Dierwaardigheid en transport van dieren

Het combineren van dierwaardigheid en het transport van dieren is moeilijk, zo niet onmogelijk. De wetgever probeert zo nu en dan door eisen te stellen het transport dierwaardiger te maken, maar de veehouderij weet maatregelen die er echt toe doen, tegen te houden. Of het gaat faliekant mis in de handhaving. Geen wonder. De vervoersbewegingen zijn zo talrijk en het gaat om zoveel dieren, dat handhavende instanties er geen grip op krijgen. Als ze dat al willen. Hoe vaak gebeurt het niet dat vervoerders onder hun ogen dieren die niet op transport zouden mogen, toch hun veewagens in en uit slaan en schoppen? Het heeft zelden consequenties.

Rapport van CiW

Miljoenen runderen, schapen en varkens worden jaarlijks vervoerd binnen de EU en naar derde landen. Nederland speelt hierin een grote rol, aldus een rapport van de Eurogroup for Animals van Compassion in Worldfarming (CiW) dat in juni 2024 verscheen. Het rapport bevat een lawine aan data en staat vol met foto’s van verschrikkelijk dierenleed. Het vergt enige moed om het rapport van Peter Stevenson en Susanna Blattner in te zien en te lezen.

Europese transportverordening

De regels die er zijn, worden massaal overtreden. Zoveel is wel duidelijk. De vraag is hoe dat komt.

Eerst maar eens de regels. Een groot deel daarvan is Europees. De lidstaten hebben zich te houden aan een transportverordening uit 2005. Deze regelt onder meer dat dieren niet vervoerd mogen worden als zij niet op eigen kracht kunnen lopen, open wonden hebben, hoogdrachtig zijn of in de week voor vervoer jongen hebben gekregen. Ook aan de vervoermiddelen worden eisen gesteld. Deze moeten onder meer de dieren bescherming bieden tegen slechte weersomstandigheden, extreme temperaturen en klimaatveranderingen. Verder is het verboden dieren de slaan of te schoppen of op andere manieren ”onnodige pijn of onnodig lijden” te veroorzaken. En dan zijn er nog eisen voor de ruimte tijdens het vervoer van diverse diersoorten, over rustpauzes en over eten en drinken.

Nederland heeft daarnaast ook beleidsregels opgesteld. In het Besluit Houders van Dieren staat iets over de minimumleeftijd waarop konijnen mogen worden vervoerd. Voorts bevat dit besluit tal van bepalingen over de eisen aan vervoermiddelen en aan de vervoerders. Ook regelt het Besluit Houders van Dieren dat het verzamelen van dieren voor het vervoer binnen Nederland is toegestaan. Er wordt bovendien verwezen naar regels voor registratie en preventie van dierziekten.

In de Wet dieren staat staat ook het een en ander over het vervoer van dieren. Maar van deze wet gaat geen rechtstreekse werking uit. Met uitzondering van het verbod op het vervoeren van koeien met een volle uier. Dat is in de Wet dieren aangemerkt als dierenmishandeling. Maar voor de overige vervoersbepalingen wordt verwezen naar het Besluit Houders van Dieren.

Herziening transportverordening

Nederland leunt kortom zwaar op de Europese transportverordening uit 2005. Deze is volgens velen aan een grondige herziening toe. Niet in de laatste plaats om de regels beter handhaafbaar te maken. Maar ook om de voorwaarden voor vervoer meer aan te scherpen.
In een wijzigingsvoorstel van de Commissie (eind 2023 gepubliceerd) is een kortere maximum transportduur voor de meeste diersoorten opgenomen, evenals strengere bezettingsnormen, verplichte real-time traceerbaarheid van alle transporten via de weg, en een minimumleeftijd van vijf weken voor transport van ongespeende kalveren. 

Maar er is ook een aantal uitzonderingen in het wijzigingsvoorstel geslopen. Zo is er geen verbod gekomen op het vervoer van ongespeende dieren, mits zij niet langer dan 2 x 9uur worden vervoerd, met een rusttijd van 1 uur. De tijd dat ze op een schip verblijven, valt buiten de reisduur. Ook leghennen, melkkoeien en drachtige dieren hoeven niet te rekenen op meer bescherming.

Hoewel de agrolobby de in hun ogen scherpe kantjes van de nieuwe transportverordening heeft weten af te halen, is een Nederlandse organisatie als Vee&Logistiek niet tevreden. Het voorstel van de Europese Commissie gaat volgens de veehandelaren – aangevoerd door voormalig VVD-Kamerlid Helma Lodders – nog altijd veel te ver. Het is onhaalbaar en heeft grote financiële gevolgen. De organisatie vindt het ook ”vreemd” dat een dierenarts in het vervolg niet alleen aanwezig moet zijn bij het laden, maar ook bij het lossen van dieren.

