30 oktober 2021
Een kleine, maar ingrijpende wijziging van de Wet dieren die in 2021 door de Tweede en Eerste Kamer is aangenomen, zou wel eens de opmaat kunnen zijn naar een meer fundamentele herziening, verwacht Jinke Hesterman. Zij schreef het boek Dierenwelzijn, de wet en natuurlijk gedrag.
De veehouderij was de afgelopen jaren druk met het terugdringen van emissies (stikstof, fijnstof), antibioticareductie, schaalvergroting en een verhoging van productiviteit. Om de milieubelasting verder te verminderen, zijn er kostbare subsidieregelingen opgetuigd. Al die investeringen houden een veehouderij in stand waarbij steeds grotere vraagtekens worden gezet. De maatregelen zijn weliswaar goed voor milieu en stalklimaat, maar hebben geen enkel effect op het grootste manco van de gangbare veehouderij: de dieren kunnen niet het gedrag vertonen dat hoort bij hun eigensoortige, emotionele, cognitieve en sociale mogelijkheden en beperkingen.
Dierenwelzijn is er de afgelopen jaren behoorlijk bij ingeschoten
Door alle aandacht voor een schone en levensvatbare veehouderij, is het dierenwelzijn er de afgelopen jaren behoorlijk bij ingeschoten. Er zijn zeker successen te melden, zoals het einde van de plofkip en maatregelen tegen stalbranden, maar deze winst op onderdelen valt in het niet bij wat er op het gebied van dierenwelzijn moet gebeuren. De wijze van houden en de grote concentraties van dieren kunnen op steeds minder steun rekenen in brede lagen van de bevolking.
Al enige tijd is er een verandering gaande in het denken over de relatie tussen mens en dier. Die verandering doet zich vooral voor in West-Europese, Scandinavische en Angelsaksische landen. De wijziging die in mei van dit jaar is aangebracht in de Wet Dieren – de wijze van huisvesten kan niet langer als redelijk doel worden beschouwd voor het benadelen van het welzijn van dieren – vloeit daaruit voort en is zo bezien zeker geen incident.
Diverse maatschappelijke ontwikkelingen en ingrijpende gebeurtenissen hebben hun weerslag op het denken over dieren. Denk daarbij aan secularisering, voortschrijdend wetenschappelijk inzicht, vleesschandalen, ruimingen vanwege dierziekten, uitbraak van Q-koorts, misstanden bij slachterijen en mestfraude, toenemende gevoeligheid voor dierenleed, de vee- en mensdichtheid van Nederland en de opkomst van flexitariërs.
Enquête Raad voor Dierenaangelegenheden
Het zijn niet langer uitsluitend de tegenstanders van de bio-industrie die zich in kritische zin uitlaten over de wijze waarop we in ons land dieren houden. De Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) heeft in 2018 een enquête laten uitvoeren. Daaruit bleek dat de meeste Nederlanders vinden dat dieren hun natuurlijke gedrag moeten kunnen uitvoeren. Circa vier op de tien Nederlanders (39%) vinden dat we moeten luisteren naar wat het dier wil in plaats van onze eigen maatstaven te gebruiken.
”Holistische” aanpak
Ook vanuit de sector klinken dit soort geluiden. Leo den Hartog, directeur Research & Development bij veevoedergigant Nutreco en bijzonder hoogleraar diervoeding in een circulaire economie aan de Wageningen University & Research, heeft het over de noodzaak van een ‘’holistische’’ aanpak. In een blog op de website van de RDA schrijft hij: ‘’Het is zaak om bij zo’n integrale benadering de behoeften van het dier als vertrekpunt te nemen. De kennis die daarvoor nodig is, hebben we voor een groot deel al in huis. De crux is dat we dieren niet langer proberen in te passen in de huisvestingssystemen, maar andersom de systemen gaan aanpassen aan de behoeften en het natuurlijke gedrag van de dieren. Dat komt de gezondheid en de productiviteit van de dieren ten goede.’’
De wetswijziging die eerder dit jaar door de Tweede en Eerste Kamer is aangenomen, rekent af met het dominante belang van de mens en raakt zo de achilleshiel van de dier- en veehouderij in Nederland. Wat toelaatbaar is in onze omgang met dieren, kan niet langer worden bepaald door bedrijven en hun verdienmodellen, maar dient in overeenstemming te worden gebracht met hedendaagse wetenschappelijke inzichten. Deze inzichten komen ruim aan bod in het boek Dierenwelzijn, de wet en natuurlijk gedrag.
Wet dieren zit vol met open normen
Ook is er aandacht voor de conditie van de Wet Dieren. Een verdere herziening van deze wet ligt voor de hand. De wet zit vol met open normen die moeilijk handhaafbaar zijn. Zo hebben dieren volgens de wet een ‘’intrinsieke waarde’’ (artikel 1.3), maar de wetgever heeft tot dusver verzuimd daar de kracht van een rechtstreeks werkend gebod aan te geven. De Raad van State wees al in 2008 op deze tekortkoming.
Uiteraard moeten dier- en veehouders in de gelegenheid worden gesteld om over te schakelen op een wijze van houden en huisvesten, waarin het dier uitgangspunt is. Helemaal bij nul hoeven ze niet te beginnen, zo blijkt uit het boek. Er zijn inmiddels genoeg initiatieven met een hoog niveau van dierenwelzijn. Zij zijn een bron van inspiratie en verdienen ons aller steun, ook van de overheid, aldus Hesterman.
Naschrift mei 2024:
De hierboven beschreven wetswijziging is inmiddels van tafel. Demissionair landbouwminister Adema heeft deze met goedkeuring van Tweede en Eerste Kamer vervangen door een eigen wijziging. Dit alles is het gevolg van een machtsgreep, uitgevoerd door vertegenwoordigers van de intensieve veehouderij, in nauwe samenwerking met ambtenaren van het ministerie van LNV. De Partij voor de Dieren heeft op 28 mei 2024 een nieuwe initiatiefwet ingediend.
Lees meer
Strijd om de Wet dieren nog niet gestreden
Dierenwelzijn, de wet en onze democratie
Dierwaardig voor zover zulks redelijkerwijs kan worden verlangd
Of luister naar de podcast
Hoe het ministerie van LNV de aangenomen wet voor dierenwelzijn liet verdwijnen