
In Nederland is sinds 2022 een positieflijst voor zoogdieren van kracht, ook wel huis- en hobbydierenlijst genoemd. Op de lijst staan soorten die gehouden mogen worden. De totstandkoming van die lijst kent een lange voorgeschiedenis, met veel discussie tussen voor- en tegenstanders. Aan een lijst voor reptielen en vogels wordt nog gewerkt.
In de wet Dieren is een verbod opgenomen op het houden van dieren, tenzij het gaat om dieren die door de minister zijn aangewezen. Dit verbod is ingesteld om het welzijn van dieren te beschermen en het gevaar voor de mens te beperken. In het Besluit houders van dieren is bepaald dat het verbod alleen voor zoogdieren geldt.
Meningen liepen sterk uiteen
Over de positieflijst of huis- en hobbydierenlijst is jarenlang gesteggeld. Bij de totstandkoming van een lijst waren aanvankelijk talrijke partijen betrokken. ”Polderen” bleek echter niet effectief in dit geval. Over het houden van dieren lopen de meningen sterk uiteen en de wetenschap bood lange tijd onvoldoende houvast om tot een verantwoorde lijst te komen.
Ook emoties speelden een rol. Een positieflijst wordt door menigeen beschouwd als een inbreuk op de vrijheid van particulieren om hun eigen keuzes te maken. Bovendien gaat het bij het opstellen van een positieflijst niet alleen om het garanderen van dierenwelzijn, maar ook om het tegengaan van illegale handel. Kortom, een ingewikkelde mix van doelstellingen, opvattingen en belangen, waarbij een gebrek aan gezaghebbende kennis het wantrouwen in de kaart speelde.
Gerechtelijke uitspraak
Uiteindelijk is er in 2015 een positieflijst gepubliceerd, maar twee jaar later is na een gerechtelijke uitspraak besloten dat alles over moest. Na het opstellen van nieuwe beoordelingsmethode en toetsingskader moest een beoordelingscommissie Huis- en Hobbydieren (BHH) de in Nederland gehouden zoogdiersoorten beoordelen. In totaal ging het om een beoordeling van 260 soorten.
Op basis van deze risicobeoordeling, zo maakte toenmalig minister Schouten destijds bekend, zou worden besloten welke diersoorten in Nederland mochten worden gehouden. Daarbij wilde zij eveneens duidelijkheid geven of er mogelijkheden waren voor specialistische houders om diersoorten die niet op de positieflijst komen onder voorwaarden toch te kunnen houden, zo schreef ze op 12 november 2018 aan de Tweede Kamer.
Toetsingskader
In september 2019 is er een Advies toetsingskader positieflijst zoogdieren opgesteld en openbaar gemaakt, waarna een onafhankelijke beoordelingscommissie ruim 300 zoogdiersoorten heeft beoordeeld. Op de nieuwe positieflijst of huisdierenlijst (RVO spreekt nu over een huis- en hobbydierenlijst ) betreft in eerste instantie zoogdieren die wettelijk gehouden mogen worden. Later zijn de vogelsoorten, reptielen en amfibieën aan de beurt.
Begin 2022 is de beoordeling is klaar, maar op 15 april laat minister Staghouwer de Tweede Kamer weten dat er eerst nog een ”aantal zaken” moet worden uitgezocht. Volgens hem zit het met de wetenschappelijke onderbouwing van de lijst wel goed, maar ”Ik realiseer mij dat het invoeren van de lijst grote gevolgen kan hebben voor houders van dieren en voor ondernemers. Ik wil de lijst zorgvuldig implementeren en ik vind het belangrijk om bij het publiceren van het advies zoveel mogelijk duidelijkheid te geven over de gevolgen van de invoering van de lijst,” aldus Staghouwer.
Zaken die nog moesten worden uitgezocht gaan over de vraag of er uitzonderingen op de lijst mogelijk en noodzakelijk zijn. Er moest duidelijkheid komen over zogeheten ”overgangsregimes”, over de financiële gevolgen en over het handhaven van de lijst.
Dertig zoogdiersoorten
Staghouwer houdt woord: de lijst wordt op 6 juli 2022 gepubliceerd. Met daarop dertig zoogdiersoorten die gehouden mogen worden. Op de lijst (zie hieronder) staan de vertrouwde huis- en hobbydieren, zoals hond, kat, schaap, geit, varken, rund, paard, ezel, alpaca en lama, cavia, fret en konijn. Minder bekend, maar wel ”goedgekeurd”, zijn de dwergrenmuis, de grote Egyptische renmuis, de Chinese waterree, de bleke en de Algerijnse gerbil
Niet op de lijst staan onder meer de dromedaris, het damhert, het Midden-Europees edelhert, de stokstaart en de wallaby/kangoeroe. Ook ontbreken eekhoorns. Deze mogen dus in de toekomst niet meer worden gehouden, tenzij er een vrijstelling of uitzondering is geregeld. Het verbod heeft te maken met het gevaar voor de gezondheid en het welzijn van de dieren (b.v. wallaby/kangoeroe), risico op zeer ernstig letsel (b.v. moeflon, rendier, muntjak en sikahert), of zoönotisch risico (b.v. dromedaris).
Dieren die gehouden mogen worden
Afrikaanse dwergrelmuis Graphiurus murinus
Algerijnse gerbil Gerbillus nanus
Alpaca Vicugna pacos
Bleke gerbil Gerbillus perpallidus
Bruine rat Rattus norvegicus
Bunzing Mustela putorius
Cavia Cavia porcellus
Chinese dwerghamster Cricetulus barabensis / griseus / pseudogriseus
Chinese waterree Hydropotes inermis
Dwergrenmuis Gerbillus amoenus
Ezel Equus asinus
Fret Mustela putorius furo
Geit Capra aegagrus hircus
Goudhamster Mesocricetus auratus
Grote Egyptische renmuis Gerbillus pyramidum
Harrington’s gerbil Taterillus harringtoni
Hond Canis lupus familiaris
Huiskat Felis silvestris catus
Huismuis Mus musculus
Kameel Camelus bactrianus
Konijn Oryctolagus cuniculus domesticus
Lama Lama glama
Mongoolse gerbil Meriones unguiculatus
Noordafrikaanse renmuis Gerbillus garamantis
Paard Equus caballus
Rund Bos taurus
Schaap Ovis aries
Varken Sus scrofa domesticus
Waterbuffel Bubalus arnee bubalis
Woestijnslaapmuis Eliomys melanurus
Toetsingskader
Van al deze zoogdiersoorten is aan de hand van een wetenschappelijk opgesteld toetsingskader door een onafhankelijk adviescollege beoordeeld wat de risico’s zijn voor dierenwelzijn en het gevaar voor de mens. De eigenschappen en behoeften van het dier vormden daarbij het uitgangspunt, en niet de mogelijkheden die een houder heeft om met risico’s en gevaren om te gaan.
Het was de bedoeling dat de lijst op 1 juli 2024 zou ingaan. En zo geschiedde. Ondanks bezwaren die door diverse organisaties (our-Earth, Avi-com) zijn ingediend. Op 4 juni laat demissionair minister Adema in antwoord op Kamervragen weten dat van ingediende bezwaren geen opschortende werking uitgaat. De uiteindelijke wettekst is op 1 mei 2024 gepubliceerd in de Staatscourant. Vanaf 1 juli 2024 geldt er een fokverbod voor dieren die niet op de lijst staan. Als eigenaren er niet in slagen hun dieren voor die datum te laten steriliseren of castreren, zullen ze andere maatregelen moeten treffen om voortplanting te voorkomen.
Dieren die niet op de lijst staan, mogen na 1 juli 2024 nog wel worden gehouden als ze voor die datum zijn geboren. Je moet wel kunnen bewijzen dat je het dier al had. Je mag het dier dan houden totdat het doodgaat. Voor het damhert en het edelhert geldt een vrijstelling.
Een ontheffing geldt voor het houden van dromedarissen als productiedier.
Hertenkampen
De vrijstelling kwam er na enig gedoe in media en Tweede Kamer over hertenkampen. De juriste Janneke Vink noemt het een zoveelste dieptepunt in het Nederlandse dierenrecht. ”Wat hier gebeurt is exemplarisch voor hoe de zaken vaak lopen bij nieuwe dierenwelzijnsregels”, aldus Vink.
Het is volgens Vink niet voor het eerst dat een minister op de valreep na stampij vanuit belanghebbende dierhouders een voor dieren positief besluit terugdraait. Vink verwijst naar het Amendement Vestering. Dierenwelzijnsbelangen delven wederom het onderspit, stelt ze.
De uitzondering voor hertenkampen middels een vrijstelling draagt bovendien bij aan een warrige juridische constructie. Het rechtsgebied wordt er niet overzichtelijker op, aldus Vink. ”Met de introductie van de Wet Dieren is destijds gepoogd orde te scheppen in de chaos die het Nederlandse dierenrecht was, maar door dit soort ad hoc noodgrepen ontstaat er wederom een rommelige juridische lappendeken.”
Vink krijgt bijval van bijval van dierethicus Bernice Bovenkerk. Zij verwijst naar voortschrijdend wetenschappelijk inzicht, waaruit blijkt dat dieren een cultuur hebben en dat ze een voorkeur hebben met wie ze optrekken. ”Het is dus niet goed voor hun welzijn als wij bepalen met wie ze achter een hek zitten.”
Strijd anno 2025 nog niet definitief gestreden
Overigens is de strijd rond de huis- en hobbydierenlijst anno 2025 nog altijd niet gestreden. Diverse organisaties voeren een juridisch gevecht om de lijst van tafel te krijgen. Zoals de stichting Animalia. Deze zet zich in voor het behoud van het recht om verantwoord dieren te houden en voor het verbeteren van de kwaliteit van de verzorging van dieren. ”De stichting hecht waarde aan het emotionele, culturele en educatieve belang van het houden van dieren. Zij beschermt de belangen van dierhouders en schroomt niet om, indien noodzakelijk, juridische stappen te ondernemen ter verdediging van deze rechten.”
Eind juli 2025 was er een zitting van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven, waar de totstandkoming van de positieflijst werd aangevochten door onder meer het Platform Verantwoord Huisdierenbezit, Dibevo en Stichting Animalia. Zij hebben met elkaar gemeen dat ze houderijvoorschriften prefereren boven het via de wet regelen welke dieren wel en niet gehouden mogen worden. Genoemde organisaties zijn er echter tot op heden niet in geslaagd richtlijnen op te stellen die kunnen rekenen op een breed draagvlak. De organisaties zijn ook niet bij machte om naleving van de richtlijnen af te dwingen. Noch hebben ze richtlijnen opgesteld die passen bij de zes principes van dierwaardigheid.
Verbod op het doden van zoogdieren buiten de veehouderij
Zoogdieren die op de positieflijst staan en die worden gehouden buiten de veehouderij, mogen niet door hun eigenaren of houders worden gedood. Een wetswijziging daartoe op initiatief van PvdD is in mei 2023 door een ruime meerderheid in de Tweede Kamer aangenomen.
PvdD-kamerlid Frank Wassenberg heeft het via een omweg en met wat aanpassingen voor elkaar gekregen dat het dodingsverbod in de Wet dieren, dat gold voor honden, katten en ganzen, wordt uitgebreid naar alle zoogdieren die gehouden mogen worden.
Aanvankelijk wilde hij dat het dodingsverbod zou gaan gelden voor alle niet-productiedieren, dus ook bijvoorbeeld voor kippen. Dat bleek op dit moment niet haalbaar. In de toelichting op zijn wetswijziging is wel opgenomen dat ook andere diersoorten of -categorieën bij algemene maatregel van bestuur kunnen worden aangewezen, zodat daarvoor een verbod op het doden gaat gelden.
Alleen Forum voor Democratie en SGP stemden tegen de wetswijziging. Wanneer het verbod ingaat is nog niet bekend. De wetswijziging is een opdracht aan de de minister van Landbouw om het verbod te regelen.
Grote verandering
De wetswijziging betekent een grote verandering voor fokkers van bijvoorbeeld konijnen, die gewend zijn zelf dieren te doden omdat ze de verkeerde kleur of het verkeerde geslacht hebben. Daartegen kon tot dusver alleen worden opgetreden als er bij het doden sprake was van dierenmishandeling. Handhavers moesten bewijzen dat een dier bij het doden had geleden. Dat is in de praktijk een bijna onmogelijke opgave, aldus Wassenberg.
Wat precies onder dieren ”buiten de veehouderij” moet worden verstaan, is nog niet duidelijk. Wassenberg spreekt over huisdieren, maar door te verwijzen naar de positieflijst voor zoogdieren, vallen daar ook de hobbydieren onder, zoals de hobbymatig gehouden varkens, schapen en geiten. Door de uitbreiding van artikel 2.10 van de Wet Dieren over het doden van dieren naar alle zoogdiersoorten op de positieflijst, zal het dodingsverbod gaan gelden voor houders van dieren buiten het systeem van de bedrijfsmatige productie van dierlijke producten. Voormalig minister Adema heeft toegezegd het amendement uit te werken in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB).
Thuis slachten van konijnen
Uit een brief aan de Tweede Kamer van januari 2024 blijkt dat Adema al weer terugkrabbelt. Hij zegt gesprekken te hebben gevoerd met dierentuinen, dierenwinkels, hobbydierhouders en fokkers. Over het doden van konijnen – een praktijk waar veel kritiek op is en die voor Wassenberg één van de redenen was om met het amendement te komen – merkt Adema op dat er gevallen zijn waarin ”het mogelijk wenselijk of noodzakelijk is om een dier alsnog te kunnen doden.”
Update eind juni 2024
In het voorjaar van 2024 zou er een concept-AMvB komen. Dan zou blijken of en onder welke voorwaarden het doden van konijnen toch nog mogelijk blijft. Het is eind juni onduidelijk of de AMvB er nog komt.
Verwarring in Den Haag over de dromedaris:
tijd voor een factcheck
Verwarring in Den Haag over de dromedaris, een met nipte meerderheid aangenomen motie van BBB en VVD, artikelen in de krant, een petitie van een kamelenhouder – en dat allemaal doordat het moeilijk te bevatten is waarom de kameel wel en de dromedaris niet op de positieflijst is geplaatst. En ook doordat de belanghebbende kamelenhouder – in feite een dromedarishouder, die vreest voor het einde van zijn melkerij – de verklaring voor dit verschil in behandeling wel denkt te weten: het komt door gebrek aan kennis bij de commissie die over plaatsing op de positieflijst heeft geadviseerd.
Die commissie zou er volgens de kamelenhouder onterecht vanuit zijn gegaan dat dromedarissen niet zijn gedomesticeerd. Wat hem betreft zijn dromedarissen en kamelen hetzelfde. Daarom noemt hij zijn dromedarissen ook kamelen. Zijn dieren zijn al 5000 v. Chr. gedomesticeerd, betoogt hij. Bij Caroline van der Plas van BBB vond hij een willig oor. Samen met Thom van Campen van de VVD diende Van der Plas op 13 december 2022 een motie in, waarin wordt gevraagd om een ”onafhankelijke wetenschappelijke toets” door het adviescollege. Daarbij zouden de door de dromedarishouder – excuses: kamelenhouder – aangedragen wetenschappers op het gebied van domesticatie van de dromedaris moeten worden geraadpleegd. Indien de dromedaris als gedomesticeerd kan worden beschouwd, moet deze soort voor het in werking treden van de lijst worden toegevoegd, aldus de motie.
Tijd voor een factcheck
- Is een (on)gelijke behandeling van kameel en dromedaris gerechtvaardigd?
- Wordt de dromedaris door de adviescommissie inderdaad op domesticatiegronden niet geschikt geacht voor plaatsing op de positieflijst?
Eerst: wat is het verschil tussen een kameel en een dromedaris?
Flauwe vraag misschien, maar los van de aantallen bulten, waarin zich vetweefsel, voedingsstoffen en energie ophopen, is er nog meer dat deze twee kameelachtigen, behorend tot de camelidae, van elkaar onderscheidt. Allereerst de naam. In de Engelstalige wetenschappelijke literatuur wordt gesproken over ”Bactrian and dromedary camels”. Camelus bactrianus is gereserveerd voor de gedomesticeerde variant van de kameel, Camelus ferus duidt op de wilde variant, Camelius dromedarius staat voor dromedaris.
Er zijn diverse theorieën over hun herkomst. Volgends de ene theorie komen kamelen en dromedarissen uit verschillende gebieden: de kameelachtigen hebben hun oorsprong in Centraal Azie, de dromedaris is afkomstig van het zuiden van Azië en het Arabisch schiereiland. Volgens een andere theorie komen dromedarissen voort uit de camelus bactrianius.
De herkomst is van belang voor hun fysieke kenmerken. Zo zijn dromedarissen beter bestand tegen hoge temperaturen dan kamelen. Dromedarissen zijn zeer goed aangepast aan een leven in de woestijn. Kamelen kunnen lange periodes van kou in de winter weerstaan. Een kameel heeft een langere vacht, die hem beschermt tegen de kou. De dromedaris heeft daarentegen kort uniform haar over zijn hele lichaam. Dit type deken helpt het dier om de hitte beter te weerstaan. Ze zijn gevoelig voor kou en vocht.
Dromedarissen en kamelen hebben ongeveer dezelfde schouderhoogte; kamelen kunnen een schouderhoogte van 2.30 m bereiken, bij dromedarissen is dit maximaal 2 m. Dromedarissen staan wel wat hoger op de poten. In gewicht verschillen ze niet veel: bij beide diersoorten varieert dit tussen de 300 en 690 kg. (Animaldiversity.org)
De kameel heeft een minder groot uithoudingsvermogen, zowel op lange reizen als wanneer hij meerdere dagen niet eet of drinkt. Wel is de kameel beter aangepast aan het beklimmen van bergachtig en besneeuwd terrein. Ook is er een verschil in temperament. Mannelijke dromedarissen kunnen in de paartijd agressief reageren, maar ook daarbuiten kunnen zowel de mannelijke als de vrouwelijke dieren zich enigszins agressief gedragen: ze duwen tegen elkaar aan, happen naar elkaar zonder te bijten en spugen soms als ze opgewonden zijn.
Kamelen zijn rustiger, hoewel ook zij soms naar mensen toe vijandig kunnen reageren. Dromedarissen worden wat ouder: ze kunnen in gevangenschap een leeftijd van 40 tot 50 jaar bereiken. Kamelen worden rond de 35 jaar oud. Beide zijn gewend in kuddes van maximaal 20 dieren te leven. Opmerkelijk verschil zit wel in de leeftijd waarop jongen volwassen zijn en zich kunnen voortplanten. Bij vrouwelijke dromedarissen gebeurt dat als ze rond de drie jaar zijn, bij kamelen op een leeftijd van rond de vijf jaar. De verschillen tussen kamelen en dromedarissen zijn niet zo groot dat ze geen nageslacht kunnen krijgen. Er zijn talrijke voorbeelden van kruisingen, opzettelijk tot stand gebracht om de melkproductie te vergroten of om dromedarissen beter bestand te maken tegen koude omstandigheden.
Ten tweede: is er een verschil in domesticatie tussen kamelen en dromedarissen?
Er is veel gepubliceerd over de domesticatie van kamelen en dromedarissen. Alle bestaande dromedarissen zijn volgens vele bronnen gedomesticeerd. Van de Bactrische kamelen bestaat naast de gedomesticeerde soort nog altijd wel een wilde variant. Van dromedarissen wordt aangenomen dat hun domesticatie ergens in de overgang van de tweede naar de eerste eeuw voor Chr. begon (ter vergelijking: geit, schaap, koe en varken werden rond 8000 v. Chr. gedomesticeerd, het paard rond 4000 v. Chr.). Van oudsher gebruiken de nomaden van de Afrikaanse Sahara-regio dromedarissen in hun traditionele manier van leven voor melk, wol en transport. Onderstaand plaatje laat zien hoe wijd verspreid de dromedarissen waren en zijn.

Naast Bactrische kamelen zijn er wilde kamelen, maar een dergelijke wilde variant van dromedarissen ontrbeekt. Wel zijn er bijvoorbeeld in Libië grote kuddes verwilderde dromedarissen, net als in Australië.
Er is onlangs genetisch onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van het zogeheten Domesticatie Syndroom bij kamelen en dromedarissen. Bij gedomesticeerde soorten komen gedeelde eigenschappen voor. Bijvoorbeeld: eenzelfde mate van tamheid en tembaarheid, veranderingen in de kleur van de vacht en veranderingen in onder meer de vruchtbaarheidscyclus. Door meerdere genomen van zowel de Bactrische kameel, de wilde kameel, als de dromedaris opnieuw te sequensen, is er bewijs gevonden voor een selectie op genen die geassocieerd zijn met het Domesticatie Syndroom.
Deze resultaten, samen met de uitgebreide beschikbare genomische bronnen, bevorderen in belangrijke mate het begrip van zowel de evolutionaire geschiedenis van kamelen als de onderliggende genomische kenmerken van hun domesticatie, aldus de onderzoekers. Daarbij tekenen ze wel aan dat de ”domesticatiegenen” minder omvangrijk zijn dan bij andere gedomesticeerde diersoorten. Er zijn bovendien genetische verschillen gevonden tussen dromedarissen en kamelen. Die duiden erop dat er geen identieke set domesticatiegenen bestaat bij kamelen en dromedarissen.
Ten derde: wat zegt de adviescommissie voor de positieflijst over domesticatie van kamelen en dromedarissen?
Een van de door het ministerie van LNV gestelde randvoorwaarden bij de advisering over plaatsing van soorten op de positieflijst luidt dat moet worden aangegeven hoe in de beoordeling met domesticatie is omgegaan. Indien domesticatie is meegenomen, wordt de commissie gevraagd om aan te geven op welke wijze dat is gebeurd. En indien domesticatie niet wordt meegenomen, wordt daarvoor een onderbouwing gevraagd. De adviescommissie beperkt zich tot een algemeen betoog. Zie de bijlage ”Zoogdieren beoordeeld: Het biologisch fundament voor de Huis- en Hobbydierenlijst zoogdieren”. Als het gaat om de specifieke beoordeling van bijvoorbeeld de dromedaris in relatie tot domesticatie, geeft de adviescommissie geen toelichting. Zo staat niet beschreven waarom de dromedaris bij de niet-gedomesticeerde soorten is ingedeeld.
Het komt dus aan op close-reading. Misschien valt er in het algemene gedeelte over domesticatie tussen de regels door iets meer duidelijkheid te krijgen. “In de eerste plaats”, schrijft de adviescommissie, ”is gekeken naar de risicofactoren bij diersoorten zoals ze in het wild voorkomen. Van de gedomesticeerde populaties is vervolgens bekeken of het proces van domesticatie deze risicofactoren heeft versterkt, gereduceerd of anderszins heeft veranderd.
”Het Adviescollege adviseert de minister de diersoorten die in een vergevorderd stadium van het domesticatieproces zijn beland en vele decennia, soms eeuwen, in Nederland worden gehouden op de huis-en hobbydierenlijst te plaatsen, ook als die soorten risicofactoren hebben in drie of meer risicocategorieën. Het Adviescollege heeft hierbij overwogen dat de hanteerbaarheid van deze dieren groot is, dat de habituatie snel en effectief verloopt en dat er zich een gangbare dierhouderij heeft ontwikkeld die is ingebed in een sterke kennisomgeving.”
Uit de vetgedrukte zin zou afgeleid kunnen worden dat de dromedaris in de ogen van de commissie nog niet vergevorderd genoeg is in het domesticatieproces. Ook zou deze soort onvoldoende zijn ingeburgerd in de Nederlandse samenleving.
Naast domesticatie, die alleen erfelijke eigenschappen betreft, lijkt de commissie dus ook te hebben gekeken naar habituatie: de mate waarin in een dier zich kan aanpassen aan het leven nabij de mens. Een grote rol speelt deze habituatie echter niet, merkt de adviescommissie op. Bij de beoordeling van de soorten is habituatie zelfs buiten beschouwing gelaten, ”omdat die sterk afhankelijk is van de ervaring en deskundigheid van de houder.”
Ten vierde: wat zijn de andere redenen waarom de dromedaris niet en de kameel wel op de positieflijst is geplaatst?
Het adviescollege heeft 314 diersoorten beoordeeld, waarvan 295 niet-gedomesticeerde soorten en 19 gedomesticeerde soorten. De beoordeling is gebaseerd op een uitvoerige inventarisatie van 17 biologische eigenschappen, verdeeld over vijf categorieën: gezondheidsrisico voor de mens, voeding, ruimtegebruik/veiligheid dier, thermoregulatie en sociaal gedrag. Van de niet gedomesticeerde soorten zijn er 22 in de categorie ingedeeld met een hoog risico op zoönosen. Op die lijst is naast bijvoorbeeld de relmuis, de zwarte rat en de rotsgrondeekhoorn, ook de dromedaris te vinden.
De dromedaris staat eveneens, net als de gems, de eland, de wilde kameel op een lijst met hoog risico op zeer ernstig letsel. Verder wordt de dromedaris genoemd bij de ”ecologische factoren”, zoals de grootte van het leefgebied (homerange), de ruimtelijke verdeling van het voedsel en de voedselkwaliteit. ”Dieren die afhankelijk zijn van een groot leefgebied om in hun dagelijkse energiebehoefte te voorzien, moeten grote afstanden afleggen om naar voedsel te zoeken, zoals het geval is bij de dromedaris (Camelus dromedarius). Een grote homerange gaat vaak samen met een lage voedseldichtheid.”
Kameel krijgt een ”F”
De Bactrische kameel is, net als de jak en de waterbuffel, ingedeeld bij de gedomesticeerde soorten. Maar wel met een ”F”. Die letter staat voor ”risico van letselschade bij de mens, vanwege de aanwezigheid van slagtanden, scherpe horens en temperament (trappen) in combinatie met een groot lichaamsgewicht.” Waarom de kameel uiteindelijk wel en dromedaris niet bij de gedomesticeerde soorten is ingedeeld, wordt uit de stukken niet echt duidelijk. Wel valt uit de tabellen een verschil in zoönose-risico af te leiden. Talrijke zoönosen kunnen voorkomen bij de camelidae. Slechts bij één enkele zoönose wordt de dromedaris expliciet genoemd. Dat is bij het gevreesde MERS-coronavirus. Daarbij staat aangetekend: ”invoer van Camelus dromedarius uit endemische gebieden verbieden’. De adviescommissie tekent daarbij verder nog aan: ”Bij gedomesticeerde populaties is per definitie geen sprake van wildvang. Het zoönoserisico is daarom gebaseerd op gegevens uit fokpopulaties”.
Nederlands onderzoek
Uit de stukken van de adviescommissie blijkt hoe de resultaten van het enige onderzoek dat in Nederland is uitgevoerd, zijn geïnterpreteerd. (Voor de oorpronkelijke tekst, zie ”De dromedaris ingelijst?” uit 2008, uitgevoerd door de Wetenschapswinkel). Interessant is in dit verband de oorspronkelijke tekst. Daarin staat: ”Op basis van dit onderzoek lijkt het erop dat het houden van dromedarissen in Nederland, mits voldaan aan bepaalde eisen, niet tot onoverkomelijke dierenwelzijnsproblemen leidt.” Er zijn bij het machinaal melken van dromedarissen wel welzijnsproblemen geconstateerd. Zo vergen de specifieke eigenschappen van de uier van dromedarissen nogal wat aandacht en mogen de dieren niet te lang aangesloten zijn op de melkmachine. Daarom luidt het advies: sta het houden en melken van dromedarissen alleen onder bepaalde voorwaarden, met bepaalde eisen op het gebied van huisvesting, voeding en de melkprocedure.
Tot slot
De aandacht voor de dromedaris op de positieflijst is een goede aanleiding om het werk van de adviescommissie eens onder de loep te nemen. Het blijkt dat deze commissie niet over één nacht ijs is gegaan. Wie duidelijkheid wil over de vraag waarom de dromedaris niet op de positieflijst terecht is gekomen, moet verder kijken dan het twistpunt of deze diersoort wel of niet is gedomesticeerd. Er valt volgens de huidige wetenschappelijke inzichten namelijk geen simpel onderscheid te maken tussen niet-gedomesticeerde en gedomesticeerde diersoorten. Domesticatie is een proces van verandering van erfelijke eigenschappen. Het is moeilijk aan te geven hoe ver de domesticatie van een bepaalde diersoort is gevorderd. De adviescommissie introduceert niet voor niets het begrip habituatie.
Echter, wat ontbreekt is een oordeel van de commissie over het proces van domesticatie van de dromedaris. Onduidelijk is in hoeverre het stadium van domesticatie en de problemen die er zijn om de mate van domesticatie vast te stellen, een rol hebben gespeeld bij de indeling. Dat was een randvoorwaarde van het ministerie van LNV en daar heeft de adviescommissie niet aan voldaan.
Toelichting op beoordeling ontbreekt
Het was ook handig geweest als de adviescommissie van elke diersoort op de positieflijst een toelichting had gegeven op de beoordeling, inclusief verwijzingen naar wetenschappelijke literatuur. Dat is wel gebeurd bij de beoordeling van het konijn en het varken. Een groep deskundigen heeft gekeken in hoeverre een voorspelling gebaseerd op risicofactoren en risicocategorieën overeenstemt met welzijnsproblemen in de houderij. Het varken en het konijn zijn gekozen als voorbeelden van veelvuldig als hobbydier gehouden soorten. Beide diersoorten staan op de positieflijst. Het konijn is ingedeeld in de risicoklasse D, het varken in de risicoklasse E en F.
Vooral dat laatste is opvallend. De F, die ook voor de kameel en de waterbuffel geldt, duidt op een risico als het gaat om letselschade bij de mens, vanwege de aanwezigheid van slagtanden, scherpe horens en temperament (trappen) in combinatie met een groot lichaamsgewicht. Maar, zo wordt opgemerkt, de risicoklasse F is wat betreft de varkens gebaseerd op het risico van ernstig letsel bij sommige rassen. De risicoklasse E duidt op risico’s op het gebied van voeding, ruimtegebruik, thermoregulatie en sociaal gedrag. De indeling van het konijn in risicoklasse D betekent dat konijnen geen letselschade bij de mens veroorzaken maar wel risico’s lopen op het gebied van voeding, ruimtegebruik en sociaal gedrag.
Adviescommissie pleit voor huisvestings- en verzorgingsregels
Wellicht komt er nog een toelichting bij de beoordeling van alle diersoorten. Dat zou samen kunnen gaan met het opstellen van huisvestings- en verzorgingsregels voor alle zoogdieren op de huis-en hobbydierenlijst. Iets waar de adviescommissie voor pleit. Regels die dierenwelzijn en de gezondheid van mensen waarborgen. Wanneer die regels er komen, zou het zo maar kunnen dat de dromedaris alsnog op de positieflijst wordt geplaatst. Daar is geen motie van de Tweede Kamer voor nodig. De dromedarishouder kan gewoon een aanvraag indienen bij het ministerie van LNV.
Update 26 juni 2024:
De dromedaris is volgens de adviescommissie ook na raadpleging van wetenschappers niet geschikt bevonden voor een plek op de positieflijst. De dromedaris bevindt zich weliswaar in het proces van domesticatie bevindt, maar van vergevorderde domesticatie kan nog niet worden gesproken. Vooralsnog geldt er een vrijstelling voor het bedrijf dat dromedarissen houdt. De eigenaar mag zijn bedrijf voortzetten, totdat het bedrijf ophoudt te bestaan. Zolang de dromedaris niet op de positieflijst staat, mogen er geen nieuwe dromedarisbedrijven bij komen.