Import van kalveren

Tot groot verdriet van velen weerhoudt de huidige wet- en regelgeving de bedrijven in de kalversector er niet van jaarlijks enorme aantallen dieren over grote afstanden te vervoeren. Dat zal met de herziene Transportverordening niet veel anders zijn. De import van kalveren uit Ierland en het Oostblok blijkt moeilijk te stoppen. Wel zouden er voor nationaal transport regels kunnen worden gesteld, zoals de verhoging van de leeftijd waarop dieren vervoerd mogen worden.

Gelijk speelveld

Het argument dat vaak tegen een dergelijke aanscherping van de regels – gelijk speelveld in Europa – wordt aangevoerd, hoeft geen stand te houden. Duitsland heeft immers al besloten om binnen de landsgrenzen het transport van kalveren jonger dan vier weken te verbieden. Nederland lijkt te willen volgen. Bij het scheiden van de markt heeft voormalig landbouwminister Adema in een verzamelbrief dierenwelzijn eind juni 2024 aangegeven de minimumtransportleeftijd voor kalveren te willen verhogen. Het is nu aan zijn BBB-opvolger om dit door te zetten, maar de kans is groot dat dit niet gebeurt. Te verwachten valt dat de nieuwe minister de markt- en machtspositie van de Van Drie Groep niet zal willen beperken. Het gaat hier om een familiebedrijf met een omzet van €3,37 miljard (2022).

Advies EFSA

Voormalig landbouwminister Adema heeft begin 2024 aangegeven het wel anders te willen. Hij laat zich kritisch uit over het voorstel van de Europese Commissie tot herziening van de transportverordening. ”Voor het verbeteren van het dierenwelzijn is het voorstel een stap in de goede richting, maar niet zo ambitieus als gewenst”, gaf hij aan in antwoord op Kamervragen. ”Er mist in dit voorstel voornamelijk de ambitie in het verkorten van de maximumtransporttijden en het niet meetellen van transport over zee als transporttijd.”

Adema verwijst naar wetenschappelijke adviezen van EFSA*), die bijvoorbeeld duidelijk stellen dat ongespeende kalveren – vanwege hun specifieke voedingsbehoefte – niet langer dan 8 uur getransporteerd kunnen worden. ”Daarnaast geeft EFSA ook duidelijk aan dat transporttijd over zee niet gezien moet worden als rusttijd, dat tekenen van honger en dorst vaak ver voor de huidige maximum transporttijd ontstaan en dat de dieren uitgeladen moeten worden om effectief gevoerd en gedrenkt te worden. Het voorstel (voor herziening van de EU-transportverordening/JH) houdt hier onvoldoende rekening mee.”

Maximum temperatuur transporten

Eenzelfde afwijking tussen voorstel en EFSA-advies doet zich voor op het hanteren van richtlijnen voor maximumtemperaturen. De EFSA zou strengere normen willen (zie onder), maar die zijn niet in het voorstel terecht gekomen. Een verlaging van 35 naar 30 graden Celsius vindt Adema een grote uitdaging. ”De EFSA temperatuurnormen zijn – afhankelijk van de diersoort en -categorie – scherper. Het wordt vanwege de uitvoerbaarheid als niet effectief ingeschat om hier tijdens de onderhandelingen op in te zetten.”

Toch geeft Adema in een verzamelbrief dierenwelzijn (gepubliceerd eind juni 2024, vlak voor het aantreden van zijn BBB-opvolger Wiersma) aan de maximum temperatuur voor diertransport te willen verlagen naar 30 graden. Dit zou dan gaan gelden voor het vervoer van vee binnen de landsgrenzen. Wiersma zet daar echter op 7 februari 2025 een streep door. ”Ik zie op dit moment niet de toegevoegde waarde van het verlagen van de maximumtemperatuur, nu elders in Europa wel met hogere temperaturen mag worden blijven gereden.” De maximumtemperatuur blijft voorlopig staan op 35 graden.


