NVWA: miljoenen kippen raken jaarlijks gewond bij vangen

Bij het vangen van legkippen, vleeskuikens en eenden raken jaarlijks miljoenen dieren gewond. Het is voor het eerst dat de controlerende instantie NVWA daarover haar zorgen deelt met het publiek. Tot ongenoegen van de pluimveehouders.

De NVWA plaatste een bericht op de website uit na een gerechtelijke uitspraak. Deze was in het nadeel van de NVWA. Letsel dat aan de slachtlijn wordt vastgesteld kan niet één op één in verband worden gebracht met het vangen van kippen in een stal. Het is mogelijk dat dit letsel elders is ontstaan, oordeelde de rechter.

Reden voor Lisette de Ruigh, directeur Slachttoezicht bij de NVWA, om het publiek in te lichten over de omvang van het probleem en aan te geven dat de NVWA door de uitspraak nu met lege handen staat. Dit terwijl gewonde dieren ernstige pijn lijden bij het vangen, tijdens het vervoer en bij handelingen in het slachthuis. ”De NVWA heeft zich de afgelopen jaren zeer ingespannen om letsel bij pluimvee terug te dringen. Met succes. Strenge handhaving en een keten die laat zien in staat te zijn om zorgvuldiger met de dieren om te gaan, hebben tot een aanzienlijke daling van het aantal dieren met letsel geleid.”

‘Aantal dieren met letsel nog te hoog’

De NVWA komt met cijfers: in 2017 had 27 procent van de Nederlandse koppels pluimvee vangletsel boven de handhavingsgrens. Dat gedaald naar iets meer dan 2 procent. “Dat is een mooi resultaat, ook dankzij de inspanning van een aantal ketenpartners zelf”, aldus De Ruigh. Maar, stelt ze vast: ”’Ondanks de daling is het aantal dieren met letsel aan de slachtlijn nog te hoog. We hebben het nog steeds over miljoenen dieren op jaarbasis die pijn lijden”.

Kees de Jong van de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP) vindt de zorgen van de NVWA ongegrond: ”de daling van vangletsel is vooral te danken aan de inzet van pluimveehouders en vangploegen”, zegt hij op nieuweoogst.nl. Of de NVWA nu wel of niet handhaaft, maakt volgens hem weinig uit. Demissionair landbouwminister Wiersma laat weten geen boodschap te hebben aan de zorgen van de NVWA. ”Ik vertrouw erop dat de sector haar uiterste best doet het percentage vangletsel te blijven verminderen”, schrijft ze in antwoord op vragen van de PvdD.

De kippen die in de Nederlandse slachthuizen belanden zijn overigens lang niet altijd afkomstig van Nederlandse pluimveebedrijven. In 2023 kwam ongeveer de helft uit Nederland, De rest kwam uit België, Duitsland en Denemarken. Omgekeerd gaat een groot deel van het Nederlandse pluimvee naar buitenlandse slachthuizen. Voor meer cijfers, zie inspectieresultaten.

Lees ook: Vangmachine veegt en zuigt kippen als aardappels op uit de stal

Britse dierenarts heeft geen goed woord over voor intensieve varkenshouderij: stop ermee!

De Britse dierenarts dr. Steven McCulloch heeft geen goed woord over voor de intensieve varkenshouderij. Hij vindt dat al zijn collega’s zich uit deze sector moeten terugtrekken.

”Het is de verantwoordelijkheid van de dierenarts om landbouwhuisdieren te beschermen op de boerderij, tijdens het transport en bij de slacht”, betoogt hij in het veterinaire tijdschrift Vetrecord. Om varkens te beschermen moet de dierenarts er simpelweg voor pleiten deze dieren niet meer op ons bord toe te laten, aldus McCulloch, verbonden aan de Universiteit van Bristol.

Varkens lijden op grote schaal, stelt hij vast. ”Wereldwijd is de intensieve varkenshouderij naar de bodem weggezakt. Oproepen tot hervorming worden tegengewerkt omdat het risico bestaat dat varkensvlees wordt geïmporteerd uit landen waar de omstandigheden nog slechter zijn. De varkensindustrie lobbyt luidkeels tegen de etikettering van de productiemethode, waardoor consumenten zich nog steeds niet bewust zijn van de smerige oorsprong van wat er op hun bord ligt.”

