoeders aangeeft dat kippen beter niet teveel kunnen eten.
Niet alleen genetica en een uitgekiend dieet, ook gezondheid speelt een grote rol bij het behalen van topprestaties. Is het aantal eieren per hen in een kleine dertig jaar tijd met een kwart toegenomen en kunnen ze dat resultaat behalen met een kwart minder voer, virusziekten zijn ondanks vaccinatie moeilijk uit te bannen. Dat komt door mutaties en doordat een strak voerregime kan leiden tot stress, waardoor het immuunsysteem wordt aangetast..
Met andere woorden: de pluimveeindustrie balanceert op het randje van wat mogelijk is. Tien jaar geleden waarschuwde Servé Hermans van fokbedrijf Hendrix Genetics al voor de gevaren van het streven naar de allerefficiëntste kip. “Eigenlijk”, zei Hermans destijds tegen One World, “ben ik heel triest. Ik zie dat het verkeerd gaat. Maar wat kunnen wij doen? Wij maken gewoon kippen.”
Zoveelste onderzoek naar de achterste teen van de haan

Onderzoek na onderzoek, uitstel na uitstel. Nog steeds mogen houders van zogeheten vleeskuikenouderdieren het puntje van de achterste teen van de haan wegbranden, of ”behandelen”, zoals dat heet. Ook al is dat verboden.
De ingreep – die de integriteit van het dier aantast – wordt uitgevoerd op basis van een vrijstelling. In 2021 zou daar een einde aan komen. Er volgde uitstel tot 2023, daarna tot 2025. Het lot van de hanenteen is al enige tijd in handen van een stuurgroep. Daarin is de pluimveesector ruim vertegenwoordigd. De stuurgroep adviseert de minister. Hetgeen betekent: vertragen zolang je kunt, het ministerie van LVVN meewerkt en de Tweede Kamer niet moeilijk doet.
Wageningen Livestock Research gaat nu op tien bedrijven nader onderzoek doen. Daar hebben ze nog tot eind 2026 de tijd voor gekregen.
Nederland telt circa 200 vermeerderings- en opfokbedrijven. Het gaat volgens het CBS om tien miljoen opfokleghennen (inclusief ouderdieren), 4,5 miljoen ouderdieren vleeskuikens en 2,5 miljoen opfokouderdieren vleeskuikens. Hennen en hanen lopen er samen in één stal. Bevruchte eieren gaan naar de broederij. Een sterk op de export gerichte sector, een zeer lucratieve business.
Minder hanen zou een oplossing kunnen zijn
De winstgevendheid van deze sector hangt nauw samen met de productiewijze. Daarin speelt het wegbranden van het puntje van de achterste teen van de hanen een belangrijke rol. Gebeurt dat niet, dan raken de hennen nogal eens beschadigd als de hanen er bovenop gaan zitten om ze te bevruchten. Dit zou verholpen kunnen worden door minder hanen te houden en vooral minder zware hanen, zodat het niet nodig is hun achterste teen af te branden. Maar ja, een productiewijze met minder (zware) hanen betekent uiteindelijk minder omzet en daar houden de pluimveevermeerderaars niet van.
”Als sector moeten we steekhoudende argumenten voor vrijstelling kunnen aandragen bij het ministerie. Hiervoor is praktijkonderzoek cruciaal”, zegt pluimveevoorman Kees de Jong over het nieuw gestarte onderzoek op pluimveeweb.nl. Hij roept bedrijven op om aan het onderzoek mee te werken. Volgens hem is er nog een kleine kans op verdere vrijstelling van het verbod.
Het nieuwe onderzoek behelst maatregelen die het inzetten van hanen zonder ”tenenbehandeling” mogelijk moeten maken: minder hanen (7% minder op 25 weken leeftijd), het lichaamsgewicht van de hanen op een lager niveau houden en een lagere lichtsterkte (10-20 lux) in het begin van de legperiode (tot circa 25 weken leeftijd).
1 juli 2028 is nieuwe streefdatum
Pluimveeorganisatie Avined gaat ervan uit dat er nog wel een paar jaar nodig zijn om van het afbranden van het puntje van de achterste teen af te komen. ”Onderzoek en monitoring van praktijkervaringen met innovaties in stalsystemen en/of managementfactoren zijn erop gericht per 1 juli 2028 de behandeling van de achterste teen bij hanen in de vermeerderingssector verantwoord achterwege te kunnen laten.” (Pluimveevisie 2040)
Partij voor de Dieren wil volgend jaar verbod op nieuwe stallen bio-industrie

Beloofd is beloofd: op 13 oktober 2025 heeft de Partij voor de Dieren een nieuwe versie van een initiatiefwet voor afschaffing van de bio-industrie bij de Tweede Kamer ingediend. Na een advies van de Raad van State is de in 2024 ingediende versie aangepast. De partij wil een spoedig verbod op nieuwe stallen die geen ruimte bieden aan natuurlijk gedrag.
Vanaf 1 januari 2030 zijn – als het aan de Partij voor de Dieren ligt – alle pijnlijke lichamelijke ingrepen verboden. Dan is het niet meer mogelijk biggenstaartjes af te branden, kalfjes te onthoornen, tenen bij hanen te verwijderen, en de snavels van kippen en kalkoenen af te knippen. De termijn van vijf jaar is op aanraden van de Raad van State vastgesteld. Een eerder verbod, zoals aanvankelijk het plan was, zou tot juridische procedures kunnen leiden.
De initiatiefwet zal na de verkiezingen op 29 oktober door de nieuwe Tweede Kamer worden behandeld. Om een einde te kunnen maken aan de bio-industrie is een ingrijpende wijziging van de Wet dieren noodzakelijk. In lijn met een eerdere wetswijziging is het vizier van de Partij voor de Dieren gericht op 2040. Deze termijn is volgens de partij nodig om een meerderheid te krijgen in Tweede en Eerste Kamer.
Bouwstop per 1 juli 2026
De initiatiefwet beoogt dieren niet langer aan te passen aan het systeem, maar het systeem aan te passen aan het dier, aldus de Partij voor de Dieren. Om te voorkomen dat de bio-industrie nog nieuwe stallen gaat bouwen, voorziet de initiatiefwet vanaf 1 juli 2026 in een bouwstop.
Dat zal nog een hele discussie gaan geven, want vertegenwoordigers van de bio-industrie pleiten juist voor het verbouwen of vernieuwen van hun stallen om een dierwaardige veehouderij te realiseren. Dat vraagt volgens de vicevoorzitter Eric Stiphout van de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) om nieuwe staltypen. Op de website van Nieuwe Oogst zegt hij: ”De hokverhouding moet zodanig zijn dat er functiegebieden ontstaan en daglicht de stal binnenkomt. Dagontmesting verbetert het klimaat in de varkensstallen en moet ertoe bijdragen dat de mestkosten dalen.”
Ondertussen gaat schaalvergroting door
De uitspraken van Van Stiphout staan niet op zichzelf. Ze passen binnen het nieuwe denkkader van de intensieve veehouderij. Deze sector wil het liefst uitbreiden om met nog meer dieren in wat ruimere stallen hun lucratieve business te kunnen voortzetten. Er is nog altijd een omvangrijke schaalvergroting gaande. Gerealiseerde uitbreidingen van de afgelopen jaren in bijvoorbeeld de vleeskuikenindustrie zijn daar een voorbeeld van. Zie Megastal met Beter Leven Keurmerk. Hoe dat mogelijk is in tijden van een stikstofcrisis, laat zich raden.
Meer megastallen in melkveehouderij, minder weidegang
Duidelijk is dat de op export gerichte productie van vlees en eieren het tempo en de richting van verandering naar een dierwaardige veehouderij dicteert. En dat er vooral ook een tegengestelde beweging gaande is. Dat geldt zeker voor de melkveehouderij. Eén op de zeven koeien leeft inmiddels in een megastal, zo blijkt uit onderzoek.
Het aantal megastallen in de melkveehouderij (> 250 koeien) is in de periode 2021-2025 met 28% gestegen. Van de 660 megastallen in 2025 tellen 55 locaties meer dan 500 koeien. In 2024 waren het vooral de megabedrijven die geen weidegang toepasten: 45%. De bedrijven die melkkoeien wél naar buiten laten, laten hun dieren doorgaans minder lang in de wei vergeleken met de kleinere bedrijven. Zo komen melkkoeien op megabedrijven nog geen 1.000 uur per jaar buiten, terwijl dat bij bedrijven met een grootte tot 50 melkkoeien meer dan het dubbele is.
Wetgeving kan tendens keren
Om deze tendens te keren is wetgeving nodig die veel verder gaat dan de AMvB van demissionair minister Wiersma. Volgens de initiatiefwet van de Partij voor de Dieren moet de veehouderij voorzien in de gedragsbehoeften van de dieren die ze houden. Dat vergt ingrijpende wijzigingen van stalsystemen die niet met een aanpassinkje hier en een verbouwinkje daar gerealiseerd kunnen worden.