
De pluimveeindustrie heeft het stadium van de gouden eieren bereikt. Genetisch opgevoerde turbokippen eten minder en produceren steeds meer. Ze zijn inmiddels in staat in 100 weken meer dan 500 eieren te leggen. Extra inkomsten dus én een fikse besparing voor de pluimveehouders. Met eierprijzen die al geruime tijd twee keer zo hoog zijn als vijf jaar geleden, maakt de industrie dikke winsten.
Voergroep Zuid, een grote producent en leverancier van mengvoer, bericht op pluimveeweb.nl over een buikvetmonitor. Daarmee kan de houder van leghennen bepalen of de dieren niet te dik zijn. Hoe meer voer, hoe meer buikvet en dat heeft een negatieve invloed op het aantal eieren dat een kip legt. De zaken gaan kennelijk zo goed dat een bedrijf in diervoeders aangeeft dat kippen beter niet teveel kunnen eten.
Niet alleen genetica en een uitgekiend dieet, ook gezondheid speelt een grote rol bij het behalen van topprestaties. Is het aantal eieren per hen in een kleine dertig jaar tijd met een kwart toegenomen en kunnen ze dat resultaat behalen met een kwart minder voer, virusziekten zijn ondanks vaccinatie moeilijk uit te bannen. Dat komt door mutaties en doordat een strak voerregime kan leiden tot stress, waardoor het immuunsysteem wordt aangetast.
Met andere woorden: de pluimveeindustrie balanceert op het randje van wat mogelijk is. Tien jaar geleden waarschuwde Servé Hermans van fokbedrijf Hendrix Genetics al voor de gevaren van het streven naar de allerefficiëntste kip. “Eigenlijk”, zei Hermans destijds tegen One World, “ben ik heel triest. Ik zie dat het verkeerd gaat. Maar wat kunnen wij doen? Wij maken gewoon kippen.”
Pijnlijke keerzijde
De gouden eieren hebben een pijnlijke keerzijde. Wakker Dier vroeg begin april 2026, voor Pasen, aandacht voor de borstbeenbreuken waaraan zeker de helft van alle leghennen lijdt. “We hebben de grootste en nieuwste onderzoeken van de laatste jaren op een rijtje gezet. Daaruit komt heel sterk de link tussen die borstbeenbreuken en genetica”, aldus Anne Hilhorst van Wakker Dier bij 1V.
Hendrix Genetics kwam op verzoek van 1V met een verklaring. Volgens het fokbedrijf zijn borstbeenfracturen het resultaat van een samenspel van factoren, waaronder stalontwerp, management, voeding, gezondheidsstatus en genetica. ”Hoewel genetica een bijdrage kan leveren, is zij aantoonbaar niet de dominante factor. Het reduceren van borstbeenfracturen in leghennen vraagt daarom om een sectorbrede integrale systeembenadering, niet om het aanwijzen van één enkele oorzaak of oplossing.”