Tien miljoen varkens jaarlijks in VK geslacht

In het Verenigd Koninkrijk worden jaarlijks tien miljoen varkens geslacht. Varkens zijn een zeer gevoelige, sociale en intelligente soort, aldus McCulloch. ”Ze hebben een scala aan sterk gemotiveerde natuurlijke gedragingen.” In plaats van aan die gedragsbehoeften tegemoet te komen, worden enkele dagen na de geboorte de staarten van biggen gecoupeerd. Hun tanden worden geknipt en ze worden gecastreerd, verminkingen die bijna altijd zonder verdoving of pijnstilling worden uitgevoerd. McCulloch wijst erop dat wetgeving in de EU en het VK het couperen van staarten verbiedt, tenzij er sprake is van een veterinaire noodzaak. Ondanks het verbod wordt bij maar liefst 90 procent van de varkens in de EU en 70 tot 80 procent van de varkens in het VK nog steeds de staart geamputeerd.

Conservative Animal Welfare Foundation

McCulloch is er klaar mee. We hoeven geen varkens te eten. Er zijn genoeg alternatieven, zegt de man die niet alleen deel uitmaakt van de dierenwelzijnsfaculteit van de Universiteit van Bristol, maar ook hoofd onderzoek is bij de Conservative Animal Welfare Foundation (CAWF). Dit is een in 2016 opgezette organisatie die zich inzet voor het verbeteren van het welzijn van landbouwhuisdieren in het VK. Het is een van de vele organisaties in het VK die actief zijn op dit gebied, maar wel de enige die ”conservative” in de naam heeft opgenomen. De CAWF benadrukt overigens onafhankelijk te zijn.

Kamer wil minder vervoer van dieren over lange afstanden

Een grote meerderheid van de Tweede Kamer wil een afname van het vervoer van dieren over lange afstanden. Een motie van VVD en NSC (nr. 28286-1348) kreeg deze week een zeer ruime meerderheid. Alleen BBB en FvD stemden tegen.

Het vervoer van dieren gaat geregeld gepaard met misstanden. Dat heeft zeker een rol gespeeld bij het opstellen van de motie en het stemgedrag. Maar Nederland heeft ook wat in te halen. De veehouderijsector profileert zich graag als koploper op het gebied van dierenwelzijn. Als we echter naar andere landen kijken, dan is een motie met een oproep tot een ”forse daling” nog niet eens het begin van een revolutie.

Het is bovendien ”maar” een motie. Landbouwminister Femke Wiersma kan deze naast zich neerleggen.

Exportverbod VK

De eer van koploper in Europa komt – als het om transport van dieren gaat – toe aan het Verenigd Koninkrijk. Daar is dit jaar besloten tot een verbod op de export van levende dieren (met uitzondering van dieren die bestemd zijn voor het fokken of voor deelname aan wedstrijden). Duitsland besloot al eerder om diertransporten naar niet-EU-landen te beperken door per 1 juli 2023 veterinaire certificaten in te trekken. Nieuw Zeeland verbood per 2023 de export van dieren over zee. En in Brazilië heeft de rechter bepaald dat er geen levend transport meer mag plaatsvinden vanuit de havens van dat land. 

Nederland verschuilt zich vaak achter het argument dat een verbod alleen economisch verantwoord is als het op Europees niveau wordt ingevoerd. Maar wachten op ”Europa” is zinloos zolang landen als Frankrijk, Griekenland, Ierland, Litouwen, Letland, Portugal, Roemenië en Spanje dwars liggen.

Bij de langeafstandstransporten van vee wordt een onderscheid gemaakt tussen export binnen en buiten de EU, en tussen vervoer korter en langer dan acht uur. Vanuit Nederland bekeken zijn Duitsland en België de grootste afnemers van vee. In 2020 werden ruim 300.000 ritten uitgevoerd binnen de 200 km, zo blijkt uit cijfers van het CBS. Het aantal ritten met levende dieren tussen de 500 en 1000 km bedroeg toen 6.2000. Ritten van 1000 km of meer werden afgelegd voor 2500 transporten. De export van biggen vanuit Nederland naar Spanje (>1000 km) is de afgelopen jaren wel sterk toegenomen (meer dan 2 miljoen dieren).

Uit de tekst van de motie van VVD en NSC blijkt dat deze is gericht tegen alle diertransporten vanuit het oogpunt van dier- en volksgezondheid (preventie dierziekten en zoönosen) en tegen transporten langer dan acht uur vanuit het oogpunt van dierenwelzijn.

Leuke ideeën niet besteed aan pluimvee-industrie

Omdat kippen graag een stofbad nemen, hebben onderzoekers van Wageningen University & Research iets bedacht. In hun kippenstallen zouden pluimveehouders een stofbadhuis kunnen plaatsen, zodat de dieren in schoon zand hun veren kunnen verzorgen.

Mooi verzonnen en in een proefopstelling blijken de kippen er groot plezier aan te beleven. Maar een simpele berekening leert dat dit idee waarschijnlijk op de meeste bedrijven onuitvoerbaar is. Kippen hebben voor dit natuurlijke gedrag namelijk nogal wat ruimte nodig. En het is nu al dringen in de overvolle stallen.

Een eenvoudige rekensom: in een compartiment met 6000 kippen zullen er per dag zo’n 2000 kippen naar het badhuis willen voor een stofbad van ongeveer een half uur. In het stofbadhuis moeten tijdens de openingstijden permanent ruim honderd kippen terecht kunnen. Dat betekent voor de pluimveehouder een ‘’verlies’’ aan ruimte van meer dan 5%.

Het valt niet te verwachten dat de Nederlandse kippenboeren deze ruimte zo maar inleveren ten behoeve van een dierwaardige pluimveehouderij. Een vertegenwoordiger van deze sector heeft onlangs laten weten dat de pluimveehouderij al dierwaardig genoeg is. De kippen kunnen al in voldoende mate natuurlijk gedrag vertonen, vindt hij.

In een nieuw artikel (Transitie naar dierwaardige veehouderij: top-down of bottom-up?) leg ik uit dat dierwaardigheid én hoge opbrengsten per eenheid product niet met elkaar te verenigen zijn. De transitie naar een dierwaardige veehouderij zal van onderop moeten komen, van de pioniers, degenen die experimenteren met nieuwe vormen van veehouderij, waarbij het dier het uitgangspunt is. De vee-industrie is in feite al te ver heen en niet meer bij te sturen.

(In het artikel is ook de complete rekensom te vinden).

Zoekplaatje van de Nederlandse zuivelsector

Vraag: wat is het best verstopte onderwerp in de nieuwe zuivelcampagne, gericht op groep 7 en 8 van het Nederlandse basisonderwijs?
Antwoord: het is even zoeken, maar bij de digibordopdrachten vinden we de kalveren.

De Zuivelkrant, die speciaal is ontworpen voor 10 tot 12-jarigen, schetst een beeld van een sector waar we volgens de makers trots op moeten zijn. Op zich niks mis mee. Zeker niet als het de jongeren ertoe brengt hun favoriete suikerdrankjes in te ruilen voor een pakje halfvolle melk. De promotie die de krant maakt voor de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum is mooi meegenomen. Ook al grijpt de campagne terug op het aloude principe van ‘’Melk moet’’. Niet letterlijk, maar de boodschap is wel dat zuivel vol voedingsstoffen zit, waar we niet zonder kunnen. Ook vegetariërs doen er volgens de campagnemakers goed aan melk te drinken en kaas te eten. Zelfs een bakje vla mag af en toe.

Desinformatie

Zoals vaker in de voedingsindustrie gaat de promotie jammer genoeg weer gepaard met de verkondiging van desinformatie. Zie de opdracht: ‘’In het broedseizoen laten we het gras langer staan voor de …………………………………………….. . Zo zijn de eieren en de jonge vogels beschermd.’’
Of deze: ‘’Koeien eten vooral gras en ook mais dat op de boerderij groeit. Voor het groeien van gras en mais gebruikt de boer mest van zijn koeien. Boeren sluiten zo de kringloop op het bedrijf, en dat is beter voor het ………………………………. .’’

Geen woord over het verdwijnen van de grutto en het mestoverschot. Dat laten we aan de natuurjongens en -meisjes over, zullen ze bij ZuivelNL – verantwoordelijk voor de campagne – hebben gedacht. Bij ZuivelNL zijn ze van de koeborstels, melkrobotten, zonnepanelen op het dak, windmolen naast de stal, ligbedden voor de koe. En het zoontje van de boer mag op een quad een paar emmers voer naar een groepje kalveren achterin de wei brengen, zo is in een video te zien.

Verrek ja, de kalveren. Daar draait het toch om als je het over zuivel hebt? Maar potdikkie, waar staat iets over de kalveren? Op de website van Zuivelonline vinden we bij de lespakketten een gezellige poster ‘’Natuurlijk zuivel’’, met een afbeelding van een modelboerderij. Daar staan ook twee kalver-iglo’s en binnenin de stal ligt een kalf in het stro, met een zorgzame moederkoe erbij. Helemaal  genegeerd worden de kalveren dus niet, maar wat wil ZuivelNL onze jeugd hierover bijbrengen?

Het is even zoeken, maar het antwoord van ZuivelNL zit verstopt in de digibordopdrachten.

KALVEREN
Als kalveren worden geboren krijgen ze een fijn plekje met stro.
Waarom gaan ze niet gelijk naar de andere koeien?

A Omdat ze beschermd moeten worden tegen ziektes
B Omdat ze nog niet kunnen lopen
C Omdat ze de eerste 4 weken nog niks kunnen zien

Vraag: waarom staat het echte antwoord hier niet bij?