Praten mét dieren in plaats van óver dieren

De mens praat al eeuwen lang óver dieren in plaats van mét dieren (uitzonderingen daargelaten). Dat komt doordat de mens zich verheven voelt boven het dier. Daar past een heel arsenaal aan woorden bij. Met die woorden houdt de mens de dieren op hun plek. Dit gebeurt inmiddels tegen beter weten in. Ook al is nog lang niet iedereen het daarover eens.

‘‘We zullen naar nieuwe woorden moeten zoeken’’, zei Denker des Vaderlands Marjan Slob een tijdje geleden over de veranderingen die gaande zijn in het denken over de relatie mens-dier. Ze noemde geen voorbeelden, maar ik vermoed dat ze niet doelde op bijvoorbeeld het woord ‘‘vreten’’.

Dit woordgebruik is simpel te veranderen. Het is niet zo moeilijk om zowel bij mens als dier het woord ‘‘eten’’ te gebruiken. Veel verschil is er althans niet tussen een varken dat brokjes uit een voerbak hapt en een mens die een stuk vlees in zijn mond propt. Vreten is volgens Van Dale gulzig of veel eten. Zowel mensen als dieren kunnen vreten. Dus kunnen ze ook beiden eten, lijkt mij.

Eufemismen

Lastiger wordt het als we het over de talrijke eufemismen hebben, waarvan de mensen in de veehouderijsector zich gretig bedienen. Mestvarkens heten tegenwoordig vleesvarkens of gebruiksvarkens. Een hok met ijzeren stangen waartussen een zeug klemvast op de grond ligt, heet een kraambox. Als dieren massaal worden gedood vanwege een dierziekte, spreekt men over ruimen. Koeien met een afnemende melkproductie die naar het slachthuis gaan, worden eindecarrièrekoeien genoemd. Varkens met verwondingen, zijn in het jargon van veetransporteurs oranje varkens. Een baal hooi in een varkenshok waar voor het dier niets te beleven valt, wordt verrijkingsmateriaal genoemd. En een pluimveestal waarin 10.000 kippen leven op een stalen constructie met roosters en mestbanden heet volièrehuisvesting.

Je reinste misleiding

Het jargon van de mensen in de veehouderijsector zit vol met dit soort woorden. Het is meer dan verhullend taalgebruik. Er wordt een valse voorstelling van zaken gegeven. Het is je reinste misleiding. Schrijver Carolina Trujillo ergert zich er groen en geel aan. In haar NRC-column bekritiseert ze deze vorm van oplichting, naar aanleiding van berichten in de media over couperen. Een Frans woord dat de varkensindustrie gebruikt voor het onverdoofd afbranden van gevoelige biggenstaarten, aldus Trujillo. Ze wijst op andere woorden die al volstrekt ingeburgerd zijn.

’’Dat koeien melk ”geven” moet wel het oereufemisme zijn. Koeien ”geven” geen melk, die melk wordt uit hen gezogen, schrijft Trujillo. Ze maken het voor hun baby’s die door mensen geroofd worden. ”Leveranciers van zuivel” worden ze ook wel genoemd. ”Wie zijn zuivelleverancier probeert te flikken wat de zuivelindustrie koeien flikt, eindigt geheid in de boeien. Hem onder dwang bevruchten, om iets te noemen.’’

Het taalgebruik is diep ingesleten en duikt zelfs op in artikelen over het einde van de hegemonie van de vleesindustrie. Zo komt in een artikel over de gehaktbal van de toekomst (grotendeels plantaardig met een beetje vlees), de dubbeldoelkoe aan bod: ”Koeien die, als ze uitgemolken zijn, goed kunnen worden vetgemest en dan nog een mooi stuk vlees geven”, noteert de journalist. En de boer met dubbeldoelkoeien zegt: ”Wij hebben Jersey-koeien, vanwege de vette melk, dat is goed voor de boter. En Maas-Rijn-IJssel-koeien. Die zijn wat zwaarder en geven meer vlees.” Hoezo geven?

Veehouderijleugens

Trujillo introduceert een nieuw woord: ‘‘veehouderijleugens’’. Ook dat is een woord waarop Marjan Slob, toen ze het erover had dat we naar nieuwe woorden moeten zoeken, vast niet doelde. Maar misschien moeten we eerst van die valse voorstelling van zaken af, voordat we nieuwe woorden kunnen bedenken. Woorden van buiten het bestaande systeem, die uitdrukking geven aan een gelijkwaardige relatie tussen mens en dier. Een systeem waarin geen sprake is van mishandeling en uitbuiting. Waarin niet gesproken wordt over ”stuks vee” en ”veestapel”.

Nieuwe woorden komen vanzelf als we weigeren de oude woorden nog langer te gebruiken. Hoewel dat nog wel even kan duren. Het huidige woordgebruik is effectief voor degenen die de dieren op afstand willen houden. Ze vormen een verdedigingslinie tussen mens en dier en voorkomen dat we dieren moeten beschouwen als wezens met een eigen identiteit, een eigen gedragsrepertoire, een eigen taal. Ze komen van pas bij het praten óver dieren, in plaats van mét dieren.

”Ruimen” wordt ”doden”

We staan nog maar aan het begin. Maar de verandering is wel ingezet. Zo is de afgelopen jaren vrij plotseling in de berichtgeving over de bestrijding van vogelgriep het veel gebruikte eufemisme ”ruimen” vervangen door het meer toepasselijke ”doden” of ”afmaken”. Ook komt er niet alleen steeds meer erkenning voor de eigen taal van dieren, de manier waarop ze met elkaar communiceren, maar ook voor het vermogen van de mens om die taal te verstaan. Mooi voorbeeld is te vinden in het artikel over natuurlijk gedrag van kippen (zie tekst over kippenpraatjes).

Lees ook: Dieren zijn geen dozen die je kunt stapelen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *