De Deense varkenssector staat een reeks draconische maatregelen te wachten. Nadat het in verkiezingstijd voor een belangrijk deel draaide om het welzijn van varkens, heeft de nieuwe regering van Mette Frederiksen een ingrijpende hervorming van de sector aangekondigd. Zo stuurt zij aan op een stop op de nieuwbouw van stallen, op een einde aan de export van 17 miljoen biggen per jaar, aan het couperen van staarten en aan die andere schandvlek – ongeveer 25.000 dode biggetjes per dag.
De Deense varkenssector telde begin 2026 ruim 12 miljoen varkens op circa 2000 bedrijven. Jaarlijks worden er circa 30 miljoen biggen geboren. Zeugen die 40 biggen per jaar werpen vormen geen uitzondering. Een zeer groot deel van de biggen is (levend dan wel geslacht) bestemd voor de export, overwegend naar andere landen in Europa. Als de export van levende biggen niet meer mogelijk is, heeft dat grote consequenties voor het aantal varkens dat nog kan worden gehouden.
De varkens die overblijven, moeten meer leefruimte krijgen. ”Het doel is dat de Deense varkensproductie zich voornamelijk richt op het fokken van varkens die we zelf kunnen gebruiken, of die in eigen land kunnen worden verwerkt voordat ze worden geëxporteerd”, aldus de nieuwssite DR over de varkensparagraaf in het nieuwe regeerakkoord.
Keiharde campagne met schokkende beelden
Er was een keiharde campagne van dierenwelzijnsorganisaties voor nodig om het welzijn van de varkens hoog op de verkiezingsagenda te krijgen. De televisiezender TV2 werkte eraan mee door in drie documentaires schokkende undercoverbeelden te tonen, ook van stallen van vertegenwoordigers van varkensorganisaties. Tegen drie van hen werden aangiftes gedaan.
Drie weken voor de verkiezingen bundelden Animal Protection Denmark, de Danish Society for Nature Conservation, Greenpeace Denmark en de National Association against Pig Factoryes hun krachten. Samen met vier linkse partijen lanceerden ze de “Alliantie voor een varkensverkiezing”, gericht op de bewustwording dat de varkenssector een industrie is die enorme kosten met zich meebrengt op het gebied van klimaat, natuur, milieu, sociale cohesie en dierenwelzijn.
In de Britse krant The Guardian zegt Britta Riis, hoofd van Animal Protection Denmark: “We voeren al jaren campagne voor dierenwelzijn, maar er is niets veranderd. Het verschil is dat we deze keer onze inspanningen hebben geïntensiveerd, ons hebben gericht op varkens en we hebben samengewerkt.”
Milieuschade
Daarnaast was er veel aandacht voor de milieuschade die de varkenssector veroorzaakt, ”zonder dat wij er economisch of qua werkgelegenheid iets aan hebben”, voerde Peter Mogensen, directeur van de denktanks Kraka Economics en Ceri op de website van DR aan. ”Volgens een uitgebreide analyse van de denktank Kraka Economics levert de Deense varkensproductie geen significant sociaaleconomisch voordeel meer op, als rekening wordt gehouden met de negatieve effecten op het milieu en het dierenwelzijn. Bovendien kunnen de banen die verloren gaan door een verminderde varkensproductie relatief gemakkelijk elders worden opgevuld”, aldus de denktank.
Stoppersregeling
Er komt een speciale commissie met als taak de hele sector grondig te herstructureren. Door de nitraatlimiet in drinkwater te verlagen van 50 mg per liter naar 6 mg, krijgt de overheid een instrument in handen om varkensbedrijven fikse beperkingen op te leggen. “De grote Deense vleesexporteurs en de industriële landbouwsector behandelen onze gedeelde watervoorziening al decennialang als een privé, ongereguleerd riool. Vervuild drinkwater is het andere grote probleem van de intensieve varkenshouderij in Denemarken”, zegt Christian Fromberg van Greenpeace Denemarken in The Guardian.
De Deense varkenshouders pleiten voor een vrijwillige stoppersregeling. Veel steun vanuit het landbouwministerie hoeven ze overigens niet te verwachten. Dat bestaat niet meer, zo heeft de regering Frederiksen besloten. Ervoor in de plaats is er een ministerie van natuur en dierenwelzijn gekomen. Handhaving van de dierenwelzijswetgeving gaat naar het ministerie van justitie.
Brandgans met vogelgriep, nabij de Blaugerzen in Friesland (eigen foto)
Vogelgriepseizoen 2025-2026 in Nederland. Sinds 7 oktober 2025 zijn er 45 bedrijven besmet geraakt; in een periode van vijf maanden bijna tweeënhalf miljoen dieren vergast. Toch wacht Nederland nog altijd met vaccinatie van al het pluimvee tegen vogelgriep. Er zijn vaccins, maar voor de toepassing ervan zijn allerlei drempels opgeworpen. Zoals het er nu naar uitziet krijgen eerst de legkippen een vaccin. Wanneer? Daar gaat zeker nog een jaar of drie overheen.
Agrarisch Nederland beroept zich graag op zijn koploperspositie. Als het om vaccinatie tegen vogelgriep gaat, is het echter traagheid troef. Terwijl het bedrijf MSD Animal Health al toestemming heeft van de Europese Commissie om het Innovax H5-vaccin op de markt te brengen, wacht het Nederlandse pluimvee nog op de inzet van twee vaccins: VECTORMUNE® AI van CEVA Animale en VAXXITEK HVT-IBD-H5 van Boehringer Ingelheim. Beide blijken goed te werken, maar voor een grootschalige toepassing is Nederland nog niet klaar. Hier onderzoeken en praten we nog even door.
De bekende Belgische viroloog Marc van Ranst uitte in Nieuwsuur (uitzending 28 november, vanaf 29.50) de nodige reserves bij het idee dat vaccinatie de ultieme remedie is tegen vogelgriep. Hij kwam met de bekende argumenten, een echo uit het mkz-verleden: gevaccineerde dieren kunnen besmet raken, ze kunnen ook virus overdragen en ”op den duur krijg je een hele obscure situatie, waar je niet goed weet wat er allemaal aan de hand is.”
Uit de meest recente onderzoeksresultaten blijkt dat vaccinatie niet waterdicht is – dat is het trouwens nooit – maar de kans op een grote uitbraak wel significant verlaagt. In combinatie met andere maatregelen kan het aantal infecties op pluimveebedrijven door vaccinatie aanzienlijk afnemen. Daardoor is het ook mogelijk dat de kans op mutaties in de grote, dichtbevolkte pluimveestallen in Nederland, wordt teruggedrongen.
Lees het interview met Thijs Kuiken over vaccinatie vogelgriep op de website van de Correspondent. Vogelgriep blijft gevaarlijk, ook al wordt er gevaccineerd. Maar dat is geen reden om ervan af te zien.
Nederland exportland
Al dat wachten komt de pluimvee-industrie wel goed uit. Daar openbaart zich elk jaar weer een strategie om vaccinatie zo lang mogelijk uit te stellen. Dat heeft alles te maken met Nederland-exportland. Individuele pluimveehouders willen wel vaccineren, maar mogen of kunnen niet. Handelaren vrezen dat ze hun gevaccineerde vlees en eieren niet meer kwijt kunnen op de Europese en wereldmarkt. Dus luidt het adagium: als wij het doen, dan iedereen.
Overigens wordt er tot dusver alleen gesproken over vaccinatie van leghennen. De omvangrijke vleeskuikenindustrie, waar de nodige bedrijven besmet zijn geraakt, doet vooralsnog nergens aan mee. Dit terwijl van alle besmettingen in de periode oktober 2025 tot en met mei 2026 zich ongeveer een kwart voordeed bij vleeskuikens/vleeskuikenouderdieren, met bijna een miljoen vergaste dieren tot gevolg. In een brief aan de Tweede Kamer voert het ministerie van LVVN onder meer aan dat de vaccins tot dusver alleen zijn getest bij leghennen.
Volgens hoogleraar Sjaak de Wit, verbonden aan de Universiteit van Utrecht en de GD, dient een in Nederland uitgevoerde vaccinatieproef als uitgangspunt voor besprekingen met handelspartners, om ze te laten zien of en hoe vaccinatie werkt. Dat zei hij in een podcast met Boerderij op 11 februari 2026. Volgens hem zijn er inmiddels vijf vaccins geregistreerd. De overheid moet toestemming geven en vooralsnog is toepassing alleen mogelijk als er ook een omvangrijke controle wordt opgetuigd. Er is nog geen vaccinatieprogramma, aldus De Wit. Als dat er komt zal dat waarschijnlijk worden gebaseerd op risico’s. Hetgeen betekent dat de overheid bepaalt wie wel en wie niet mag vaccineren.
”We moeten zorgvuldig te werk gaan en de rest van de wereld meenemen in dit proces.” (Kees de Jong LTO)
In het AD van 13 november 2025 gaf Bart-Jan Oplaat (broer van BBB-senator Gert-Jan en bekend vertegenwoordiger van de pluimvee-industrie) aan: ”Vanwege de mogelijke internationale gevolgen is het ministerie van Landbouw voorzichtig met het massaal vaccineren van pluimvee tegen vogelgriep.” Er loopt een onderzoek naar handelsbelemmeringen. De resultaten worden naar verwachting begin 2027 afgerond.
”Het is een dilemma. Vanwege de uitbraken willen we liever vandaag dan morgen een vaccin, maar we willen niet dat door het vaccin de handel instort. We moeten voorkomen dat om niets de grenzen worden gesloten.” (…) ”Lever ik eieren van een gevaccineerde kip aan een koekjesfabriek in Duitsland, die zijn product naar het Verenigd Koninkrijk exporteert, dan kan dat problemen veroorzaken”, aldus Oplaat.
Kees de Jong, voorzitter pluimvee van LTO, verwacht dat er niet eerder dan 2030 gevaccineerd gaat worden. ”Wereldwijd moet er nog veel gebeuren voordat vaccinatiebeleid kan worden uitgerold”, zei hij op pluimveeweb.nl. ”We moeten zorgvuldig te werk gaan en de rest van de wereld meenemen in dit proces.”
Eurocommissaris Olivér Várhelyi voor Gezondheid en Dierenwelzijn dringt daarentegen aan op spoed. ”We hebben nu drie uitbraakgolven achter de rug. Er moet ingegrepen worden en daarbij is vaccinatie noodzakelijk”, zei hij bij een bezoek aan Nederland eind maart 2026. Alle landen kunnen volgens hem als ze dat willen overgaan tot vaccineren. Daarbij is er binnen de Europese Unie geen sprake van handelsbelemmeringen.
Mark den Hertog van koepelorganisatie NEPLUVI stelt echter vast. ‘We willen als sector op termijn graag overgaan tot vogelgriepvaccinatie, maar voor die tijd zullen we hierover afspraken moeten maken met onze handelspartners binnen en buiten de Europese Unie. Ze moeten vaccineren accepteren, anders komt de productie in Nederland grotendeels stil te liggen.’ (Bron: Nieuwe Oogst 22 april 2026)
Producten met eieren van gevaccineerde kippen per ongeluk de grens over
Dat er producten met eieren van gevaccineerde kippen van een bedrijf dat meedoet aan een Nederlandse proef, in 2025 de grens over te zijn gegaan, is niet echt bevorderlijk voor het vertrouwen. Afgesproken was, ook met handelspartners, dat alles in Nederland zou blijven om handelsbelemmeringen te voorkomen. Maar die afspraak was kennelijk moeilijk na te leven. Voormalig minister Wiersma in een brief aan de Tweede Kamer: ”Nadat dit is gebleken, heb ik in samenspraak met de toezichthouders direct actie ondernomen. Vanaf dat moment zijn alle industrie-eieren afkomstig van het pilotbedrijf geblokkeerd, deze worden tot nader order niet verwerkt totdat er een aangescherpt kanalisatieprotocol is opgesteld door de pluimveesector en het toezicht verder is versterkt.”
”Een stap” naar verplichte vaccinatie van alle legkippen
Medio mei 2026 komt staatssecretaris Erkens met het bericht naar buiten dat er een doorbraak is. Dat wil zeggen: Nederland zet ”een stap” naar verplichte vaccinatie van in elk geval alle legkippen. Er komt voor het einde van 2026 een plan van aanpak. ”Een belangrijk onderdeel hiervan is de internationale acceptatie van vaccinatie en van de producten van gevaccineerd en niet-gevaccineerd pluimvee”, aldus Erkens. Wageningen Social & Economic Research (WSEcR) gaat nog een economische impactanalyse uitvoeren. Daarbij wordt gekeken naar de economische impact voor zowel de legsector als voor de hele sector, waaronder ook de vleeskuikenhouderij en de vermeerderingssector. De resultaten worden na de zomer verwacht.
De één z’n dood is de ander z’n brood
Naast het gedoe over handelsbelemmeringen speelt een al langer bekend fenomeen: de één z’n dood, is de ander z’n brood. Zolang elders de kippen dood neervallen, beuren de kippenboeren hier meer geld voor de eitjes. De eierprijzen zijn al maanden extreem hoog. Vandaar telkens dat uitstel van vaccinatie. Deze strategie heeft in het recente verleden miljoenen dieren het leven gekost. En het welzijn van nog eens tientallen miljoenen kippen geschaad door een langdurige ophokplicht. Om nog maar te zwijgen over een mogelijke overdracht van virus vanuit de dichtbevolkte besmette stallen (ook wel ”virusfabrieken” genoemd) naar de wilde vogels.
Update uitbraken 15 mei 2026 Vogelgriep sloeg op 7 oktober 2025 weer toe in de Nederlandse pluimvee-industrie (legkippen, vleeskuikens, vleeseenden, kalkoenen): sindsdien uitbraken in Gasselternijveenschemond, Dodewaard, Hummelo, Toldijk, Bennekom, Emmeloord, Swifterbant, Drogeham (2x), Opende, Terschuur (2x), Streefkerk, Holwierde, Bornerbroek, Tienray, Helden, Zeewolde, Hierden, Nijkerk, Dalen (2x), Ermelo, Uitwijk, Ysselsteyn (3x), Veulen, Deurne, Creil, Oisterwijk, Kesteren, Bornerbroek (2x), Moergestel, Vlagtwedde, Aalsum, Uithuizermeeden, Ede, Lunteren, Neede, Putten, Oudemolen, Geesbrug, Biddinghuizen, Marrum
Groot aantal dode en zieke wilde vogels gevonden in alle provincies. Een kwart van de onderzochte levende eenden in Nederland draagt de zeer besmettelijke vogelgriepvariant H5N1 met zich mee, meldt NRC. Het HPAI H5N1-virus genotype DI.2.1 is dominant, aldus de deskundigengroep dierziekten in het verslag van 5 maart 2026. Daarnaast is een nieuwe reassortant (met nieuwe NP- en PB2-segmenten) in opkomst. Deze variant is tot dusver gevonden bij twee commerciële pluimveebedrijven, één hobbybedrijf en twee wilde vogels, geografisch verspreid (Zuid-Holland, Noord-Brabant en Gelderland). Daarnaast is dit virus aangetoond in een vos in Oss.
In de stallen van de pluimvee-industrie zijn in de periode oktober 2025 tot eind mei 2026 2.412.450 dieren vergast. Al deze dieren hadden hoogstwaarschijnlijk kunnen blijven leven als ze waren gevaccineerd.
De EFSA meldt op 12 maart 2026: het ergste onder de wilde vogels is voorbij. In december heeft zich een daling ingezet van wilde vogels die besmet bleken met het virus. In de herfst en winter van 2025 heeft zich een ”ongewoon intense piek” voorgedaan. De Nederlandse deskundigengroep dierziekten stelde op 5 maart 2026 vast dat de kans op besmetting van pluimveebedrijven begin maart nog steeds ‘zeer hoog’ is. ”Het is mogelijk dat de voorjaarstrek leidt tot besmetting van nieuwe wilde vogelpopulaties met het virus, naast de momenteel betrokken eenden, ganzen en meeuwachtigen.” Medio mei 2026 deed zich nog een besmetting voor bij leghennen in Biddinghuizen.
Het Ministerie van LVVN spaart zo nu en dan ook levens. Zoals die van dieren in een petshop in Wadenoyen, waar vogelgriep werd vastgesteld. In de petshop bevonden zich 325 vogels en enkele zoogdieren, zoals konijnen. ”Het ruimen van alle aanwezige vogels is in dit geval niet proportioneel. Daarom wordt goed gekeken welke dieren wel en niet geruimd worden. Vogels die niet worden geruimd, worden apart gehouden en op een later moment opnieuw getest.”
Op 21 april 2026 is de grote uitbraak van 2025-2026 (tijdelijk) ten einde verklaard en de ophokplicht grotendeels ingetrokken, behalve in de Gelderse Vallei. Toch deden zich nog op 14 mei en 23 mei uitbraken voor bij leghennen (Biddinghuizen) en vleeskuikens (Marrum). Op 11 juni 2026 is ook in de Gelderse Vallei de ophokplicht ingetrokken. Op naar de volgende uitbraak. Virus, kom er maar in. Het Nederlandse pluimvee is nog altijd niet beschermd.
Op een Fries melkveebedrijf met 72 melkkoeien in de gemeente Noardeast-Fryslân (in de buurt van Kollumerpomp) zijn in eerste instantie bij vijf koeien antistoffen aangetroffen tegen hoogpathogene vogelgriep H5N1. De antistoffen zijn gevonden na onderzoek vanwege een besmetting van een kat met vogelgriep. De kat, die inmiddels is overleden, was afkomstig van de melkveehouderij.
Op het bedrijf is na bemonstering van alle melkgevende koeien geen actief virus aangetroffen, niet in de melk en niet in het bloed. De aanwezigheid van antistoffen duidt wel op een doorgemaakte infectie met het virus. Nader onderzoek liet zien dat de antistoffen bij meer koeien aanwezig waren: bij 47% van de melkgevende koeien en bij 63% van het jongvee op het betreffende bedrijf. Hetgeen duidt op overdracht van virus van koe op koe. Er zijn geen antistoffen zijn aangetoond in de bloedmonsters van melkkoeien van andere bedrijven in Nederland, zo maakte staatssecretaris Erkens in een brief aan de Tweede Kamer op 15 mei 2026 bekend.
Koe met ademhalingsproblemen
Eén van de koeien op het bedrijf in Friesland had medio december 2025 last van een uierontsteking en ademhalingsproblemen, aldus het Ministerie LVVN. Of de andere koeien met antistoffen ook gezondheidsklachten hadden en wat er met hun melk is gebeurd, daarover zijn nog geen mededelingen gedaan. Volgens Nieuweoogst.nl is alle melk van het bedrijf ingezet voor gepasteuriseerde producten.
De berichtgeving over de besmetting op het Friese melkveebedrijf was lange tijd verre van volledig. Ook een half jaar later is nog niet duidelijk waarom er zo lang is gewacht met het testen van de koeien. Bij de overleden kat was al op 26 december 2025 vastgesteld dat het om vogelgriep ging. Het is niet bekend gemaakt of op dat moment al duidelijk was dat de kat bij het melkveebedrijf hoorde. Daar zijn pas op 15 en 22 januari 2026 monsters genomen. Eerst bleek er sprake van één koe met antistoffen, later van vijf. En nu dus blijkt de helft van de melkgevende koeien en twee derde van het jongvee een infectie te hebben doorgemaakt.
Geen mededelingen over onderzoek melkveebedrijven in buurt van besmette pluimveebedrijven
Onduidelijkheden zijn er nog altijd over het verloop van het onderzoek. Bij melkveebedrijven in de directe omgeving van een met vogelgriep besmet pluimveebedrijf, worden doorgaans melkmonsters afgenomen en onderzocht op de aanwezigheid van vogelgriepvirus en antistoffen tegen vogelgriep. De dichtstbijzijnde besmettingsgevallen bij pluimvee deden zich voor in Drogeham (14 november) en Opende (17 november), beide zuidelijker gelegen dan de gemeente Noardeast-Fryslân. Op 18 februari werd er melding gedaan van een besmetting bij een leghennenbedrijf iets ten noorden van Dokkum, in Aalsum, gemeente Noardeast-Fryslân. De overheid doet geen mededelingen over onderzoek bij melkveebedrijven in de nabijheid van besmette pluimveebedrijven.
Basismonitoring
In de basismonitoring zijn tot op heden geen signalen gevonden die aanleiding geven tot een verdenking van een vogelgriepbesmetting bij melkkoeien, zo schreef demissionair minister Wiersma op 23 januari 2026 in een brief aan de Tweede Kamer. ”Op korte termijn zal ik de deskundigen vragen een risicobeoordeling te geven. Tevens zal ik deskundigen vragen naar een analyse van mogelijke besmettingsroutes en de monitoringsmogelijkheden van HPAI bij runderen te beoordelen op effectiviteit”.
Wie heeft wie besmet?
Wur.nl wijdt een speciale pagina aan het geval van vogelgriep bij koeien. Grote vraag is wie wie heeft besmet: de kat de koeien of omgekeerd. Op de wur.nl pagina staat: ”We kunnen op dit moment niet vaststellen of uitsluiten dat er een direct verband is tussen de besmetting van de kat en de koe op hetzelfde bedrijf. De besmettingen kunnen onafhankelijk van elkaar zijn ontstaan, bijvoorbeeld door blootstelling aan in de omgeving aanwezige wilde vogels (doordat de kat een dode of zieke wilde vogel heeft gegeten).
Volgens Wur.nl is het nog steeds waarschijnlijk dat wilde vogels de oorzaak zijn van de besmetting van de koeien. ”Ze zijn mogelijk blootgesteld aan de ontlasting van besmette vogels, of hebben direct contact gehad met een besmet vogelkadaver, of een virus dragend vogelkadaver is in contact gekomen met het voer van de runderen. Het is ook mogelijk dat de kat besmet is geraakt door het eten van besmette melk van de koe.”
Primeur
De vondst van antistoffen bij het Friese melkvee is voor zover bekend de eerste in Europa. Het toont de kwetsbaarheid van deze sector voor de introductie van een zeer besmettelijke dierziekte, die steeds meer slachtoffers onder zoogdieren maakt. In de VS was in 2024 en 2025 een grote uitbraak van vogelgriep bij koeien. In Nederland heerst sinds oktober vorig jaar bij pluimveebedrijven in het hele land weer volop vogelgriep. Er worden veel dode vogels gevonden en ook vossen blijken besmet.
Dat Friesland de ”primeur” heeft van koeien met antistoffen, hoeft niet te verbazen. Onderzoek in opdracht van het Ministerie naar 47 afgeschoten vossen in Friesland leidde tot een alarmerend resultaat: twee vossen testten positief op het virus (waarvan één duidelijk ziek was) en bij 22 van de 47 onderzochte dieren werden antistoffen gevonden. Hetgeen erop duidt dat deze dieren met het virus in aanraking zijn geweest. (wur.nl)
Advies EFSA: onderzoek melkveebedrijven in vogelgriepgebieden
De EFSA (Europese autoriteit voor voedselveiligheid) adviseerde in een rapport van 16 december 2025 om virusverspreiding in de EU te voorkomen via melkhygiëne, een verbod op het vervoer van runderen in besmette gebieden, het vermijden van uitwisseling van werknemers, voertuigen en apparatuur en het implementeren van bioveiligheidsmaatregelen vóór het betreden van bedrijven. En: ”Indien het virus wordt aangetroffen bij wilde vogels of pluimvee, dient surveillance van melkveebedrijven in het getroffen gebied te worden overwogen.” Een dergelijk onderzoek naar melkveebedrijven wordt in Nederland voor zover bekend (nog) niet systematisch uitgevoerd.
In een rapport over het vogelgriepseizoen 25-26 maakt EFSA bekend welk virustype bij de besmette boerderijkat is aangetroffen: H5N1 genotype EA-2024-DI.2.1. In het advies van het Responsteam Zoönosen (RT-Z) over koeien met antistoffen tegen hoogpathogene aviaire influenza wordt verwezen naar een vervolgonderzoek naar antistoffen bij 3000 koeien uit Friesland en de rest van Nederland. Daarbij werden geen antistoffen tegen HPAI gevonden. Het RT-Z concludeert dat de aanwezigheid van antistoffen tegen HPAI, en daarmee uitbraken van HPAI bij koeien, geen wijdverspreid probleem zijn in Nederland. ”Er kan echter niet uitgesloten worden dat er sporadisch uitbraken zoals op het bedrijf in Friesland hebben plaatsgevonden. De vondst van antistoffen bij koeien op het bedrijf maakt wel duidelijk dat dit een scenario is waar in de komende jaren tijdens het vogelgriepseizoen rekening mee moet worden gehouden.”
Volgens het RIVM is er geen aanleiding om het risico voor de volksgezondheid aan te passen. Het risico blijft zeer laag voor de algemene bevolking, en gemiddeld voor personen met een beroepsmatige blootstelling aan besmette dieren.
Illustratie uit artikel in Science van 25 april 2025
De uitbraak van vogelgriep die in het tweede decennium van deze eeuw in de VS bij talrijke diersoorten om zich heen grijpt, is van een niet eerder vertoonde omvang. De autoriteiten slaagden er lange tijd niet in het hoogpathogene virus H5N1 onder controle te krijgen, ondanks het miljard aan dollars dat de regering Trump beschikbaar stelde. Het geld was vooral bedoeld om de economische gevolgen van de crisis in de pluimvee-industrie te verzachten en te helpen het virus buiten de deur te houden. Iets wat maar ten dele is geslaagd. In vier jaar tijd zijn 196 miljoen kippen, kalkoenen en eenden slachtoffer geworden. De uitbraken gaan, weliswaar in iets minder hevige mate, gewoon door.
Na een periode van rust in de zomer van 2025, signaleert de Scientific American: ”Birdflu is back again”. Ook in 2026 doen zich nog geregeld uitbraken voor bij pluimveebedrijven. In januari waren er 16 nieuwe uitbraken, waarvan twee op zeer grote bedrijven: 1,3 miljoen en 1,5 miljoen leghennen. Op 13 mei 2026 was er een officiële melding van 12 besmettingen bij melkvee in Idaho. Dat aantal is medio juni opgelopen tot 156. Eind maart 2026 verscheen er een uitgebreid overzichtsartikel op de website van Science, over de verspreiding van het virus en de beschikbaarheid van vaccins. Eerder was er al het bericht in de NYT dat het virus zich kan verspreiden via lucht en (afval)water. De inzichten nemen toe, maar het virus laat zich niet stoppen.
Unieke sprong
H5N1 heeft in 2024 in de VS een unieke sprong gemaakt naar melkvee. Het totaal aantal besmette melkveebedrijven is sinds maart 2024 gestegen naar 1134 (stand 11/06/2026), in 19 staten. In de staat California heeft zich sinds augustus 2024 een enorme piek voorgedaan met 773 besmette bedrijven. Medio 2025 leek het ergste voorbij. Er kwamen berichten over een stijgende melkproductie. Het aantal koeien nam na een gestage daling weer toe en ook de melkgift per koe. Maar de officiële besmettingscijfers worden – sinds Trump aan de macht is – niet vertrouwd.
De EFSA heeft in mei 2025 een rapport gepubliceerd over het risico van het HPAI-virus H5N1, Euraziatische gans/Guangdong clade 2.3.4.4b, genotype B3.13.Gaat ook over mogelijk verspreidingsroutes naar Europa.Op 16 december 2025 verscheen een rapport over wat de gevolgen zouden zijn als het virus melkvee in de EU bereikt.Dat is inmiddels geen theorie meer, in januari 2026 werd bekend dat melkvee in Friesland besmet was geraakt.
Aan een catastrofe ontsnapt?
Hoewel het gevaar in de VS zeker nog niet is geweken, heeft het er vooralsnog alle schijn van dat de bevolking van de VS aan een catastrofe is ontsnapt. In het tijdschrift Science meldden onderzoekers in december 2024 dat het vogelgriepvirus dat huishoudt onder koeien, is gemuteerd. Het hecht zich daardoor beter aan cellen die bij mensen voorkomen in de bovenste luchtwegen. Na een jaar vol uitbraken stellen wetenschappers vast: aanhoudende verspreiding van H5N1 HPAI binnen melkvee verhoogt het risico op infectie en de daaropvolgende verspreiding van het virus naar mensen en andere gastheerpopulaties. (Science, 25 april 2025)
Op de website van Nature verscheen op 16 januari 2026 een artikel van een reeks wetenschappers over de aanpassing van het virus in koeien, waardoor het zich beter kan vermenigvuldigen in deze diersoort en het gevaar van een besmetting bij mensen blijft bestaan.
Al eerder was gebleken dat bij een ernstig zieke patiënt in Louisiana die het virus had opgelopen door contact met besmet pluimvee, zich een mutatie had voorgedaan, hoogstwaarschijnlijk direct na infectie met het H5N1 clade 2.3.4.4b type D1.1. Dit type circuleerde ook onder melkvee in Nevada.
In december 2025 verscheen een opmerkelijk onderzoek van de universiteit van Iowa. De melkklieren van productiedieren zoals schapen, geiten, runderen en alpaca’s, maar ook van varkens en mensen, bevatten dezelfde sialinezuurresiduen waaraan het virus dat in de VS circuleert zich bij melkvee kon hechten. Nader onderzoek is nodig.
Na acht maanden een omvangrijk testprogramma
Maandenlang heeft het virus in 2024 zijn gang kunnen gaan. Pas begin december van dat jaar – acht maanden na de eerste uitbraken – komt het Amerikaanse landbouwministerie met een landelijk testprogramma voor nader onderzoek naar rauwe (ongepasteuriseerde) melkmonsters. Veehouders moeten daaraan meewerken.
Het programma heeft niet alleen als doel om meer te weten te komen over de aanwezigheid van virus en te adviseren over preventieve maatregelen, maar ook om staten waar geen virus meer wordt aangetroffen H5N1-vrij te kunnen verklaren. Dat zal niet eenvoudig zijn. Er zijn verschillende virusstammen aangetroffen, waaronder het hierboven genoemde H5N1 type D1.1. Ook is er in de staat Arizona in de melk een nieuwe introductie van H5N1-virus aangetroffen, rechtstreeks afkomstig van wilde vogels.
Meerdere diersoorten
Het virus heeft zich inmiddels verspreid onder meerdere diersoorten. Het gaat al sinds 2022 rond onder pluimvee en dat zorgt voor, wat virologen noemen, een hoge virusdruk. Het virus verspreidt zich sinds 2024 van koe naar koe, naar kat, naar kip, naar mens, naar varken, naar wilde vogels.
Eind oktober 2024 is voor het eerst H5N1 aangetroffen bij een varken in Oregon. Het varken bevond zich op een hobbyboerderij, waar pluimvee besmet was geraakt met H5N1. In januari 2025 komen er berichten dat er zich op een commerciële eendenboerderij in California een mix heeft voorgedaan van H5N1 en H5N9. In maart 2025 komen de eerste berichten over een besmetting met H7N9 bij een pluimveebedrijf in Mississippi.
Besmettingen doen zich voor bij mensen die werken met koeien en assisteren bij het doden van pluimvee. Hun aantal neemt toe. Het Amerikaanse CDC spreekt inmiddels van een matig tot hoog risico. Ook doen zich besmettingen voor bij mensen die niet direct konden worden herleid tot contact met besmette dieren. Begin januari 2025 overleed de eerste Amerikaanse patiënt (met onderliggend lijden) aan een infectie met vogelgriep.
Het virus is aangetroffen bij katten, die er ernstig ziek van zijn geworden/aan dood zijn gegaan. Vermoedelijk hadden zij gedronken van rauwe melk of gegeten van besmet vlees. Begin maart 2025 is er een partij kattenvoer teruggeroepen omdat het besmet was met vogelgriep. Het rundvlees lijkt vooralsnog veilig. De consument heeft wel adviezen gekregen over de bereiding ervan. Zo moeten hamburgers tot minimaal 74 graden Celsius worden verhit.
”Bestrijding tot dusver mislukt”
De Amerikaanse viroloog Rick Bright zei in oktober 2024 naar aanleiding van talrijke besmettingen op melkveebedrijven in California in de Los Angeles Times dat de bestrijding van het virus tot dan toe was mislukt. Circa 10-15% van de besmette koeien in deze staat hebben de virusgolf niet overleefd. Dode dieren werden langs de kant van de weg gelegd. In die staat is ook op veel plaatsen H5N1-virus in het rioolwater aangetroffen.
Melkveehouders in de meeste staten waren, onder het motto ”Don’t test, don’t tell”, lange tijd terughoudend met het testen van vee, van zichzelf en van hun medewerkers. De situatie doet sterk denken aan wat we in Nederland hebben meegemaakt met de Q-koortsuitbraak in 2007. Toen lieten noodzakelijke maatregelen lang op zich wachten. Het belang van de volksgezondheid was ondergeschikt aan het belang van de veehouderij. Nog altijd tellen in ons land economische belangen zwaarder, zoals blijkt uit de moeizame totstandkoming van een vaccinatiecampagne tegen vogelgriep bij pluimvee.
Roep om vaccinatie
In de VS daarentegen begint de nood nu wel erg hoog te worden. Het virus blijkt bij besmette koeien te hebben geleid tot 10-15% sterfte. Al in september 2024 pleitten de grootste eier-, kalkoen- en zuivelorganisaties voor vaccinatie. Sinds 2022 zijn in de Verenigde Staten zo’n 175 miljoen kippen, kalkoenen en andere vogels gedood.
In februari 2025 komen de eerste berichten uit de VS dat vaccinatie van pluimvee onder voorwaarden is toegestaan. Vaccinproducent Zoetis heeft een licentie gekregen. Tegelijkertijd zijn er signalen dat de pluimveehouders vaccinatie tegenhouden vanwege handelsbelangen. Volgens Newsweek heerst er angst dat vaccinatie de exportmarkt voor pluimvee, goed voor bijna 6 miljard dollar, zou kunnen verwoesten. Maar de berichten over een vaccinatieplan houden aan. De ontwikkeling van een mRNA-vaccin ter bescherming van mensen ligt vrijwel stil, sinds antivaxer minister Robert Kennedy besloot erop de bezuinigen.
Gesleep met vee
De uitbraak van vogelgriep in de VS confronteert het publiek aan de andere kant van de oceaan met de kwetsbaarheid van de melkvee-industrie. Berichten in de media laten zien hoe risicovol de concentratie van grote aantallen dieren en het gesleep met vee kan zijn voor de volksgezondheid. Het virus komt via de melk angstwekkend dicht bij de mens. Wetenschappers houden rekening met meerdere mutaties. “Ik denk dat het alle kanten op kan”, zei Caitlin Rivers, epidemioloog bij het Johns Hopkins Center for Health Security op 5 december 2024 in Science. Een nieuwe variant die is opgedoken bij vogels, baart grote zorgen.
