
Het moet voor kalkoenen hel op aarde zijn. Met z’n duizenden opgepropt in een stal. Van het ene moment op het andere kan de gekte toeslaan. Meestal is één kalkoen dan de pineut. Die kan met gemak dertig andere kalkoenen achter zich aankrijgen. Ze jagen het slachtoffer op en pikken het in de nek, net zo lang totdat ze dood neervalt. En zelfs dan kan het pikken nog doorgaan.
Soms heeft een opgejaagde kalkoen geluk. Dan kan ze ergens wegduiken, zodat haar aanvallers niet bij haar nek en kop kunnen. Maar pas op: kom niet te gauw weer tevoorschijn, want ze weten je te vinden, zo blijkt keer op keer.
Onderzoekster van Wageningen Universiteit Thea van Niekerk beschrijft deze moordpartijen in het rapport Kalkoenen met onbehandelde snavels. Ze deed een literatuurstudie naar de vraag of in de kalkoenenhouderij gestopt kan worden met het behandelen van de snavels. Bij kleine kuikens wordt nu standaard de snavelpunt verhit met een infraroodlaser waarna deze afsterft. Sinds 2018 is die ingreep verboden, maar de houders van kalkoenen hebben tot 2028 een vrijstelling.
Stoppen kan niet zo maar, vanwege de gruwelijke gevolgen als het pikgedrag uit de hand loopt, waarover Van Niekerk in haar rapport schrijft. Wel is het mogelijk om schade te verminderen, maar dat vraagt volgens haar nogal wat:
> stallen met elementen waarachter de kalkoenen zich kunnen verschuilen;
> zeer frequente controle in de stal en aangepikte dieren onmiddellijk apart zetten;
> veel bezigheidsmateriaal en zeer frequente wisseling ervan om verlies van interesse tegen te gaan.
Alleen zo kan het pikgedrag, dat berust op normale rangordegevechten die bij kleine groepjes kalkoenen doorgaans zonder al te grote problemen verlopen, binnen de perken worden gehouden.
Het aanbrengen van schuilmogelijkheden stuit bij kalkoenhouders op weinig weerstand, zo toont Duits onderzoek aan. De andere punten zijn in een ”normale bedrijfsvoering” niet mogelijk, stelt Van Niekerk vast.
2028 einde vrijstelling
In 2028 zou er een einde moeten komen aan de vrijstelling die kalkoenhouders nu nog hebben van het verbod op de ingrepen die ze bij hun dieren plegen. Het behandelen van de snavels van kalkoenen mag dan niet meer. Maar dat lijkt, gezien het bloed dat dan gaat vloeien, niet zo’n goed idee. Beter dus om maar helemaal te stoppen met de kalkoenenhouderij? Van Niekerk trekt deze vergaande conclusie niet. De opmerkingen die ze maakt over kostprijsverhoging en mentale belasting voor de kalkoenhouder doen eerder vermoeden dat ze adviseert om door te gaan met het behandelen van de snavels.
Nederland telt ruim 25 kalkoenhouders. Berichten over vogelgriep bij deze bedrijven geven inzicht in de huidige aantallen dieren per bedrijfslocatie. Die variëren tussen de 23.000 en 38.000. Vrijwel altijd bestaat één locatie uit meerdere stallen. Over de bezetting per stal is weinig bekend. Bedrijven met een Beter Leven Keurmerk 2 sterren moeten zich houden aan 6,25 kalkoenen per vierkante meter staloppervlak/maximaal 35 kg ”levend gewicht” per vierkante meter, vanaf een leeftijd van 7 weken. Bij de gangbare kalkoen is dat resp. 48 kg en 58 kg. Een vetmestronde duurt ongeveer 16 weken voor hennen en en paar weken langer voor de hanen. Hennen wegen voordat ze naar de slacht gaan circa 10 kg, hanen zijn twee keer zo zwaar. (Bron pluimveebedrijf.nl)
Lees meer over Ingrepen bij dieren in de veehouderij