Onderzoek naar bloedafname bij drachtige merries

IJslanders foto Wikimedia Commons/Picasa

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) voert onderzoek uit naar bloedafname bij paarden, in het bijzonder bij drachtige merries. Het onderzoek is onderdeel van een omvangrijk wetenschappelijk advies over het welzijn van paarden in de EU, dat eind 2026 verschijnt. Gaat het onderzoek meer duidelijkheid verschaffen over de ”winning” van het hormoon PMSG? En het gebruik ervan in de veehouderij?

Het verzamelen van gegevens over het bloedonderzoek bij (drachtige) paarden loopt tot medio 2025. De EFSA is vooral op zoek naar informatie van bedrijven, nationale voedselautoriteiten, onderzoeksinstellingen en andere belanghebbenden, die relevant is voor het beoordelen van risico’s voor het welzijn van paarden bij het verzamelen van bloed voor commerciële doeleinden. Er zijn al enkele voorbereidende besprekingen gevoerd, ook met vertegenwoordigers van Nederlandse paardenorganisaties.

Abortussen

De EFSA heeft belangstelling voor de wijze waarop bloed wordt afgenomen, hoe veel en hoe vaak, hoe paarden worden vastgezet, de tijd tussen twee opeenvolgende afnames bij hetzelfde dier en gegevens over de zorg aan donorpaarden. Ook wil de EFSA meer weten over abortussen na commerciële bloedafnames bij drachtige merries. Hoewel niet met zoveel woorden genoemd, duidt dit erop dat de EFSA informatie wil over zogeheten bloedboerderijen.

Het is bekend dat er in landen als IJsland nog altijd bloedboerderijen bestaan. Zij leveren bloed met daarin het hormoon PMSG (bioactieve stof eCG). Dat wordt op grote schaal gebruikt als vruchtbaarheidsmiddel voor varkens, runderen, schapen en geiten. Ook in Nederland. De Keuringsdienst van Waarde heeft daar in 2023 een  tv-programma over gemaakt. Het IJslandse bedrijf Isteka faciliteert nog altijd bloedboerderijen. Een dierenarts is verantwoordelijk voor de bloedafname. Dat gebeurt volgens de eisen van de IJslandse Voedsel- en Veterinaire Autoriteit, zo meldt het bedrijf op de website.

Hormoon wordt ook in Nederland gebruikt

In 2022 antwoordde toenmalig minister van landbouw Staghouwer op Kamervragen van de Partij voor de Dieren dat er in Nederland geen paarden worden gehouden voor de productie van PMSG. Voor deze praktijk is een vergunning nodig van de Wet op de Dierproeven. Er is hiervoor geen vergunning afgegeven, aldus Staghouwer. Hetgeen overigens niet betekent dat er in Nederland geen bloed van drachtige merries wordt ”gewonnen”.

Het is bekend dat PSMG in de Nederlandse veehouderijsector wordt gebruikt. Een van de leveranciers: MSD Health. Bekend is de toepassing bij varkens en koeien. Minder bekend zijn de praktijken met geiten en schapen. Een folder laat zien hoe het middel wordt gebruikt om ooien eerder vruchtbaar te maken of het aflammeren te synchroniseren, zodat ze vrijwel tegelijkertijd lammeren krijgen.

Anja Hazekamp

Europarlementariër Anja Hazekamp ijvert al geruime tijd voor een verbod op de productie én import van PMSG. “Drachtige paarden beroven van hun bloed om varkens sneller te bevruchten voor vleesproductie; dat kan en mag geen onderdeel zijn van ons voedselsysteem. Het is bemoedigend dat na het Europees Parlement ook steeds meer EU-landen duidelijk maken dat deze horrorpraktijken op bloedboerderijen zo snel mogelijk moeten stoppen,” aldus Hazekamp in 2022. De Animal Welfare Foundation houdt de druk op de ketel. Onlangs is een video op YouTube gezet: Iceland’s blood farms. De beelden dateren van september 2024.

NVWA: miljoenen kippen raken jaarlijks gewond bij vangen

Bij het vangen van legkippen, vleeskuikens en eenden raken jaarlijks miljoenen dieren gewond. Het is voor het eerst dat de controlerende instantie NVWA daarover haar zorgen deelt met het publiek. Tot ongenoegen van de pluimveehouders.

De NVWA plaatste een bericht op de website uit na een gerechtelijke uitspraak. Deze was in het nadeel van de NVWA. Letsel dat aan de slachtlijn wordt vastgesteld kan niet één op één in verband worden gebracht met het vangen van kippen in een stal. Het is mogelijk dat dit letsel elders is ontstaan, oordeelde de rechter.

Reden voor Lisette de Ruigh, directeur Slachttoezicht bij de NVWA, om het publiek in te lichten over de omvang van het probleem en aan te geven dat de NVWA door de uitspraak nu met lege handen staat. Dit terwijl gewonde dieren ernstige pijn lijden bij het vangen, tijdens het vervoer en bij handelingen in het slachthuis. ”De NVWA heeft zich de afgelopen jaren zeer ingespannen om letsel bij pluimvee terug te dringen. Met succes. Strenge handhaving en een keten die laat zien in staat te zijn om zorgvuldiger met de dieren om te gaan, hebben tot een aanzienlijke daling van het aantal dieren met letsel geleid.”

‘Aantal dieren met letsel nog te hoog’

De NVWA komt met cijfers: in 2017 had 27 procent van de Nederlandse koppels pluimvee vangletsel boven de handhavingsgrens. Dat gedaald naar iets meer dan 2 procent. “Dat is een mooi resultaat, ook dankzij de inspanning van een aantal ketenpartners zelf”, aldus De Ruigh. Maar, stelt ze vast: ”’Ondanks de daling is het aantal dieren met letsel aan de slachtlijn nog te hoog. We hebben het nog steeds over miljoenen dieren op jaarbasis die pijn lijden”.

Kees de Jong van de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP) vindt de zorgen van de NVWA ongegrond: ”de daling van vangletsel is vooral te danken aan de inzet van pluimveehouders en vangploegen”, zegt hij op nieuweoogst.nl. Of de NVWA nu wel of niet handhaaft, maakt volgens hem weinig uit. Demissionair landbouwminister Wiersma laat weten geen boodschap te hebben aan de zorgen van de NVWA. ”Ik vertrouw erop dat de sector haar uiterste best doet het percentage vangletsel te blijven verminderen”, schrijft ze in antwoord op vragen van de PvdD.

De kippen die in de Nederlandse slachthuizen belanden zijn overigens lang niet altijd afkomstig van Nederlandse pluimveebedrijven. In 2023 kwam ongeveer de helft uit Nederland, De rest kwam uit België, Duitsland en Denemarken. Omgekeerd gaat een groot deel van het Nederlandse pluimvee naar buitenlandse slachthuizen. Voor meer cijfers, zie inspectieresultaten.

Lees ook: Vangmachine veegt en zuigt kippen als aardappels op uit de stal

Grote kans dat Dolfinarium het circus achterna gaat: geen shows met wilde dieren meer

Foto Flickr/William Warby

We moeten het even over dolfijnen, walrussen en zeeleeuwen hebben. Voor de zoveelste keer is namelijk het Dolfinarium in Harderwijk in opspraak. Daar komt bij dat de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) onlangs een zienswijze heeft uitgebracht over dierwaardigheid in dierentuinen.

Dit, in combinatie met de campagne ‘’Dolfinariumvrij’’ van de stichting Bite Back Nederland én de bereidheid van het bevoegd gezag om op te treden, zou er wel eens toe kunnen leiden dat er aan de shows met zeezoogdieren na jaren van gebrekkig toezicht en halfzachte maatregelen een einde komt. Net zoals er in 2015 een einde kwam aan shows met wilde dieren in circussen.

LAATSTE NIEUWS: Dit bericht is op 27 mei 2025 herzien na een gerechtelijke uitspraak. Het Dolfinarium hoeft de shows voorlopig niet aan te passen. De dwangsom is geschorst. Over deze uitspraak is een alinea toegevoegd (naar beneden scrollen).

Dolfinarium is een dierentuin

Volgens de wet is het Dolfinarium een dierentuin, dat wil zeggen: “een permanente inrichting waar levende wilde dieren worden gehouden om gedurende ten minste zeven dagen per jaar te worden tentoongesteld aan het publiek.’’ Het Dolfinarium voldoet aan die definitie, ook al heeft dit bedrijf anders dan een dierentuin als Artis, als belangrijkste doel: het publiek vermaken met dieren.
Dat is ook precies de problematische kant van dit Harderwijkse pretpark. Sinds 2016 worden er met enige regelmaat Kamervragen gesteld over het welzijn van de dieren. Sinds 2019 ligt het Dolfinarium onder een vergrootglas. In 2020 zijn er na een advies van een zogeheten visitatiecommissie door toenmalig minister Carola Schouten afspraken gemaakt ter verbetering.

In 2024 bleek dat met die afspraken de hand werd gelicht. Waarna het Dolfinarium van de controlerende instantie Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) de opdracht kreeg per 11 april 2025 omstreden shows aan te passen.

  • Walrussen zouden niet meer mogen schudden met hun lijf (dit onderdeel, het zogeheten ”blubberen”, blijft dankzij een gerechtelijke uitspraak toegestaan);
  • Californische zeeleeuwen en walrussen mogen niet meer zwaaien en klappen met hun vinnen;
  • dolfijnen mogen een verzorger niet meer voortduwen met de neus;
  • een trainer mag niet meer met zijn voeten geklemd om de staart van een dolfijn samen met het dier op rug drijven;
  • dolfijnen mogen niet over mensen of objecten heen springen (dit onderdeel blijft dankzij een gerechtelijke uitspraak toegestaan);
  • dolfijnen mogen niet op commando op de kant springen.

    Verder zijn verboden: bezoekers laten natspuiten door de dieren, dieren hun tong laten uitsteken, dolfijnen boven water geluid laten maken, dolfijnen rechtop laten staan in het water, ze bewegingloos laten drijven en kusjes of knuffels geven.

Boetes

Dit alles is in strijd met de voorschriften van de dierentuinvergunning, want geen natuurlijk gedrag of geen gedrag dat de educatieve boodschap (voor zover aanwezig) ondersteunt. Geeft het Dolfinarium hier geen gehoor aan, dan volgen er boetes van 2000 euro per overtreding met een maximum van 10.000 euro. Daarna kunnen er eventueel verdergaande maatregelen worden opgelegd, zoals een gedeeltelijke sluiting van het park voor het publiek. Het Dolfinarium heeft bezwaar aangetekend tegen het besluit van RVO. Een gerechtelijke procedure ligt in het verschiet. Hét verdienmodel van deze dierentuin dreigt onderuit te worden gehaald.

De voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft op 26 mei 2025 bepaald dat er voorlopig geen dwangsommen mogen worden opgelegd aan het Dolfinarium. Er moet volgens de rechter beter worden gekeken naar het educatieve programma van het Dolfinarium en de relatie met de dierpresentaties. Deze uitspraak in kort geding staat los van de bezwaarprocedure. Na de zomer wordt een beslissing op dat bezwaar verwacht. Het dolfinarium heeft half augustus 2025 aangekondigd opnieuw naar de rechter te stappen om niet toegelaten showonderdelen toch te kunnen uitvoeren. Het zou volgens het Dolfinarium onder voorwaarden zijn toegestaan om dieren onnatuurlijk gedrag te laten vertonen, mits dat gebeurt voor educatieve doeleinden.

Maar het Dolfinarium staat zwak. Zeker nu de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) adviseert dierentuinen toekomstbestendig te maken. Wie de zienswijze van de RDA over dierwaardige dierentuinen serieus neemt, moet toegeven dat wat er zich in ‘’het grootste zeezoogdierenpark van Europa’’ afspeelt, heel ver af staat van de wezenskenmerken van dierwaardigheid, Niet alleen hebben de shows weinig tot niets te maken met het natuurlijk gedrag van zeezoogdieren, ook de erkenning van de intrinsieke waarde en respect voor de integriteit van dieren is ver te zoeken. Om nog maar te zwijgen over het ervaren van een positieve emotionele toestand.

Grote kans dat het Dolfinarium het circus achterna gaat: geen shows met wilde dieren meer. Net als overigens in Frankrijk en België. Zo bijzonder is dat dus ook weer niet. Op de website wordt het al min of meer aangekondigd: ‘’Ontmoet jij binnenkort een dolfijn van dichtbij? We zijn momenteel druk bezig met het spoedig plannen van nieuwe programma’s.’’
Ik ga binnenkort eens kijken.

Vogelgriep ook aangetroffen bij duiven

Lang is gedacht dat duiven niet gevoelig zijn voor vogelgriep. Voor deze dieren gold bij een uitbraak geen ophokplicht. Nu is gebleken dat duiven wel degelijk hoogpathogeen virus bij zich kunnen dragen. Ook het veelvoorkomende H5N1-virus is aangetroffen. Duiven die besmet zijn, vertonen echter geen symptomen.

Hoogpathogeen

Chinees onderzoek naar vogelgriep bij duiven (gepubliceerd in Viruses) toont aan dat er bij duiven verschillende subtypen van vogelgriep voorkomen. Het is bijzonder opmerkelijk dat alle aangetroffen H5-stammen hoogpathogeen zijn. Dat wil zeggen: zeer ziekmakend. Alleen, duiven vallen niet dood uit de lucht. Maar ze hebben wel veel contact met andere dieren en komen vaak af op boerderijen. Daarom is het essentieel om hier nauwlettend aandacht te besteden bij epidemiologisch onderzoek en te kijken of duiven immuun gemaakt kunnen worden, aldus de onderzoekers.
Vooralsnog gelden er in Nederland alleen maatregelen voor duiven als ze zich binnen een 10-kilometerzone rond een besmet bedrijf bevinden. Duiven mogen dan niet worden vervoerd en ze vallen onder de zogeheten afschermplicht. Wanneer er veel uitbraken van vogelgriep zijn, dan wordt er een landelijk verbod op alle evenementen, tentoonstellingen, en wedstrijden met vogels, inclusief duiven ingesteld.

Tentoonstellingsverbod

Van begin december 2025 tot begin april 2026 gold er in Nederland een algeheel tentoonstellingsverbod voor alle vogelsoorten. Voor duiven gold geen uitzondering, ook al worden deze dieren door de overheid nog altijd gezien als soort met een laag risico op besmetting en verspreiding. De laatste jaren doen zich steeds vaker infecties voor bij duiven met het hoogpathogene vogelgriepvirus, signaleert de deskundigengroep dierziekten. De groep ziet duiven als zogeheten spillover-gastheren en niet als reservoirgastheren. Dat wil zeggen: ze kunnen het virus bij zich dragen en verspreiden, maar het virus blijft niet langdurig aanwezig in deze soort.

Het tentoonstellingsverbod voor duiven is op 3 april 2026 ingetrokken, ook al geeft de deskundigengroep dierziekten aan dat vooral bij houders van zowel laagrisicovogels als hoogrisicovogels de kans op introductie van het virus op een locatie toeneemt, wanneer het verbod op het verzamelen en tentoonstellen van laagrisicovogels zou worden opgeheven. Staatssecretaris Erkens van landbouw schrijft in een brief aan de Tweede Kamer dat hij het verbod desondanks intrekt. Ook wedstrijden met duiven mogen weer. Daarmee komt hij duivenhouders tegemoet die daarom gevraagd hebben.

SINS: twee derde van biggen lijdt aan pijnlijke ontstekingen

Foto van U of A System Division of Agriculture/Flickr.com. Voor afbeeldingen van SINS ga naar https://www.swineweb.com/animalhealth/understanding-and-addressing-swine-inflammation-and-necrosis-syndrome-sins/

De Nederlandse varkenshouderij moet in 2030 stoppen met het afknippen van staarten van biggen. Dan zouden de varkenshouders het staarbijten onder controle moeten hebben, zodat biggen hun krulstaart kunnen behouden. Maar het is zeer de vraag of dat gaat lukken. Twee derde van de pasgeboren biggen lijdt aan pijnlijke ontstekingen in de staart, oren, poten, hielen, zolen, klauwen, kroonranden, tepels, navel, vulva en gezicht. Biggen bijten elkaar in de staart, zeker als daar de huid is beschadigd.

De ontstekingen komen van binnenuit en kunnen leiden tot het afsterven van de uiteinden van ledematen. Deze ernstige en veelvoorkomende aandoening – het varkensontstekings- en necrosesyndroom (SINS) – wordt al sinds 2018 onderzocht. Tot voor kort was de omvang van deze aandoening een van de best bewaarde geheimen van de varkensindustrie.

Dierenarts Karien Koenders: ‘Het is eigenlijk niet te geloven dat dit zo lang onondekt is gebleven”

Het was varkensdierenarts Karien Koenders van de Lintjeshof die zich afvroeg of de aandoening zich ook op grote schaal voordoet in Nederland. Duitse wetenschappers waren de eersten die in 2020 en 2021 met alarmerende publicaties naar buiten traden. Ze spraken over een nieuw syndroom.

Koenders kwam erachter dat ook in de Nederlandse varkenshouderij sprake is van een groot probleem. Ze onderzocht zo’n 6000 biggen: 64,1% vertoonde zichtbare ontstekingsverschijnselen. ”Het is eigenlijk niet te geloven dat dit zo lang onondekt is gebleven”, zegt ze in het vakblad Pigbusiness van februari 2025.

Andere benadering van staartbijten

Nu varkenshouders aan het experimenteren zijn met het behoud van staarten, komt SINS geregeld ter sprake. Vaak staan de varkenshouders voor een raadsel: waarom bijten in de ene toom biggen wel in de staarten van andere biggen en waarom doen ze dat in de andere toom niet? Nader onderzoek naar SINS geeft aanleiding om het staartbijten op een heel andere manier te benaderen.

Mocht SINS daarbij een overheersende rol spelen, dan moet de oplossing misschien worden gezocht bij de zeug, of bij de fokkerij. En niet, zoals nu vaak gebeurt, in extra afleidingsmateriaal, een andere samenstelling van groepen, meer ruimte, een beter leefklimaat. Ook al komt dat alles het welzijn van de biggen ten goede, het maakt geen einde aan het staartbijten als gevolg van SINS.

Dat SINS in de Nederlandse varkensindustrie net zo omvangrijk is als in andere landen waar vergelijkbaar onderzoek is gedaan, duidt erop dat er ergens iets structureel mis is. Biggen komen niet zo maar met (de aanleg voor) een ernstige aandoening ter wereld.
Koenders richt zich op het metabolisme van dragende zeugen.

Extreme prestaties: minder zeugen, meer biggen

Deze dieren moeten tegenwoordig extreme prestaties leveren. Het aantal biggen in de baarmoeder van een drachtige zeug is ten gevolge van een intensieve selectie op worpgrootte de afgelopen decennia toegenomen tot wel 16-20 *). Deze zeugen hebben enorme hoeveelheden water (meer dan 9 liter per dag) en vezelrijke voeding nodig. Gebrek daaraan leidt tot harde ontlasting. Koenders zag in haar onderzoek een nauwe samenhang tussen SINS bij biggen en deze zogeheten coprostase bij zeugen, in combinatie met een verhoogde lichaamstemperatuur (hittestress).

Andere onderzoekers hebben zich onder meer gericht op de fokkerij en vonden een belangrijke genetische component die verband houdt met SINS. Ze noemen de aandoening erfelijk. Vooral biggen uit Pietrain-nesten blijken vatbaarder. Wel bestaat er genetische variatie binnen dezelfde lijn. Dat zou de mogelijkheid openen om SINS via fokkerij te verminderen.

*) Agrimatie: Het aantal levend geboren biggen per worp is de afgelopen decennia met bijna 40% toegenomen.Van de biggen die levend worden geboren, gaat zo’n 10% voor het spenen dood. Desondanks is het aantal grootgebrachte biggen per zeug per jaar in de afgelopen twee decennia flink gestegen. In 2024 zijn gemiddeld 31,5 biggen grootgebracht per aanwezige zeug, een stijging van 43% ten opzichte van de 22 biggen in 2002.
Steeds minder zeugen moeten de biggenproductie in Nederland op peil houden. Het aantal productieve zeugen is in 2024 met zo’n 16.000 afgenomen tot 737.530 dieren. In 2019 waren dat er nog 892.000. Uitgaande van 31,5 grootgebrachte biggen op jaarbasis per zeug komt dat neer op ruim 23.miljoen biggen. Ongeveer een kwart van deze biggen is bestemd voor de export.

Lee meer over Varkens met en zonder krulstaart

Wetenschappers komen met definitie positief dierenwelzijn

Een internationale groep van wetenschappers heeft een definitie opgesteld van positief dierenwelzijn. Het welzijn van dieren wordt in de definitie niet alleen bepaald door de afwezigheid van pijn, ander ongemak en negatieve ervaringen. Positieve ervaringen zijn onmisbaar. Dierenwelzijn is een toestand waarin een dier een goed en gelukkig leven kan leiden en zich kan ontwikkelen (”floreren”).


”Positief dierenwelzijn kan worden gedefinieerd als toestand waarin het dier floreert door de ervaring van overwegend positieve mentale toestanden en de ontwikkeling van competentie en veerkracht. Positief dierenwelzijn gaat verder dan het verzekeren van een goede fysieke gezondheid en het voorkomen en verlichten van lijden. Het omvat dieren die positieve mentale toestanden ervaren als gevolg van belonende ervaringen, inclusief het hebben van keuzes en kansen om actief doelen na te streven en gewenste resultaten te bereiken.”


De definitie van positief dierenwelzijn is gepubliceerd in Biology Letters. Ethologen, evolutiebiologen, sociale wetenschappers en filosofen, onder wie Laura Webb van Wageningen Universiteit, werkten eraan mee. Webb is naast onderzoeker in Wageningen tevens vice-voorzitter van het Europese onderzoeksnetwerk LIFTing boerderijdierenlevens. Daaraan zijn driehonderd wetenschappers uit 44 landen verbonden.

De opkomst van de term positief dierenwelzijn duidt op een andere benaderingswijze: van het minimaliseren van lijden bij boerderijdieren naar het bevorderen van positieve ervaringen, zoals plezier. Onderzoek op het gebied van positieve ervaringen bij landbouwhuisdieren, aangeduid als positieve emoties, stemmingen of affectieve toestanden, is de laatste jaren sterk toegenomen. Tijd voor een definitie waarover consensus bestaat, vonden de wetenschappers. Wageningen Universiteit heeft nu zelfs een speciaal team voor positief welzijn.

De definitie van positief dierenwelzijn kan behulpzaam zijn bij een nadere invulling van het begrip dierwaardige veehouderij. In dat begrip is immers een positieve emotionele toestand een wezenskenmerk. De vraag is nog wel of de partijen die in Nederland bezig zijn met een convenant dierwaardige veehouderij – overwegend vertegenwoordigers van de intensieve veehouderij – met de definitie uit te voeten kunnen. We zullen zien.

Bitloos rijden nu ook in zwaardere klassen toegestaan

Bitloos rijden was al enige tijd toegestaan bij wedstrijden in de lichtere dressuurklassen, per 1 april mag het ook tot en met klasse ZZ/zwaar. De KNHS heeft daartoe het wedstrijdreglement voor dressuur gewijzigd. De wijziging gaat in per 1 april 2025. ”Hoewel er op de hogere niveaus niet ontzettend veel bitloos gereden wordt, willen we ruiters die dit wel graag willen de mogelijkheid bieden om hier gebruik van te maken”, aldus disciplinespecialist dressuur Cindy Heijligers. 

Lees ook: Kans op schade door drie hulpmiddelen in paardensport: opzet, tongriem en staartbeugel

Alle koeien met subsidie netjes op een rij in ligboxenstallen

Ligboxenstal met horizontale rechte stangen (Foto Ralf R Pexels photo)

In ligboxenstallen stuurt een omvangrijk stangenstelsel het gedrag van de koeien. Door de toepassing van een zogeheten golfschoftboom, krijgt de koe iets meer ruimte om te gaan liggen en wordt tegelijk het schots en scheef ‘’inparkeren’’ voorkomen. In Overijssel ontvangen melkveehouders subsidie voor deze golfschoftboom. Verbetering van dierenwelzijn anno 2025. De ligplekken blijven zeer beperkt in omvang, maar de koeien liggen wel netjes op een rij en ze poepen en plassen buiten de box.

Koeien leiden in de moderne veehouderij een weinig benijdenswaardig bestaan. Zeker als ze niet naar buiten kunnen, omdat de boer geen weidegang toepast. Dat komt voor als er onvoldoende grond is om de koeien vers gras te laten eten of als de boer vindt dat hij niet genoeg subsidie krijgt. Zonder weidegang speelt het leven van de koeien zich geheel af in zogeheten ligboxenstallen, waar ze kunnen eten, liggen en lopen naar de melkrobot. Veel meer is er vaak niet te doen.

”Toekomst voor ons platteland”

Nu zijn er ook voor dit type melkveehouderij subsidies om het leven van de koeien iets te veraangenamen. Althans, die suggestie wekt de Provincie Overijssel. Daar is voor investeringen een pakket maatregelen beschikbaar, onder het motto ”Toekomst voor ons platteland”. Zo is er ook subsidie voor landbouwers die hun bedrijf willen verduurzamen of het dierenwelzijn willen verbeteren. Het blijkt te gaan om Europese landbouwsubsidies waarop Overijssel aanspraak kan maken. Met meer mogelijkheden voor het natuurlijk gedrag van koeien heeft het allemaal niets te maken. Wel met het wegwerken van allerlei negatieve aspecten die aan het leven in een ligboxenstal verbonden zijn.

Zo worden bij het onderdeel dierenwelzijn matrassen genoemd waar koeien op kunnen rusten. Daar kan de boer subsidie voor krijgen. Of voor diepstrooiselboxen, vernevelingsinstallaties die in de zomer voor verkoeling zorgen en koeborstels. Op de lijst staat eveneens de zogeheten golfschoftboom.

Ligboxenstal met golfschoftbomen (foto Matthias Zomer Pexels photo)

Als de koe wil gaan liggen

Voor wie daar nog nooit van heeft gehoord: toepassing van schoftbomen zegt iets over het leven van een koe in een ligboxenstal. Het zegt tegelijk iets over wat als een verbetering van dat leven wordt beschouwd. Om dat te begrijpen moeten we inzoomen op de koe die wil gaan liggen. Vergelijk het met het inparkeren van de auto op een parkeerterrein waar de vakken niet met strepen op de grond maar met hekken zijn afgebakend. Het vergt heel wat geduld en stuurmanskunst om de auto op z’n plek te krijgen. Denk dan aan de koe. Haar romp is gemiddeld  1.77 m lang en ca. 73 cm breed. Zij moet het doen met een plek van ca. 2.50 bij 1.20 m.

Nu is een koe geen auto. En een parkeerplaats geen stal. De koe heeft wel een extra moeilijkheidsgraad: ze moet niet alleen rekening houden met de ruimte voor en naast zich, maar ook wat zich daarboven bevindt. Zolang ze rechtop staat moet ze goed manoeuvreren om het hoofd niet te stoten aan horizontale ijzeren stangen die tussen verticale ijzeren beugels zijn aangebracht. Die horizontale stangen – schoftbomen genoemd –  dienen om de koe de kop naar beneden te laten zakken en een liggende houding aan te nemen.

Botsingen, kale plekken en verwondingen

Dat leidt geregeld tot botsingen. Vandaar die golfschoftbomen. De oude, rechte schoftbomen veroorzaken kale plekken en verwondingen. Door die oude stangen gaan de koeien vaak ook scheef liggen, waardoor er mest en urine in de ligbox terecht komt. Bovendien is de kans groot dat de koe door iets scheef te liggen de rust van de buurvrouw verstoort.

Golfschoftbomen zijn gebogen stangen die de schofthoogte van de ligbox met 30 cm verhogen. ‘’De koe ondervindt geen hinder meer en verwondingen worden voorkomen’’, zo prijst producent Spinder de stangen aan. ‘’Zij maakt gemakkelijker gebruik van de box en ligt vaker en langer wat de melkproductie en klauwgezondheid ten goede komt. Door de golf in de golfschoftboom heeft de koe veel meer ruimte, staat zij recht in de ligbox en gaat zij ook recht liggen. Hierdoor komt er minder urine en mest in de ligbox terecht. Op die manier blijft de ligbox schoner, kost het minder strooisel en arbeid om de boxen en het uier te reinigen. Het uier is schoner en de infectiedruk is lager, wat resulteert in een betere uiergezondheid.’’

€22.000

Verbetering van dierenwelzijn anno 2025. Smit & Van Dronkelaar uit Nijkerk verkoopt deze golfschoftbomen. Ruwe schatting: een melkveehouder met 150 koeien is er al gauw ruim €22.000 aan kwijt. Zolang het leven van een koe in een ligboxenstal geen pretje is, zal de belastingenbetaler dat er misschien wel voor over hebben. In Overijssel doen ze er in elk geval niet moeilijk over. Wat de koe ervan vindt? Die vraag wordt helaas niet gesteld. Maar het antwoord laat zich raden.

In 2026 einde aan jaarlijks doden van miljoenen eendagshaantjes

Vanaf 2026 komt er een einde aan het doden van miljoenen eendagshaantjes in de eiersector die tafeleieren levert aan de binnenlandse en Duitse markt. ”ZED-eieren” gaan deze tafeleieren heten: Zonder Eendagshaantjes Doden.

Het gaat om naar schatting 6 tot 7 miljoen haantjes, waarvan het leven in een zeer vroeg stadium in het ei wordt beëindigd (voor de 12e dag). Na geslachtsbepaling haalt de broederij de eieren uit de broedmachines. Uitgerekend is dat de kostprijs van een ZED-ei slechts 1,15 cent hoger ligt dan een gewoon ei.

De komst van de ZED-eieren is het resultaat van samenwerking tussen pluimveesector, Dierenbescherming en ministerie van LVVN. Zij hebben een Roadmap opgesteld. Tegen het door de shredder halen of vergassen van pasgeboren haantjes ontstond steeds meer weerstand. Velen zien dat als een van de grootste ethische problemen van de intensieve veehouderij. In Duitsland, Oostenrijk en Frankrijk is het doden van kuikens al verboden. Zwitserse eierproducenten stoppen dit jaar vrijwillig met het doden van haantjes. Andere landen volgen.

Aan de Nederlandse productie van andere eieren dan tafeleieren komt voorlopig geen einde. In totaal worden er in Nederland jaarlijks 40 miljoen haantjes in de legsector gedood.