Tot de consument dringt door dat er iets aan de hand is in hun voedselsysteem
Hoe groot het gevaar kan zijn, blijkt uit het volgende: in de rauwe melk van besmette koeien werden in 2024 enorme hoeveelheden virus aangetroffen. Ook in één op de vijf monsters van melk in de supermarkt in 38 staten zaten virusdeeltjes. Als je besmette melk uit de supermarkt drinkt, word je niet ziek omdat deze gepasteuriseerd is. Maar rauwe melk van besmette koeien blijkt wel te zijn geleverd aan supermarkten in de staat California. De melk is teruggeroepen. Onbekend is hoeveel mensen en andere zoogdieren van de melk hebben gedronken. Katten lijken het grootste slachtoffer. Onderzoek heeft aangetoond dat zij het virus hebben overdragen op mensen, onder wie dierenartsen.
Het vergassen van pluimvee dat is besmet met vogelgriep, krijgt in de media weinig tot geen aandacht. Nu het doden van kippen weer in volle gang is dringt de vraag zich op: hoe gaat dat in z’n werk? Gebeurt het allemaal wel zo efficiënt als wordt beweerd?
Stallen vol met tienduizenden kippen. Het is niet eenvoudig om die zo snel mogelijk te doden als er een uitbraak is van vogelgriep. ”Ruimen” wordt het genoemd. In feite gaat het om het ”vergassen” met koolstofdioxide, CO2 . Een methode die bij een gemiddeld bedrijf circa zeven uur in beslag neemt. De kosten bedragen, afhankelijk van de grootte, circa €100.000 per locatie.
Vogelgriep zijn gang laten gaan, kan gezien de enorme concentratie aan dieren in ons land tot dramatische gevolgen leiden. Stallen vol met kippen zijn zeer productieve virusfabrieken. Vandaar dat de overheid bij een uitbraak op een bedrijf laat weten dat alle dieren in stallen ter plekke worden gedood. Daarbij wordt echter nooit verteld hoe dat precies in z’n werk gaat.
Kamervragen
In 2022 stelde de Partij voor de Dieren hierover Kamervragen. De antwoorden van toenmalig landbouwminister Carola Schouten zijn nog altijd actueel. Volgens Schouten is stalvergassing met behulp van CO2 ”op grond van dierenwelzijn” de aangewezen methode. De Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE) heeft deze methode als standaard erkend.
De dieren worden bij stalvergassing niet levend verplaatst, wat stress voorkomt, aldus Schouten. De dieren raken door het gas bewusteloos voordat ze dood gaan. Daarnaast is het de meest veilige methode voor de gezondheid van het personeel, geeft Schouten aan. Bij de toepassing van deze methode hoeven maar weinig mensen in de stal te komen Dat is wel zo veilig aangezien het om een potentiële zoönose gaat.
Om een stalvergassing met CO2 uit te kunnen voeren moeten de kieren in de stal worden gedicht. Dit gebeurt meestal door deze met plastic af te plakken. Daarna wordt de gaskraan open gedraaid en de CO2 via sprinklers door de stal verspreid. Binnen 10 minuten nadat het (verwarmde) CO2 -gas in de stal is gebracht, zijn de dieren bewusteloos en binnen 30 minuten zijn ze dood.
CO2 zorgt voor sterk prikkelende sensatie
Wat er in die tussentijd precies gebeurt, kunnen maar weinig mensen vertellen en maakte ook Schouten destijds niet bekend. Het is in elk geval niet zo dat de dieren ter plekke dood neervallen, zonder dat ze er iets van merken. CO2-bedwelming geeft een snelle bewusteloosheid voordat de dood intreedt, zegt kippendoder Harm Kiezebrink. Dat klinkt redelijk geruststellend. Maar: ”Het gas zorgt voor een sterk prikkelende sensatie en het dier laat angstreacties zien. Het ervaart stress. De methode wordt als redelijk diervriendelijk bestempeld, maar het kan beter.”
Uit wetenschappelijk onderzoek (dissertatie van Marien Gerritzen uit 2006) blijkt dat er tijdens de CO2 vergassing dieren zijn die met de kop schudden, zwaarder ademhalen en hijgen voordat ze in elkaar zakken of omvallen.
Nieuwe methode met stikstof
Kiezebrink heeft om die reden een nieuw methode ontwikkeld, met stikstof, schuim en zonder zuurstof. Pluimveeweb editie 6, 2025 besteedde er aandacht aan. De zogeheten anoxia-methode is vooralsnog alleen geschikt voor toepassing in kleine of grotere containers. Door het doden met stikstof is er volgens Kiezebrink geen stress. ”Een dier merkt het verschil niet in een verhoging van de stikstofniveau’s, Ze reageren niet. De kippen sterven op een gelukzalige manier”.
Welzijnscommissie dierziekten
Hoe het de kippen in de met CO2 volgespoten stallen vergaat, zou de welzijnscommissie dierziekten moeten weten. Deze commissie is in 2017 ingesteld om erop toe te zien dat de vergassingen volgens de regels verlopen. Het laatste verslag dateert van het vogelgriepseizoen 2021-2022 en vertelt niets over het lijden van de dieren. Wel blijkt eruit dat lang niet elke vergassing vlekkeloos verloopt.
De commissie was in die periode bij 13 van de 98 ruimingen aanwezig en meldt dat er zich bij drie van de ruimingen storingen voordeden in de meetunits, zodat de leden niet konden vaststellen of er voldoende gas in de stallen kwam. In acht gevallen is de vergassing ”goed verlopen”, aldus de commissie, maar in twee gevallen trad er vertraging op en werd er niet tijdig weer geventileerd. Ook heeft de commissie vernomen dat er in één geval na vergassing nog 150 dieren leefden. ”Deze dieren zijn vervolgens gedood door ervaren personen middels cervicale dislocatie.” Dat betekent: iemand heeft hun nek gebroken.
Uit de door het ministerie van LNV vrijgegeven verslagen van de vergassingen blijkt dat na elke vergassing wordt gekeken hoe de dode dieren erbij liggen. Is er sprake van een gelijkmatige verdeling van de dieren over de stalvloer, dan zou dat op een zekere rust tijdens het vergassingsproces duiden. Ook wordt gecheckt of alle dieren dood zijn.
Pottenkijkers niet gewenst
Pottenkijkers zijn bij vergassingen niet gewenst, zo ervaarde fotograaf Olivier Middendorp. Hij wilde foto’s maken van de ruiming in 2020 van een nertsenhouderij waar corona was vastgesteld. De NVWA wees zijn verzoek af, de rechter stelde deze instantie in het gelijk. Een van de argumenten was dat het om een besmettelijke dierziekte ging, om een zoönose zelfs. ”Een en ander betekent dat besmette nertsen enorme risico’s meebrengen voor zowel soortgenoten als mensen, wat – mede met het oog op de inperking van het (grote) gevaar voor de volksgezondheid – noopt tot uitzonderlijke maatregelen, waaronder begrepen een (maximale) beperking van de aanwezigheid van personen op het terrein van de nertsenfokkerijen en dus ook bij de ruiming ervan.”
Weidegang anno 2025: koeien op een kluitje. Foto Wikimedia Commons
Weidegang is een wezenskenmerk van een dierwaardige rundvee- en melkveehouderij. Veel gedragsbehoeften van runderen komen het beste buiten in de wei tot hun recht. Dat is geen verzinsel van de mens. Koeien zijn zeer gemotiveerd om naar buiten te gaan, zo blijkt uit onderzoek. Maar het gaat niet goed met de weidegang. Althans in de gangbare melkveehouderij.
Ondanks afspraken in 2012 (convenant weidegang) met als doel om in 2030 op minimaal 81,2% van de melkveebedrijven een vorm van weidegang toe te passen, stagneert de vooruitgang. Na tien jaar van toename – mede dankzij de invoering van weidepremies – is er in de gangbare melkveehouderij al een daling te zien. De tijd dat de koeien buiten zijn neemt af. En niet zo’n klein beetje ook. In 2013 was het gemiddelde aantal weide-uren op jaarbasis 1.725 uren. In 2022 was dat gedaald met 22,4% naar 1.338 uren. (Deelrapportage behoud weidegang WUR).
Schaalvergroting
Er worden tal van oorzaken voor deze daling aangevoerd, zoals weersomstandigheden en controle over de voerinname. Maar bij analyses ontbreekt vaak de hoofdoorzaak: een toenemende schaalvergroting in combinatie met een efficiënte bedrijfsvoering en het onder controle houden van emissies. WUR wijst in de deelrapportage onder meer op premies voor verlaging van broeikasgassen. Die kunnen een negatief effect hebben op weidegang. Het wordt om die reden financieel aantrekkelijk gemaakt om de koeien binnen te houden.
