
Omdat kippen graag een stofbad nemen, hebben onderzoekers van Wageningen University & Research iets bedacht. In hun kippenstallen zouden pluimveehouders een stofbadhuis kunnen plaatsen, zodat de dieren in schoon zand hun veren kunnen verzorgen.
Mooi verzonnen en in een proefopstelling blijken de kippen er groot plezier aan te beleven. Maar een simpele berekening leert dat dit idee waarschijnlijk op de meeste bedrijven onuitvoerbaar is. Kippen hebben voor dit natuurlijke gedrag namelijk nogal wat ruimte nodig. En het is nu al dringen in de overvolle stallen.
Een eenvoudige rekensom: in een compartiment met 6000 kippen zullen er per dag zo’n 2000 kippen naar het badhuis willen voor een stofbad van ongeveer een half uur. In het stofbadhuis moeten tijdens de openingstijden permanent ruim honderd kippen terecht kunnen. Dat betekent voor de pluimveehouder een ‘’verlies’’ aan ruimte van meer dan 5%.
Het valt niet te verwachten dat de Nederlandse kippenboeren deze ruimte zo maar inleveren ten behoeve van een dierwaardige pluimveehouderij. Een vertegenwoordiger van deze sector heeft onlangs laten weten dat de pluimveehouderij al dierwaardig genoeg is. De kippen kunnen al in voldoende mate natuurlijk gedrag vertonen, vindt hij.
In een nieuw artikel (Transitie naar dierwaardige veehouderij: top-down of bottom-up?) leg ik uit dat dierwaardigheid én hoge opbrengsten per eenheid product niet met elkaar te verenigen zijn. De transitie naar een dierwaardige veehouderij zal van onderop moeten komen, van de pioniers, degenen die experimenteren met nieuwe vormen van veehouderij, waarbij het dier het uitgangspunt is. De vee-industrie is in feite al te ver heen en niet meer bij te sturen.
(In het artikel is ook de complete rekensom te vinden).