
Enkele beelden uit LABIOMISTA
(foto’s Jinke Hesterman)


Wie zijn wij, waar zijn wij? Hoe verhouden we ons tot de wezens die ons omringen? Wat doen we daarmee? En wat voor gevolgen heeft dat voor het leven op aarde? Een bezoek aan LABIOMISTA, de wereld van Koen Vanmechelen in het Vlaamse Genk, schudt alle gedachten door elkaar. Het is groots en meeslepend wat deze kunstenaar laat zien en wat hij te vertellen heeft. Alle omkeringen die de bezoeker op vertrouwde gedachtenpaadjes moet maken, zijn soms net even te talrijk. Het is zeker niet zijn bedoeling dat we het spoor geheel bijster raken, getuige de vele uitlegbordjes die de kunstwerken binnen en buiten vergezellen. We vinden uiteindelijk ook wel de uitgang. Maar de verwarring is compleet.
Op zijn website geeft Vanmechelen zelf een samenvatting: “LABIOMISTA laat zien hoe verschillende culturen met elkaar in contact kunnen komen, en hoe mens, flora en fauna naast elkaar kunnen bestaan op een verrijkende manier die misschien vergeten is. Mijn werk in LABIOMISTA navigeert tussen en over disciplines, positioneert diversiteit als de basis voor duurzaam leven en biedt een alternatief voor traditioneel monolithische, mono-culturele benaderingen van ontwikkeling.”
In dit blog plaats ik dit artikel over Koen Vanmechelen in het dossier over dierethiek. Omdat zijn werk daar volgens mij veel mee te maken heeft en de grote transitie zich vooral op dat vlak voltrekt. Omdat de afweging van het belang van monoculturen en het belang van de tegenhanger daarvan – diversiteit – ook een ethisch vraagstuk is.
”Kruisen moet, omwille van de diversiteit”
Koen Vanmechelen kwam in 2008 op mijn pad. ‘Het appèl van de kip’ was zijn eerste museale solotentoonstelling in Nederland. De expositie bood een overzicht van zijn ‘Cosmopolitan Chicken Project’ dat op dat moment en ook de jaren daarna de kern van zijn werk vormde. ”Een ras in stand houden is een logisch fokdoel voor de mens, niet voor het dier”, betoogde hij. ”Kruisen moet, omwille van de diversiteit”.
Vanmechelen opende me de ogen. Het was voor mij het begin van een afscheid. Een afscheid van het idee dat juist de instandhouding van rassen iets te maken heeft met biodiversiteit. Later zou uit wetenschappelijk onderzoek blijken dat het fokken op bepaalde kenmerken – of dat nu (uiterlijke) raskenmerken of productiekenmerken zijn – vooral leidt tot verlies van diversiteit. De genetische diversiteit binnen de rassen is laag, hoofdzakelijk vanwege intensieve selectie op specifieke eigenschappen en door paringen tussen verwante dieren.
Het lichaam van een kip is een kooi
Vanmechelen had dat al vroeg door. In 1996 besefte hij dat het lichaam van een kip een kooi is waarin een verarmd gnoom zit opgesloten. De kip heeft in de loop der eeuwen meer dan vijftig procent van zijn genetische diversiteit verloren, stelde hij vast. Met zijn meerjarige ‘Cosmopolitan Chicken Project’ wilde hij de kip bevrijden en kruiste hij om te beginnen een Mechelse koekoek met een Poule de Bresse. Vele kruisingen verder leverde hij het bewijs dat kruisen leidt tot genetische rijkdom. Zijn ‘cosmokippen’ blijken over dertien miljoen zogeheten SNP’s (SNP staat voor Single Nucleotide Polymorphism) te beschikken, terwijl de commerciële kippen er maar vier tot vijf miljoen hebben. De genetische variatie is dus drie keer zo groot. Die diversiteit vertaalt zich in sterkere dieren met een groter aanpassingsvermogen, dieren die minder vatbaar zijn voor ziekten, langer leven en minder agressief gedrag vertonen.
De kip is door Vanmechelen uitverkoren, want deze diersoort is volgens hem het meest gedomesticeerd. Het dier wordt over heel de wereld gegeten en heeft daarmee een nog inniger relatie met de mens dan de hond. De kip is universeel, een metafoor bovendien. Een metafoor voor de kruisbestuiving van ideeën, zegt Vanmechelen. De kunstenaar heeft zelf niet veel geschreven, maar hij is wel uitgebreid geïnterviewd door Geerdt Magiels. In This is not a chicken‘, met veel verwijzingen naar Charles Darwin, staat: ”Een kip van Vanmechelen is meer dan pluimvee. Het is een verhaal over onze relatie met de gedomesticeerde natuur en dus ook met onszelf. De kip is de lens waardoor Vanmechelen naar de wereld kijkt en waardoor hij ons een nieuwe blik op de wereld aanreikt.” Die lens is tegelijk een spiegel, waarin we onszelf zien. Inderdaad, zegt Vanmechelen, ”De kip, dat zijn wij”.
Het globale en het lokale
In LABIOMISTA is veel terug te vinden van het Cosmopolitan Chicken Project. Maar het gaat de kunstenaar inmiddels om meer dan dat. We leven volgens Vanmechelen in een wereld van radicale transformatie. Vanmechelen heeft het over een herbronning van onze identiteit als soort, van de plaats waar we leven als globale gemeenschap en over de verbinding tussen het lokale en het globale.
Veel tijd heeft hij gestoken in het Planetary Community Chicken (PCC). Vanmechelen stelt zijn kosmopolitische hanen beschikbaar aan gemeenschappen met hun eigen lokale rassen. Ter verrijking van hun genetische diversiteit. Een ”verbroederend” project dat hij onder meer met de African Ethiopean Planetary Community Chicken in praktijk heeft gebracht. Zo voegt hij een geheel nieuwe dimensie toe aan wat hij noemt een duurzame voedselvoorziening.
Schril contrast met de pluimvee-industrie
Hoe schril is het contrast met de Westerse pluimvee-industrie die vooral wordt gekenmerkt door verregaande specialisatie in plaats van diversiteit. Genetisch verarmde kippen worden in de vorm van broedeieren en eendagskuikens geëxporteerd, ook naar Afrika (jaarlijks 57 miljoen), inclusief techniek, krachtvoer, handleiding voor vaccinaties en stallen. In Nederland – naar eigen zeggen uitblinker in efficiënte voedselproductie – wordt hoog opgegeven over de export van kennis vanuit het agro-industriële complex. Na een bezoek aan LABIOMISTA dringt de vraag zich op wat die kennis eigenlijk waard is.