Ook het Planbureau voor de Leefomgeving heeft oog voor deze ontwikkeling. “Het landschap zal leger worden doordat dieren eigenlijk jaarrond vooral in stallen zullen moeten staan om de staltechniek maximaal te benutten. Koeien in de wei zijn een beeld uit het verleden geworden”, voorspelt dit instituut bij voortzetting van een intensief-technologisch scenario.
Gebrek aan grote huiskavels
Lang niet alle bedrijven beschikken over voldoende hectares aangrenzend aan de stal, waarop meer dan 100 koeien kunnen worden geweid. Daar komt bij dat koeien die buiten lopen het gras vertrappen en mest achterlaten. Deze percelen zijn moeilijk in te passen in een uitgekiend systeem van maaien en bemesten. Weidegang is lastig, zo niet onmogelijk op een melkveehouderij die elke input en output tot op de vierkante meter heeft uitgerekend. Om toch nog de weidepremie te incasseren, mogen de koeien naar buiten op kleine percelen. Het is duidelijk waarneembaar in het buitengebied: grote concentraties vee op een paar snippers grond.
Kennelijk accepteert de Stichting Weidegang schending van de voorwaarde dat de veebezetting niet hoger mag zijn dan 3 tot 5 melkgevende koeien per hectare huiskavel. Inspecties in 2024 hebben in bijna honderd procent van de gevallen geleid tot een positieve beoordeling. Het zal op papier vast allemaal wel kloppen, maar in de praktijk staan de koeien op een kluitje bij elkaar.
Keuze van het dier kan ”meegenomen” worden
De partijen die betrokken zijn bij het realiseren van een dierwaardige melkveehouderij hebben verschillende doelen, zo blijkt uit de Routekaart naar een dierwaardiger en toekomstbestendige melkveehouderij. Alleen de Dierenbescherming is duidelijk voorstander van een melkveehouderij die ”op termijn” alle koeien, ook de kalveren, naar buiten laat gaan. Wat betreft ZuivelNL is het aan de veehouder om te beslissen hoe deze het beste invulling kan geven aan weidegang en dat de keuze van het dier hierin meegenomen kan worden (bijvoorbeeld via vrij koeverkeer).
De Volkskrant besteedde op 17 oktober 2025 in een uitgebreid artikel aandacht aan de gevolgen van stikstofmaatregelen voor het welzijn van dieren. Daarin komt Hans Hogeveen, hoogleraar animal health management aan de Wageningen Universiteit, aan het woord. Hij noemt het risico dat melkveehouders koeien vaker binnen houden, zodat maatregelen beter te controleren zijn. ”Voor de stikstofcijfers werkt dat, voor de dieren niet. Koeien hebben beweging, frisse lucht en weidegang nodig”, zegt Hogeveen. ‘Voor mij staat het als een paal boven water dat koeien graag buiten zijn. Daarom moeten we voorkomen dat stikstofmaatregelen leiden tot nog meer binnenhouden van vee.”
Innovatie: beheer van kudde via app
Tegenover alle sombere berichten over weidegang, staat nieuws van een andere orde: er is een app waarmee boeren hun vee de wei in kunnen sturen, precies naar de plek waar ze mogen zijn. In de wei kan een virtuele zone worden gemaakt. Afrasteringen zijn niet meer nodig. ”Moeiteloos weiden met één druk op de knop”, zo promoot het bedrijf Collie deze innovatie. De koeien dragen een halsband, die signalen (pieptonen en vibraties en indien nodig ”korte impuls”) aan het dier doorgeeft.
Het besturingssysteem van Collie wordt gepropageerd door het platform ikwileerlijkezuivel.nl, opgezet voor de productie van Natura 2000-melk. Het is ”een slimme technologie die melkveehouders helpt om efficiënter, duurzamer en met meer plezier te werken. (…) Het combineert technologische vooruitgang met respect voor dier en omgeving”.
Communicatie bij Collie is eenrichtingsverkeer
Over respect voor de koe gesproken: de digitale Collie heet niet voor niets zo en verwijst naar de honden die op commando van de herder schaapskuddes van A naar B drijven. De keuze van een individueel dier of van meerdere dieren is vooralsnog niet in het systeem meegenomen. De koeien kunnen niet met de boer communiceren of ze wel of niet naar buiten willen. Integendeel. Staat een koe op weg naar de door de boer gewenste plek te treuzelen of wil ze terug, dan krijgt ze een ”korte impuls”, een elektrische schok. ”Puur als laatste redmiddel”, geeft de producent aan.
De pluimveeindustrie heeft het stadium van de gouden eieren bereikt. Genetisch opgevoerde turbokippen eten minder en produceren steeds meer. Ze zijn inmiddels in staat in 100 weken meer dan 500 eieren te leggen. Extra inkomsten dus én een fikse besparing voor de pluimveehouders. Met eierprijzen die al geruime tijd twee keer zo hoog zijn als vijf jaar geleden, maakt de industrie dikke winsten.
Voergroep Zuid, een grote producent en leverancier van mengvoer, bericht op pluimveeweb.nl over een buikvetmonitor. Daarmee kan de houder van leghennen bepalen of de dieren niet te dik zijn. Hoe meer voer, hoe meer buikvet en dat heeft een negatieve invloed op het aantal eieren dat een kip legt. De zaken gaan kennelijk zo goed dat een bedrijf in diervoeders aangeeft dat kippen beter niet teveel kunnen eten.
Niet alleen genetica en een uitgekiend dieet, ook gezondheid speelt een grote rol bij het behalen van topprestaties. Is het aantal eieren per hen in een kleine dertig jaar tijd met een kwart toegenomen en kunnen ze dat resultaat behalen met een kwart minder voer, virusziekten zijn ondanks vaccinatie moeilijk uit te bannen. Dat komt door mutaties en doordat een strak voerregime kan leiden tot stress, waardoor het immuunsysteem wordt aangetast.
Met andere woorden: de pluimveeindustrie balanceert op het randje van wat mogelijk is. Tien jaar geleden waarschuwde Servé Hermans van fokbedrijf Hendrix Genetics al voor de gevaren van het streven naar de allerefficiëntste kip. “Eigenlijk”, zei Hermans destijds tegen One World, “ben ik heel triest. Ik zie dat het verkeerd gaat. Maar wat kunnen wij doen? Wij maken gewoon kippen.”
Pijnlijke keerzijde
De gouden eieren hebben een pijnlijke keerzijde. Wakker Dier vroeg begin april 2026, voor Pasen, aandacht voor de borstbeenbreuken waaraan zeker de helft van alle leghennen lijdt. “We hebben de grootste en nieuwste onderzoeken van de laatste jaren op een rijtje gezet. Daaruit komt heel sterk de link tussen die borstbeenbreuken en genetica”, aldus Anne Hilhorst van Wakker Dier bij 1V.
Hendrix Genetics kwam op verzoek van 1V met een verklaring. Volgens het fokbedrijf zijn borstbeenfracturen het resultaat van een samenspel van factoren, waaronder stalontwerp, management, voeding, gezondheidsstatus en genetica. ”Hoewel genetica een bijdrage kan leveren, is zij aantoonbaar niet de dominante factor. Het reduceren van borstbeenfracturen in leghennen vraagt daarom om een sectorbrede integrale systeembenadering, niet om het aanwijzen van één enkele oorzaak of oplossing.”
Houders van varkens, pluimvee en melkvee hadden een dikke vinger in de pap bij het opstellen van de ”Conceptregeling AMvB dierwaardige veehouderij”. Daardoor stellen de lang verwachte aanpassingen van de Wet dieren en het Besluit houders van dieren bar weinig voor.
Demissionair landbouwminister Wiersma is verantwoordelijk voor deze vergaande inmenging in het wetgevingsproces. Ze doet geen pogingen dat te verhullen. Dat vertegenwoordigers van de intensieve veehouderij een belangrijke stem in het kapittel hadden, blijkt overduidelijk uit de toelichting op de AMvB. Overigens is de kans groot dat de AMvB ergens blijft hangen tussen twee kabinetten in. En dat is misschien maar goed ook. Met wat Wiersma heeft gebrouwen komt een dierwaardige veehouderij geen stap dichterbij.
In april 2025 zouden er algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s) komen met het oog op een dierwaardige veehouderij in 2040. Het bleef lange tijd opmerkelijk stil. Het ministerie van LVVN publiceerde het ene na het andere document (over het stelseltoezicht vleesketen, de economische draagkracht van de schapenhouderij, een blackbox-systeem voor de garnalenvissers en antwoorden op vragen over wolven en stroperij – om maar wat te noemen), maar de AMvB’s lieten op zich wachten.
Internetconsultatie
Tot 24 juni 2025. Toen verscheen er ineens een ”Conceptregeling AMvB dierwaardige veehouderij” op de website van de overheid. De publicatie is onderdeel van een zogeheten internetconsultatie, bedoeld ”voor iedereen die werkt met productiedieren in de veehouderij, waaronder veehouders en erfbetreders zoals dierenartsen en stallenbouwers (met name van melkvee, kalveren, pluimvee en varkens), en/of zich bezighoudt met of inzet voor het welzijn van productiedieren.”
Amendement De Groot en Van Campen
Kennelijk zat de inmiddels demissionaire minister Wiersma er niet mee dat er een deadline afliep. Dat ultimatum was te danken aan oud-D66 kamerlid Tjeerd de Groot en VVD-er Thom van Campen. Een meerderheid van de Tweede Kamer stemde vorig jaar in met hun amendement dat de minister opdroeg om in 2025 bijtijds met AMvB’s te komen. Dit alles bij wijze van alternatief voor het zogeheten amendement Vestering. Het was een poging alsnog een dierwaardige veehouderij wettelijk te regelen. ”Uiterlijk een jaar na inwerkingtreding van het onderhavige wetsvoorstel moeten de genoemde Algemene Maatregelen van Bestuur voor varkens, pluimvee, melkvee en kalveren aan de Kamers worden voorgehangen”, bepaalden de indieners in de toelichting op het amendement.
Wiersma overschrijdt gestelde termijn
Het amendement De Groot/Van Campen, dat een wijziging inhield van de Wet Dieren, is op 14 juni 2024 in het Staatsblad gepubliceerd. Hetgeen betekent dat Wiersma ruim over de gestelde termijn is heen gegaan. De AMvB die ze nu heeft gepubliceerd zal gedurende de internetconsultatie zes weken beschikbaar zijn voor commentaar. De zogeheten ”voorhang” bij de Tweede Kamer volgt uiterlijk najaar 2025, aldus Wiersma.
Na de val van het kabinet Schoof heeft de Tweede Kamer verschillende dierenwelzijnsonderwerpen controversieel verklaard. Daar zit de AMvB niet bij. Simpelweg omdat de kamerbrief over dierwaardige veehouderij op 24 juni is verstuurd, nadat de Tweede Kamer al een inventarisatie van controversiële onderwerpen had opgesteld. De kans is groot dat de Kamer na de internetconsultatie de AMvB alsnog controversieel verklaart. (Update 12 september 2025: AMvB voorlopig van de baan)
Dat Wiersma termijnen niet in acht heeft genomen, zegt iets over de waarde die zij hecht aan wetgeving en procedures die daarbij horen. En ook over de opvattingen die zij en haar partij BBB hebben over dierwaardigheid. De twittercampagne die haar partij met het oog op de verkiezingen heeft opgestart onder het motto ”BBB levert”, rept ook met geen woord over de AMvB dierwaardigheid van Wiersma. Zij zal er hoogstwaarschijnlijk niet rouwig om zijn dat zij door de vertraging die is opgetreden en de val van het kabinet geen handtekening hoeft te zetten onder een haar onwelgevallig aanhangsel van de Wet Dieren en het besluit Houders van Dieren.
Wat staat er in die AMvB dierwaardigheid?
En dan nu naar de inhoud. Wat staat er in die AMvB dierwaardigheid? Hoe geeft Wiersma invulling aan het vereiste dat de veehouderij per 2040 dierwaardig moet zijn? En welke argumenten voert zij aan dat de veehouderij mogelijk meer dan vijftien jaar nodig heeft om dierwaardig te worden?
Het valt allemaal vies tegen. Alles wat Wiersma in de AMvB heeft opgenomen blijkt slechts een fractie van wat noodzakelijk is om een dierwaardige veehouderij, zoals verwoord door de Raad voor Dierenaangelegenheden, te realiseren. Een belangrijk onderdeel van dierwaardigheid – het kunnen vertonen van natuurlijk gedrag – is slechts in zeer beperkte mate per 2040 dankzij de AMvB gegarandeerd. Dat is in strijd met wat de Tweede Kamer eerder al wettelijk heeft vastgelegd.
AMvB komt niet in de buurt van zes leidende principes
Verder is de AMvB er niet op gericht dat dieren in de veehouderij een overwegend positieve emotionele toestand bereiken. Wiersma beweert wel dat zij de zes leidende principes van de RDA voor een dierwaardige veehouderij in de regelgeving heeft opgenomen, maar dit is niet het geval. Net zomin als dat zij het voldoen aan de gedragsbehoeften van varkens, melkvee en kalveren, en pluimvee in niet mis te verstane regels heeft vastgelegd. Ze verschuilt zich in de Ontwerp Toelichting achter het ontbreken van wetenschappelijke informatie en laat alle gedragsbehoeften erbuiten die een systeemwijziging zouden inhouden.
Kalf bij de koe stuit op knelpunten
Opvallend in dit verband is de redenatie waarom – als het kalf niet bij de koe kan – groepshuisvesting van kalveren pas wordt voorgeschreven vanaf een leeftijd van 14 dagen. Notabene is wetenschappelijk aangetoond dat vroege groepshuisvesting goed is voor het welzijn van deze dieren. Maar nee, de AMvB staat toe dat kalveren maximaal tot 14 dagen leeftijd individueel gehuisvest worden en daarna met twee dieren in een ”groep”. Als argument worden diergezondheidsredenen aangevoerd, die te maken hebben met de opbouw van het immuunsysteem van kalveren. Maar de ware reden blijkt dat er zowel in de melkveehouderij, als de kalverhouderij, een aanpassing van het houderijsysteem en het bedrijfsmanagement nodig is. Kalf bij de koe komt pas in 2040 in beeld, vanwege de vele ”knelpunten die door veehouders zijn benoemd.”
Open normen
De AMvB staat doelbewust vol met open normen. Een voorbeeld van zo’n open norm voor de houders van varkens, in te voeren per 2030: ”De houder neemt toereikende maatregelen om concurrentie om voerplaatsen en waterplaatsen te voorkomen.” Open normen laten ruimte voor interpretatie en dat is heel lastig in de handhaving. Maar Wiersma neemt dit kennelijk op de koop toe: het werken met doelvoorschriften past bij het kabinetsbrede voornemen om in te zetten op doelsturing, schrijft ze in de Ontwerp Toelichting bij de AMvB.
Zelfregulering
Zwak punt in de AMvB is de zelfregulering. Voor alles wat niet wettelijk is geregeld en voor alles wat in open normen is vervat, verwijst de wetgever naar nog niet bestaande Gidsen voor Goede Praktijken. Deze kunnen worden opgesteld door de sectororganisaties, lees de lobbyclubs voor de veeindustrie. Een verplichting is dat niet. Ook het gebruik van deze gidsen is facultatief, getuige het woordje ”desgewenst” in het volgende citaat: ”Veehouders gebruiken deze Gidsen voor hun bedrijfsvoering op grond van de voorschriften in de AMvB desgewenst wel”, aldus de Ontwerp Toelichting.
AMvB kan zo in de shredder
Uit alles blijkt dat zogeheten ”praktijkonderzoekers” hebben meegeschreven aan deze AMvB. Dat zijn onderzoekers die vaak werken in opdracht van en dicht staan bij de gangbare veehouderij. Dit heeft tot gevolg dat bij het opstellen van de regels voor een dierwaardige veehouderij de praktische haalbaarheid binnen het bestaande systeem van de varkens-, pluimvee-, en melkveehouderij bepalend is geweest. Er zijn afwegingen gemaakt die in het voordeel uitvallen van de grote bedrijven met veel dieren, van de megastallen.
Zo is er in geen enkel geval een buitenuitloop verplicht gesteld. Het is volgens de Ontwerp Toelichting ook niet wetenschappelijk vastgesteld dat de mogelijkheid om naar buiten te gaan voorziet in een gedragsbehoefte. Zelfs weidegang voor koeien is niet in de AMvB dierwaardigheid opgenomen. Daarmee blijven megamelkveebedrijven gespaard, maar verliest deze AMvB dierwaardigheid wel alle geloofwaardigheid.
De AMvB zou gericht zijn op het bewerkstelligen van een dierwaardige veehouderij in 2040 volgens de leidende principes van de RDA. Dit is een opdracht die voortvloeit uit artikel 2.3a van de Wet dieren. Maar de AMvB van Wiersma maakt dit niet waar. Haar conceptregeling kan net zo goed gelijk in de shredder. >>> Meer over de conceptregeling AMvB dierwaardige veehouderij: waarom koeborstel wel en weidegang niet
De nieuwe Gids Goede Praktijken van de Sectorraad Paarden houdt een lichte verbetering in voor het leven van de naar schatting ruim 200.000 pension- en manegepaarden.*)
Op twee belangrijke onderdelen zet de Sectorraad Paarden vergeleken met de Gids Goede Praktijken uit 2019 een paar stappen vooruit: paarden moeten meer bewegen en ze moeten gedeeltelijk of volledig toegang tot elkaar hebben. Deze twee verbeteringen komen voort uit het advies van de Raad voor Dierenaangelegenheden over dierwaardigheid. De nieuwe Gids Goede Praktijken is daarop gebaseerd.
