In deze megastal van Plukon Food Group uit Wezep, gevestigd aan Gasselteboerveenschemond 4, zou plek zijn voor 120.000 kippen. Er zijn ook documenten die berichten over 244.000 leghennen. Het bedrijf bestond aanvankelijk uit vijf, daarna zes en nu zeven stallen. Op het bedrijf is begin oktober 2025 vogelgriep uitgebroken. Alle hennen zijn vergast. Kees de Jong van LTO pluimveehouderij noemt het in het Dagblad van het Noorden ”één van de grotere en mooiere bedrijven van Nederland”. Eerder zijn al eens op deze plek 160.000 kippen omgekomen door een stalbrand (beeld: Googlemaps)
Beloofd is beloofd: op 13 oktober 2025 heeft de Partij voor de Dieren een nieuwe versie van een initiatiefwet voor afschaffing van de bio-industrie bij de Tweede Kamer ingediend. Na een advies van de Raad van State is de in 2024 ingediende versie aangepast. De partij wil een spoedig verbod op nieuwe stallen die geen ruimte bieden aan natuurlijk gedrag.
Vanaf 1 januari 2030 zijn – als het aan de Partij voor de Dieren ligt – alle pijnlijke lichamelijke ingrepen verboden. Dan is het niet meer mogelijk biggenstaartjes af te branden, kalfjes te onthoornen, tenen bij hanen te verwijderen, en de snavels van kippen en kalkoenen af te knippen. De termijn van vijf jaar is op aanraden van de Raad van State vastgesteld. Een eerder verbod, zoals aanvankelijk het plan was, zou tot juridische procedures kunnen leiden.
De initiatiefwet zal na de verkiezingen op 29 oktober door de nieuwe Tweede Kamer worden behandeld. Om een einde te kunnen maken aan de bio-industrie is een ingrijpende wijziging van de Wet dieren noodzakelijk. In lijn met een eerdere wetswijziging is het vizier van de Partij voor de Dieren gericht op 2040. Deze termijn is volgens de partij nodig om een meerderheid te krijgen in Tweede en Eerste Kamer.
Bouwstop per 1 juli 2026
De initiatiefwet beoogt dieren niet langer aan te passen aan het systeem, maar het systeem aan te passen aan het dier, aldus de Partij voor de Dieren. Om te voorkomen dat de bio-industrie nog nieuwe stallen gaat bouwen, voorziet de initiatiefwet vanaf 1 juli 2026 in een bouwstop.
Dat zal nog een hele discussie gaan geven, want vertegenwoordigers van de bio-industrie pleiten juist voor het verbouwen of vernieuwen van hun stallen om een dierwaardige veehouderij te realiseren. Dat vraagt volgens de vicevoorzitter Eric Stiphout van de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) om nieuwe staltypen. Op de website van Nieuwe Oogst zegt hij: ”De hokverhouding moet zodanig zijn dat er functiegebieden ontstaan en daglicht de stal binnenkomt. Dagontmesting verbetert het klimaat in de varkensstallen en moet ertoe bijdragen dat de mestkosten dalen.”
Ondertussen gaat schaalvergroting door
De uitspraken van Van Stiphout staan niet op zichzelf. Ze passen binnen het nieuwe denkkader van de intensieve veehouderij. Deze sector wil het liefst uitbreiden om met nog meer dieren in wat ruimere stallen hun lucratieve business te kunnen voortzetten. Er is nog altijd een omvangrijke schaalvergroting gaande. Gerealiseerde uitbreidingen van de afgelopen jaren in bijvoorbeeld de vleeskuikenindustrie zijn daar een voorbeeld van. Zie Megastal met Beter Leven Keurmerk. Hoe dat mogelijk is in tijden van een stikstofcrisis, laat zich raden.
Meer megastallen in melkveehouderij, minder weidegang
Duidelijk is dat de op export gerichte productie van vlees en eieren het tempo en de richting van verandering naar een dierwaardige veehouderij dicteert. En dat er vooral ook een tegengestelde beweging gaande is. Dat geldt zeker voor de melkveehouderij. Eén op de zeven koeien leeft inmiddels in een megastal, zo blijkt uit onderzoek.
Het aantal megastallen in de melkveehouderij (> 250 koeien) is in de periode 2021-2025 met 28% gestegen. Van de 660 megastallen in 2025 tellen 55 locaties meer dan 500 koeien. In 2024 waren het vooral de megabedrijven die geen weidegang toepasten: 45%. De bedrijven die melkkoeien wél naar buiten laten, laten hun dieren doorgaans minder lang in de wei vergeleken met de kleinere bedrijven. Zo komen melkkoeien op megabedrijven nog geen 1.000 uur per jaar buiten, terwijl dat bij bedrijven met een grootte tot 50 melkkoeien meer dan het dubbele is.
Wetgeving kan tendens keren
Om deze tendens te keren is wetgeving nodig die veel verder gaat dan de AMvB van demissionair minister Wiersma. Volgens de initiatiefwet van de Partij voor de Dieren moet de veehouderij voorzien in de gedragsbehoeften van de dieren die ze houden. Dat vergt ingrijpende wijzigingen van stalsystemen die niet met een aanpassinkje hier en een verbouwinkje daar gerealiseerd kunnen worden.
Sinds de Boer Burger Beweging (BBB) het voor het zeggen heeft op het ministerie van landbouw, staat alles in het teken van doelsturing. Het zou dé grote beleidswijziging zijn waaraan de twee bewindslieden Femke Wiersma en Jean Rummenie dagelijks ‘’keihard’’ werken. Het begon met stikstof. Dat megaprobleem moest volgens het BBB-duo worden aangepakt met doelsturing. En nu komt doelsturing ook tevoorschijn als het gaat om dierwaardigheid.
Het is een soort mantra. Letterlijk. Wiersma en Rummenie dragen een loden last met zich mee. De milieugevolgen van de intensieve veehouderij en het lot van miljoenen dieren drukken zwaar op het door hen bestierde ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Om zich daarvan te bevrijden nemen ze bij herhaling het woord doelsturing in de mond. ‘’Goedemorgen Femke, doelsturing vandaag?’’, vraagt Jean ’s morgens bij het betreden van het departement. ‘’Zeker, Jean. Doelsturing’’, reageert Femke, nog voordat ze de draaideur door is.
Het woord zoemt rond in de gangen, door vergaderzalen, in emailverkeer en Kamerdebatten. Maar niet alleen als een rustgevende, verbindende bezweringsformule. Doelsturing is in de ogen van Wiersma en Rummenie het stadium van toverspreuk inmiddels ruim voorbij. Het werkt echt, is hun overtuiging. Tegen vele kwalen.
Wat is doelsturing?
Jaren geleden kwam ik in aanraking met het begrip. Het moet eind vorige eeuw zijn geweest. Een milieuambtenaar legde me het verschil uit tussen doel- en middelvoorschriften. In doelvoorschriften staan normen waaraan een veehouderij moet voldoen, bijvoorbeeld: geen overlast veroorzaken. Of: niet meer ammoniak uitstoten dan vergund. In middelvoorschriften staat omschreven hoe veehouders aan deze normen moeten voldoen, bijvoorbeeld door toepassing van een bepaald soort luchtwasser. De milieuambtenaar signaleerde toen al een verschuiving van middel- naar doelvoorschriften en waarschuwde: dat maakt de handhaving een stuk moeilijker, het milieu, de biodiversiteit en de leefomgeving rond veehouderijen zullen er niet beter op worden.
Waar kennen we doelsturing van?
Later kwam ik het begrip tegen in een evaluatie van de wet Dieren (2020). Die wet, ingevoerd in 2013, betekende het einde van een aantal middelvoorschriften uit de tot dan toe geldende wet- en regelgeving. Ze werden gedeeltelijk vervangen door doelvoorschriften. Zo moest een hondenhok voortaan ‘’voldoende ruimte bieden aan de hond’’. De oppervlakte-eis van 7 m2 en 2 meter hoog uit het oude Besluit inzake het houden van een waak- of heemhond kwam te vervallen.
De argumentatie vóór meer doelsturing in de wet Dieren kwam overeen met die van nu: erkenning van de verantwoordelijkheid van houders van dieren, ruimte bieden voor innovatie en initiatief. Maar in plaats van er een aansporing in te zien voor het doelsturingsbeleid van het BBB-duo, zou de aandacht vooral moeten uitgaan naar de vinger die in deze evaluatie wordt gelegd op een hele zere plek. Doelvoorschriften zijn in feite open normen, aldus de samenstellers van de evaluatie (Bureau Berenschot) . Deze leiden niet tot innovatie en het invullen ervan is grotendeels achterwege gebleven. In plaats daarvan doen zich handhavingsproblemen voor. Open normen leiden ook tot juridisering. En: ‘’Omdat niemand de open normen verduidelijkte, hebben handhavende instanties, vaak tegen wil en dank, beleidsregels vastgesteld.’’ Hetgeen zoveel wil zeggen als: laat de wetgever het afweten, dan moet het maar buiten het parlement om.
Het disfunctioneren van de doelsturing
Een verklaring voor het disfunctioneren van de doelsturing kan, volgens Berenschot, liggen in de ‘’Europeesrechtelijke dimensie’’. De regels waaraan moet worden voldaan, zijn overwegend op Europees niveau vastgelegd. ‘’Dit betekent dat de nationale wetgever niet kan bepalen of een norm vorm wordt gegeven als middel- of doelvoorschrift. De nationale regelgever had dus niet de beslismacht om meer ruimte voor innovatie in de regelgeving mogelijk te maken voor die groepen die daartoe in staat zouden moeten zijn. De nationale overheid kan slechts beperkt sturen op het maken van open normen die geschikt zijn voor innovatie.’’
Wat een belangrijke aanwijzing voor het BBB-duo Wiersma en Rummenie om een andere route te kiezen! Toch gaan ze halsstarrig door op het doelsturingspad. Niet alleen met de stikstofaanpak, ook in de inmiddels verschenen conceptregeling AMvB’s gericht op een dierwaardige veehouderij is het doelsturing troef. Notabene in antwoorden op vragen over de handhaving van artikel 1.6 uit het Besluit Houders van Dieren– een open norm bij uitstek – komt de aap uit de mouw. Dat er ten gevolge van open normen een hoop gedoe *) kan ontstaan, met mogelijk grote consequenties, is voor de bewindslieden geen reden om de open normen bij het grof vuil te zetten. Integendeel.
VVD vraagt om invullen van open normen
De Tweede Kamer moppert al een tijdje dat open normen nu eindelijk eens ingevuld moeten worden om zo onduidelijkheden in wet- en regelgeving weg te nemen. Vooral de VVD vraagt daar expliciet om, mede met het oog op wetgeving op het gebied van een dierwaardige veehouderij, de zogeheten AMvB’s. Maar Rummenie, die in het geval van handhaving artikel 1.6 de vragen beantwoordt, geeft aan: ‘’De minister van LVVN zal regels in de AMvB waar mogelijk vormgeven als doelvoorschriften zodat enerzijds het te bereiken dierenwelzijnsdoel helder is, maar er anderzijds handelingsruimte is voor de veehouder om dat doel zo te bereiken dat het best past binnen de eigen bedrijfsvoering.’’
De argumentatie klinkt bekend in de oren: ‘’Veehouderijen verschillen sterk van elkaar in omvang, inrichting, bedrijfsvoering, waardoor het niet altijd mogelijk en niet wenselijk is om een generieke aanpak of voorschrift voor te schrijven. Bovendien bieden doelvoorschriften ruimte voor innovatie en de mogelijkheid om met nieuwe toekomstige geschikte manieren aan een gedragsbehoefte invulling te geven. Het doel moet voldoende concreet zijn zodat objectief door de toezichthouder kan worden vastgesteld of een houder het gestelde doel heeft behaald.’’
Doelsturing en dierwaardige veehouderij: dat wordt vijftien jaar chaos of stilstand
De belangenbehartigers van de veehouderijsector zijn blij met zoveel doelsturing en ‘’handelingsruimte’’. Ondanks alle waarschuwingen dat ze met het BBB-duo Wiersma en Rummenie alleen maar dieper in het moeras terecht komen. Met het huidige handhavingspotentieel is het namelijk onbegonnen werk om te controleren of elk bedrijf aan gestelde doelen voldoet. Dat geldt voor de aanpak van stikstof, maar ook voor het realiseren van een dierwaardige veehouderij.
Want hoeveel handelingsruimte krijgt een varkenshouder om aan het maternaal gedrag van een zeug met biggen tegemoet te komen? Net als bij stikstof liggen oeverloze discussies en talrijke rechtszaken in het verschiet. Het vooruitzicht: tot 2040 (de deadline voor een dierwaardige veehouderij) vijftien jaar chaos of vijftien jaar stilstand. De milieuambtenaar die ik een kleine dertig jaar geleden sprak, zou wel eens opnieuw gelijk kunnen krijgen. Het leven van de miljoenen dieren in de veehouderij zal er, net zo min als het milieu, de biodiversiteit en de leefomgeving, door doelsturing voorlopig niet beter op worden.
*) Het gaat hier om artikel 1.6 Houden van dieren: 1. De bewegingsvrijheid van een dier wordt niet op zodanige wijze beperkt dat het dier daardoor onnodig lijden of letsel wordt toegebracht. 2. Een dier wordt voldoende ruimte gelaten voor zijn fysiologische en ethologische behoeften.
De rechter heeft de landbouwminister opgedragen om aan te geven of het gebruik van kraamkooien in een bepaalde varkenshouderij in strijd is met artikel 1.6. van het Besluit Houders van Dieren. Wakker Dier, de dierenwelzijnsorganisatie die de kwestie van de kraamkooien voor de rechter heeft gebracht, vindt van wel. Als de rechter daarin meegaat, heeft dat grote consequenties. De betrokken varkenshouder zal in elk geval zijn kraamkooien moeten opruimen en misschien al zijn collega’s ook.
Het Openbaar Ministerie (OM) ziet af van cassatie in de zaak over een stalbezetting op 13 mei 2019 in Boxtel. Daarmee blijft de uitspraak van het Gerechtshof in Den Bosch die de zestig actievoerders van Meat the Victims in december 2024 vrijsprak, in stand.
Het Gerechtshof oordeelde dat actievoerders mogen demonstreren in een varkensstal. Dat is niet strafbaar, mits het vreedzaam gebeurt, het doel van de demonstratie het betreden van privéterrein rechtvaardigt, de demonstratie effectief is en niet te lang duurt. De conclusie van het Gerechtshof luidde dat de door het Openbaar Ministerie ten laste gelegde strafbare feiten bij de demonstratie in een varkensstal niet konden worden aangetoond.
De uitspraak van het Gerechtshof leidde vrijwel direct tot een storm van verontwaardiging op X, aangevoerd door vertegenwoordigers van de Boer Burger Beweging (BBB). Voor hen is het moeilijk te begrijpen dat een stalbezetting door Meat the Victims onder het demonstratierecht valt. Het binnendringen van een stal zien ze als huisvredebreuk. Helemaal als daarbij videobeelden worden gemaakt.
Dreigvlog van FDF
BBB-fractievoorzitter Caroline van der Plas en ook landbouwminister Wiersma en Mark van den Oever van Farmers Defence Force stonden op hun achterste benen. De laatste plaatste een dreigvlog op X. Wiersma maakte via haar persoonlijke account onderscheid tussen haar eigen mening en die van haar als minister: ”In NL hebben we een onafhankelijke rechtspraak, die respecteer ik&daar heb ik als minister niks van te vinden. Als mens kan ik me goed voorstellen dat de uitspraak voor de betrokken boeren als onrechtvaardig voelt. Voor mij is het belangrijkste: je blijft van elkaars zaken af.”
Verwijzing naar de Hoge Raad
Dat het OM nu afziet van het instellen van cassatie bij de Hoge Raad, wordt door Van der Plas op X ”bizar” genoemd. Toch is het niet zo vreemd. Het OM heeft bij het hoogste rechtscollege namelijk weinig te zoeken. Wie de uitspraak van het Gerechtshof goed leest, weet dat daarin een verwijzing staat naar een eerdere uitspraak van het Parket bij de Hoge Raad (2023) over de voorwaarden waaronder huisvredebreuk is toegestaan. Volgens het Gerechtshof kan op basis van deze uitspraak worden gesteld: ”Van wederrechtelijk binnendringen als bedoeld in art.138 Sr is geen sprake indien buiten twijfel is gesteld dat ‘dit uit anderen hoofde gerechtvaardigd is’, waarbij onder andere kan worden gedacht aan het binnen de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit*) uitoefenen van het demonstratierecht.”
Aan de kaak stellen van misstanden
De actievoerders in Boxtel hebben beide grenzen gerespecteerd, aldus het Gerechtshof. ”Het hof is van oordeel dat voor het door de dierenactivisten beoogde doel (het aan de kaak stellen van misstanden in de varkenshouderij) het noodzakelijk is om de situatie in de stallen met eigen ogen te zien teneinde daaraan publiciteit te kunnen geven.” En: ”Het maken van beeldmateriaal en de daaraan verbonden publiciteit geven kan niet op voorhand als disproportioneel worden beoordeeld. Op de bewuste dag was er sprake van een actie waarbij “live” kon worden meegekeken met de bevindingen.”
Het oordeel van het Gerechtshof ligt in het verlengde van een uitspraak in een zaak van de Rechtbank Gelderland over een undercoveractie in een slachterij. Ook in die zaak woog het maatschappelijk belang om structurele dierenmishandeling aan de kaak te stellen zwaar. Het gaat dan om dierenmishandeling waar handhavende instanties niet tegen optreden. Activisten kunnen in dat geval de rechter aan hun zijde vinden.
BBB en VVD werken aan initiatiefwet
De BBB-fractievoorzitter heeft aangekondigd samen met haar collega Thom van Campen van de VVD met een initiatiefwet te komen. Beiden willen dat stalbezettingen zonder mitsen en maren worden gezien als huisvredebreuk of inbraak, een misdrijf waarop strengere straffen moeten komen te staan. Dit baseren ze mede op de aanwezigheid van boeren en hun gezin op een bedrijf.
”Stalbezettingen zijn een directe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van boeren en hun gezinnen. Ze wonen en werken op hetzelfde erf, en het gevoel van veiligheid wordt compleet weggevaagd als activisten daar zomaar kunnen binnendringen zonder serieuze consequenties’, zegt Caroline van der Plas op nieuweoogst.nl.
Of BBB en VVD het fenomeen van vreedzame stalbezettingen juridisch kunnen uitbannen, is nog maar de vraag. Daarvoor weegt het recht op demonstratie zwaar, zeker als burgers een beroep kunnen doen op het algemeen belang. Het argument dat de persoonlijke levenssfeer van boeren en hun gezinnen in het geding is, snijdt in nogal wat situaties geen hout. Veel varkens- en ook pluimveestallen zijn tegenwoordig zogeheten ”productlocaties” van een groter bedrijf en verspreid in het buitengebied neergezet. De eigenaar woont elders. Zo heeft ook de eigenaar van de bezette varkensstal in Boxtel Jeroen van Sleuwen drie locaties waar zijn firma tienduizenden varkens houdt. Het was een medewerker van Van Sleuwen die op het moment van de bezetting in de varkensstal aanwezig was. Van Sleuwen zelf woont daar niet. Het boerenbedrijf van tegenwoordig vertoont vooral in de intensieve sectoren weinig gelijkenis meer met het romantische idee van een familie- of gezinsbedrijf.
Ag-gag wetgeving
Nederland kent tot dusver geen zogeheten ag-gag-wetten (”to gag” betekent muilkorven, ”ag” staat voor agriculture). Deze wetten ontstonden in de jaren negentig van de vorige eeuw onder meer in de staten Kansas, Montana en North Dakota, als reactie op activiteiten van het uit Engeland afkomstige Dierenbevrijdingsfront in de VS. Ook in Canada en Australië is geprobeerd om met aangescherpte wetten het dierenactivisme in te perken door het openbaar maken van misstanden in de vee-industrie strafbaar te stellen. Wat daaruit te leren valt: het spanningsveld tussen het recht op demonstratie/vrijheid van meningsuiting en het recht op privacy staat garant voor langslepende juridische procedures.
Onderzoek WODC
In een debat met de Tweede Kamer op 23 januari 2025 heeft justitieminister Van Weel toegezegd dat hij een eventuele begrenzing van het demonstratierecht op privéterrein gaat meenemen in een bredere onderzoeksopdracht aan het WODC.
*) Het proportionaliteitsbeginsel houdt in dat de inbreuk op de privacy van een persoon proportioneel moet zijn ten opzichte van het doel dat met een actie wordt beoogd. Het subsidiariteitsbeginsel houdt in dat er bij een actie gebruik moet worden gemaakt van het minst ingrijpende middel om dat doel te bereiken.
Kalfje in een box, geen contact mogelijk met soortgenoten. Volgens Europese regels mag het al lang niet meer. Toch gebeurt het en de NVWA gaat niet over tot handhaving. Nederland heeft de Europese wetgeving namelijk afgezwakt. De NRC legt uit hoe dat zit.
Melkveehouders halen kalfjes meestal direct na de geboorte bij de moeder weg en plaatsen de dieren in een eigen hok – vaak een iglo of een eenlingbox- afgeschermd van andere dieren. Europa schrijft al sinds 2008 voor dat een kalf visueel en lichamelijk contact met soortgenoten moet kunnen hebben.
Nederlandse vertaling
Was het een overijverige ambtenaar die in de fout ging of schreef ”de sector” mee aan de Nederlandse vertaling van de Europese richtlijn ter bescherming van kalveren? Hoe dan ook, in het Beluit houders van dieren artikel 2.33 over eenlingboxen staat sinds 2015: de wanden van een eenlingbox zijn ”zodanig uitgevoerd dat naast elkaar gehouden kalveren elkaar kunnen zien en aanraken.”
Het probleem zit ‘m in de woorden ”naast elkaar gehouden”. Die toevoeging is een Nederlands bedenksel. Ogenschijnlijk onschuldig en misschien zelfs wel goed bedoeld, maar in de praktijk zijn melkveehouders dankzij die formulering vrij om de kalveren niet naast elkaar te zetten en dan toch in een isoleercel te plaatsen. Zo handelen ze correct volgens de letterlijke interpretatie van de wet en kan de NVWA ze niks maken. Of ze daarmee ook in de geest van de wet handelen?
Wetenschappelijk onderbouwd
Leonie Vestering, oud-kamerlid van de Partij voor de Dieren en tegenwoordig werkzaam voor Wakker Dier, heeft de zaak aangekaart. Zij vindt dat landbouwminister Wiersma de NVWA moet aansporen om tot handhaving over te gaan. De noodzaak van handhaving is inmiddels voldoende wetenschappelijk onderbouwd.
In het artikel in de NRC komt Bas Rodenburg, hoogleraar dierenwelzijn aan de Universiteit Utrecht, aan het woord. De Europese eis dat „individueel gehuisveste kalveren elkaar aan moeten kunnen raken, impliceert dat de kalveren naast elkaar gehuisvest moeten zijn (anders is dit sowieso niet mogelijk)”, redeneert hij.
Mocht Wiersma niet in actie komen, dan ligt een gang naar de rechter voor de hand.
Beetje rondkijken op een manege, een praatje maken met een dierenarts en de eigenaar – dat blijkt allemaal niet genoeg om te kunnen beoordelen of alle paarden voldoende beweging en mogelijkheden tot sociaal contact krijgen. Zo heeft de rechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 26 november 2024 geoordeeld.
De controlerende instantie NVWA moet gebruikmaken van wetenschappelijke inzichten en adviezen van experts, aldus de uitspraak in een beroepsprocedure, aangespannen door Dier&Recht. Daarvoor heeft het CBb de NVWA twaalf weken de tijd gegeven.
Dier&Recht had in 2020 een verzoek om handhaving ingediend vanwege een vermoeden van dierenmishandeling bij een 5-sterren manege met circa 200 paarden. De dieren zouden veel te weinig vrije beweging krijgen. De NVWA inspecteerde de situatie ter plekke, sprak met de eigenaar, de praktiserend dierenarts en de FRNS (de Federatie van Nederlandse Ruitersportcentra) en wees het verzoek om handhaving af: ”Geen omissies op het gebied van dierenwelzijn, controle akkoord.”
Nader en zorgvuldig onderzoek nodig
Dier&Recht ging in beroep. Afgelopen zomer was de zitting bij het rechtscollege CBb. Centrale vraag: is er voldoende onderzoek gedaan naar de feiten? Het CBb vindt van niet. De minister (lees de NVWA) zal op grond van nader en zorgvuldig onderzoek moeten onderbouwen of, gelet op hun fysiologische en ethologische behoeften, de manege aan de paarden en pony’s voldoende beweging en gelegenheid voor sociaal contact biedt.
Volgens de rechter kan de minister aan deze eis voldoen door de algemeen aanvaarde resultaten van (empirisch) wetenschappelijk onderzoek als uitgangspunt te nemen. Aan de hand van de uit dit onderzoek verkregen kennis van de feiten moet de minister motiveren of er al dan niet sprake is van een (gedeeltelijke) overtreding van artikel 2.1, eerste lid (dierenmishandeling), en/of artikel 2.2, achtste lid (verbod op onthouden van verzorging) van de Wet dieren en/of artikel 1.6, eerste en tweede lid (bewegingsvrijheid, voldoende ruimte voor fysiologische en ethologische behoeften) van het Besluit houders van dieren.
Dier&Recht tevreden. ”Dankzij deze uitspraak kunnen paarden op maneges in heel Nederland rekenen op meer aandacht voor hun natuurlijke behoeften. Dit is een grote stap richting een toekomst met een beter leven voor paarden.”
Bestaande wetgeving op het gebied van dierenwelzijn voldoet niet meer. Dat stelt de inspecteur-generaal Gerard Bakker in een reactie op een rapport van het BuRO. ”Voor ons toezicht onderschrijven we de zes principes van dierwaardige veehouderij die gebaseerd zijn op de huidige wetenschappelijke kennis en inzichten.”
”We zien het als onze rol om als NVWA actief bij te dragen aan handhaafbare en uitvoerbare normstelling binnen een dierwaardige veehouderij”, aldus Bakker. Hij pleit voor een systeemverandering.
”Ernstige aantasting van dierenwelzijn bij miljoenen dieren”
Het Bureau risicobeoordeling en onderzoek (BuRO) is een onafhankelijk adviesorgaan van de NVWA. Het BuRO heeft zich eerder zeer kritisch uitgelaten over de Nederlandse dierenwelzijnswetgeving. Die biedt dieren in de veehouderij onvoldoende bescherming. Maar het jongste advies ”Risicobeoordeling roodvlees- en grofwildketen”, opgesteld onder verantwoordelijkheid van Prof. dr. Dick T.H.M. Sijm, gaat verder. Daarin wordt aangegeven dat de situatie in feite onhoudbaar is.
Het BuRO spreekt over de ”gevaren die dierenwelzijn, diergezondheid en voedselveiligheid bedreigen”. En: ”hoge productie-efficiëntie zorgt voor een extra aantasting van het dierenwelzijn.” Vooral ”de risico’s voor zeugen, vleesvarkens en vleeskalveren worden als groot beoordeeld.” (…) ”Sommige ernstige aantastingen van het dierenwelzijn komen momenteel frequent voor bij miljoenen dieren, zelfs wanneer volledig wordt voldaan aan de wet- en regelgeving betreffende dierenwelzijn.” (…) ”De grotendeels uit open normen bestaande wet- en regelgeving biedt hiervoor de ruimte.”
Rapport had geschreven kunnen zijn door Varkens in Nood
Het rapport had geschreven kunnen zijn door organisaties als Varkens in Nood of Dier&Recht. Het laat zich lezen als één grote erkenning van misstanden. Neem dit citaat: ”Het dierenwelzijn van honderdduizenden zeugen in de varkenssector wordt ernstig aangetast vanwege de langdurige fixatie voorafgaand aan en aansluitend op het werpen van biggen. Met name de emotionele toestand van de dieren, de beperking van het natuurlijk gedrag en de lage waardering van de intrinsieke waarde van de dieren staan langdurig onder druk.”
De NVWA ziet meer ellende in de intensieve veehouderij dan de misstanden die worden gemeld of die via de publiciteit naar buiten komen. ”Deze gemelde dierenwelzijnsproblemen vormen op populatieniveau niet de grootste welzijnsrisico’s”, aldus het BuRO. De grootste risico’s zitten eerder in misstanden waarbij het om grote aantallen dieren gaat, zoals biggensterfte. In de varkenshouderij wordt de biggensterfte tot spenen geschat op 16 tot 35%.
Het rapport beschrijft de grootste welzijnsrisico's in de varkens- en kalverhouderij, bij het vleesvee, de schapen en geitenbokjes. Het gaat om risico's waaraan >60% van de dieren is blootgesteld. Enkele voorbeelden: Varkens • Honger bij guste en dragende zeugen • Ongerief door het niet kunnen uiten van natuurlijk gedrag • Vastleggen van kraamzeugen in een kraambox • Vroeg en abrupt spenen van biggen • Gebrek aan mogelijkheden seksueel gedrag • Chronische luchtwegaandoening. Vleeskalveren • Geen toegang tot drinkwater tijdens de individuele huisvesting • Gebrek aan ligcomfort en beperkingen in natuurlijk (spel)gedrag • Het verstrekken van een grote hoeveelheid melk in één keer, van ruwvoer anders dan hooi en een te kleine hoeveelheid ruwvoer • Een te hoge bezettingsgraad • Ernstige luchtwegproblemen.
Staarten van biggen
Volgens BuRO is het van belang na te gaan of het toezicht van de NVWA daadwerkelijk bijdraagt aan het verbeteren van dierenwelzijn en niet alleen gericht is op naleving van de wet. Het BuRO verwijst naar het couperen van biggenstaarten. Wettelijk is dat niet toegestaan, tenzij andere maatregelen (zoals het verminderen van de varkensdichtheid of aanpassen van omgevingsfactoren) op het bedrijf eerder onvoldoende hebben geholpen tegen staartbijten. Hebben eerdere maatregelen niet geholpen, dan mogen bij uitzondering staarten van biggen tot vier dagen oud gecoupeerd worden. Het BuRO stelt echter vast dat momenteel 98% van de varkens een gecoupeerde staart heeft. Zogeheten ”hokverrijking” (een Europese verplichting) zou kunnen helpen. Maar daar ontbreekt het vaak aan. Uit de inspectieresultaten van de NVWA blijkt dat de meest voorkomende overtreding op varkensbedrijven in 2022 te maken had met hokverrijking.
De inspecteur generaal van de NVWA krijgt van het BuRO het advies om in het geval van open normen strenger te handhaven door meer gebruik te maken van huidige wetenschappelijke inzichten. De minister van LVVN krijgt het advies vooral verder te gaan met wetgeving op het gebied van dierwaardige veehouderij en het toezicht op bedrijven te intensiveren.
Sinds 1 januari 2024 bevat de Wet dieren een artikel (5.10a) waarin staat dat houders verplicht kunnen worden tot het volgen van een cursus of training. Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn als een of meerdere dieren onvoldoende verzorging krijgen.
Deze bepaling geldt niet voor gevallen van dierenmishandeling, waar het Openbaar Ministerie en de strafrechter aan te pas komen. Het gaat om houders die de Wet dieren of het Besluit houders van dieren overtreden en te maken krijgen met de bestuursrechter.
Op 26 augustus 2024 heeft de minister van Justitie D. van Weel bekend gemaakt dat deze maatregel nog niet opgelegd kan worden. Er zijn volgens hem ”niet voldoende” cursusmogelijkheden. ”Dit wordt momenteel nader uitgewerkt”, aldus Van Weel.
Het einde van de martelkamers van de varkensindustrie – de zogeheten kraamkooien – lijkt nabij. Varkens in Nood had al in 2021 een verzoek om handhaving ingediend tegen een varkenshouder die zijn zogende zeugen gedurende een aantal weken op de grond klem legt tussen stangen.
Het verzoek werd destijds afgewezen. Drie jaar later diende de zaak voor het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Daar gaf een vertegenwoordiger namens de minister toe dat een gebrek aan bewegingsvrijheid leidt tot stress en abnormaal gedrag. Maar hij beriep zich erop dat dit een redelijk doel dient – het beperken van biggensterfte – waardoor het lijden van de zeug niet ‘onnodig’ en het gebruik van de kraamkooi gerechtvaardigd is.
Onvoldoende onderbouwd
Het CBb stelde echter vast dat de minister het gebruik van de kraamkooi onvoldoende heeft onderbouwd. De minister moet aantonen waarom een kraamkooi langer gebruikt mag worden dan drie á vier dagen na de geboorte van de biggen. Ook zal volgens de rechter onderzoek moeten worden gedaan naar de leeftijd van de in een kraamkooi gehouden biggen. ”Verder dient de minister met inachtneming van deze uitspraak een standpunt te bepalen over de vraag of het gebruik van een kraamkooi in het algemeen reeds een overtreding oplevert van artikel 1.6, tweede lid van het Besluit houders van dieren, en zo ja, waarom hiertegen niet zou kunnen worden opgetreden.”
Een mooie uitspraak voor Varkens in Nood en alle tussen stangen klem gezette zeugen en hun biggen. Los van het definitieve oordeel dat de rechter velt zodra aanvullend onderzoek binnen is, komt het einde van het gebruik van kraamkooien langzaam maar zeker in zicht. De Dierenbescherming propageert al enige tijd via het Beter Leven Keurmerk de zogeheten vrijloopkraamhokken. Bij Beter Leven 2 is vrijloop vanaf vijf dagen na werpen al onderdeel van de voorschriften. Bij 3 sterren geldt drie dagen opsluiting als maximum. In 2035 zijn de varkenshouders met BLK 1 ster aan de beurt.
Nederland loopt achter
Het vrijloopkraamhok is al verplicht in Noorwegen, Zweden en Zwitserland. Oostenrijk volgt in 2033 en Duitsland in 2035. In 2021 was nog de verwachting dat Nederland dit al in 2024 wettelijk geregeld zou hebben. De varkensindustrie heeft daar toen een stokje voor gestoken. Mocht het ministerie van LVVN het argument kostprijsverhoging willen aanvoeren, dan zal dat hoogstwaarschijnlijk bij de rechter geen stand houden. Alleen al het gegeven dat andere landen hun zeugen veel meer bewegingsvrijheid (gaan) geven, maakt dat de Nederlandse rechter wel eens met een voor varkens zeer gunstige en baanbrekende definitieve uitspraak kan komen.
Vrijloopkraamhokken op de markt
Er zijn inmiddels zogeheten vrijloopkraamhokken op de markt. Zonder zeugenklem. Op onderstaande video is te zien wat de zeug ermee opschiet. Ze kunnen worden uitgevoerd in combinatie met apart te verwarmen biggennesten.
Update 12 februari 2025 Van der Plas (BBB): ”Activisten maken gezinsbedrijf kapot”
In een vergadering van de Tweede Kamer-commissie voor landbouw op 11 februari 2025 laat kamerlid Caroline van der Plas weten dat de NVWA niet alsnog met een onderbouwing, noch aanvullend onderzoek is gekomen en nu moet overgaan tot handhaving. ”Activisten maken gezinsbedrijf kapot”, twittert ze, doelend op Varkens in Nood. De gevolgen zijn groot volgens Van der Plas. De uitspraak van het CBb treft volgens haar honderden varkenshouderijen. Staatssecretaris Rummenie (ook BBB), die over de NVWA gaat, laat weten binnen enkele weken met een brief te komen aan de Tweede Kamer. Hij zal dan moeten ingaan op de vraag of het opsluiten van een zeug in een kraamkooi in strijd is met artikel 1.6, lid 2 van het Besluit Houders van Dieren (”Een dier wordt voldoende ruimte gelaten voor zijn fysiologische en ethologische behoeften”).
Update 11 maart 2025
Staatssecretaris Rummenie (BBB) van landbouw meldt in een brief aan de Tweede Kamer dat een ”sectordeskundige” de zaak bekijkt en binnenkort met een verslag komt. Het Besluit houders van dieren zegt volgens Rummenie op zich niets over het houden van dieren in kraamkooien. Uit artikel 1.6, lid 2, valt niet af te leiden of dat is verboden dan wel toegestaan. Als dieren onvoldoende ruimte wordt gelaten voor hun fysiologische en ethologische behoeften, is dat een overtreding, aldus Rummenie. Binnenkort wordt duidelijk hoe dit afloopt. Mocht de NVWA tot handhaving overgaan, dan volgt er eerst een ”voornemen” waarop varkenshouder en Varkens in Nood nog kunnen reageren. Het kan dus nog wel even duren. Tegen die tijd ligt er waarschijnlijk een voorstel om het gebruik van kraamkooien uit te faseren. Het is echter de vraag of de rechter daarop gaat wachten. Niet uitgesloten is dat de NVWA wordt gedwongen tot handhaving over te gaan.
Update 3 juli 2025
Demissionair taatssecretaris Rummenie (BBB) van landbouw meldt dat de NVWA heeft besloten niet over te gaan tot handhaving. ”Verschillende afwegingen liggen hieraan ten grondslag”, schrijft Rummenie aan de Tweede Kamer, ”zoals belangen van het dier, belangen van de varkenshouder en evenredigheid en proportionaliteit. Inmiddels is het besluit aan de belanghebbenden gestuurd en tegen dit besluit staat beroep open bij de rechter.” Het verslag van de sectordeskundige waarover Rummenie het in maart nog had, zit niet als bijlage bij de brief.
De kwestie kraamkooien is door de Tweede Kamer op 25 juni controversieel verklaard. Uit de conceptregeling AMvB dieraardige veehouderij blijkt dat het demissionaire BBB-duo op het ministerie van LVVN niet van plan is bestaande kraamkooien met een beperking van de bewegingsvrijheid in rond het werpen en enkele dagen daarna te gaan verbieden. Bestaande kraamkooien met zeugenklem zijn nog tot 2040 toegestaan, tenzij er voor die tijd een ingrijpende verbouwing plaatsvindt en mits de zeugen zich vier tot zeven dagen ná het werpen vrij kunnen bewegen en omdraaien.
Update 2 februari 2026 De Dierenbescherming houdt vast aan 2035 als jaar waarin alle zeugen op houderijen met het keurmerk Beter Leven een vrijloopkraamhok van 7,5 vierkante meter tot hun beschikking hebben.
De kans op een spoedige, ingrijpende verandering van de Wet dieren leek verkeken. Maar op 28 mei 2024, de dag dat de Eerste Kamer het zogeheten amendement Vestering definitief om zeep hielp, was daar ineens een initiatiefwet.
De Partij voor de Dieren geeft niet op. De halfbakken wetswijziging van demissionair minister Adema, die de intensieve veehouderij in Nederland tot 2040 en ver daarna de tijd geeft om dierwaardig te worden, krijgt nu weer geduchte concurrentie.
In de initiatiefwet, ingediend door fractievoorzitter Esther Ouwehand, staan regels met een zogeheten directe werking. De wet vult in feite al in waar de wetswijziging van Adema nog in moest voorzien met behulp van zogeheten algemene maatregelen van bestuur (amvb’s). De initiatiefwet bevat een reeks voorschriften voor het houden van dieren.
Waaraan de intensieve veehouderij moet voldoen is onder artikel 2.2 (Houden van dieren) gedetailleerd uitgewerkt, op basis van wetenschappelijke inzichten. Geen open normen dus, maar een omschrijving van gedragsbehoeften waaraan moet worden voldaan. Deze gelden voor bedrijfsmatig gehouden varkens, runderen, kippen, schapen, geiten, konijnen en eenden.
2040
De initiatiefwet stelt een termijn: 2040. Op 1 januari van dat jaar moet het voor elkaar zijn. Ook daarin wijkt de initiatiefwet van Ouwehand af van de wetswijziging van Adema. Deze noemt 2040 als streefdatum, maar geeft de intensieve veehouderij volop de gelegenheid de boel als vanouds te traineren. De initiatiefwet van Ouwehand biedt weliswaar ruimte aan overgangsrecht, maar met behulp van amvb’s zullen er regels worden gesteld aan degenen die daarvan gebruik maken.
Anders dan met het amendement Vestering, brengt de Partij voor de Dieren deze keer een wetswijziging in stelling die de indiener zelf moet verdedigen in de Tweede en Eerste Kamer. De minister kan alleen maar toekijken. Het ministerie van LNV idem dito. Het wetgevingsproces is volledig aan onze volksvertegenwoordiging.
Vooralsnog heeft de Raad van State geadviseerd het wetsvoorstel in zijn huidige vorm niet in te dienen, maar aan te passen. Een van de voorgestelde aanpassingen gaat over een overgangstermijn voor het verbod op lichamelijke ingrepen. Ook zou er nog overleg moeten plaatsvinden met handhavende instanties, aldus de Raad van State. Huiswerk dus voor de Partij voor de Dieren.
In z’n algemeenheid geldt dat als de Tweede Kamer een initiatiefwetsvoorstel aanvaardt, het een voorstel wordt van de gehele Kamer. Na aanvaarding moet de indiener het voorstel in de Eerste Kamer verdedigen. Neemt die het initiatiefwetsvoorstel aan, dan is er alleen nog een handtekening vereist van de Koning en de verantwoordelijke minister(s).
Spannende politieke tijden
Met de huidige politieke verhoudingen in de Tweede Kamer en de nog niet nader gedefinieerde relatie tussen de fracties van VVD, NSC, PVV en BBB en het nieuwe kabinet breken spannende tijden aan. Daarin kunnen zomaar, net als in 2021 toen het amendement Vestering werd aangenomen, onverwachte meerderheden ontstaan. In de Eerste Kamer gaf de VVD op 28 mei al een voorproefje van wat mogelijk is. De senatoren moesten stemmen over een motie van de PvdD. Die vraagt de regering om binnen zes maanden met een voorstel te komen voor het stoppen met het routinematig afknippen van varkenstaarten en verkleinen van hoektanden. VVD stemde voor, BBB en PVV tegen.
Maanden later, op 25 september 2024, kwam BBB helemaal alleen te staan in een debat over de veeprikker (ook wel stroomstootwapen genoemd). VVD, NSC, en PVV bleken voor een verbod, waarna de nieuwe landbouwminister Wiersma overstag ging en toezegde een al klaar liggend wetsvoorstel van haar voorganger Piet Adema naar het parlement te sturen.
Hoofdlijnenakkoord
Het hoofdlijnenakkoord laat ruimte voor zelfstandig optreden van de fracties. Daarin staat:
Er worden concrete stappen gezet naar een toekomstbestendige, nog meer dierwaardige veehouderij.
Daartoe wordt per diersoort vastgelegd waar stallen aan moeten voldoen op lange termijn. Dit geeft veehouders een realistisch tijdpad om stallen, in een natuurlijk afschrijvingsritme, aan te passen. De overheid maak het mogelijk te starten met concrete pilots.
Bij de uitwerking is aandacht voor de investeringen, die dit van veehouders vergt en welk deel zij via een goed verdienmodel kunnen terugverdienen. Indien dit onvoldoende kan, wordt bezien op welke manier de overheid hier een bijdrage in kan leveren of wordt het beleid aangepast.
Het is aan de nieuwe minister van landbouw om hier invulling aan te geven. Over de invulling van het hoofdlijnenakkoord hoeft niet perse eenstemmigheid te bestaan onder de coalitiegenoten. De mate waarin ze elkaar vasthouden is waarschijnlijk afhankelijk van het onderwerp en eventuele spanningen die er ongetwijfeld ontstaan. Zoals gezegd: er kunnen zich onverwachte meerderheden voordoen. Het zal vooral een kwestie van goede timing zijn om de initiatiefwet te laten slagen.
Couperen varkensstaarten toe aan toetsing door de rechter
Artikel 2.3. van het Besluit Diergeneeskundigen is zo langzamerhand rijp voor een toetsing door de rechter. Het gaat onder meer over varkenstaarten. Als varkens nog biggen zijn, gaan die staarten er al af. Anders ontstaat er in de overvolle varkenshokken een bloedbad ten gevolge van staartbijten. Een routinemaatregel, op alle gangbare varkensbedrijven.
Maar: ingrepen mogen niet. Voor staarten couperen geldt weliswaar een uitzondering, maar onder voorwaarden. De EU heeft die voorwaarden vrij strak omschreven in een richtlijn met minimumnormen ter bescherming van varkens (2008/120). Nederland heeft van deze richtlijn een ”aanwijzing voor toegestane ingrepen” voor dierenartsen gemaakt. De aanwijzing is wat de voorwaarden betreft soepeler geformuleerd dan de Europese wettekst. De vraag is of dat wel in overeenstemming is met de EU-richtlijn.
De EU richtlijn stelt: “Het couperen van staarten en het verkleinen van de hoektanden mogen niet als routinemaatregel worden uitgevoerd, maar alleen wanneer bepaalde kwetsuren van spenen bij zeugen of van oren en staarten bij andere varkens zijn geconstateerd. Voordat tot deze ingrepen wordt besloten, moeten maatregelen worden getroffen om staartbijten en andere gedragsstoornissen te voorkomen, de omgeving en de varkensdichtheid in aanmerking genomen. Hiertoe moeten ontoereikende omgevingsfactoren of beheersystemen worden aangepast”.
Het Nederlandse artikel 2.3 van het besluit diergeneeskundigen stelt dat het verwijderen van een deel van de staat is toegestaan, mits:
1° het dier niet ouder is dan vier dagen;
2° kwetsuren van spenen bij zeugen of van oren en staarten bij andere varkens zijn geconstateerd, en
3° getroffen maatregelen, waaronder het aanpassen van omgevingsfactoren of beheerssystemen, waarbij de omgeving en de varkensdichtheid in aanmerking worden genomen en die dienen ter voorkoming van staartbijten en andere gedragsstoornissen, niet werkzaam zijn gebleken.
De laatste toevoeging (dat getroffen maatregelen ‘niet werkzaam zijn gebleken”) biedt anders dan de EU-richtlijn, een uitweg.
Waarom wordt er niet gehandhaafd?
Iedereen die is begaan met het lot van de varkens in de industrie, vraagt zich al tijden af waarom artikel 2.3 niet leidt tot handhaving door de NVWA. Durft deze instantie niet op te treden? Mag de NVWA niet optreden? Kan de NVWA niet optreden? Hoe zit dat? Tot dusver is het antwoord van opeenvolgende ministers steeds geweest: de staarten moeten er wel af, uit dierenwelzijnsoverwegingen. Maar met steeds de toevoeging: aan het uitfaseren van het couperen wordt gewerkt.
In 2030 is het afgelopen met het gedogen, heeft voormalig landbouwminister Carola Schouten beloofd. Om dat proces te versnellen diende voormalig D66-kamerlid Tjeerd de Groot op 12 september 2023 een motie in voor een verbod per 1 januari 2025 op alle ingrepen, ”tenzij medisch noodzakelijk”. De motie is aangenomen. SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66 en de PVV stemden voor.
Een motie kan echter in een la verdwijnen. Ook de kanttekening ’tenzij medisch noodzakelijk” biedt nog altijd een uitweg. Dierenartsen geven al jaren verklaringen af aan varkenshouders met de mededeling dat staartcouperen, ofwel afbranden, noodzakelijk is (Handhavingsprotocol Hokverrijking). Dus informeerde de fractie van de PvdD in de Eerste Kamer, getergd door de gang van zaken rond het amendement Vestering, op 3 april 2024 maar weer eens bij toenmalig minister Adema.
Volgens de leden van de PvdD-fractie is in de EU-richtlijn specifiek aangegeven dat het couperen (afbranden) van staarten en het verkleinen van de hoektanden niet als routinemaatregel mag worden uitgevoerd. Zij vroegen Adema aan te geven in welke Nederlandse wettelijke voorschriften dat verbod is herhaald en uitgewerkt. EU-landen moeten namelijk richtlijnen omzetten in nationale wetgeving die tot het gestelde doel leiden
Adema zette deur op kier voor toetsing door rechter
Je zou denken: dat is vragen naar de bekende weg. En dat is het in zekere zin ook. In een brief van 14 maart 2024 had Adema al in antwoord op een vergelijkbare vraag verwezen naar artikel 2.3 van het Besluit diergeneeskundigen. Hij voegde eraan dat het couperen van staarten aan voorwaarden is gebonden. De varkenshouder moet maatregelen treffen om staartbijten of andere gedragsstoornissen te voorkomen, zoals aanpassingen in de huisvesting (in de vorm van verrijkingsmateriaal of het verbeteren van het stalklimaat), voeding en het dagelijks management, of ”zonodig het aanpassen van de dierdichtheid”.
Alleen als dergelijke genomen maatregelen niet effectief zijn gebleken, is aan een van de voorwaarden voldaan om de ingreep te mogen verrichten. Maar, voegde Adema toe: ”De veehouder is niet gehouden om eerst de dierdichtheid aan te passen. De houder kan ook andere – wellicht meer effectieve – maatregelen nemen om gedragsstoornissen te voorkomen. Er is geen blauwdruk van welke maatregelen een veehouder moet treffen om staartbijten te voorkomen. De aanpak moet bovendien worden afgestemd op de bedrijfsspecifieke omstandigheden, zodat effectieve maatregelen worden genomen. Die kunnen per bedrijf verschillen. Dit levert in de praktijk veel onduidelijkheid op.”
Dat die onduidelijkheid voortvloeit uit de formulering van artikel 2.3 zelf, erkende Adema in zekere zin, zo bleek uit de antwoorden op vragenvan drie weken later. Daarin verwees hij namelijk alleen nog naar de Europese richtlijn. Een ingreep als couperen van varkensstaarten mag alleen als aan de in richtlijn 2008/120 genoemde voorwaarden is voldaan. Routinematig staarten couperen is dus niet toegestaan. Adema zette hiermee de deur op een kier voor een gang naar de rechter. Als die deur succesvol wordt geopend, zou dat wel eens per direct het einde kunnen betekenen van deze ingreep op al die bedrijven die nagelaten hebben omgevingsfactoren of beheersystemen aan te passen om staartbijten te voorkomen.
Update augustus 2024: Varkens in Nood maakt bekend dat er al in maart 2023 een verzoek is ingediend bij de NVWA om handhavend op te treden bij vijf varkenshouderijen. De NVWA wijst het verzoek af. In april 2024 maakt Varkens in Nood de zaak aanhangig bij de rechter. Het gaat inmiddels om vijf varkenshouderijen. De rechter oordeelt op 11 februari 2025 op procedurele gronden dat eerst alle bezwaarprocedures moeten worden afgerond. De bezwaarschriften lagen bij toenmalig minister Wiersma. Zij moest er eerst nog een beslissing over nemen. Wiersma was op dat moment bezig met het opstellen van een AMvB voor een dierwaardige veehouderij. De verplichting om te stoppen met couperen gaat in per 2027, zo blijkt. Dat wordt overigens weer enigszins afgezwakt door de bepaling dat per 2030 een dierenarts nadat er staarten zijn gecoupeerd een verbeterplan moet opstellen met maatregelen ter voorkoming van staartbijten en andere gedragsstoornissen. Dat lijkt een nieuwe escape om het verbod te omzeilen. In de Toelichting op de AMvB houdt Wiersma vast aan de afspraak die eerder met de varkenssector is gemaakt om pas per 2030 te stoppen met couperen. Maar ze kondigt ook een evaluatie aan om te kijken of dat haalbaar is.
Wetenschappelijk onderzoek
Een juridische procedure heeft zeker kans van slagen. Aan effectieve maatregelen ter voorkoming van staarbijten geen gebrek, zo blijkt uit talrijke wetenschappelijke onderzoeken. In 2017 heeft de Europese Commissie een overzicht gemaakt. Er zijn haalbare oplossingen voorhanden, zei Hans Spoolder, senior wetenschapper van Wageningen Livestock Research, twee jaar later. “Nederland zal moeten bewegen. Ik snap dat boeren tijd nodig hebben om hun varkenshouderij aan te passen. Maar 2030 is te laat.”
Dierenbescherming: in 2030 stoppen met couperen
Voor de Dierenbescherming is 2030 een acceptabele deadline. Voor de Beter Leven keurmerk-varkens wordt als eis gesteld dat per 2026 alle varkenshouders die onder dit keurmerk vallen, aan de slag gaan met een ”plan van aanpak over hoe toe te werken naar lange staarten”.
Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken wij technologieën zoals cookies om informatie over je apparaat op te slaan en/of te raadplegen. Door in te stemmen met deze technologieën kunnen wij gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site verwerken. Als je geen toestemming geeft of uw toestemming intrekt, kan dit een nadelige invloed hebben op bepaalde functies en mogelijkheden.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Dienst Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.