Het grootschalig vervoer van koeien, varkens, kippen en ook schapen is een van de vele immorele aspecten van de intensieve veehouderij


De regels die er zijn op het gebied van vervoer dienen vooral het doel van de intensieve veehouderij. Dieren moeten in zo groot mogelijke getale, zo snel mogelijk van A naar B: voor de productie, de slacht, de fokkerij. De intentie is er vast om misstanden te voorkomen, maar het dierenleed is inherent aan het systeem van veel en vlug en daarom onmogelijk te bestrijden. De praktijk van het grootschalig vervoer van koeien, varkens, kippen en ook schapen is een van de vele immorele aspecten van de intensieve veehouderij. In zoverre is het combineren van dierwaardigheid en het transport van dieren moeilijk, zo niet onmogelijk. Moeilijk als het gaat om weinig dieren, onmogelijk als het om grote aantallen gaat.

Controle en handhaving

Bij het transport zijn de misstanden zo talrijk dat er geen sprake meer is van incidenten, maar van structureel dierenleed. Niet dat controlerende instanties geen blaam treft. Maar welbeschouwd is handhaving een mission impossible. De controleurs zijn met veel te weinig en wijzen er zelf op dat zij niet beschikken over heldere handhavingscriteria. In bovengenoemd antwoord op Kamervragen noemt voormalig minister Adema dit ook als tekortkoming van de EU-regelgeving. De vervoerders hebben daar eveneens mee te maken. Zowel voor de handhavers als voor de sector ontbreken duidelijke criteria waarmee ze kunnen bepalen of ze aan de norm voldoen, aldus Adema. Wie daarvoor verantwoordelijk is, benoemt hij verder niet.

De voormalig minister geeft in feite aan dat de vervoerders vrij spel hebben. Daar komt bij dat de autoriteiten geen compleet beeld hebben van alle vervoersbewegingen met dieren. Het heeft er alle schijn van dat de instanties die erover gaan, het niet willen weten. CiW heeft samen de Eurogroup for Animals z’n best gedaan de cijfers wel te achterhalen: het gaat om miljoenen runderen, schapen en varkens die op verre transporten worden gestuurd binnen de EU en naar derde landen. De regels voor registratie worden daarbij geregeld overtreden waardoor dieren tijdens een lange reis geen 24 uur, maar slechts zes uur rust krijgen.

Soms slagen handhavers erin veetransporteurs te beboeten voor overtredingen van de Wet dieren, de Regeling Houders van Dieren en de Transportverordening. Zo legde de NVWA in 2021 een vervoerder een boete van €3000 op wegens het vervoer van drie zieke geiten en een geit die zich niet meer zonder pijn kon bewegen. De vervoerder liet de zaak voorkomen en de rechter oordeelde in 2024 dat de boete terecht was opgelegd. Foto's en video's toonden aan dat een van de geiten sterk vermagerd was en een abces had op een van zijn poten. Ook de andere geiten waren volgens de toezichthouder te ziek om te worden vervoerd. De rechter had geen reden om hieraan te twijfelen.

Reistijden

Nederland is de grootste importeur van ongespeende kalfjes uit verre landen: in de door CiW onderzochte periode van oktober 2021 tot april 2023 kwamen zo’n 220.000 dieren uit Estland, Letland, Litouwen, Polen en Ierland. Reistijd meer dan 50 uur. Tevens is Nederland een van de grootste exporteurs van varkens over lange afstanden: ongeveer 6 miljoen dieren gingen in de onderzochte periode naar onder andere Italië, Spanje en Polen. Reistijd kan oplopen tot 60 uur. Ook stuurt Nederland bijna elk jaar honderden runderen op transport naar Pakistan. Wantoestanden zijn er op grote schaal en over de hele wereld, aldus CiW.


Alleen ingrijpende wetgeving kan een einde maken
aan structureel en gruwelijk dierenleed


Het transport van dieren is volgens CiW zo uit de hand gelopen en de regels die er zijn worden op zo’n grote schaal overtreden, dat alleen wetgeving een einde kan maken aan het structurele en gruwelijke dierenleed. CiW pleit voor een verbod op al het vervoer van levende dieren naar landen buiten de EU. Binnen de EU zou er een verbod moeten komen op het vervoer van niet-gespeende dieren. Ook voor drachtige dieren die op 40% of meer van hun draagtijd zitten, zou een reisverbod moeten gelden. De maximum reistijd van dieren die naar de slacht of mesterij gaan, moet terug naar 8 uur. Voor kippen en konijnen zou de reis niet langer dan vier uur mogen duren. En boven de 25 graden Celcius zou vervoer uitgesloten moeten z

Uit rapport CiW ”A data dump of suffering”

Zolang wetten niet veranderen en handhavers hun werk niet (kunnen of mogen) doen, zijn de dieren aangewezen op burgers die in het gat springen dat ontstaat door het falen van instanties. Als verhalen en beelden de werkelijkheid van veetransporten onthullen, moet er wel worden opgetreden. Zou je denken. In 2023 kondigde de NVWA een verzamelcentrum voor runderen stil te leggen, na beelden van een dierenbeschermingsorganisatie over ernstige mishandeling. Dat gebeurde echter niet. Ook tegen een veetransporteur die zichtbaar en aantoonbaar koeien had geslagen, werd niet opgetreden. Nu kan het zijn dat de NVWA hard bewijs nodig heeft, maar dat had deze instantie volgens de dierenbeschermingsorganisatie vrij eenvoudig zelf kunnen verzamelen. De dieren waren namelijk dusdanig verwond, dan dit bij de exportkeuring aan het licht had moeten treden.

Stroomstootapparatuur

Dat het onthullen van misstanden toch zin kan hebben, blijkt uit het verbod dat in de maak is voor het gebruik van stroomstootapparatuur, ook wel veedrijvers of veeprikkers genoemd. Er is enige tijd overheen gegaan, maar dat verbod lijkt er nu toch te komen, ook al is het beperkt handhaafbaar, omdat de handhavende instantie NVWA lang niet altijd bij het laden en lossen van dieren aanwezig is. De voorbeelden van misstanden waren voor voormalig minister Adema in juni 2024 reden om een verbod door te zetten. Of het er ook echt van komt is afhankelijk van de Tweede Kamer. Die is eind juni 2024 nog in afwachting van een algemene maatregel van bestuur, waarin het verbod is ondergebracht.


AANBEVELINGEN EFSA VOOR MEER
WELZIJN BIJ HET VERVOER VAN DIEREN
De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) is met een lang verwacht advies gekomen voor meer welzijn bij het vervoer van dieren (schapen, runderen, varkens, kippen en paarden). Samengevat: geef dieren meer ruimte, vervoer dieren bij lagere temperaturen en bekort de reistijd. De EFSA is voorzichtig met het opleggen van maximale reistijden, maar stelt wel vast dat dieren die vervoerd worden continu of semicontinu stress ondervinden. Belangrijk is dat dieren die over langere afstanden worden vervoerd, op gezette tijden (na 3/4-8-12 uur) worden gelost om te kunnen drinken, eten en rusten.
Voor diverse diersoorten afzonderlijk zijn adviezen opgesteld.
Schapen: om hittestress te voorkomen zou de temperatuur in het vervoermiddel niet hoger mogen zijn dan 28 graden voor ongeschoren schapen en 32 graden voor geschoren schapen. Per dier moet een ruimte van 0,43 m2 beschikbaar zijn. Bij reistijden die de twaalf uur overschrijden, is een stop noodzakelijk, waarbij de dieren gelost worden op een plek waar ze kunnen eten, drinken en rusten.
Paarden: de temperatuur in trailers zou niet boven de 25 graden uit mogen komen. Elk paard zou over een ruimte moeten beschikken die ministens 40 cm breder is dan het paard zelf en minstens 40 cm langer dan de lengte gemeten van staart tot neus. Gedurende het transport moet het voertuig minstens om de vier uur worden stil gezet. Paarden kunnen niet langer dan drie uur zonder water en niet langer dan 12 uur zonder voedsel.
Runderen: voor runderen geldt een maximum vervoerstemperatuur van 25 graden in het voertuig. Ze hebben bij een gewicht van 400 kg 1,79 m2 nodig. Twaalf uur is de maximum reistijd, de runderen moeten op gezette tijden worden gelost zodat ze kunnen eten, te drinken en te herstellen. 
Varkens: voor zeugen geldt een maximum temperatuur in het vervoermiddel van 22 graden, voor slachtvarkens 25 graden. Ze hebben een ruimte van 0.62 m2 per varken van 110 kg nodig. Ze moeten na acht uur kunnen drinken (ook al zijn er in de wagen drinknippels aanwezig) en na 12 uur kunnen eten. Met deze tijden moet rekening worden gehouden bij het bepalen van de reistijd. Om de dieren te laten drinken en eten moeten ze onderweg gelost worden.
Kippen: De Efsa hanteert een maximum AET (gevoelstemperatuur, combinatie van warmte en luchtvochtigheid)), waarboven hittestress ontstaat. Daarvan is sprake bij een AET boven de 40. Is de AET boven de 65, dan mag het vervoer niet langer dan vier uur duren. De maximum reistijd is 12 uur.
*) EFSA is de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid. Het publiceert geregeld wetenschappelijke adviezen, ook over dierenwelzijn.
Wordt vervolgd