Op een Fries melkveebedrijf met 72 melkkoeien in de gemeente Noardeast-Fryslân (in de buurt van Kollumerpomp) zijn in eerste instantie bij vijf koeien antistoffen aangetroffen tegen hoogpathogene vogelgriep H5N1. De antistoffen zijn gevonden na onderzoek vanwege een besmetting van een kat met vogelgriep. De kat, die inmiddels is overleden, was afkomstig van de melkveehouderij.
Op het bedrijf is na bemonstering van alle melkgevende koeien geen actief virus aangetroffen, niet in de melk en niet in het bloed. De aanwezigheid van antistoffen duidt wel op een doorgemaakte infectie met het virus. Nader onderzoek liet zien dat de antistoffen bij meer koeien aanwezig waren: bij 47% van de melkgevende koeien en bij
63% van het jongvee op het betreffende bedrijf. Hetgeen duidt op overdracht van virus van koe op koe. Er zijn geen antistoffen zijn aangetoond in de bloedmonsters van melkkoeien van andere bedrijven in Nederland, zo maakte staatssecretaris Erkens in een brief aan de Tweede Kamer op 15 mei 2026 bekend.
Koe met ademhalingsproblemen
Eén van de koeien op het bedrijf in Friesland had medio december 2025 last van een uierontsteking en ademhalingsproblemen, aldus het Ministerie LVVN. Of de andere koeien met antistoffen ook gezondheidsklachten hadden en wat er met hun melk is gebeurd, daarover zijn nog geen mededelingen gedaan. Volgens Nieuweoogst.nl is alle melk van het bedrijf ingezet voor gepasteuriseerde producten.
De berichtgeving over de besmetting op het Friese melkveebedrijf was lange tijd verre van volledig. Ook een half jaar later is nog niet duidelijk waarom er zo lang is gewacht met het testen van de koeien. Bij de overleden kat was al op 26 december 2025 vastgesteld dat het om vogelgriep ging. Het is niet bekend gemaakt of op dat moment al duidelijk was dat de kat bij het melkveebedrijf hoorde. Daar zijn pas op 15 en 22 januari 2026 monsters genomen. Eerst bleek er sprake van één koe met antistoffen, later van vijf. En nu dus blijkt de helft van de melkgevende koeien en twee derde van het jongvee een infectie te hebben doorgemaakt.
Geen mededelingen over onderzoek melkveebedrijven in buurt van besmette pluimveebedrijven
Onduidelijkheden zijn er nog altijd over het verloop van het onderzoek. Bij melkveebedrijven in de directe omgeving van een met vogelgriep besmet pluimveebedrijf, worden doorgaans melkmonsters afgenomen en onderzocht op de aanwezigheid van vogelgriepvirus en antistoffen tegen vogelgriep.
De dichtstbijzijnde besmettingsgevallen bij pluimvee deden zich voor in Drogeham (14 november) en Opende (17 november), beide zuidelijker gelegen dan de gemeente Noardeast-Fryslân. Op 18 februari werd er melding gedaan van een besmetting bij een leghennenbedrijf iets ten noorden van Dokkum, in Aalsum, gemeente Noardeast-Fryslân. De overheid doet geen mededelingen over onderzoek bij melkveebedrijven in de nabijheid van besmette pluimveebedrijven.
Basismonitoring
In de basismonitoring zijn tot op heden geen signalen gevonden die aanleiding
geven tot een verdenking van een vogelgriepbesmetting bij melkkoeien, zo schreef demissionair minister Wiersma op 23 januari 2026 in een brief aan de Tweede Kamer. ”Op korte termijn zal ik de deskundigen vragen een risicobeoordeling te geven. Tevens zal ik deskundigen vragen naar een analyse van mogelijke besmettingsroutes en de monitoringsmogelijkheden van HPAI bij runderen te beoordelen op effectiviteit”.
Wie heeft wie besmet?
Wur.nl wijdt een speciale pagina aan het geval van vogelgriep bij koeien. Grote vraag is wie wie heeft besmet: de kat de koeien of omgekeerd. Op de wur.nl pagina staat: ”We kunnen op dit moment niet vaststellen of uitsluiten dat er een direct verband is tussen de besmetting van de kat en de koe op hetzelfde bedrijf. De besmettingen kunnen onafhankelijk van elkaar zijn ontstaan, bijvoorbeeld door blootstelling aan in de omgeving aanwezige wilde vogels (doordat de kat een dode of zieke wilde vogel heeft gegeten).
Volgens Wur.nl is het nog steeds waarschijnlijk dat wilde vogels de oorzaak zijn van de besmetting van de koeien. ”Ze zijn mogelijk blootgesteld aan de ontlasting van besmette vogels, of hebben direct contact gehad met een besmet vogelkadaver, of een virus dragend vogelkadaver is in contact gekomen met het voer van de runderen. Het is ook mogelijk dat de kat besmet is geraakt door het eten van besmette melk van de koe.”
Primeur
De vondst van antistoffen bij het Friese melkvee is voor zover bekend de eerste in Europa. Het toont de kwetsbaarheid van deze sector voor de introductie van een zeer besmettelijke dierziekte, die steeds meer slachtoffers onder zoogdieren maakt. In de VS was in 2024 en 2025 een grote uitbraak van vogelgriep bij koeien. In Nederland heerst sinds oktober vorig jaar bij pluimveebedrijven in het hele land weer volop vogelgriep. Er worden veel dode vogels gevonden en ook vossen blijken besmet.
Dat Friesland de ”primeur” heeft van koeien met antistoffen, hoeft niet te verbazen. Onderzoek in opdracht van het Ministerie naar 47 afgeschoten vossen in Friesland leidde tot een alarmerend resultaat: twee vossen testten positief op het virus (waarvan één duidelijk ziek was) en bij 22 van de 47 onderzochte dieren werden antistoffen gevonden. Hetgeen erop duidt dat deze dieren met het virus in aanraking zijn geweest. (wur.nl)
Advies EFSA: onderzoek melkveebedrijven in vogelgriepgebieden
De EFSA (Europese autoriteit voor voedselveiligheid) adviseerde in een rapport van 16 december 2025 om virusverspreiding in de EU te voorkomen via melkhygiëne, een verbod op het vervoer van runderen in besmette gebieden, het vermijden van uitwisseling van werknemers, voertuigen en apparatuur en het implementeren van bioveiligheidsmaatregelen vóór het betreden van bedrijven. En: ”Indien het virus wordt aangetroffen bij wilde vogels of pluimvee, dient surveillance van melkveebedrijven in het getroffen gebied te worden overwogen.” Een dergelijk onderzoek naar melkveebedrijven wordt in Nederland voor zover bekend (nog) niet systematisch uitgevoerd.
In een rapport over het vogelgriepseizoen 25-26 maakt EFSA bekend welk virustype bij de besmette boerderijkat is aangetroffen: H5N1 genotype EA-2024-DI.2.1. In het advies van het Responsteam Zoönosen (RT-Z) over koeien met antistoffen tegen hoogpathogene aviaire influenza wordt verwezen naar een vervolgonderzoek naar antistoffen bij 3000 koeien uit Friesland en de rest van Nederland. Daarbij werden geen antistoffen tegen HPAI gevonden. Het RT-Z concludeert dat de aanwezigheid van antistoffen tegen HPAI, en daarmee uitbraken van HPAI bij koeien, geen wijdverspreid probleem zijn in Nederland. ”Er kan echter niet uitgesloten worden dat er sporadisch uitbraken zoals op het bedrijf in Friesland hebben plaatsgevonden. De vondst van antistoffen bij koeien op het bedrijf maakt wel duidelijk dat dit een scenario is waar in de komende jaren tijdens het
vogelgriepseizoen rekening mee moet worden gehouden.”
Volgens het RIVM is er geen aanleiding om het risico voor de volksgezondheid aan te passen. Het risico blijft zeer laag voor de algemene bevolking, en gemiddeld voor personen met een beroepsmatige blootstelling aan besmette dieren.
Lees ook: Vogelgriep van koe naar koe, naar kat, naar kip, naar mens, naar varken, naar wilde vogels
Die antistoffen is toch possessief zou ik denken net als vaccinatie antistoffen opwekt
En wordt langzaam de veestapel meer immuun