De invloed van de landbouwlobby reikt ver, ook als het om het welzijn van dieren gaat. Ambtenaren en bewindslieden zitten geregeld met deze schaduwmacht aan tafel. Een centrale rol is er voor LTO. De lobbyisten van deze organisatie kunnen elk moment komen opdraven. Vanuit hun kantoor aan de Bezuidenhoutseweg in Den Haag kijken ze uit op het ministerie van LVVN.
Ook de lobbyist van Vee&Logistiek zit er in de buurt, op loopafstand. Daarnaast is er een heel scala aan belangenbehartigers die vanuit Den Haag of elders in het land niet alleen meepraten, maar ook meeschrijven aan rapporten, convenanten en wetten. Sommige van deze lobbyisten hebben een Kamerzetel weten te bemachtigen en opereren op die manier van binnenuit. Dat was vroeger al zo, dat is nu niet anders.
Invloed van agrarische industrie op onze democratische instituties is veelvormig
De invloed van de agrarische industrie op onze democratische instituties is veelvormig. Lobbyisten zijn prominent, op velerlei terrein en in vele hoedanigheden aanwezig. Zeker nu er een transitie gaande is binnen de veehouderij, draaien ze overuren. Wie wel eens in de gangen van het ministerie komt, kan ze in levende lijve aantreffen. Hé, daar is Kees de Jong, lobbyist voor de pluimvee-industrie. Kijk, daar heb je Marc Jansen van het Centraal Bureau voor de Levensmiddelenhandel, zit overal bij als ze iemand nodig hebben die namens de retail kan spreken. Wacht eens even, is dat niet Linda Verriet van de Producenten Organisatie voor de Varkenshouderij?
Grote kans dat ze onderweg zijn naar een tafel. In bestuurlijk Nederland kennen we ze al wat langer: de zij- en hoofdtafels. Ze staan meestal opgesteld in Den Haag, op een ministerie. Aan die tafels worden afspraken gemaakt. Geen bindende afspraken, maar de gasten kunnen er wel toezeggingen doen, inspanningsverplichtingen aangaan, of ze leggen intentieverklaringen af. In elk geval iets waarmee een minister politiek gezien goede sier kan maken.
Thema’s die moeilijk liggen
De overheid zet tafels neer om betrokkenen bij een bepaald onderwerp met elkaar van gedachten te laten wisselen of te laten onderhandelen. Dat gebeurt doorgaans in aanwezigheid van ambtenaren. Een kopstuk fungeert als gastheer.
Het gaat aan die tafels veelal om thema’s die moeilijk liggen. Vraagstukken die moeten worden aangepakt, maar waar een ministerie geen grip op heeft. De klassieke lobby blijkt minder geschikt voor complexe maatschappelijke processen. Vooral als de zogeheten ”stakeholders” – de traditionele belangenbehartigers – vanuit de maatschappij de nodige tegenwind krijgen. Als actiegroepen zich beginnen te roeren, als er rechtszaken dreigen en de heersende schaduwmacht in het nauw komt. Dan worden de tafels tevoorschijn gehaald, waaraan ook enkele critici mogen aanschuiven. Niet teveel, een paar.
De gasten aan de tafels hebben geen beslissingsmacht. Die ligt in onze democratie nog altijd bij de Tweede Kamer. Maar wat er van die tafels komt, heeft wel degelijk zeer grote invloed. Zeker als er een gastheer is, die de uitkomsten goed weet te vertolken.
Neem Elbert Roest, voorzitter van het bestuurlijk overleg Convenant Dierwaardige Veehouderij. Hij heeft heel wat bereikt, vindt hijzelf. En dat mag zijn opdrachtgever, de minister van LVVN, best uitventen. Die heeft volgens Roest in elk geval voldoende aangereikt gekregen om ”stappen te zetten”.
Zo kan er dus dankzij de tafels beleid worden gemaakt. Gelegitimeerd door buitenparlementair draagvlak. Als dat er eenmaal is of de suggestie kan worden gewekt dat partijen het eens zijn, is het werk gedaan. Nadat ambtenaren er een juridische draai aan hebben gegeven, mag de volksvertegenwoordiging er een plasje over doen.
Geheimzinnigheden aan een tafel over dierenwelzijn
Op 29 februari 2024 liet Elbert Roest tijdens een zogeheten ”Ronde tafel” – een speciale en meestal zeer nuttige informatiebijeenkomst in de Tweede Kamer voor onze volksvertegenwoordigers – weten dat hij met zijn tafel ”dierwaardigheid” een heel eind was gevorderd. Ook al was één van de gasten van tafel weggelopen (de pluimvee-industrie) en waren de gesprekken voorlopig beëindigd, de tafel had wel een gezamenlijk document opgeleverd voor een toekomstig regeerakkoord.
Elbert Roest maakte duidelijk dat hij voor zijn opdrachtgever eruit had gehaald wat erin zat. Verandering van de veehouderij is noodzakelijk, maar niet te radicaal graag. Het moet wel kunnen, haalbaar en betaalbaar zijn. Anders haken de gasten die nodig zijn voor die verandering subiet af.
De woordvoerders van de veehouderijorganisaties die ook deelnamen aan de bijeenkomst in de Tweede Kamer hielden de kaarten tegen de borst. Roest vond dat geen probleem. Bekend was dat de varkenshouderij en melkveehouderij sectorplannen hadden gemaakt, die moeten leiden tot meer dierwaardigheid. Maar wat deze precies inhielden, was nog onduidelijk. Roest nodigde de Kamerleden uit een keertje aan te schuiven, ”in een besloten setting”. Vreemd, merkwaardig, een beetje geheimzinnig ook. En vooral illustratief voor de werkwijze van de schaduwmacht.
Sturingsinstrument
Zo functioneert onze democratie tegenwoordig. Of, beter gezegd: al geruime tijd. In plaats van uitvoering te geven aan een democratisch tot stand gekomen wetswijziging die een ingrijpende verandering van de veehouderij beoogt, halen een minister en zijn ambtenaren een tafel tevoorschijn om de lobby die daarbij betrokken is, zijn werk te laten doen. Dat lijkt heel redelijk, maar zo’n tafel is niets anders dan een sturingsinstrument. Het haalt het proces van wetgeving en uitvoering weg bij het parlement en plaatst de volksvertegenwoordigers na vele overlegrondes in de polder voor een fait accompli.
Ondertussen neemt de onvrede in het parlement over tafelgasten die op de achtergrond meebesturen toe. Neem Sandra Beckerman van de SP, gepokt en gemazeld door toeslagenaffaire en Groninger gasdebacle. Zij liet tijdens een Kamerdebat over dierwaardigheid in maart 2024 duidelijk haar ongenoegen blijken. Ze wilde niet weer het verwijt krijgen dat ze met iets had ingestemd waar ze niet achter staat, zei ze, over een voorstel van Tjeerd de Groot (D66) en Thom van Campen (VVD).
Deze twee Kamerleden kwamen, zich beroepend op hun taak als medewetgever, met een alternatief voor een vergaande wetswijziging van de Partij voor de Dieren, het zogeheten amendement Vestering. Het voorstel van D66 en VVD hield een compromis in. Het moest acceptabel zijn voor de gasten aan de tafel die moest leiden tot een convenant dierwaardige veehouderij en tegelijk de linkerflank in het parlement tevreden stellen.
Op die flank circuleerde namelijk een amendement van Esther Ouwehand (Partij voor de Dieren), enerzijds een zeer gedetailleerde aanvulling op het amendement Vestering en anderzijds een tegemoetkoming aan de tafelgasten. De aanpassing van houderijsystemen aan dieren hoeft niet morgen, maar pas in 2040 volledig te zijn gerealiseerd. Maar de richting die Ouwehand insloeg, ging D66 en VVD te ver en zou in hun ogen teveel afwijken van wat aan de tafels aan dierwaardigheid tot dusver was afgesproken.
Wirwar aan amendementen
Dat is dus wat er gebeurt als de wetgevende macht op een zijspoor wordt gezet. De Tweede Kamer zal op enig moment proberen zijn verantwoordelijkheid terug te pakken. In dit geval met een wirwar aan amendementen tot gevolg. Zelfs van de rechterzijde (Eline Vedder – CDA en André Flach – SGP) kwam er een amendement. Dat beoogde overgangstermijnen in acht te nemen bij het stellen van nadere regels aan de veehouderij. De indieners van dit amendement wilden een redelijke terugverdientijd voor investeringen die dierhouders geacht worden te doen.
Het amendement van de Partij voor de Dieren (het zogeheten amendement Vestering) dat voor een einde aan de bio-industrie had kunnen zorgen, werd uiteindelijk door toedoen van de PVV uit de wet gesloopt. Zie op deze website mijn publicatie Dierenwelzijn, de wet en onze democratie. Zie voor de uitslagen van de stemmingen het bericht Dierwaardig ‘voor zover zulks redelijkerwijs kan worden verlangd’. De Partij voor de Dieren kwam uiteindelijk met een initiatiefwet.
Maatschappelijke organisaties moeten hun eigen tafels organiseren
De invloed van door de overheid uitgenodigde gasten aan tafels is groter dan die van maatschappelijke organisaties en burgers die daarbuiten opereren. Zij moeten eigen ”tafels” organiseren om invloed te kunnen uitoefenen. Zo riepen de dierenbelangenorganisatie World Animal Protection riepen PVV, NSC, DENK en ChristenUnie op om op 19 maart 2024 voor het amendement Ouwehand te stemmen. Een groot aantal bekende Nederlanders steunde deze oproep. Onder hen artiesten, schrijvers en bekendheden uit de mediawereld. Klik hier
Schaduwmacht wordt hindermacht
We zien het met de tafels dierwaardige veehouderij gebeuren: de schaduwmacht krijgt binnen het poldermodel de kans zich te ontpoppen tot hindermacht. Het land wordt onbestuurbaar. De bekende transitiedeskundige Jan Rotmans waarschuwde daar in de NRC van 5 juni 2025 al voor:
”Bij systeemveranderingen vallen wij steeds weer terug op het poldermodel, waarbij de gestaalde macht aan tafel zit op zoek naar consensus. Maar bij hervormingen zijn juist scherpe, pijnlijke keuzes nodig om doorbraken te creëren, en dat kan niet via een breed draagvlak, maar wel vanuit een smal en diep draagvlak dat stap voor stap breder wordt. Met doorbraakcoalities, partijen die willen en kunnen.
”Een andere cruciale factor is hindermacht. Er is veel hindermacht in Nederland die een barrière vormt voor hervormingen. Er is een hecht netwerk van belangengroepen die opkomen voor het belang van hun branche of sector, maar niet zozeer voor het maatschappelijk belang.
”De oude garde houdt veel vernieuwing tegen en gijzelt Nederland al langere tijd. Een transitie impliceert een machtsverschuiving en gaat onherroepelijk ten koste van de bestaande macht ten faveure van een opkomende macht. Dat verklaart waarom elk breed akkoord, gesloten door de gestaalde macht, zoals het energieakkoord, klimaatakkoord, landbouwakkoord of zorgakkoord, uitmondt in voortmodderen in plaats van hervorming.”
Rotmans noemt ‘m niet, maar recent voorbeeld hiervan is de conceptregeling AMvB dierwaardige veehouderij, waaraan een paragraaf over vleeskoeien is toegevoegd. In de concept AMvB staan regels over aanpassingen in de houderij die tegemoet komen aan de gedragsbehoeften van vleeskoeien en over (het stoppen met) ingrepen bij dieren in de veehouderij. Uit de toelichting blijkt echter dat er gesprekken met vleesveehouders zijn gevoerd over de praktische uitvoerbaarheid. Er is dus al op voorhand in samenspraak met de sector een selectie gemaakt van regels.
Agrarische onderzoeksbureaus
De hindermacht wordt nog eens versterkt door de opkomst van zogenaamd onafhankelijke agrarische onderzoeksbureau’s. Voorbeeld daarvan op het gebied van een dierwaardige veehouderij is Connecting Agri&Food.
Het inschakelen van dergelijke bureaus gaat goed zolang vertegenwoordigers van transitiegezinde organisaties (mede-)opdrachtgever zijn. Dan kan er ineens een rapport verschijnen met de boodschap dat het er met de dierwaardigheid van de veehouderij niet te best voorstaat. Dit in tegenstelling tot wat lobbyisten met enige regelmaat beweren, namelijk dat de veehouderij al dierwaardig genoeg is.
Maar het gaat fout als het onderzoekbureau in opdracht van de georganiseerde hindermacht aan het werk gaat. Dan verschijnt er een rapport dat de lobby ondersteunt en gevestigde belangen verdedigt.
Rapportenstrijd
Soms leidt dat zelf tot een rapportenstrijd. Zo lieten Caring Farmers en Dierenbescherming enerzijds en de landbouwlobby anderzijds elk hun eigen rapport opstellen over de economische gevolgen van een omschakeling naar een dierwaardige veehouderij. Zie Twee wegen naar dierwaardigheid: de ene kost miljarden, de andere levert miljarden op.
Lees meer over Transitie dierwaardige veehouderij