Wetgeving

In de Nederlandse wetgeving wordt de intrinsieke waarde van dieren erkend. Niet dat dat veel te betekenen heeft. Dieren kunnen door mensen voor van alles en nog wat worden gebruikt, ook als dat strijdig is met hun intrinsieke waarde. De wet reguleert dat gebruik wel. Dieren worden beschermd tegen mishandeling en verwaarlozing. De wet erkent dat het wezens zijn met gevoel. Maar hun belangen tellen slechts in beperkte mate mee.

Mensen hebben plichten als ze dieren willen houden. Ze mogen ook niet zomaar allerlei soorten dieren houden. Voor zoogdieren bestaat er een zogeheten positieflijst. De wet bepaalt verder dat het welzijn van dieren niet mag worden aangetast. Wanneer daarvan sprake is, staat in de wet slechts beperkt omschreven. Onder het mom van een ”redelijk doel” mogen mensen veel doen met dieren: ze opsluiten, hun staarten afknippen, fokken op specifieke kenmerken, pasgeboren jongen bij ze weghalen, ze dwingen om allerlei kunstjes te doen, ze doden.

Eenzijdige mensgerichte benadering

Op deze eenzijdige, mensgerichte benadering is veelvuldig kritiek geuit. Aan het begin van de 21-ste eeuw kwam de kentering. Niet de economische of andere menselijke belangen, maar die van de dieren zouden uitgangspunt moeten zijn. Wat dat voor de wetgeving betekent is echter nog altijd onderwerp van discussie. De winstgevendheid van het bestaande vee- en dierhouderijsysteem houdt veranderingen tegen. Lobbygroepen weten de wetgever keer op keer zover te krijgen dat alles bij het oude blijft, zowel in Nederland als in Europa.

Ondertussen schuiven de inzichten van Nederlanders én Europeanen gestaag op richting meer gelijkwaardigheid in de relatie tussen mensen en dieren. De vraag is nu: hoe kunnen we de belangen van dieren zo juridisch vormgeven dat ze er ook echt iets aan hebben? En wie kunnen die belangen vertegenwoordigen? Moeten de rechten van dieren wettelijk worden verankerd?

Wereldwijd levendige discussie

Dit blog verkent de ontwikkelingen die gaande zijn. Wereldwijd wordt er een levendige discussie gevoerd. Van de hand van de Zwitserse juriste Margot Michel, verbonden aan de Universiteit van Zürich, verscheen in 2024 een grondige analyse: Rechtsgemeinschaft mit Tieren. Ze schrijft:
”Dierenwelzijnswetgeving blijft structureel gevangen in een antropocentrisch referentiekader zo lang het beschermingsniveau is gekoppeld aan het beoogde gebruik – en daarmee aan een extern, menselijk gedefinieerd belang bij het gebruik. Vanuit dit perspectief moet de huidige dierenwelzijnswetgeving het verwijt accepteren dat het in wezen een ‘animal right of use’ is – een wet die het gebruik van dieren wettelijk reguleert en waarborgt. Dit is problematisch met betrekking tot de erkenning van de waardigheid van het dier en daarmee van de intrinsieke waarde van een dier: zonder deze intrinsieke waarde te “spiegelen” in de vormgeving van de specifieke rechtspositie, blijft de bescherming van de waardigheid onvolledig.”


Meer artikelen over wetgeving: