Macht in tijden van mond- en klauwzeer

NIEUW boek over een waanzinnige crisis. Gratis te lezen. Klik hier

Op 21 maart 2026 was het 25 jaar geleden dat in Nederland de mond- en klauwzeercrisis uitbrak. Een gelegenheidscoalitie van wetenschappers, bedrijven en belangenbehartigers nam destijds de macht over. In eerste instantie rond enkele besmettingshaarden en later in het hele gebied tussen Zwolle-Apeldoorn-Deventer – de zogeheten driehoek – kregen houders van zogeheten evenhoevigen te maken met ingrijpende, vrijheidsbeperkende maatregelen.

De sterk op het economische belang geënte wet- en regelgeving (Europees én nationaal) werden zo geïnterpreteerd dat er geen ontkomen aan was. De staat gaf, aangestuurd door de agrolobby, de aanzet tot ‘’stamping out’’. Ik woonde destijds middenin het gebied. Ook het lot van onze dieren (twee varkens en acht schapen) werd van staatswege bezegeld.

Nog één keer heb ik mijn dossier mkz van zolder gehaald. Om uit te zoeken wie het nu eigenlijk voor het zeggen had, waarop het ingrijpende overheidsoptreden gebaseerd was, of het niet anders had gekund, en hoe het nu verder moet.

Een kwart eeuw later zie ik de mkz-uitbraak, die uiteindelijk het leven kostte aan meer dan 200.000 veelal gezonde evenhoevige dieren, vooral als symptoom van een hyperproductief en onhoudbaar veehouderijsysteem, passend in een patroon van voedselschandalen en misstanden. Het was geen drama of ramp die ons en vele anderen overkwam. Het bleek een ingecalculeerd risico.

Lees online mijn boek Macht in tijden van mond- en klauwzeer. Het is gratis. Met dank aan Jan Smit, die er met behulp van WordPress een prachtige website omheen bouwde.

Praten mét dieren in plaats van óver dieren

De mens praat al eeuwen lang óver dieren in plaats van mét dieren (uitzonderingen daargelaten). Dat komt doordat de mens zich verheven voelt boven het dier. Daar past een heel arsenaal aan woorden bij. Met die woorden houdt de mens de dieren op hun plek. Dit gebeurt inmiddels tegen beter weten in. Ook al is nog lang niet iedereen het daarover eens.

‘‘We zullen naar nieuwe woorden moeten zoeken’’, zei Denker des Vaderlands Marjan Slob een tijdje geleden over de veranderingen die gaande zijn in het denken over de relatie mens-dier. Ze noemde geen voorbeelden, maar ik vermoed dat ze niet doelde op bijvoorbeeld het woord ‘‘vreten’’.

Dit woordgebruik is simpel te veranderen. Het is niet zo moeilijk om zowel bij mens als dier het woord ‘‘eten’’ te gebruiken. Veel verschil is er althans niet tussen een varken dat brokjes uit een voerbak hapt en een mens die een stuk vlees in zijn mond propt. Vreten is volgens Van Dale gulzig of veel eten. Zowel mensen als dieren kunnen vreten. Dus kunnen ze ook beiden eten, lijkt mij.

Eufemismen

Lastiger wordt het als we het over de talrijke eufemismen hebben, waarvan de mensen in de veehouderijsector zich gretig bedienen. Mestvarkens heten tegenwoordig vleesvarkens of gebruiksvarkens. Een hok met ijzeren stangen waartussen een zeug klemvast op de grond ligt, heet een kraambox. Als dieren massaal worden gedood vanwege een dierziekte, spreekt men over ruimen. Koeien met een afnemende melkproductie die naar het slachthuis gaan, worden eindecarrièrekoeien genoemd. Varkens met verwondingen, zijn in het jargon van veetransporteurs oranje varkens. Een baal hooi in een varkenshok waar voor het dier niets te beleven valt, wordt verrijkingsmateriaal genoemd. En een pluimveestal waarin 10.000 kippen leven op een stalen constructie met roosters en mestbanden heet volièrehuisvesting.

Je reinste misleiding

Het jargon van de mensen in de veehouderijsector zit vol met dit soort woorden. Het is meer dan verhullend taalgebruik. Er wordt een valse voorstelling van zaken gegeven. Het is je reinste misleiding. Schrijver Carolina Trujillo ergert zich er groen en geel aan. In haar NRC-column bekritiseert ze deze vorm van oplichting, naar aanleiding van berichten in de media over couperen. Een Frans woord dat de varkensindustrie gebruikt voor het onverdoofd afbranden van gevoelige biggenstaarten, aldus Trujillo. Ze wijst op andere woorden die al volstrekt ingeburgerd zijn.

’’Dat koeien melk ”geven” moet wel het oereufemisme zijn. Koeien ”geven” geen melk, die melk wordt uit hen gezogen, schrijft Trujillo. Ze maken het voor hun baby’s die door mensen geroofd worden. ”Leveranciers van zuivel” worden ze ook wel genoemd. ”Wie zijn zuivelleverancier probeert te flikken wat de zuivelindustrie koeien flikt, eindigt geheid in de boeien. Hem onder dwang bevruchten, om iets te noemen.’’

Het taalgebruik is diep ingesleten en duikt zelfs op in artikelen over het einde van de hegemonie van de vleesindustrie. Zo komt in een artikel over de gehaktbal van de toekomst (grotendeels plantaardig met een beetje vlees), de dubbeldoelkoe aan bod: ”Koeien die, als ze uitgemolken zijn, goed kunnen worden vetgemest en dan nog een mooi stuk vlees geven”, noteert de journalist. En de boer met dubbeldoelkoeien zegt: ”Wij hebben Jersey-koeien, vanwege de vette melk, dat is goed voor de boter. En Maas-Rijn-IJssel-koeien. Die zijn wat zwaarder en geven meer vlees.” Hoezo geven?

Veehouderijleugens

Trujillo introduceert een nieuw woord: ‘‘veehouderijleugens’’. Ook dat is een woord waarop Marjan Slob, toen ze het erover had dat we naar nieuwe woorden moeten zoeken, vast niet doelde. Maar misschien moeten we eerst van die valse voorstelling van zaken af, voordat we nieuwe woorden kunnen bedenken. Woorden van buiten het bestaande systeem, die uitdrukking geven aan een gelijkwaardige relatie tussen mens en dier. Een systeem waarin geen sprake is van mishandeling en uitbuiting. Waarin niet gesproken wordt over ”stuks vee” en ”veestapel”.

Nieuwe woorden komen vanzelf als we weigeren de oude woorden nog langer te gebruiken. Hoewel dat nog wel even kan duren. Het huidige woordgebruik is effectief voor degenen die de dieren op afstand willen houden. Ze vormen een verdedigingslinie tussen mens en dier en voorkomen dat we dieren moeten beschouwen als wezens met een eigen identiteit, een eigen gedragsrepertoire, een eigen taal. Ze komen van pas bij het praten óver dieren, in plaats van mét dieren.

”Ruimen” wordt ”doden”

We staan nog maar aan het begin. Maar de verandering is wel ingezet. Zo is de afgelopen jaren vrij plotseling in de berichtgeving over de bestrijding van vogelgriep het veel gebruikte eufemisme ”ruimen” vervangen door het meer toepasselijke ”doden” of ”afmaken”. Ook komt er niet alleen steeds meer erkenning voor de eigen taal van dieren, de manier waarop ze met elkaar communiceren, maar ook voor het vermogen van de mens om die taal te verstaan. Mooi voorbeeld is te vinden in het artikel over natuurlijk gedrag van kippen (zie tekst over kippenpraatjes).

Lees ook: Dieren zijn geen dozen die je kunt stapelen

Doe mee aan de ontwikkeling van de Mellorator

Een team van Australische wetenschappers ontwikkelt een app waarmee je kunt nagaan of jouw dieren een gezond en gelukkig leven leiden. De app verkeert nog in de pilotfase. Wie een bijdrage wil leveren aan de verdere ontwikkeling van de zogeheten Mellorater, kan zich aanmelden via de website.

De app is vernoemd naar David J. Mellor, pionier op het gebied van dierenwelzijn en bekend van het zogeheten vijf domeinenmodel. Op basis van de vijf domeinen van Mellor kwam de Raad voor Dierenaangelegenheden in 2021 tot een zienswijze over dierwaardige veehouderij.

De Mellorater nodigt diereneigenaren en -verzorgers uit om op een ​​schaal aan te geven in hoeverre ze het eens zijn met 18 stellingen over voeding, omgeving, gezondheid en gedragsinteracties.

Zoveelste onderzoek naar de achterste teen van de haan

Haan met gave achterste tenen. Foto Jan Smit/Dierenbeeldbank (Voor de goede orde: dit is een foto van een Hollandse hoen/haan. Bij dit ras is het geen gebruik om het puntje van de achterste teen af te knippen. Deze ingreep heeft vooral plaats bij de commercieel gehouden rassen).

Onderzoek na onderzoek, uitstel na uitstel. Nog steeds mogen houders van zogeheten vleeskuikenouderdieren het puntje van de achterste teen van de haan wegbranden, of ”behandelen”, zoals dat heet. Ook al is dat verboden.

De ingreep – die de integriteit van het dier aantast – wordt uitgevoerd op basis van een vrijstelling. In 2021 zou daar een einde aan komen. Er volgde uitstel tot 2023, daarna tot 2025. Het lot van de hanenteen is al enige tijd in handen van een stuurgroep. Daarin is de pluimveesector ruim vertegenwoordigd. De stuurgroep adviseert de minister. Hetgeen betekent: vertragen zolang je kunt, het ministerie van LVVN meewerkt en de Tweede Kamer niet moeilijk doet.

Wageningen Livestock Research gaat nu op tien bedrijven nader onderzoek doen. Daar hebben ze nog tot eind 2026 de tijd voor gekregen.

Nederland telt circa 200 vermeerderings- en opfokbedrijven. Het gaat volgens het CBS om tien miljoen opfokleghennen (inclusief ouderdieren), 4,5 miljoen ouderdieren vleeskuikens en 2,5 miljoen opfokouderdieren vleeskuikens. Hennen en hanen lopen er samen in één stal. Bevruchte eieren gaan naar de broederij. Een sterk op de export gerichte sector, een zeer lucratieve business.

Minder hanen zou een oplossing kunnen zijn

De winstgevendheid van deze sector hangt nauw samen met de productiewijze. Daarin speelt het wegbranden van het puntje van de achterste teen van de hanen een belangrijke rol. Gebeurt dat niet, dan raken de hennen nogal eens beschadigd als de hanen er bovenop gaan zitten om ze te bevruchten. Dit zou verholpen kunnen worden door minder hanen te houden en vooral minder zware hanen, zodat het niet nodig is hun achterste teen af te branden. Maar ja, een productiewijze met minder (zware) hanen betekent uiteindelijk minder omzet en daar houden de pluimveevermeerderaars niet van.

”Als sector moeten we steekhoudende argumenten voor vrijstelling kunnen aandragen bij het ministerie. Hiervoor is praktijkonderzoek cruciaal”, zegt pluimveevoorman Kees de Jong over het nieuw gestarte onderzoek op pluimveeweb.nl. Hij roept bedrijven op om aan het onderzoek mee te werken. Volgens hem is er nog een kleine kans op verdere vrijstelling van het verbod.

Het nieuwe onderzoek behelst maatregelen die het inzetten van hanen zonder ”tenenbehandeling” mogelijk moeten maken: minder hanen (7% minder op 25 weken leeftijd), het lichaamsgewicht van de hanen op een lager niveau houden en een lagere lichtsterkte (10-20 lux) in het begin van de legperiode (tot circa 25 weken leeftijd). 

1 juli 2028 is nieuwe streefdatum

Pluimveeorganisatie Avined gaat ervan uit dat er nog wel een paar jaar nodig zijn om van het afbranden van het puntje van de achterste teen af te komen. ”Onderzoek en monitoring van praktijkervaringen met innovaties in stalsystemen en/of managementfactoren zijn erop gericht per 1 juli 2028 de behandeling van de achterste teen bij hanen in de vermeerderingssector verantwoord achterwege te kunnen laten.” (Pluimveevisie 2040)

Vangmachine veegt en zuigt kippen als aardappels op uit de stal

Still uit de video van RieVo BV

Nieuwste trend in pluimveeland: de vangmachine. Kippen die naar de slacht moeten, worden, alsof het aardappels zijn, opgeveegd en in het apparaat gezogen. Van de Dierenbescherming mag het. Voor een promotievideo is de leverancier langs geweest bij een houder van 300.000 vleeskuikens (mét Beter Leven keurmerk 1 ster).

De vangmachine  moet een einde maken aan  het handmatig vangen van vleeskuikens. Toepassing van de machine scheelt de helft aan personeel. Voor de vangers – veelal arbeidsmigranten – betekent dat verlies van zwaar, zeer ongezond, maar goed betaald werk. Voor de pluimveehouders tellen vooral de euro’s. Ze zeggen ook dat het diervriendelijker is. Maar de machine veroorzaakt veel stress en meer bloedingen.

Van de Dierenbescherming mag het: veel stress en meer bloedingen

In een video van Agrio wordt de vangmachine Apollo gepromoot als een alternatief voor het handmatig verwijderen van kippen uit een stal. Daarbij pakken vangers deze dieren op aan de poten, houden ze op de kop, waarna ze de dieren in kratten proppen.  Het vangen van kippen aan de poten mag al een tijdje niet meer, maar werd nog oogluikend toegestaan. Tot 15 augustus van dit jaar. Als het goed is, gaat de NVWA sindsdien over tot handhaving.

De beelden van de Apollo zijn gemaakt bij het megapluimveebedrijf van de gebroeders Huizinga in het Friese Firdgum (Beter Leven Keurmerk 1 ster, 11 stallen 300.000 vleeskuikens). Huizinga noemt de vangmachine arbotechnisch een hele vooruitgang. Volgens Huizinga komt deze wijze van vangen neer op 3,5 tot 3,6 cent per kip, inclusief vervoer. ‘’Dat is op ons bedrijf wel rond te rekenen’’, zegt hij. (Een vleeskuiken brengt op het moment tussen de €1,15 en €1,20 per kg op).

Bram Godrie van Shovelbedrijf RieVo BV – de leverancier van de Apollo Universal – voorspelt een goede toekomst voor de vangmachine. Een video van RieVo BV demonstreert, begeleid door een niets-aan-de-hand-muziekje, hoe het apparaat per uur 14.000 tot 26.000 kilo kippen kan laden. Dat zijn uitgaande van een slachtgewicht van 2,4 kg tussen de 5.833 en 10.833 kippen.

Onderzoek WUR

Wageningen Universiteit & Research (WUR) heeft deze zomer een rapport gepubliceerd, waarbij vooral is gekeken naar de verwondingen ten gevolge van het vangen van kippen, handmatig en machinaal. Machinaal vangen met een Apollo vangmachine geeft significant meer bloedingen, zowel grote als kleine, maar leidt niet tot meer vleugelbreuken of dislocaties bij de beoordeelde dieren in dit onderzoek. Bij machinaal laden ligt het percentage bloedingen op 5,18, terwijl het bij regulier vangen 1,87 is. Het aantal dieren met schade aan de vleugel verschilt niet significant en komt uit op 0,42 procent bij machinaal vangen en 0,49 procent bij regulier vangen.

Conclusie van het onderzoek is dat rechtop vangen (zoals aanbevolen door dierenwelzijnsorganisatie Eyes on Animals) beter is voor de kuikens en dus de voorkeur verdient. Wel is duidelijk dat deze methode meer tijd kost. Er is ruim twee keer zoveel tijd voor nodig ten opzichte van regulier laden (vangen aan de poten).

Nederland succesvol als virusland

Grote aantallen dieren houden in een delta heeft zo z’n gevolgen. Virussen gedijen er goed. Knutten en wilde vogels, talrijk vanwege de waterrijke gebieden, brengen ziektes over die door de concentratie van grote hoeveelheden vee geregeld tot dramatische uitbraken leiden. Nederland is een succesvol virusland.

Terwijl boerenorganisaties en hun politieke geestverwanten de vruchtbare delta van Nederland graag aanprijzen als dé plek in Europa waar dankzij hoogwaardige landbouw een belangrijke bijdrage kan worden geleverd aan voedselzekerheid, laat de realiteit een hele andere kant van de medaille zien. Bijgaande kaartjes tonen wat er zich afspeelt in de Nederlandse delta, waar het door knutten verspreide blauwtongvirus type 3 in 2023 en 2024 zeer veel dodelijke slachtoffers maakte onder schapen.

Ook koeien werden en worden getroffen door blauwtong. Op 2200 bedrijven deden zich in 2023 ziekteverschijnselen voor. De melkproductie liep op deze bedrijven terug met één kg per koe per dag. Die daling hield gemiddeld 9 tot 10 weken aan. De sterfte onder koeien was 1,5 keer tot 3,5 keer hoger in vergelijking met voorgaande jaren. Dat beeld herhaalde zich in 2024. Er zijn melkveebedrijven die de helft van hun koeien zagen aangetast door het virus. Met een groot aantal van deze dieren kwam en komt het niet meer goed.

Blauwtongbesmettingen in de periode september – december 2023. Bron: WUR

Vanuit het virus bekeken is er sprake van een groot succes. Dat hangt samen met een combinatie van factoren in ons land: een ideale voedingsbodem voor knutten en ideale omstandigheden voor het virus, niet in de laatste plaats door de enorme veedichtheid.

In 2024 herhaalde het blauwtongvirus zijn aanslag op de Nederlandse schapenhouderij. Ondanks een grootscheepse vaccinatiecampagne, die vermoedelijk te laat werd ingezet. Koeien blijken niet alleen opnieuw slachtoffer, ze spelen een belangrijke rol bij de verspreiding van virus. Vandaar een pleidooi van deskundigen om meer koeien in te enten. Ondanks berichten over zieke koeien die twee keer waren ingeënt, hetgeen niet bevorderlijk is voor de motivatie van veehouders om mee te werken aan vaccinatie.

In de ons omringende landen merken ze al de gevolgen: in Duitsland, België, Frankrijk en Denemarken. Het gaat om hetzelfde type blauwtong-virus dat zich in Nederland rap heeft kunnen vermenigvuldigen. Waar het virus in 2023 vandaan kwam, is nog altijd niet bekend. Maar Nederland heeft zich duidelijk ontwikkeld als virusland. Intussen is er in 2024 een nieuw type opgedoken: BTV-12 (niet verwant aan BTV-3).

Vogelgriep

Eenzelfde soort kaart vol met stippen is bijna elk jaar wel te maken aan de hand van besmettingen met vogelgriep. Hoewel de epidemie van 2021-2023 over zijn piek heen lijkt te zijn, houdt de dreiging aan.

Vogelgriepbesmettingen oktober 2022 – oktober 2023

Controles bij pluimveebedrijven brengen sinds 2023 geregeld laagpathogene varianten aan het licht, waaronder ook H5N1. Het is bekend dat deze in een stal met kippen kunnen muteren naar een hoogpathogene variant. Niet uit te sluiten valt dat er zich op deze wijze te zijner tijd een besmetting voordoet die de bron zal zijn van een nieuwe uitbraak, waarbij eveneens wilde vogels worden getroffen.

Sinds kort circuleren er ook andere kaartjes. Ze komen voort uit de noodzaak om structurele maatregelen te treffen.

De mate van HPAI-besmettingsrisico op pluimveebedrijven in relatie tot de hoeveelheid wateroppervlak en de hoeveelheid bos/bomen in een radius van 500 m van een pluimveebedrijf. Water is geassocieerd met een verhoogd risico, bomen met een verlaagd risico.
Bron: Definiëring van waterrijke gebieden in relatie tot vogelgriepbesmettingsrisico bij commerciële pluimveebedrijven in Nederland, Wageningen Bioveterinary Research

Wageningen Bioveterinary Research heeft dit kaartje gemaakt. Het kan helpen om beleid en regelgeving onderbouwen. Er gaan namelijk steeds meer stemmen op om vestiging van nieuwe pluimveebedrijven en uitbreiding van reeds bestaande bedrijven in waterrijke gebieden te verbieden. Ook wordt er serieus onderzoek gedaan naar de aanpak van zogeheten pluimveedichte gebieden, zoals de Gelderse Vallei en de regio Nederweert. Ingrijpen is echter een politieke kwestie, waarbij de mate van invloed vanuit de pluimvee-industrie de uitkomst in hoge mate bepaalt. En die pluimvee-industrie is uit op behoud van het bestaande. Ondanks vogelgriep en in zeker opzicht zelfs dankzij vogelgriep (”de één z’n dood is de ander z’n brood”) is het nog altijd een zeer lucratieve business.

Varkens ”mengvat”

Omdat de vrees bestaat dat varkens vogelgriep krijgen of als ”mengvat” van griepvirussen voor nog groter onheil kunnen zorgen, is deze diersoort eveneens onderwerp van onderzoek. Vogelgriep is nog niet vastgesteld bij varkens. Wel zijn er onlangs verschillende varianten van varkensgriepvirussen van het subtype H1 en één van het subtype H3 gevonden. Ook zijn er twee gevallen van varkensgriep bij mensen aangetroffen. Uit voorzorg heeft het ministerie een draaiboek voor een uitbraak van vogelgriep bij varkens opgesteld. Binnenkort komt er een wijziging van de Regeling diergezondheid, zodat er een bestrijdingsbevoegdheid ontstaat in geval van vogelgriep bij gehouden varkens.

Dat klinkt alarmerend en dat is het ook. Vooral omdat we in onze mooie delta een giga-hoeveelheid aan gastheren hebben voor griepvirussen. En dan doel ik niet op de gastheren buiten de stallen, maar op de concentratie van dieren ín de stallen. Die gastheren zitten ook nog eens hutjemutje op elkaar. Virussen kunnen zich geen betere omstandigheden wensen.

Deskundigen pleiten er al jaren voor om het houden van varkens en kippen strikt van elkaar te scheiden. Tot dusver vergeefs. Kaartjes willen nog wel eens wat teweeg brengen. Daarom hieronder nog twee:

Deze kaartjes zijn afkomstig uit een rapport van Wageningen University & Research ”Definitie van bedrijfs- en dierdichtheid” (2023). Opvallend is de concentratie van pluimvee én varkens in de Gelderse Vallei. Elf varkenshouderijen in een straal van 2 km. Plus tachtig pluimveebedrijven in een straal van 5 km. ”Als bedrijfs- en dierdichtheden verminderen leidt dit tot een reductie van zoönotische risico’s in de veehouderij en dus van mogelijke blootstelling van de mens”, aldus de samenstellers van het rapport.

Lees meer: Dierenwelzijn, diergezondheid en vogelgriep

Megastal met Beter Leven Keurmerk

Beeld: Google Maps

De Dierenbescherming speelt, als het gaat om de transitie naar een dierwaardige veehouderij, een moeilijk te begrijpen dubbelrol. Enerzijds ijvert de organisatie voor een beter leven voor dieren, anderzijds werkt zij de komst van megastallen *) in de hand.

Hierboven zie je de vleeskuikenfabriek van de familie Janssen in Zuidvelde (Dr.). Afgelopen anderhalf jaar verbouwd én uitgebreid. Er is nu ruimte voor 250.000 + 250.000 ”reguliere kuikens”, zeg maar plofkippen. Vreemde gang van zaken terwijl er een stikstofcrisis heerst en bedrijven al sinds 2019 op slot zitten? Kennelijk niet als het om een keurmerkstal in Drenthe gaat.

Op de website van veevoerbedrijf De Heus is te lezen dat de familie twee jaar geleden is overgeschakeld naar het Beter Leven Keurmerk 1 ster van de Dierenbescherming. Als we goed naar de foto kijken is dat ook te zien: er zijn overdekte uitlopen aangebouwd. Een vereiste van het Beter Leven Keurmerk 1 ster.

In de stallen mag boer Bart Janssen als hij Beter Leven-kippen gaat houden, per vierkante meter geen 18 plofkippen plaatsen (zoals gebruikelijk in een ”reguliere stal”), maar 12 traag groeiende kippen. Omdat hij de overdekte uitlopen mag meerekenen als staloppervlakte, valt de economische schade van de omschakeling mee. Hij heeft de ruimte op het erf goed kunnen benutten.
En, het moet gezegd, de dieren zitten in Beter Leven-stallen niet meer zo dicht op elkaar gepropt als in een ”reguliere” vleeskuikenstal. Ze kunnen zich in de laatste weken van hun leven ietsje beter bewegen. Ze hebben ook minder pijn aan de poten, doordat hun gewicht langzamer toeneemt en hun de botten meer tijd hebben om zich te ontwikkelen.
Belangrijk voor boer Bart, maar hij kijkt vooral naar de kilo’s. ”Het is een mooie uitdaging om de groei zo te sturen dat we zo dicht mogelijk bij de 25 kg/ m2 onze kuikens af kunnen leveren op 56 dagen. Hiervoor gebruiken we alle data die beschikbaar is uit onze managementsystemen”. 

”Bestaansrecht”

Bart Janssen vertelt op www.de-heus.nl dat hij heeft gekozen voor het 1 ster Beter Leven-kuikens ”omdat dit het grootste concept is én omdat het bestemd is voor de Nederlandse markt. We leveren kuikens waar de maatschappij om vraagt. Daardoor hebben we bestaansrecht.”
Wat hij er niet bij vertelt is dat hij de omschakeling naar het keurmerk heeft aangegrepen om een vergunning te regelen voor een enorme uitbreiding. Niet dat hij aan de Asserstraat in Zuidvelde een half miljoen keurmerkkippen kan gaan houden. De maximumbezetting van een bedrijfslocatie met het Beter Leven Keurmerk 1 ster is op 220.000 kuikens vastgesteld. Aan weerszijden van de Asserstraat kan boer Bart dus in totaal 440.000 keurmerkkuikens in zijn stallen onderbrengen. Maar mochten de verdiensten tegenvallen, dan kan hij het Beter Leven Keurmerk vaarwel zeggen en een half miljoen kuikens in zijn stallen proppen.

Handig bekeken van Bart. Minder handig van de Dierenbescherming. Alle goede bedoelingen ten spijt, faciliteert deze organisatie de komst van megastallen en in feite een verdere intensivering en schaalvergroting van de veehouderij.

*) Een megastal is in de definitie van de Dierenbescherming niet een enkele stal, maar ook een complex van stallen op één bedrijfslocatie. Veehouders kunnen de aanduiding megastal omzeilen door een bedrijf op papier te splitsen in twee locaties.

Nederland telde in april 2023 circa veertig miljoen vleeskuikens. Vergeleken met de cijfers over 2015 zijn dat er 10 miljoen minder. Ruim 40% van de vleeskuikens behoorde in 2022 tot de langzaam groeiende rassen. Bij de start van het Beter Leven Keurmerk 1 ster (BLK) was de verwachting dat het aantal kuikens aanzienlijk zou verminderen: omdat het aantal kuikens per m2 met een derde terug zou moeten, omdat de bestaande staloppervlakte in Nederland gelijk zou blijven en er amper nieuwe stallen bijgebouwd zouden worden. Het staloppervlak bleef echter niet hetzelfde, zo laat het voorbeeld van boer Bart zien. Een afname met een kwart is niet gering, maar geen eenderde, zoals je zou mogen verwachten als de bezetting per m2 teruggaat van 18 naar 12. Daarbij komt dat het aantal vleeskuikens zo maar weer kan gaan stijgen, als andere pluimveehouders hun collega boer Bart volgen.
Bronnen: Agrimatie en CBS.

Lees ook: Transitie naar dierwaardige veehouderij: top-down of bottom-up?

Update 23 oktober 2024

Nog een uitbreiding onder de vlag van het Beter Leven Keurmerk

Nog een uitbreiding dankzij het Beter Leven Keurmerk. In het Friese Stiens heeft vleeskuikenhouder De Boer twee nieuwe stallen gebouwd. Hij gaat van 40.000 gangbare naar 100.000 1 ster Beter Leven-vleeskuikens. Maar in plaats daarvan zou hij in de stallen ook 168.000 gangbare kuikens mogen onderbrengen, aldus pluimveeweb.nl.
Hoe dat uitpakt wat betreft de ammoniakuitstoot en of er ook een juridisch houdbare NB-wetvergunning kan worden verleend, is nog volstrekt onduidelijk. Wageningen Livestock Research gaat nieuwe emissiemetingen doen.


Mag de wolf ook wat zeggen?

Foto Pixabay.com
Austerlitz, 2 augustus 2024

''Mag ik ook eens wat zeggen, mens?,’’ vroeg de wolf terwijl we elkaar ’s avonds laat passeerden aan de voet van de Pyramide van Austerlitz.
‘’Het spijt me dat ik kinderen de stuipen op het lijf jaag. Echt, heel vervelend dat dat is gebeurd. Het spijt me ook dat jullie nu het bos niet meer in mogen. Beetje overdreven, maar ik begrijp het wel.
‘’De hele situatie is behoorlijk uit de hand gelopen. En ja, we hadden hier misschien helemaal niet moeten komen. Maar we zijn hier nu eenmaal. Ik was samen met een andere wolf op de Noord-Veluwe. We hebben het nog wel even ergens anders geprobeerd, maar hier is het voor ons gewoon het fijnst. Mooi bos, niet teveel wegen.
‘’Alleen ’s zomers, ja, dat blijkt nu wel. Het is hier erg druk. Dat is voor ons ook niet goed. We kunnen dan niet rustig naar voedsel zoeken. En we wennen misschien iets teveel aan jullie aanwezigheid. Het beste is toch dat we een beetje afstand houden tot elkaar. Anders gaan we ons gedragen op een manier die wij ook niet willen. Zo jammer als dat gebeurt.

‘’Mag ik nog iets zeggen? Ik praat niks goed hoor. Sorry mens. Echt, sorry. Maar wij wolven wisten niet dat het voor jullie zo belangrijk is wie ergens het eerste is. Die heeft daar dan volgens jullie de meeste rechten. Dat wisten we niet. Maar zijn jullie dan vergeten dat we hier al veel vaker zijn geweest? Dat we hier heel lang samen leefden met mensen?
‘’Voor mij persoonlijk is dat niet zo belangrijk. Nu telt voor mij vooral dat het best tof is hier.  We hoeven niet veel moeite te doen om aan voedsel te komen. De lammetjes liggen voor het oprapen. Ik geef toe dat sommige van ons iets te grof tekeer zijn gegaan. Dat is nergens voor nodig. Maar voor ons soort dieren is al dat vee echt een lekkernij.
 ‘’Waar zijn trouwens de wilde zwijnen, de reeën - we krijgen er zelden eentje te pakken. Het zou een hoop schelen. Een wolf met een volle maag, daar hoef je niet bang voor te zijn, die zie je niet.

‘’Mag ik nog wat anders zeggen? Er valt met ons best te praten. Maar niet met het geweer op tafel. Alsjeblieft, zeg. Wij wolven zijn verstandige dieren. Wij kunnen best dingen leren. Net zoals jullie dingen kunnen leren. Er zijn genoeg mensen die dat weten. Jullie hebben in dit land onderhand meer wolvendeskundigen dan dat er wolven zijn.

‘’Nu zijn er heel wat besprekingen, waar wij niet bij zitten. Dat is jammer. Misschien komt er wel een rechtszaak tegen een afschotvergunning. Ook daar worden wij niet gehoord. Kan dat niet anders? Is er niet iemand die namens ons het woord mag voeren? Iemand die als een wolf kan denken en voelen? Dat zou echt helpen.

‘’Bedankt dat ik dit heb mogen zeggen, mens.’’

Update 1 augustus 2025
Wolf Bram is al weken volop in het nieuws. Hij heeft een nummer (GW3237m), is volgens ”deskundigen” een gevaar voor de mens, zijn gedrag wordt door hen afwijkend en zorgwekkend genoemd en van de rechter mag de provincie hem laten afschieten. Animal Rights en Faunabescherming hebben dat niet tegen kunnen houden. Zo lang hij leeft, doen mensen er volgens de provincie goed aan niet te recreëren in de bossen waar Bram zich mogelijk ophoudt.

Update 16 september 2024
De provincie Utrecht wil de wolf Bram (GW3237m) gaan volgen. Er is een vergunning afgegeven zodat hij gevangen, verdoofd en gezenderd kan worden. Komt hij te dicht in de buurt van mensen dan voorziet de vergunning in het beschieten met paitballs (”negatief conditioneren”). Ook ligt er een vergunning klaar voor het doden van de wolf in geval van een noodsituatie.
De rechter heeft echter Animal Rights en Faunabescherming in een kort geding vooralsnog in het gelijk gesteld. ”Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht (GS) hebben op dit moment niet goed genoeg onderbouwd dat het nodig is om in te grijpen met de voorgestelde middelen”. Als de provincie toch tot actie wil overgaan, dan kan de rechter worden gevraagd de uitspraak in kort geding te wijzigen of op te heffen.

Update 12 december 2025
De Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht maakt bekend dat Bram begin december op de Utrechtse Heuvelrug is dood geschoten. Het vonnis over Bram was al in juli geveld, nadat Faunabescherming een besluit tot afschieten tevergeefs had aangevochten. Is wolf Bram slachtoffer van een BBB-hetze of is het doden van deze wolf verstandig vanuit het oogpunt van veiligheid? Faunabescherming plaatste in het ledenblad Argus een interessante analyse van het Team Wolven in Utrecht.

Incidenten ontstaan onder vrijwel identieke omstandigheden, zo blijkt. Het gaat vrijwel steeds om loslopende honden in een gebied waar zich een wolf met welpen bevindt, recreanten die te dicht bij de rustplekken van de wolf komen, rennende kinderen, onverwachte confrontaties door het ontbreken van waarschuwingsborden, wolven die door de jacht of oefeningen worden gedwongen van locatie te wisselen. Het Team Wolven Utrecht doet zeven suggesties.
Creëer rustgebieden – zorg voor voldoende water – haal triggers weg (honden, rennende kinderen, hardlopers) – beperk recreatie tot de randen van een natuurgebied – handhaaf consequent – maak wegen veiliger- stop met maatregelen tegen wolven.


De NVWA gaat na een verzoek om handhaving meer controleren op beschermende maatregelen die veehouders moeten treffen. Een houder heeft de plicht zijn dieren te beschermen tegen roofdieren 

Milieufilosoof Martin Drenthen heeft het in onderstaande lezing over ”intersoortelijke communicatie”. Er gaat volgens hem iets mis in de communicatie tussen mens en wolf.

Frans de Waal leerde ons anders naar dieren en onszelf kijken

Frans de Waal, overleden. De wetenschapper die ons leerde door de ogen van een dier naar onszelf te kijken. Na Darwin veranderde hij voorgoed de gedachten die we als mensen over onszelf hebben. Mensen zijn niet zoveel anders dan dieren, bracht hij ons bij. Het was en is nog altijd geen eenvoudig inzicht. Omdat het zoveel morele complicaties met zich meebrengt. Dat erkende hij ook. ”We moesten ons opeens afvragen of het wel juist is hoe we dieren behandelen”, zei hij acht jaar geleden bij het verschijnen van Zijn we wel slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn. Hij verheugde zich op het onderzoek dat uit dat inzicht zou volgen. ”Voor de gedragsbiologie is het een heel opwindende tijd.”
Gelukkig zijn er vele wetenschappers die zijn belangrijke werk kunnen voortzetten.