Het verschil tussen half uur en uur vrije beweging
In de nieuwe Gids Goede Praktijken neemt de Sectorraad Paarden geen afscheid van de individuele huisvesting van paarden in boxen. Maar de bezwaren van dit nog altijd veel voorkomende type huisvesting moeten wel zoveel mogelijk worden ondervangen, door paarden minstens vier uur per dag te laten bewegen buiten de box (was 2,5 uur), waarvan tenminste een half uur volledig vrij. Dat is aanzienlijk minder dan het advies van expert dr.Kathalijne Visser, die pleit voor rond en uur vrije beweging per dag (hetzij in de paddock, hetzij in de wei) in combinatie met contact met andere paarden. Dat heeft een significant positief effect op het welzijn van paarden, aldus Visser.
Volgens de Gids Goede Praktijken dienen de boxen in de behoefte aan sociaal contact te voorzien. Ze zijn zo gebouwd dat paarden elkaar in ieder geval kunnen zien en daar waar mogelijk/wenselijk ook kunnen aanraken. ”Voor paarden is het belangrijk dat ze deels of volledig toegang tot elkaar hebben”, staat in de nieuwe Gids. In de oude Gids stond: ”Sociaal contact met andere paarden moet dagelijks mogelijk zijn binnen gezichtsafstand of met besnuffelen of aanraking”. Het verschil lijkt subtiel, maar in feite is permanent sociaal contact nu de norm.
Wat de ”V” van vrijheid inhoudt is niet duidelijk
Overigens is de Sectorraad Paarden er niet in geslaagd de opvattingen over dierwaardigheid van de Raad voor Dierenaangelegenheden op essentiële onderdelen door te voeren in aanbevelingen voor de de paardenhouderij. Het uitgangspunt: ”Paarden leven bij voorkeur in een omgeving waar ze kunnen kiezen wat ze willen doen en waarin ze in hun natuurlijke basisbehoeften kunnen voorzien”, resulteert niet in aanpassingen die dit mogelijk maken. De nieuwe Gids Goede Praktijken stelt weliswaar dat het paard in zijn natuurlijke basisbehoeften dient te kunnen voorzien, samengevat in de 3 V’s: Vrijheid, Voeding, Vrienden. Maar wat die ”V” van Vrijheid inhoudt, wordt niet duidelijk. Het zou ook wat zijn als de deuren van alle maneges in Nederland open gaan en de paarden vrij zijn om te gaan en staan waar ze willen!
Dat de Sectorraad Paarden hier nog geen invulling aan kan geven, is vanuit het gezichtspunt van de overwegend als behoudend bekend staande paardensector wel begrijpelijk. Een dierwaardige paardenhouderij lijkt nog ver weg. Toch heeft de Sectorraad zich vastgelegd op de volgende definitie: ”Een paard verkeert in een staat van welzijn wanneer het dier in staat is zich aan zijn levensomstandigheden aan te passen en daarmee een toestand kan bereiken die het dier als positief ervaart.”
Door een dergelijke definitie te hanteren, liggen meer veranderingen in het verschiet. In de nieuwe Gids Goede Praktijken is een eerste, bruikbare aanzet gegeven voor het beoordelen van de positieve emotionele toestand van een paard. Niet de omstandigheden binnen de paardenhouderij zijn daarbij doorslaggevend, maar de fysieke én mentale conditie van een paard.
Gids Goede Praktijken is geen wetgeving
De Gids Goede Praktijken is geen wetgeving. Maar het is ook geen vrijblijvend document. Als een paardenhouder zich er niet houdt, zal een handhavende instantie (bijvoorbeeld NVWA) per individueel geval beoordelen of er moet worden opgetreden. Bij deze beoordeling en eventuele procesgang kan de NVWA of partijen die opkomen voor de belangen van paarden gebruik maken van de Gids Goede Praktijken. De landelijke overheid ziet een dergelijke gids als vorm van zelfregulering. Ook de organisaties die zijn aangesloten bij de Sectorraad Paarden moeten er iets mee. Zij gaan de inhoud verwerken in hun eigen welzijnsbeleid.
*) Cijfer ontleend aan Hippische trendmonitor 2024 van de HAS. In deze monitor staat dat de helft van de naar schatting 450.000 paarden in Nederland zich in een pensionstal of een manege bevindt. 37% wordt door particulieren aan huis gehouden. De overige paarden bevinden zich op boerderijen, in fokstallen, etcetera. Gegevens ontbreken over hoeveel manege- en pensionpaarden ruimte voor vrije beweging en mogelijkheden tot sociaal contact krijgen, zodat ze op dat vlak in voldoende mate in hun gedragsbehoeften kunnen voorzien. Mijn eigen schatting is dat dit inmiddels om 10% van de paarden gaat.
De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) voert onderzoek uit naar bloedafname bij paarden, in het bijzonder bij drachtige merries. Het onderzoek is onderdeel van een omvangrijk wetenschappelijk advies over het welzijn van paarden in de EU, dat eind 2026 verschijnt. Gaat het onderzoek meer duidelijkheid verschaffen over de ”winning” van het hormoon PMSG? En het gebruik ervan in de veehouderij?
Het verzamelen van gegevens over het bloedonderzoek bij (drachtige) paarden loopt tot medio 2025. De EFSA is vooral op zoek naar informatie van bedrijven, nationale voedselautoriteiten, onderzoeksinstellingen en andere belanghebbenden, die relevant is voor het beoordelen van risico’s voor het welzijn van paarden bij het verzamelen van bloed voor commerciële doeleinden. Er zijn al enkele voorbereidende besprekingen gevoerd, ook met vertegenwoordigers van Nederlandse paardenorganisaties.
Abortussen
De EFSA heeft belangstelling voor de wijze waarop bloed wordt afgenomen, hoe veel en hoe vaak, hoe paarden worden vastgezet, de tijd tussen twee opeenvolgende afnames bij hetzelfde dier en gegevens over de zorg aan donorpaarden. Ook wil de EFSA meer weten over abortussen na commerciële bloedafnames bij drachtige merries. Hoewel niet met zoveel woorden genoemd, duidt dit erop dat de EFSA informatie wil over zogeheten bloedboerderijen.
Het is bekend dat er in landen als IJsland nog altijd bloedboerderijen bestaan. Zij leveren bloed met daarin het hormoon PMSG (bioactieve stof eCG). Dat wordt op grote schaal gebruikt als vruchtbaarheidsmiddel voor varkens, runderen, schapen en geiten. Ook in Nederland. De Keuringsdienst van Waarde heeft daar in 2023 een tv-programma over gemaakt. Het IJslandse bedrijf Isteka faciliteert nog altijd bloedboerderijen. Een dierenarts is verantwoordelijk voor de bloedafname. Dat gebeurt volgens de eisen van de IJslandse Voedsel- en Veterinaire Autoriteit, zo meldt het bedrijf op de website.
Hormoon wordt ook in Nederland gebruikt
In 2022 antwoordde toenmalig minister van landbouw Staghouwer op Kamervragen van de Partij voor de Dieren dat er in Nederland geen paarden worden gehouden voor de productie van PMSG. Voor deze praktijk is een vergunning nodig van de Wet op de Dierproeven. Er is hiervoor geen vergunning afgegeven, aldus Staghouwer. Hetgeen overigens niet betekent dat er in Nederland geen bloed van drachtige merries wordt ”gewonnen”.
Het is bekend dat PSMG in de Nederlandse veehouderijsector wordt gebruikt. Een van de leveranciers: MSD Health. Bekend is de toepassing bij varkens en koeien. Minder bekend zijn de praktijken met geiten en schapen. Een folder laat zien hoe het middel wordt gebruikt om ooien eerder vruchtbaar te maken of het aflammeren te synchroniseren, zodat ze vrijwel tegelijkertijd lammeren krijgen.
Anja Hazekamp
Europarlementariër Anja Hazekamp ijvert al geruime tijd voor een verbod op de productie én import van PMSG. “Drachtige paarden beroven van hun bloed om varkens sneller te bevruchten voor vleesproductie; dat kan en mag geen onderdeel zijn van ons voedselsysteem. Het is bemoedigend dat na het Europees Parlement ook steeds meer EU-landen duidelijk maken dat deze horrorpraktijken op bloedboerderijen zo snel mogelijk moeten stoppen,” aldus Hazekamp in 2022. De Animal Welfare Foundation houdt de druk op de ketel. Onlangs is een video op YouTube gezet: Iceland’s blood farms. De beelden dateren van september 2024.
Beheer cookie toestemming
Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken wij technologieën zoals cookies om informatie over je apparaat op te slaan en/of te raadplegen. Door in te stemmen met deze technologieën kunnen wij gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site verwerken. Als je geen toestemming geeft of uw toestemming intrekt, kan dit een nadelige invloed hebben op bepaalde functies en mogelijkheden.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Dienst Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.