Stikstof en dierwaardigheid, twee deadlines: hard en boterzacht

De aanpak van stikstof en de realisering van een dierwaardige veehouderij zouden gelijk op moeten lopen, maar het kabinet hanteert twee deadlines: 2035 en 2040. Uit de stukken die op 26 juni aan de Tweede Kamer zijn aangeboden blijkt dat voor de reductie van stikstof een harde deadline geldt. De uiterste datum voor een dierwaardige veehouderij is niet in beton gegoten.

Om Nederland van het stikstofslot af te halen is de druk enorm opgevoerd. Dit om de vergunningverlening weer vlot te trekken. Veehouders krijgen een reductie opgelegd. Die mogen ze naar eigen inzicht invullen, maar er staat wel een stevige stok achter de deur.  Er liggen gerechtelijke uitspraken die geen uitstel dulden. Er zijn miljarden uitgetrokken om gestelde doelen te halen.

Bij het realiseren van een dierwaardige veehouderij daarentegen is geen sprake van slikken of stikken. Wetgeving is in aantocht, na de zomer weten we meer, maar voor zover bekend zijn er nog een hoop losse eindjes. Uit eerder verschenen concepten AMvB dierwaardige veehouderij bleek bovendien dat de lat erg laag ligt. Dat zal na de zomer niet veel anders zijn. Een grote financiële steunoperatie hoeft evenmin te worden verwacht. Er komt een subsidieregeling, maar die zal zeker niet in de miljarden lopen.

Convenant is een inspanningsverplichting

Anders dan bij stikstof zijn er op het gebied van dierwaardigheid door overheid, bedrijfsleven, markt- en ketenpartijen en maatschappelijke organisaties afspraken gemaakt in de vorm van een convenant. Dat betekent een hele andere aanpak. Betrokken partijen kunnen, als het ze te snel gaat, op de rem trappen. In het convenant spreken ze de wens uit om in 2040 gezamenlijk te komen tot een dierwaardige veehouderij. Een inspanningsverplichting dus. Terwijl het bij stikstof veel meer gaat om een resultaatverplichting.

Wanneer er in het dierwaardigheidstraject vertraging optreedt, dan heeft dat geen grote gevolgen, zolang de convenantpartijen zich daarin kunnen vinden. In één van de stukken die het kabinet op 26 juni 2026 de wereld heeft ingestuurd (Stand van zaken dierwaardige veehouderij in relatie tot taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof) wordt zelfs een escape genoemd. 2040 is als deadline voor een dierwaardige veehouderij niet in beton gegoten, zo blijkt.

‘’Het is mijn inzet om regels waar redelijk zo snel mogelijk in werking te laten treden. Maar het voldoen aan regels dient voor veehouders ook realistisch en (financieel) haalbaar te zijn, zoals ook artikel 2.3a, vierde lid, van de Wet dieren de ruimte biedt om een langere termijn dan 2040 te stellen gericht op het kunnen terugverdienen van investeringen die noodzakelijk zijn om aan die regels te voldoen’’, aldus de staatssecretaris van LVVN Silvio Erkens. Ik heb over deze escape eerder geschreven: Dierwaardig ”voor zover zulks redelijkerwijs kan worden verlangd.”

Kamer vraagt om versnelling dierwaardige veehouderij

Toch zegt het kabinet te voldoen aan een motie van de kamerleden Bromet (PRO) en Ouwehand (PvdD), die de regering in maart 2026 hebben gevraagd dierwaardigheid nadrukkelijk te betrekken bij de stikstofaanpak.

Een forse reductie van stikstof en de realisering van nieuwe huisvestingssystemen, aangepast aan de behoeften van dieren, zouden ‘’integraal’’ benaderd moeten worden. De kamerleden vragen om een versnelling bij de uitwerking van de AMvB dierwaardige veehouderij. Begrijpelijk, dit verzoek, het kabinet zegt eraan te voldoen. Het wil zogeheten ‘’lock-in effecten’’ voorkomen. Hetgeen zoveel betekent als: wie een stal innoveert om stikstof te reduceren, moet niet een paar jaar later tot de ontdekking komen dat gedane investeringen teruggedraaid moeten worden omdat ze strijdig zijn met de principes van dierwaardigheid.

Voorbeeld: investeringen in een mestvergister leiden ertoe dat de koeien meer en meer binnen blijven. De dieren hebben baat bij weidegang, maar de veehouder niet. Die moet ervoor zorgen dat zoveel mogelijk mest zo snel mogelijk de vergister in gaat.

De motie van Bromet en Ouwehand kreeg steun van een meerderheid van de Kamer (SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie en JA21stemden voor), maar het kabinet laat het bij een voornemen. Wat daarvan in de praktijk terecht gaat komen, is hoogst onzeker. De kans is aanwezig dat de realisering van stikstofdoelen en een dierwaardige veehouderij zo ver uit elkaar gaan lopen dat er van een ‘’integrale benadering’’ helemaal geen sprake meer is.

Onderscheid tussen nieuwbouw en verbouw

Erkens geeft in het stuk over dierwaardigheid en stikstof aan dat in de zogeheten invoeringsstrategie voor de maatregelen op het gebied van stikstof en dierwaardigheid onderscheid zal worden gemaakt tussen nieuwbouw en verbouw. Bij nieuwbouw zal de inwerkingtreding van de maatregelen gelijk moeten oplopen. ”Dit om te voorkomen dat komende jaren nieuwe stallen worden gebouwd die niet aan toekomstige
dierenwelzijnseisen voldoen en zodoende desinvesteringen blijken te zijn.”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *