De conceptregeling AMvB (zie bijlage onderaan dit artikel) die door voormalig landbouwminister Wiersma in 2025 is ontworpen voor een dierwaardige veehouderij, heeft niets te maken met wat er onder dit begrip in brede kring wordt verstaan. Ik schreef daarover in Wetgeving dierwaardige veehouderij: te laat en te mager. Hieronder ga ik in op wat er in de AMvB staat over de diverse diersoorten.
Over weidegang en koeborstels
Maar eerst iets over weidegang en koeborstels. Ofwel: waarom is het één niet en het ander wel in de AMvB geregeld? Het veelzeggende antwoord is tussen de regels door te vinden in de (ontwerp-)Toelichting op de (conceptregeling) AMvB.
Je zou denken: weidegang is voor een koe net zoiets als water drinken. Elementair, vanzelfsprekend. Maar dat is buiten de moderne melkveehouderij gerekend. Deze brengt al z’n 50 jaar het voer naar de koeien, doorgaans gehuisvest in ligboxenstallen waar ze al dan niet automatisch worden gemolken. Door deze efficiënte bedrijfsvoering raakte weidegang eind vorige eeuw steeds meer op de achtergrond.
Stichting Weidegang
Totdat er in de jaren tien van deze eeuw kritiek kwam, vanuit dierenwelzijnsorganisaties en consumenten. De melkveehouderij tekende een convenant. Er kwamen weidecoaches voor boeren die het vak waren verleerd. De melkfabrieken voerden premies in. De politiek probeerde (vergeefs) weidegang te verplichten. Maar er kwam wel een Stichting Weidegang die als norm minstens 120 dagen per jaar en minimaal zes uur per dag hanteert.
De stichting certificeert weidemelk, afkomstig van melkveehouders die aan deze norm voldoen. Daarnaast kunnen melkveehouders zich laten certificeren voor de Eco-activiteit verlengde weidegang, met een weideperiode tot en met 30 november. Die kent twee varianten:
a. minimaal 2500 uur weiden in minimaal 120 dagen. Hierbij mag de veebezetting niet hoger zijn dan 3 melkgevende koeien per hectare huiskavel.
b. minimaal 1500 uur weiden in minimaal 120 dagen. Hierbij mag de veebezetting niet hoger zijn dan 5 melkgevende koeien per hectare huiskavel.
Vanaf 2025 moeten de koeien in de weideperiode minimaal 2 uur per dag tussen 6.00 en 22.00 uur buiten zijn om mee te tellen voor de weidegang.
Maar nu het rare
Allemaal zeer lovenswaardig, deze zelfregulering. Maar nu het rare. Als boeren er al zo mee bezig zijn, waarom zou je weidegang dan niet vastleggen in de wet? Minister Wiersma doet er in haar toelichting op de AMvB wat schimmig over. Ze heeft het over een ”beter werkend alternatief” dat er zou zijn voor weidegang. Geen idee wat ze bedoelt, althans niet vanuit de koe bekeken. Verder heeft ze het over ruimte laten voor marktconcepten, private kwaliteitssystemen en keurmerken. Zonder het met zoveel woorden te zeggen, het draait gewoon om geld.
Als de boer iets extra’s krijgt, is een wettelijke regeling niet gewenst. Dan wordt er namelijk niets meer voor betaald. Iets wat moet, hoeft niet te worden beloond. Weidegang verliest bij een wettelijke regeling zijn marketingwaarde. Als iedereen aan weidegang moet doen, kunnen producenten zich er niet meer mee onderscheiden. Dan kan de Stichting Weidegang met zijn certificering wel inpakken.
Hoe anders ligt dat voor vachtverzorging, bijvoorbeeld met behulp van een koeborstel. Daar zit geen bonus op. Vandaar dat hiervoor wel een voorschrift in de AMvB is opgenomen. Een middel voor vachtverzorging moet aanwezig zijn, per 2028.
Geen weidegang in de AMvB dus, wel koeborstels. Wat er staat er nog meer in? Hieronder een selectie van voorschriften per diergroep.

Varkens
Voor de varkens komt er een verplichting om staartbijten tegen te gaan, zodat aan handhaving van het Europese verbod op het couperen van varkensstaarten niet meer valt te ontkomen. De verplichting gaat in per 2027. Die wordt overigens weer enigszins afgezwakt door de bepaling dat per 2030 een dierenarts nadat er staarten zijn gecoupeerd een verbeterplan moet opstellen met maatregelen ter voorkoming van staartbijten en andere gedragsstoornissen. Dat lijkt een nieuwe escape om het verbod te omzeilen. In de Toelichting op de AMvB houdt Wiersma vast aan de afspraak die eerder met de varkenssector is gemaakt om pas per 2030 te stoppen met couperen. Maar ze kondigt ook een evaluatie aan om te kijken of dat haalbaar is.
Kraamkooien
Ook de kwestie van de kraamkooien komt aan bod. Kraamhokken voor zeugen moeten 6,5m2 groot zijn en het gebruik een zeugenklem is vier dagen na het werpen verboden. Het mag eventueel een paar dagen langer, maar dan moet de varkenshouder aannemelijk maken dat dit noodzakelijk is met het oog op de gezondheid van de zeug of haar biggen. Bestaande kraamkooien met zeugenklem zijn nog tot 2040 toegestaan, tenzij er voor die tijd een ingrijpende verbouwing plaatsvindt en mits de zeugen zich vier tot zeven dag na het werpen vrij kunnen bewegen en omdraaien. Verder bevat de AMvB de verplichting dat varkens zich permanent kunnen schuren.
Stalklimaat
Per 2028 mag de CO2-concentratie in varkensstallen ten hoogste 3000 ppm bedragen en moet de roostervloer in stallen voor gespeende biggen voor een deel worden afgedekt met een bovenlaag voor hokverrijking. Guste en drachtige zeugen en gelten moeten vanaf 2028 beschikken over een hoeveelheid bulk- of vezelrijk voer, energierijk voer en ruwvoer die toereikend is om hun honger te stillen en in de behoefte tot kauwen te voorzien. Biggen ouder dan een week moeten vanaf 2028 tegelijkertijd met en bij de zeug ook steeds voer krijgen aangeboden. Per 2030 mag de ammoniakconcentratie in de stallen niet hoger zijn dan 20 ppm.
Pas na 2035 moeten nieuwe en ingrijpende verbouwde varkensstallen zijn voorzien van daglicht en de varkenshokken zo zijn ingericht dat er aparte plekken zijn voor rusten, mesten, eten en drinken, en onderzoeken. Die verplichtingen gelden vanaf 2040 voor alle varkenshouderijen. Veel meer ruimte krijgen de varkens niet. Alleen de dieren die tussen de 85 en 110 kg zwaar zijn, mogen rekenen op 10 cm2 extra. Zij gaan van 80 naar 90 vierkante centimeter.
Spenen van biggen
De minimumleeftijd voor het scheiden van biggen vanaf 2040 op 28 dagen. Als tussenstap zal per 2028 de in artikel 1.20 lid 3 van het Besluit houders van dieren toegestane minimum speenleeftijd worden verhoogd naar 25 dagen.

Kalveren
Voor pasgeboren kalveren schrijft de AMvB voor dat zij over 1,5 m2 vloeroppervlakte moeten beschikken. Individueel huisvesten van kalveren mag tot 2030 alleen als het kalf minimaal één ander kalf kan zien en aanraken. Vanaf 2030 is het individueel huisvesten van kalveren ouder dan 14 dagen verboden. De kalveren hebben dan de beschikking over tenminste 2 m2 vloeroppervlakte en gezelschap van tenminste één ander kalf of rund. Elk kalf beschikt dan ook over een eigen eetplaats en onbeperkt vezelrijk ruwvoer. Het vereiste hemoglobinegehalte moet dan omhoog van 4,5 mmol/l naar tenminste 5,3. Tot een leeftijd van zes weken moet een kalf melk uit een speen krijgen. Een kunstspeen wel te verstaan. Dat kalveren melk bij de koe moeten kunnen drinken, valt volgens de samenstellers van de AMvB niet binnen de definitie van dierwaardigheid. Per 2028 is het verboden een kalf te vervoeren binnen Nederland als het dier jonger is dan vier weken.

Melkvee
Iedere melkkoe moet vanaf 2030 kunnen beschikken over een eigen ligplaats. Een koe die gaat afkalven moet zich in een eigen ruimte kunnen afzonderen, maar daarbij wel zicht houden op en binnen gehoorafstand blijven van de andere koeien .Eerder al, per 2028, wordt de permanente beschikbaarheid van middelen voor de verzorging van de vacht, zoals koeborstels, verplicht. Vanaf dat moment moeten koeien ook permanent kunnen beschikken over voldoende vezelrijk voer.
Onthoornen
Het onthoornen van runderen is nog tot 2040 toegestaan. De RDA schrijft hierover: ”Een dierwaardige veehouderij respecteert de integriteit van het dier. Dit betekent dat er gestreefd wordt naar een veehouderij zonder fysieke ingrepen, zoals snavel behandelen, staarten couperen of onthoornen.” De RDA noemt onthoornen strijdig met de intrinsieke waarde en integriteit van het dier. Desondanks vallen er van de demissionaire minister op LVVN op korte termijn geen stappen te verwachten.

Vleeskuikens en legkippen
De vleeskuikens komen er in de AMvB helemaal bekaaid af. De voorgeschreven maximale beettingsgraad gaat van 33 kg per m2 naar 32 kg per m2. Een hogere bezettingsgraad van 39 kg m2 blijft echter toegestaan, maar daarvoor gelden wel – net als nu – strikte voorwaarden. Dit gaat gepaard met een nieuw verbod op snelgroeiende vleeskuikens. Dat zijn vleeskuikens die vanwege gefokte lichaamskenmerken niet in staat zijn zich op een natuurlijke manier voort te bewegen
Een van de grootste problemen bij vleeskuikens – zogeheten voetzoollaesies – wordt echter afgedaan met een vage aanduiding dat er maatregelen moeten worden getroffen om deze te voorkomen. Wat betreft de gedragsbehoeften van vleeskuikens bevat de AMvB slechts voorschriften voor eten en drinken en voor de zogeheten ”omgevingsverrijking”. ”Omgevingsverrijking bestaat uit zowel eetbare als niet eetbare materialen die niet schadelijk zijn voor de gezondheid van het dier.”
Hiermee moet worden voorzien in de behoefte aan:
a. exploreren,
b. foerageren,
c. scharrelen,
d. zelfverzorging,
e. comfort.
Winstpunt is wel dat stallen moeten worden voorzien van plateau’s, gelijk aan 20% van de vloeroppervlakte. Maar de ruimtewinst wordt al snel weer teniet gedaan: de vleeskuikenhouder mag dankzij de plateau’s meer dieren gaan houden.
Voor legkippen geldt eenzelfde beperkte opvatting over dierwaardigheid. In die opvatting is ”omgevingsverrijking” voldoende. De legkippen krijgen wel iets meer ruimte. Ze gaan van 1.111 cm2 naar 1.250 cm2, dat zijn ongeveer twee A4-tjes, ofwel acht leghennen per vierkante meter, tegen negen nu. Dat is een vereiste per 2040. Ook moeten er zoveel zitstokken en verhoogde zitplaatsen zijn, dat alle kippen tegelijkertijd kunnen rusten.
Kooihuisvesting
Wie had gehoopt dat alle leghennen per direct bewegingsvrijheid krijgen, moet nog even wachten. De omstreden kooihuisvesting (tegenwoordig koloniehuisvesting geheten) blijft tot 2035 (bij nieuwbouw tot 2027) toegestaan. Het begrip ”kooi” wordt uit het bestaande Besluit houders van dieren verwijderd. 12% van de legkippen wordt anno 2025 nog in kooien gehouden. Wiersma vindt een overgangstermijn van 10 jaar redelijk, gelet op de economische gevolgen. Erg veel haast maakt ze niet. Ook al is het al weer vijf jaar geleden dat de Tweede Kamer een motie aannam om het houden van kippen in kooien zo snel mogelijk ”uit te faseren” – met zo’n vage motie hoef je natuurlijk niet hard te hollen.
Het enige dat nog druk op de ketel kan zetten, is een Europees Burgerinitiatief – End the cages – dat hard z’n best doet om alle kooien Europa uit te krijgen. Het is Wiersma niet ontgaan, zo blijkt uit de toelichting op de AMvB.