AMvB dierwaardige veehouderij van Erkens laat dieronwaardige houderijsystemen intact

De intensieve veehouderij in Nederland hoeft het niet over een andere boeg te gooien. In elk geval tot 2040 blijven dieronwaardige veehouderijsystemen intact. Dat blijkt uit de ontwerp-Algemene Maatregel van Bestuur die staatssecretaris Silvio Erkens naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Die kan alleen nog maar via moties bijsturen. Het indienen van wijzigingsvoorstellen – zogeheten amendementen – is volgens Erkens niet mogelijk.

In de toelichting op de AMvB staat als uitgangspunt dat de dieren niet worden aangepast aan het houderijsysteem, maar juist andersom. In de uitwerking komt daar echter niets van terecht. Haalbaarheid en betaalbaarheid vanuit de optiek van de gangbare intensieve veehouderij zijn leidend. De AMvB dierwaardige veehouderij waarover Erkens nogal hoog opgeeft (”een grote en realistische stap vooruit”), mist de aansluiting met de huidige stand van wetenschap over dierwaardigheid.

Hokbezetting vleesis wettelijk gezien niet verplich varkens en kraamhokken

Twee voorbeelden: de hokbezetting van vleesvarkens en de kraamhokken voor zeugen. De beschikbare ruimte voor vleesvarkens met een gewicht van 85 tot 110 kg gaat in 2040 van 0,8 vierkante meter naar 0,9. Dat is amper een verbetering te noemen en zeker niet genoeg om aan de gedragsbehoeften van varkens tegemoet te komen. De ruimte per dier blijft vrijwel gelijk, hebben wetenschappers van Wageningen Universiteit en de Universiteit Utrecht vastgesteld.

Ook de kraamhokken voor zeugen (nu nog een soort martelkamertje waarin het moedervarken voor en na de geboorte van de biggen wordt klem gezet) gaan er dankzij de AMvB niet echt op vooruit. De AMvB voorziet weliswaar in ”vrijloop kraamhokken”, die ook nog eens bijna twee vierkante meter groter moeten zijn dan de huidige 4,7 m2 (in 2035 verplicht in nieuw te bouwen stallen, in 2040 in bestaande stallen), maar vastzetten met klemmen is gedurende een periode van vijf dagen rond de geboorte van de biggen toegestaan. Dit is al eerder door wetenschappers uit Wageningen en Utrecht ontraden: daardoor kan er gedurende vijf dagen niet in de gedragsbehoeften van zeugen worden voorzien en dat tast niet alleen het welzijn aan, maar heeft ook ”negatieve fysiologische effecten”.

”Voor zover zulks redelijkerwijs kan worden verlangd”

De staatssecretaris is wettelijk gezien niet verplicht om met regelgeving te komen die een dierwaardige veehouderij met het dier als uitgangspunt creëert. In het artikel 2.3a uit de Wet dieren waar de AMvB uit voortvloeit, is een bepaling opgenomen: ”voor zover zulks redelijkerwijs kan worden verlangd.” Het voorzien in de behoeften van dieren hoeft dus niet perse. Er kunnen redenen zijn om daarvan af te zien. Daarom zit er bij het ontwerp AMvB ook een uitgebreide economische impactanalyse waarin maatregelen langs de lat van investeringen en kosten zijn gelegd.

Tactische zet Partij voor de Dieren in belang van democratisch proces

Erkens heeft aangegeven dat wijzigingsvoorstellen vanuit de Tweede Kamer niet meer mogelijk zijn. Dat is ingebakken in artikel 10.10 van de Wet dieren. De ontwerp-AMvB is aan de Eerste en Tweede Kamer ter beschikking gesteld (”overlegd”). De Kamers mogen zich erover uitspreken. Na vier weken moet de ontwerp-AMvB nog voor advies naar de Raad van State.

In de besluitenlijst van de Ministerraad van 11 september staat overigens iets anders. Daar wordt wel rekening gehouden met ”ingrijpende wijzigingen”:
De staatssecretaris van LVVN zal het besluit aan de Staten Generaal sturen in het kader van de voorhang en na afloop van de voorhang, als de voorhang niet tot ingrijpende wijzigingen leidt, om advies aanhangig doen maken bij de Afdeling advisering van de Raad van State.

Hoe dan ook: de Partij voor de Dieren zorgt er in elk geval nog voor dat er wat te kiezen valt. Vrijwel gelijktijdig met de presentatie van de AMvB heeft kamerlid Esther Ouwehand haar rol als medewetgever weer opgepakt en de behandeling van haar eigen initiatiefwet geopend met het indienen van een Nota van wijziging. Een tactische zet, niet alleen in het belang van de dieren, maar zeker ook van het democratisch proces.

Uitgebreid artikel over AMvB dierwaardige veehouderij van Erkens volgt

In een uitgebreid artikel over de AMvB van Erkens ga ik binnenkort nader in op het democratisch proces (Zet de staatssecretaris het parlement buiten spel?) en wat er verandert en vooral niet verandert voor kippen, melkvee, vleesvee, kalveren en varkens. En per wanneer. (volgt)

In de oren van varkens zie je de drang naar data

nature, farm, mammal, close up, nose, piglet, skin, vertebrate, pig, country life, domestic pig, pig like mammal, Free Images In PxHere

(Bron foto: Free Images In PxHere)

Vroeger – nog niet zo heel lang geleden – dienden oormerken uitsluitend voor de identificatie en registratie (I&R) van landbouwhuisdieren. Varkens, koeien, geiten en schapen kregen met behulp van een tang flappen in de oren geprikt met daarop een nummer. Ik herinner me nog de tijd dat we ons druk maakten over de pijn die dat veroorzaakte, het infectiegevaar en het risico op uitgescheurde oren.

Er was een alternatief – de injectabele transponder ter vervanging van oormerken, ofwel de chip – maar dat maakte bij het toenmalige ministerie van landbouw geen schijn van kans. Argument: chips kunnen gaan dwalen door het lichaam en dat kan problemen opleveren bij de slacht. Het verzet bleef. Dierhouders die zich op het standpunt stelden ”Oormerken horen in de la” konden een fikse boete tegemoet zien.

‘Smart farming’

Sindsdien hebben de fabrikanten van oormerken niet stil gezeten. Vooral in de varkensindustrie is ‘smart farming’ big business. Zogeheten radiofrequentie-identificatietags (rfid-tags) kunnen communiceren met een geautomatiseerd voersysteem bij het voeren van individuele varkens in groepsstallen, zodat de varkenshouder precies weet welk varken hoeveel heeft gegeten. Ook is het mogelijk met behulp van rifd-tags het gedrag en de bewegingen van dieren te monitoren.

Elke behandeling die het varken ondergaat – bijvoorbeeld het gebruik van antibiotica – kan worden vastgelegd via een chipje in het oormerk. Alle vastgelegde informatie gaat naar een database waarmee de varkenshouders bij het boerderijmanagement hun voordeel kunnen doen.

Het toevoegen van technische snufjes aan de oormerken gaat zo ver dat je je kunt afvragen of dit wel is toegestaan. Het aanbrengen van oormerken is immers een ingreep die de integriteit van het dier aantast. Dat mag alleen als het gebeurt om een dier te registreren. Sterker nog: de verplichte I&R is de enige juridische grondslag.

Ruimte in wet- en regelgeving

In 2019 zou er ruimte zijn gemaakt in de wet- en regelgeving. *) Voordien moesten varkens die naar de slacht gingen, een zogeheten slachtblik toegediend krijgen. Tot 2019 mochten varkens niet meer dan twee oormerken dragen, een I&R-oormerk en een slachtblik. Sinds 2019 zou volgens de Producenten Organisatie voor de Varkenshouderij (POV) een zogeheten combimerk zijn toegestaan. Niet als derde oormerk, maar als een wit gebruiksmerk en slachtblik in één, voorzien van het nummer van het varkensbedrijf en het volgnummer van het individuele varken. Dat combimerk kan in het ene oor, het I&R-oormerk (”het gele biggenmerk” met het nummer van het bedrijf waar de big is geboren) in het andere. Dat combi-oormerk is belangrijk voor de varkensindustrie, want daaraan kan een rfid-tag worden toegevoegd.

De vraag blijft echter of zo’n opgetuigd combimerk niet in strijd is met het doel van de wet- en regelgeving, die nog altijd niet meer dan twee identificatie-ingrepen toestaat. Of het combi-oormerk onder de wettelijke verplichting tot identificatie valt, is onduidelijk. ”In Nederland mogen oormerken alleen worden aangebracht als deze in de regelgeving verplicht zijn gesteld”, aldus de NVWA desgevraagd. Wat het dubbel ingewikkeld maakt is dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de gebruiksmerken ofwel combimerken van vijf leveranciers heeft erkend (Merko-Dalton, Hut, Schippers, Metagam, MijnBlikken).

D-tag

Nieuw is de zogeheten D-tag, een Nederlands-Taiwanees product dat werkt met een sensor die het gedrag en de temperatuur van varkens registreert. Het lijkt een zelfstandig oormerk, maar dat is het niet. Nieuwe Oogst.nl publiceerde onlangs een artikel over een varkenshouder die de tags gebruikt. Deze tag mag niet als extra ingreep worden aangebracht, dus zit-ie net als de rfid-tag ”verstopt” in een combimerk, maar wel zo dat er een lampje gaat branden als er iets aan de hand is.

Het verzamelen van allerhande data via het oor gaat onverminderd door. De varkenshouder kijkt naar zijn scherm. Of raadpleegt een app om te zien of de varkens genoeg eten, groeien, wat hun lichaamstemperatuur is, of ze voldoende rusten en niet aan de staarten van de andere varkens in het hok bijten. De mens komt er met z’n eigen zintuigen steeds minder aan te pas, communiceert niet meer, reageert alleen nog op signalen. Logisch binnen een varkenshouderij die efficiency hoog in het vaandel heeft staan. Maar vanuit het dier bekeken?

Vanuit het dier bekeken zou het wel fijn zijn als nut en noodzaak van oormerken met en zonder toevoegingen opnieuw worden beoordeeld. Wellicht kan het aantal ingrepen in het oor worden teruggebracht naar één merk waar alles in zit. Wellicht kan het naar nul, als de varkenshouder weer z’n eigen oren en ogen gaat gebruiken. Met duizenden varkens in een stal gaat dat uiteraard niet lukken, maar met enkele tientallen moet dat mogelijk zijn.


Ik heb een vervolgvraag ingediend bij de NVWA: op grond waarvan is het toegestaan om aan oormerken – een ingreep die verplicht is vanwege I&R – allerlei functionaliteiten toe te voegen die niets met I&R te maken hebben?

Razendsnelle reactie van de NVWA (binnen 8 dagen): ”De eisen die aan een oormerk zijn gesteld, verbieden niet dat ook andere functionaliteiten aan een oormerk worden verbonden. Er zijn bijvoorbeeld diverse conventionele oormerken die een chip bevatten ten behoeve van dierherkenning (bij een voercomputer bv). Een dergelijke toevoeging mag uiteraard niet leiden tot een extra ingreep, dus ook niet in het geval van een D-tag.”


*) In de Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 26 april 2019, nr. WJZ/ 19052415, tot wijziging van de Regeling diergeneeskundigen (vrijstelling ingrepen varkens, pluimvee en runderen), is hierover niets terug te vinden. Wel over een voortgaande vrijstelling ingrepen varkens betreffende het slachtblik. Dat zou nog tot 2023 mogen worden toegepast voor varkens die in Duitsland worden geslacht, in afwachting van de komst van een ”elektronisch oormerk”. Wat dat precies inhoudt, staat niet vermeld. Artikel 7.2. Vrijstelling handmatig identificeren varkens met een merk is op 1 juli 2025 komen te vervallen.
In Vleesmagazine wordt de wijziging van de regeling opgevat als vrijbrief voor het elektronische oormerk, in de zin van een digitaal oormerk met een zogeheten RFID-chip. ”Twintig varkenshouderijen hebben nu ontheffing om varkens te leveren zonder een slachtblik. Hiervoor in de plaats hebben de varkens een digitaal oormerk. (…) Zowel het ministerie van LNV en de NVWA staan positief tegenover de digitale identificatie van varkens. Deze pilot zal tot eind 2019 duren. Wanneer de pilot met de RFID-oormerken succesvol is, wordt het slachtblik overbodig.” 

Na verbod op kippen vangen aan poten, nu ook handhaving coupeerverbod varkensstaarten?

Varkentje van de Amelandse keramiste Liesbeth Dul. Op de vraag waarom ze de krulstaart niet heeft geglazuurd, antwoordde ze: ”Om deze te accentueren”. (Eigen foto).

Na de succesvolle uitspraak van de rechter over het aan de poten vangen van kippen (gebruikelijk in de pluimveeindustrie, maar mag dus niet) is nu het wachten op een uitspraak over het routinematig couperen van varkensstaarten.

Stichting Wakker Dier, die een verzoek om handhaving van het verbod om kippen aan de poten op te pakken tot aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) had doorgezet, spreekt na de uitspraak van 21 juli over een ”historische winst” en ”eindelijk gerechtigheid”. Vanaf 1 januari 2027 treedt er een dwangsom in werking van € 60.000. Vanaf die datum moet de hele sector over op een andere vangmethode, zoals de rechtop-methode van Eyes on Animals.

Stichting Varkens in Nood, die vergelijkbaar traject aflegde met een zaak over het stelselmatig afknippen van varkensstaarten – een ingreep waarmee de varkenssector nog tot 2040 dacht te kunnen doorgaan – hoopt medio oktober op eenzelfde uitkomst. Hoewel directeur Frederieke Schouten een zogeheten ”begunstigingstermijn” tot 2030 niet uitsluit. ”Daar kunnen we mee leven. Er is wel een juridische stok achter de deur nodig. Dit is al dertig jaar verboden”, zei ze een dag na de zitting op 20 juli, waar naast Varkens in Nood en de handhavende instantie NVWA ook de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) aanwezig waren.

NVWA komt steeds zwakker te staan

Voor een analyse van de rechtspraak in dierenwelzijnszaken is het nog iets te vroeg, maar het heeft er alle schijn van dat organisaties als Wakker Dier en Varkens in Nood er steeds beter in slagen om de verdedigingscode van de vee-industrie te kraken. Vooral de NVWA komt bij de rechter steeds zwakker te staan als het erom gaat duidelijk te maken waarom er tegen evidente wetsovertredingen niet wordt opgetreden.

In de drieënhalf uur durende zitting op 20 juli richtte de rechter van het CBB zich vooral tot de NVWA, die zich beriep op een ”open norm”. De wet zou te onduidelijk zijn, er komt een algemene maatregel van bestuur aan die voor de nodige afbakening gaat zorgen, voerde de NVWA aan. De rechter vroeg: hoe dan, wat dan en kan dat afbakenen niet nu al?

De zeer gedetailleerde inbreng van de juristen die het standpunt van Varkens in Nood verdedigden, gaf weinig aanleiding tot vragen. Volgens hen is het zo helder als wat: er geldt een verbod op couperen onder voorwaarden en als varkenshouders daar niet aan voldoen, dan overtreden ze de wet. Er moet bij de varkens sprake zijn van kwetsuren én getroffen maatregelen moeten ineffectief zijn gebleken. Is dat niet aangetoond, dan mogen ze niet couperen. Bij zeker drie van de vijf varkenshouders die te maken kregen met een verzoek om handhaving, konden de juristen van Varkens in Nood op basis van inspectieverslagen onderbouwen dat kwetsuren niet waren aangetoond.

Uitvluchten verzinnen kan niet meer

Zolang de rechter nog niet heeft gesproken, is dit in elk geval pure winst: de juristen van Varkens in Nood hebben zeer nauwkeurig omschreven wat het coupeerverbod inhoudt. Net als bij het aan de poten vangen van kippen: uitvluchten verzinnen kan niet meer.

Stoppen met afknippen krulstaarten per 2030 raakt uit zicht

Het einde aan het afknippen van varkensstaarten in Nederland per 2030 raakt uit zicht. De deadline voor het behoud van de krulstaarten zal niet worden gehaald, verwacht directeur Jean Marie Van Oort van fokbedrijf Topigs Norsvin, een bedrijf met vestigingen in 56 landen waaronder China en Rusland.

Van Oort noemt geen nieuw jaartal, maar er moet volgens hem in de Nederlandse varkenshouderij nog veel gebeuren. Het uitstel dat hij verwacht, ligt volgens hem niet aan de genetica, die is op orde. Topigs Norsvin is in staat varkens te leveren die hun krulstaart kunnen behouden dankzij selectie op sociaal gedrag, aldus Van Oort in een opmerkelijk interview met vakblad Pigbusiness.

Terughoudendheid onder varkenshouders

Varkenshouders willen geen dieren met krulstaart, omdat de varkens er anders uit verveling of ten gevolge van stress in gaan bijten. Onder varkenshouders heerst grote terughoudendheid om met dat ”couperen” te stoppen, signaleert Van Oort. Dat heeft te maken met de eisen die gelden voor transport en slacht en de extra kosten waar varkenshouders voor komen te staan wanneer er zich uitbraken van staartbijten voordoen. Licht gewonde dieren mogen niet zo maar vervoerd worden. Bij varkenshouders bestaat de angst dat ze deze dieren niet kunnen afvoeren.

Dat de Nederlandse varkenssector kampt met ernstige ziekte bij twee derde van de biggen – een ziekte die het staartbijten in de hand werkt – daarover laat Van Oort zich niet uit.

LVVN komt met pilot

Traditiegetrouw gooit de staatssecretaris van het ministerie van LVVN er nog maar eens een pilot tegenaan, ”gericht op het optimaliseren van
1) een uniforme beoordeling van varkens met lichte staartbijtschade en
2) de transportvoorwaarden voor deze varkens.
Tijdens de pilot wordt ook de impact van deze optimalisatie voor varkenshouders en slachthuizen in kaart gebracht. Eind 2026 zal de Kamer geïnformeerd worden over het verdere verloop van dit traject”. Was getekend Silvio Erkens.

Ambitie varkenssector: 2040

Ook Coviva – een samenwerkingsverband van varkenssector en overheid – heeft de bakens verzet. De ambitie is nu om in 2040 varkens te houden mét krulstaart, ”onder voorwaarde dat het dierenwelzijn geborgd is”. Tien jaar later dus dan de eerder gestelde deadline, bijna vijftig jaar (!) nadat er een Europees verbod op het couperen van varkensstaarten is ingevoerd. En dan maakt Coviva ook nog een belangrijk voorbehoud.

Grote kans dat de politiek hierin niet meegaat. Er is al te vaak uitstel verleend. Lees ook wat er in Denemarken gebeurt: Draconische maatregelen voor Deense varkenssector In Nederland loopt een rechtszaak van Varkens in Nood tegen het ministerie van LVVN omdat er niet wordt opgetreden tegen varkenshouders die de staarten van hun dieren couperen.

Lees meer Varkens met en zonder krulstaart

Moordpartijen bij kalkoenen in de stal

Rangordegevechten zijn bij kleinschalig gehouden kalkoenen ”doodnormaal”. Ze verlopen meestal probleemloos.

Het moet voor kalkoenen hel op aarde zijn. Met z’n duizenden opgepropt in een stal. Van het ene moment op het andere kan de gekte toeslaan. Meestal is één kalkoen dan de pineut. Die kan met gemak dertig andere kalkoenen achter zich aankrijgen. Ze jagen het slachtoffer op en pikken het in de nek, net zo lang totdat ze dood neervalt. En zelfs dan kan het pikken nog doorgaan.

Soms heeft een opgejaagde kalkoen geluk. Dan kan ze ergens wegduiken, zodat haar aanvallers niet bij haar nek en kop kunnen. Maar pas op: kom niet te gauw weer tevoorschijn, want ze weten je te vinden, zo blijkt keer op keer.

Onderzoekster van Wageningen Universiteit Thea van Niekerk beschrijft deze moordpartijen in het rapport Kalkoenen met onbehandelde snavels. Ze deed een literatuurstudie naar de vraag of in de kalkoenenhouderij gestopt kan worden met het behandelen van de snavels. Bij kleine kuikens wordt nu standaard de snavelpunt verhit met een infraroodlaser waarna deze afsterft. Sinds 2018 is die ingreep verboden, maar de houders van kalkoenen hebben tot 2028 een vrijstelling.

Stoppen kan niet zo maar, vanwege de gruwelijke gevolgen als het pikgedrag uit de hand loopt, waarover Van Niekerk in haar rapport schrijft. Wel is het mogelijk om schade te verminderen, maar dat vraagt volgens haar nogal wat:

> stallen met elementen waarachter de kalkoenen zich kunnen verschuilen;
> zeer frequente controle in de stal en aangepikte dieren onmiddellijk apart zetten;
> veel bezigheidsmateriaal en zeer frequente wisseling ervan om verlies van interesse tegen te gaan.

Alleen zo kan het pikgedrag, dat berust op normale rangordegevechten die bij kleine groepjes kalkoenen doorgaans zonder al te grote problemen verlopen, binnen de perken worden gehouden.

Het aanbrengen van schuilmogelijkheden stuit bij kalkoenhouders op weinig weerstand, zo toont Duits onderzoek aan. De andere punten zijn in een ”normale bedrijfsvoering” niet mogelijk, stelt Van Niekerk vast.

2028 einde vrijstelling

In 2028 zou er een einde moeten komen aan de vrijstelling die kalkoenhouders nu nog hebben van het verbod op de ingrepen die ze bij hun dieren plegen. Het behandelen van de snavels van kalkoenen mag dan niet meer. Maar dat lijkt, gezien het bloed dat dan gaat vloeien, niet zo’n goed idee. Beter dus om maar helemaal te stoppen met de kalkoenenhouderij? Van Niekerk trekt deze vergaande conclusie niet. De opmerkingen die ze maakt over kostprijsverhoging en mentale belasting voor de kalkoenhouder doen eerder vermoeden dat ze adviseert om door te gaan met het behandelen van de snavels.


Nederland telt ruim 25 kalkoenhouders. Berichten over vogelgriep bij deze bedrijven geven inzicht in de huidige aantallen dieren per bedrijfslocatie. Die variëren tussen de 23.000 en 38.000. Vrijwel altijd bestaat één locatie uit meerdere stallen. Over de bezetting per stal is weinig bekend. Bedrijven met een Beter Leven Keurmerk 2 sterren moeten zich houden aan 6,25 kalkoenen per vierkante meter staloppervlak/maximaal 35 kg ”levend gewicht” per vierkante meter, vanaf een leeftijd van 7 weken. Bij de gangbare kalkoen is dat resp. 48 kg en 58 kg. Een vetmestronde duurt ongeveer 16 weken voor hennen en en paar weken langer voor de hanen. Hennen wegen voordat ze naar de slacht gaan circa 10 kg, hanen zijn twee keer zo zwaar. (Bron pluimveebedrijf.nl)

Lees meer over Ingrepen bij dieren in de veehouderij

Partij voor de Dieren wil volgend jaar verbod op nieuwe stallen bio-industrie

In deze megastal van Plukon Food Group uit Wezep, gevestigd aan Gasselteboerveenschemond 4, zou plek zijn voor 120.000 kippen. Er zijn ook documenten die berichten over 244.000 leghennen. Het bedrijf bestond aanvankelijk uit vijf, daarna zes en nu zeven stallen. Op het bedrijf is begin oktober 2025 vogelgriep uitgebroken. Alle hennen zijn vergast. Kees de Jong van LTO pluimveehouderij noemt het in het Dagblad van het Noorden ”één van de grotere en mooiere bedrijven van Nederland”. Eerder zijn al eens op deze plek 160.000 kippen omgekomen door een stalbrand (beeld: Googlemaps)

Beloofd is beloofd: op 13 oktober 2025 heeft de Partij voor de Dieren een nieuwe versie van een initiatiefwet voor afschaffing van de bio-industrie bij de Tweede Kamer ingediend. Na een advies van de Raad van State is de in 2024 ingediende versie aangepast. De partij wil een spoedig verbod op nieuwe stallen die geen ruimte bieden aan natuurlijk gedrag.

Vanaf 1 januari 2030 zijn – als het aan de Partij voor de Dieren ligt – alle pijnlijke lichamelijke ingrepen verboden. Dan is het niet meer mogelijk biggenstaartjes af te branden, kalfjes te onthoornen, tenen bij hanen te verwijderen, en de snavels van kippen en kalkoenen af te knippen. De termijn van vijf jaar is op aanraden van de Raad van State vastgesteld. Een eerder verbod, zoals aanvankelijk het plan was, zou tot juridische procedures kunnen leiden.

De initiatiefwet zal na de verkiezingen op 29 oktober door de nieuwe Tweede Kamer worden behandeld. Om een einde te kunnen maken aan de bio-industrie is een ingrijpende wijziging van de Wet dieren noodzakelijk. In lijn met een eerdere wetswijziging is het vizier van de Partij voor de Dieren gericht op 2040. Deze termijn is volgens de partij nodig om een meerderheid te krijgen in Tweede en Eerste Kamer.

Bouwstop per 1 juli 2026

De initiatiefwet beoogt dieren niet langer aan te passen aan het systeem, maar het systeem aan te passen aan het dier, aldus de Partij voor de Dieren. Om te voorkomen dat de bio-industrie nog nieuwe stallen gaat bouwen, voorziet de initiatiefwet vanaf 1 juli 2026 in een bouwstop.

Dat zal nog een hele discussie gaan geven, want vertegenwoordigers van de bio-industrie pleiten juist voor het verbouwen of vernieuwen van hun stallen om een dierwaardige veehouderij te realiseren. Dat vraagt volgens de vicevoorzitter Eric Stiphout van de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) om nieuwe staltypen. Op de website van Nieuwe Oogst zegt hij: ”De hokverhouding moet zodanig zijn dat er functiegebieden ontstaan en daglicht de stal binnenkomt. Dagontmesting verbetert het klimaat in de varkensstallen en moet ertoe bijdragen dat de mestkosten dalen.”

Ondertussen gaat schaalvergroting door

De uitspraken van Van Stiphout staan niet op zichzelf. Ze passen binnen het nieuwe denkkader van de intensieve veehouderij. Deze sector wil het liefst uitbreiden om met nog meer dieren in wat ruimere stallen hun lucratieve business te kunnen voortzetten. Er is nog altijd een omvangrijke schaalvergroting gaande. Gerealiseerde uitbreidingen van de afgelopen jaren in bijvoorbeeld de vleeskuikenindustrie zijn daar een voorbeeld van. Zie Megastal met Beter Leven Keurmerk. Hoe dat mogelijk is in tijden van een stikstofcrisis, laat zich raden.

Meer megastallen in melkveehouderij, minder weidegang

Duidelijk is dat de op export gerichte productie van vlees en eieren het tempo en de richting van verandering naar een dierwaardige veehouderij dicteert. En dat er vooral ook een tegengestelde beweging gaande is. Dat geldt zeker voor de melkveehouderij. Eén op de zeven koeien leeft inmiddels in een megastal, zo blijkt uit onderzoek.

Het aantal megastallen in de melkveehouderij (> 250 koeien) is in de periode 2021-2025 met 28% gestegen. Van de 660 megastallen in 2025 tellen 55 locaties meer dan 500 koeien. In 2024 waren het vooral de megabedrijven die geen weidegang toepasten: 45%. De bedrijven die melkkoeien wél naar buiten laten, laten hun dieren doorgaans minder lang in de wei vergeleken met de kleinere bedrijven. Zo komen melkkoeien op megabedrijven nog geen 1.000 uur per jaar buiten, terwijl dat bij bedrijven met een grootte tot 50 melkkoeien meer dan het dubbele is.

Wetgeving kan tendens keren

Volgens de initiatiefwet van de Partij voor de Dieren moet de veehouderij voorzien in de gedragsbehoeften van de dieren die ze houden. Dat vergt ingrijpende wijzigingen van stalsystemen die niet met een aanpassinkje hier en een verbouwinkje daar gerealiseerd kunnen worden.

Update 12 februari 2026

De initiatiefwet is nog niet rijp voor behandeling in het parlement. De tijdelijke commissie Grondrechten en constitutionele toetsing steekt daar een stokje voor. Deze commissie stelt vast dat met het initiatiefvoorstel het eigendom van bedrijven wordt gereguleerd. ”Regulering van eigendom is toegestaan als daarmee het algemeen belang, waaronder de bescherming van dieren, is gediend. Wel moet er een belangenafweging plaatsvinden, waaruit blijkt dat de maatregelen proportioneel zijn aan dat doel en lichtere middelen niet volstaan.”

De tijdelijke commissie merkt tevens op dat niet is onderbouwd waarom is gekozen voor inwerkingtreding van het aangescherpte verbod op lichamelijke ingrepen bij dieren per 1 januari 2030 en waarom deze datum zorgt voor een eerlijke balans tussen de belangen van bijvoorbeeld veehouders en het belang van het bevorderen van het dierenwelzijn. Kortom, er is nog werk aan de winkel voor de Partij voor de Dieren.

Update 11 september 2026

Vrijwel gelijktijdig met de presentatie van de AMvB dierwaardige veehouderij van staatssecretaris Erkens heeft de Partij voor de Dieren haar herziene initiatiefwet inclusief een Nota van Wijziging ingediend bij de Tweede Kamer.

BBB zweert bij doelsturing

Sinds de Boer Burger Beweging (BBB) het voor het zeggen heeft op het ministerie van landbouw, staat alles in het teken van doelsturing. Het zou dé grote beleidswijziging zijn waaraan de twee bewindslieden Femke Wiersma en Jean Rummenie dagelijks ‘’keihard’’ werken. Het begon met stikstof. Dat megaprobleem moest volgens het BBB-duo worden aangepakt met doelsturing. En nu komt doelsturing ook tevoorschijn als het gaat om dierwaardigheid.

Het is een soort mantra. Letterlijk. Wiersma en Rummenie dragen een loden last met zich mee. De milieugevolgen van de intensieve veehouderij en het lot van miljoenen dieren drukken zwaar op het door hen bestierde ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Om zich daarvan te bevrijden nemen ze bij herhaling het woord doelsturing in de mond. ‘’Goedemorgen Femke, doelsturing vandaag?’’, vraagt Jean ’s morgens bij het betreden van het departement. ‘’Zeker, Jean. Doelsturing’’, reageert Femke, nog voordat ze de draaideur door is.

Het woord zoemt rond in de gangen, door vergaderzalen, in emailverkeer en Kamerdebatten. Maar niet alleen als een rustgevende, verbindende bezweringsformule. Doelsturing is in de ogen van Wiersma en Rummenie het stadium van toverspreuk inmiddels ruim voorbij. Het werkt echt, is hun overtuiging. Tegen vele kwalen.

Wat is doelsturing?

Jaren geleden kwam ik in aanraking met het begrip. Het moet eind vorige eeuw zijn geweest. Een milieuambtenaar legde me het verschil uit tussen doel- en middelvoorschriften. In doelvoorschriften staan normen waaraan een veehouderij moet voldoen, bijvoorbeeld: geen overlast veroorzaken. Of: niet meer ammoniak uitstoten dan vergund.  
In middelvoorschriften staat omschreven hoe veehouders aan deze normen moeten voldoen, bijvoorbeeld door toepassing van een bepaald soort luchtwasser. De milieuambtenaar signaleerde toen al een verschuiving van middel- naar doelvoorschriften en waarschuwde: dat maakt de handhaving een stuk moeilijker, het milieu, de biodiversiteit en de leefomgeving rond veehouderijen zullen er niet beter op worden.

Waar kennen we doelsturing van?

Later kwam ik het begrip tegen in een evaluatie van de wet Dieren (2020). Die wet, ingevoerd in 2013, betekende het einde van een aantal middelvoorschriften uit de tot dan toe geldende wet- en regelgeving. Ze werden gedeeltelijk vervangen door doelvoorschriften. Zo moest een hondenhok voortaan ‘’voldoende ruimte bieden aan de hond’’. De oppervlakte-eis van 7 m2 en 2 meter hoog uit het oude Besluit inzake het houden van een waak- of heemhond kwam te vervallen.

De argumentatie vóór meer doelsturing in de wet Dieren kwam overeen met die van nu: erkenning van de verantwoordelijkheid van houders van dieren, ruimte bieden voor innovatie en initiatief. Maar in plaats van er een aansporing in te zien voor het doelsturingsbeleid van het BBB-duo, zou de aandacht vooral moeten uitgaan naar de vinger die in deze evaluatie wordt gelegd op een hele zere plek.
Doelvoorschriften zijn in feite open normen, aldus de samenstellers van de evaluatie (Bureau Berenschot) . Deze leiden niet tot innovatie en het invullen ervan is grotendeels achterwege gebleven. In plaats daarvan doen zich handhavingsproblemen voor. Open normen leiden ook tot juridisering. En: ‘’Omdat niemand de open normen verduidelijkte, hebben handhavende instanties, vaak tegen wil en dank, beleidsregels vastgesteld.’’ Hetgeen zoveel wil zeggen als: laat de wetgever het afweten, dan moet het maar buiten het parlement om.

Het disfunctioneren van de doelsturing

Een verklaring voor het disfunctioneren van de doelsturing kan, volgens Berenschot, liggen in de ‘’Europeesrechtelijke dimensie’’. De regels waaraan moet worden voldaan, zijn overwegend op Europees niveau vastgelegd. ‘’Dit betekent dat de nationale wetgever niet kan bepalen of een norm vorm wordt gegeven als middel- of doelvoorschrift. De nationale regelgever had dus niet de beslismacht om meer ruimte voor innovatie in de regelgeving mogelijk te maken voor die groepen die daartoe in staat zouden moeten zijn. De nationale overheid kan slechts beperkt sturen op het maken van open normen die geschikt zijn voor innovatie.’’

Wat een belangrijke aanwijzing voor het BBB-duo Wiersma en Rummenie om een andere route te kiezen! Toch gaan ze halsstarrig door op het doelsturingspad. Niet alleen met de stikstofaanpak, ook in de inmiddels verschenen conceptregeling AMvB’s gericht op een dierwaardige veehouderij is het doelsturing troef. Notabene in antwoorden op vragen over de handhaving van artikel 1.6 uit het Besluit Houders van Dieren – een open norm bij uitstek – komt de aap uit de mouw. Dat er ten gevolge van open normen een hoop gedoe *) kan ontstaan, met mogelijk grote consequenties, is voor de bewindslieden geen reden om de open normen bij het grof vuil te zetten. Integendeel.

VVD vraagt om invullen van open normen

De Tweede Kamer moppert al een tijdje dat open normen nu eindelijk eens ingevuld moeten worden om zo onduidelijkheden in wet- en regelgeving weg te nemen. Vooral de VVD vraagt daar expliciet om, mede met het oog op wetgeving op het gebied van een dierwaardige veehouderij, de zogeheten AMvB’s.
Maar Rummenie, die in het geval van handhaving artikel 1.6 de vragen beantwoordt, geeft aan: ‘’De minister van LVVN zal regels in de AMvB waar mogelijk vormgeven als doelvoorschriften zodat enerzijds het te bereiken dierenwelzijnsdoel helder is, maar er anderzijds handelingsruimte is voor de veehouder om dat doel zo te bereiken dat het best past binnen de eigen bedrijfsvoering.’’

De argumentatie klinkt bekend in de oren: ‘’Veehouderijen verschillen sterk van elkaar in omvang, inrichting, bedrijfsvoering, waardoor het niet altijd mogelijk en niet wenselijk is om een generieke aanpak of voorschrift voor te schrijven. Bovendien bieden doelvoorschriften ruimte voor innovatie en de mogelijkheid om met nieuwe toekomstige geschikte manieren aan een gedragsbehoefte invulling te geven. Het doel moet voldoende concreet zijn zodat objectief door de toezichthouder kan worden vastgesteld of een houder het gestelde doel heeft behaald.’’

Doelsturing en dierwaardige veehouderij: dat wordt vijftien jaar chaos of stilstand

De belangenbehartigers van de veehouderijsector zijn blij met zoveel doelsturing en ‘’handelingsruimte’’. Ondanks alle waarschuwingen dat ze met het BBB-duo Wiersma en Rummenie alleen maar dieper in het moeras terecht komen. Met het huidige handhavingspotentieel is het namelijk onbegonnen werk om te controleren of elk bedrijf aan gestelde doelen voldoet. Dat geldt voor de aanpak van stikstof, maar ook voor het realiseren van een dierwaardige veehouderij.

Want hoeveel handelingsruimte krijgt een varkenshouder om aan het maternaal gedrag van een zeug met biggen tegemoet te komen? Net als bij stikstof liggen oeverloze discussies en talrijke rechtszaken in het verschiet. Het vooruitzicht: tot 2040 (de deadline voor een dierwaardige veehouderij) vijftien jaar chaos of vijftien jaar stilstand. De milieuambtenaar die ik een kleine dertig jaar geleden sprak, zou wel eens opnieuw gelijk kunnen krijgen. Het leven van de miljoenen dieren in de veehouderij zal er, net zo min als het milieu, de biodiversiteit en de leefomgeving, door doelsturing voorlopig niet beter op worden.


*) Het gaat hier om artikel 1.6 Houden van dieren:
1. De bewegingsvrijheid van een dier wordt niet op zodanige wijze beperkt dat het dier daardoor onnodig lijden of letsel wordt toegebracht.
2. Een dier wordt voldoende ruimte gelaten voor zijn fysiologische en ethologische behoeften.


De rechter heeft de landbouwminister opgedragen om aan te geven of het gebruik van kraamkooien in een bepaalde varkenshouderij in strijd is met artikel 1.6. van het Besluit Houders van Dieren.
Wakker Dier, de dierenwelzijnsorganisatie die de kwestie van de kraamkooien voor de rechter heeft gebracht, vindt van wel. Als de rechter daarin meegaat, heeft dat grote consequenties. De betrokken varkenshouder zal in elk geval zijn kraamkooien moeten opruimen en misschien al zijn collega’s ook.

Demonstreren in een varkensstal mag, onder voorwaarden

Het Openbaar Ministerie (OM) ziet af van cassatie in de zaak over een stalbezetting op 13 mei 2019 in Boxtel. Daarmee blijft de uitspraak van het Gerechtshof in Den Bosch die de zestig actievoerders van Meat the Victims in december 2024 vrijsprak, in stand.

Het Gerechtshof oordeelde dat actievoerders mogen demonstreren in een varkensstal. Dat is niet strafbaar, mits het vreedzaam gebeurt, het doel van de demonstratie het betreden van privéterrein rechtvaardigt, de demonstratie effectief is en niet te lang duurt. De conclusie van het Gerechtshof luidde dat de door het Openbaar Ministerie ten laste gelegde strafbare feiten bij de demonstratie in een varkensstal niet konden worden aangetoond.

De uitspraak van het Gerechtshof leidde vrijwel direct tot een storm van verontwaardiging op X, aangevoerd door vertegenwoordigers van de Boer Burger Beweging (BBB). Voor hen is het moeilijk te begrijpen dat een stalbezetting door Meat the Victims onder het demonstratierecht valt. Het binnendringen van een stal zien ze als huisvredebreuk. Helemaal als daarbij videobeelden worden gemaakt.

Dreigvlog van FDF

BBB-fractievoorzitter Caroline van der Plas en ook landbouwminister Wiersma en Mark van den Oever van Farmers Defence Force stonden op hun achterste benen. De laatste plaatste een dreigvlog op X. Wiersma maakte via haar persoonlijke account onderscheid tussen haar eigen mening en die van haar als minister: ”In NL hebben we een onafhankelijke rechtspraak, die respecteer ik&daar heb ik als minister niks van te vinden. Als mens kan ik me goed voorstellen dat de uitspraak voor de betrokken boeren als onrechtvaardig voelt. Voor mij is het belangrijkste: je blijft van elkaars zaken af.”

Verwijzing naar de Hoge Raad

Dat het OM nu afziet van het instellen van cassatie bij de Hoge Raad, wordt door Van der Plas op X ”bizar” genoemd. Toch is het niet zo vreemd. Het OM heeft bij het hoogste rechtscollege namelijk weinig te zoeken. Wie de uitspraak van het Gerechtshof goed leest, weet dat daarin een verwijzing staat naar een eerdere uitspraak van het Parket bij de Hoge Raad (2023) over de voorwaarden waaronder huisvredebreuk is toegestaan. Volgens het Gerechtshof kan op basis van deze uitspraak worden gesteld: ”Van wederrechtelijk binnendringen als bedoeld in art.138 Sr is geen sprake indien buiten twijfel is gesteld dat ‘dit uit anderen hoofde gerechtvaardigd is’, waarbij onder andere kan worden gedacht aan het binnen de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit*) uitoefenen van het demonstratierecht.”

Aan de kaak stellen van misstanden

De actievoerders in Boxtel hebben beide grenzen gerespecteerd, aldus het Gerechtshof. ”Het hof is van oordeel dat voor het door de dierenactivisten beoogde doel (het aan de kaak stellen van misstanden in de varkenshouderij) het noodzakelijk is om de situatie in de stallen met eigen ogen te zien teneinde daaraan publiciteit te kunnen geven.” En: ”Het maken van beeldmateriaal en de daaraan verbonden publiciteit geven kan niet op voorhand als disproportioneel worden beoordeeld. Op de bewuste dag was er sprake van een actie waarbij “live” kon worden meegekeken met de bevindingen.”

Het oordeel van het Gerechtshof ligt in het verlengde van een uitspraak in een zaak van de Rechtbank Gelderland over een undercoveractie in een slachterij. Ook in die zaak woog het maatschappelijk belang om structurele dierenmishandeling aan de kaak te stellen zwaar. Het gaat dan om dierenmishandeling waar handhavende instanties niet tegen optreden. Activisten kunnen in dat geval de rechter aan hun zijde vinden.

BBB en VVD werken aan initiatiefwet

De BBB-fractievoorzitter heeft aangekondigd samen met haar collega Thom van Campen van de VVD met een initiatiefwet te komen. Beiden willen dat stalbezettingen zonder mitsen en maren worden gezien als huisvredebreuk of inbraak, een misdrijf waarop strengere straffen moeten komen te staan. Dit baseren ze mede op de aanwezigheid van boeren en hun gezin op een bedrijf.

”Stalbezettingen zijn een directe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van boeren en hun gezinnen. Ze wonen en werken op hetzelfde erf, en het gevoel van veiligheid wordt compleet weggevaagd als activisten daar zomaar kunnen binnendringen zonder serieuze consequenties’, zegt Caroline van der Plas op nieuweoogst.nl.

Of BBB en VVD het fenomeen van vreedzame stalbezettingen juridisch kunnen uitbannen, is nog maar de vraag. Daarvoor weegt het recht op demonstratie zwaar, zeker als burgers een beroep kunnen doen op het algemeen belang. Het argument dat de persoonlijke levenssfeer van boeren en hun gezinnen in het geding is, snijdt in nogal wat situaties geen hout. Veel varkens- en ook pluimveestallen zijn tegenwoordig zogeheten ”productlocaties” van een groter bedrijf en verspreid in het buitengebied neergezet. De eigenaar woont elders. Zo heeft ook de eigenaar van de bezette varkensstal in Boxtel Jeroen van Sleuwen drie locaties waar zijn firma tienduizenden varkens houdt. Het was een medewerker van Van Sleuwen die op het moment van de bezetting in de varkensstal aanwezig was. Van Sleuwen zelf woont daar niet. Het boerenbedrijf van tegenwoordig vertoont vooral in de intensieve sectoren weinig gelijkenis meer met het romantische idee van een familie- of gezinsbedrijf.

Ag-gag wetgeving

Nederland kent tot dusver geen zogeheten ag-gag-wetten (”to gag” betekent muilkorven, ”ag” staat voor agriculture). Deze wetten ontstonden in de jaren negentig van de vorige eeuw onder meer in de staten Kansas, Montana en North Dakota, als reactie op activiteiten van het uit Engeland afkomstige Dierenbevrijdingsfront in de VS. Ook in Canada en Australië is geprobeerd om met aangescherpte wetten het dierenactivisme in te perken door het openbaar maken van misstanden in de vee-industrie strafbaar te stellen. Wat daaruit te leren valt: het spanningsveld tussen het recht op demonstratie/vrijheid van meningsuiting en het recht op privacy staat garant voor langslepende juridische procedures.

Onderzoek WODC

In een debat met de Tweede Kamer op 23 januari 2025 heeft justitieminister Van Weel toegezegd dat hij een eventuele begrenzing van het demonstratierecht op privéterrein gaat meenemen in een bredere onderzoeksopdracht aan het WODC.

*) Het proportionaliteitsbeginsel houdt in dat de inbreuk op de privacy van een persoon proportioneel moet zijn ten opzichte van het doel dat met een actie wordt beoogd. Het subsidiariteitsbeginsel houdt in dat er bij een actie gebruik moet worden gemaakt van het minst ingrijpende middel om dat doel te bereiken.

Pasgeboren kalveren de dupe van onjuiste vertaling Europese richtlijn

Foto Wikimedia Commons

Kalfje in een box, geen contact mogelijk met soortgenoten. Volgens Europese regels mag het al lang niet meer. Toch gebeurt het en de NVWA gaat niet over tot handhaving. Nederland heeft de Europese wetgeving namelijk afgezwakt. De NRC legt uit hoe dat zit.

Melkveehouders halen kalfjes meestal direct na de geboorte bij de moeder weg en plaatsen de dieren in een eigen hok – vaak een iglo of een eenlingbox- afgeschermd van andere dieren. Europa schrijft al sinds 2008 voor dat een kalf visueel en lichamelijk contact met soortgenoten moet kunnen hebben.

Nederlandse vertaling

Was het een overijverige ambtenaar die in de fout ging of schreef ”de sector” mee aan de Nederlandse vertaling van de Europese richtlijn ter bescherming van kalveren? Hoe dan ook, in het Beluit houders van dieren artikel 2.33 over eenlingboxen staat sinds 2015: de wanden van een eenlingbox zijn ”zodanig uitgevoerd dat naast elkaar gehouden kalveren elkaar kunnen zien en aanraken.”

Het probleem zit ‘m in de woorden ”naast elkaar gehouden”. Die toevoeging is een Nederlands bedenksel. Ogenschijnlijk onschuldig en misschien zelfs wel goed bedoeld, maar in de praktijk zijn melkveehouders dankzij die formulering vrij om de kalveren niet naast elkaar te zetten en dan toch in een isoleercel te plaatsen. Zo handelen ze correct volgens de letterlijke interpretatie van de wet en kan de NVWA ze niks maken. Of ze daarmee ook in de geest van de wet handelen?

Wetenschappelijk onderbouwd

Leonie Vestering, oud-kamerlid van de Partij voor de Dieren en tegenwoordig werkzaam voor Wakker Dier, heeft de zaak aangekaart. Zij vindt dat landbouwminister Wiersma de NVWA moet aansporen om tot handhaving over te gaan. De noodzaak van handhaving is inmiddels voldoende wetenschappelijk onderbouwd.

In het artikel in de NRC komt Bas Rodenburg, hoogleraar dierenwelzijn aan de Universiteit Utrecht, aan het woord. De Europese eis dat „individueel gehuisveste kalveren elkaar aan moeten kunnen raken, impliceert dat de kalveren naast elkaar gehuisvest moeten zijn (anders is dit sowieso niet mogelijk)”, redeneert hij.

Mocht Wiersma niet in actie komen, dan ligt een gang naar de rechter voor de hand.

NVWA moet 5-sterren manege beter controleren op bewegingsvrijheid voor paarden

Beetje rondkijken op een manege, een praatje maken met een dierenarts en de eigenaar – dat blijkt allemaal niet genoeg om te kunnen beoordelen of alle paarden voldoende beweging en mogelijkheden tot sociaal contact krijgen. Zo heeft de rechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 26 november 2024 geoordeeld.

De controlerende instantie NVWA moet gebruikmaken van wetenschappelijke inzichten en adviezen van experts, aldus de uitspraak in een beroepsprocedure, aangespannen door Dier&Recht. Daarvoor heeft het CBb de NVWA twaalf weken de tijd gegeven.

Dier&Recht had in 2020 een verzoek om handhaving ingediend vanwege een vermoeden van dierenmishandeling bij een 5-sterren manege met circa 200 paarden. De dieren zouden veel te weinig vrije beweging krijgen. De NVWA inspecteerde de situatie ter plekke, sprak met de eigenaar, de praktiserend dierenarts en de FRNS (de Federatie van Nederlandse Ruitersportcentra) en wees het verzoek om handhaving af: ”Geen omissies op het gebied van dierenwelzijn, controle akkoord.”

Nader en zorgvuldig onderzoek nodig

Dier&Recht ging in beroep. Afgelopen zomer was de zitting bij het rechtscollege CBb. Centrale vraag: is er voldoende onderzoek gedaan naar de feiten? Het CBb vindt van niet. De minister (lees de NVWA) zal op grond van nader en zorgvuldig onderzoek moeten onderbouwen of, gelet op hun fysiologische en ethologische behoeften, de manege aan de paarden en pony’s voldoende beweging en gelegenheid voor sociaal contact biedt.

Volgens de rechter kan de minister aan deze eis voldoen door de algemeen aanvaarde resultaten van (empirisch) wetenschappelijk onderzoek als uitgangspunt te nemen. Aan de hand van de uit dit onderzoek verkregen kennis van de feiten moet de minister motiveren of er al dan niet sprake is van een (gedeeltelijke) overtreding van artikel 2.1, eerste lid (dierenmishandeling), en/of artikel 2.2, achtste lid (verbod op onthouden van verzorging) van de Wet dieren en/of artikel 1.6, eerste en tweede lid (bewegingsvrijheid, voldoende ruimte voor fysiologische en ethologische behoeften) van het Besluit houders van dieren.

Dier&Recht tevreden. ”Dankzij deze uitspraak kunnen paarden op maneges in heel Nederland rekenen op meer aandacht voor hun natuurlijke behoeften. Dit is een grote stap richting een toekomst met een beter leven voor paarden.”