De geslachtsbepaling in het ei is al enige tijd mogelijk, maar het wachten was nog op toepassing op grote schaal. Om de marktvraag te stimuleren zijn onder meer gesprekken gevoerd met supermarkten (CBL), horeca (KHN) en catering (Veneca).

Kans op schade door drie hulpmiddelen in paardensport: opzet, tongriem en staartbeugel

Het gebruik van opzethulpmiddelen, die hoofd en hals van het paard in een bepaalde houding dwingen, brengt de grootste welzijnsrisico’s met zich mee. De tongriem en staartbeugel staan op plek 2 en 3, van in totaal 26 toegepaste hulp- en trainingsmiddelen in de paardensport die zijn onderzocht op schadelijkheid. Het minste risico op aantasting van het welzijn doet zich voor bij het (correcte) gebruik van een zweep.

(Bericht is bijgewerkt op 28 januari 2025, zie onder)

Dit zijn de uitkomsten van een onderzoek van Aeres hogeschool in Dronten, in opdracht van voormalig landbouwminister Piet Adema. Daarmee gaf hij gehoor aan een door de Tweede Kamer aangenomen motie van Dion Graus (PVV), die in 2020 vroeg om een ”onderzoek naar alle dieronvriendelijke hulp- en trainingsmiddelen door ter zake deskundigen en deze uit te faseren”.


Alleen gebruik middelen bij training onderzocht

Het onderzoek is zo opgezet dat er geen harde conclusies uit kunnen worden getrokken. Het beperkt zich tot het gebruik van middelen bij de training van paarden. Er zijn interviews gehouden met elf trainers uit de disciplines dressuur, draf- en rensport, tuigpaarden en mennen. Zij konden aangeven welke hulp- en trainingsmiddelen volgens hen het meeste welzijnsrisico met zich meebrengen bij correct en niet-correct gebruik.
Aan experts*) met een achtergrond in diergezondheid, diergedrag en dierenwelzijn is vervolgens gevraagd een nadere risico-inschatting te maken. Zij hebben de hulp- en trainingsmiddelen waarover trainers de meeste zorgen hadden, tegen het licht gehouden.

Wel reden voor ernstige twijfel

Vanuit de paardentrainers is geen aanbeveling gekomen om met bepaalde hulp- en trainingsmiddelen te stoppen. De opinie van de experts geeft wel aanleiding om ernstig te twijfelen aan de opzethulpmiddelen, tongband en staartbeugel. De opzethulpmiddelen veroorzaken zelden beschadigingen in de bovenkaak, maar dergelijke middelen zijn mentaal en fysiek wel schadelijk doordat hoofd en hals met een speciaal bit en riempjes vastgezet worden. ”Dit geeft ook spanning in het hele lichaam”, aldus de experts.

Tongriem is ”mentaal begrenzend”

Het tongbandje, dat ervoor moet zorgen dat de tong onder het bit blijft, is een middel dat niet perse schade toebrengt. Wel belemmert het bandje het paard om de druk van het bit te verlichten. De experts sluiten beschadiging van het tongbeen niet uit. ”De verhoogde stress bij gebruik zorgt voor meer speekselaanmaak wat nu juist lastiger weg te slikken is voor het paard. Dit middel is mentaal begrenzend. Er zijn geen natuurlijke uitingen van de tong en waarschijnlijk ook mond mogelijk”.

Staartbeugel

De staartbeugel is vooral een middel voor de show, volgens de experts. De beugel beperkt het staartgebruik en het is niet zeker of deze pijn veroorzaakt. Wel staat vast dat een stuk wervelkolom wordt vastgezet in een onnatuurlijke houding. Dat beperkt een paard in het gebruik van de staart en het hele lichaam. Het paard kan niet meer communiceren met de staart. ”Het gebruik is daarom niet te verantwoorden”, aldus de experts. Er kunnen huidbeschadigingen optreden, ook kan het paard insecten niet wegjagen en beïnvloedt het ‘de mentale gesteldheid’ in negatieve zin.

Volgens staatssecretaris Rummenie van LVVN geven de onderzoeksresultaten geen aanleiding om op dit moment bepaalde hulp- en trainingsmiddelen te verbieden.

Motie voor verbod op dieronvriendelijke middelen aangenomen

Update 28 januari 2025
De Tweede Kamer neemt een motie aan die pleit voor een een verbod op alle dieronvriendelijke hulp- en trainingsmiddelen. De PVV stemt voor en helpt de motie van de PvdD aan een meerderheid. Verwacht wordt dat een volgende stap – een voorstel tot wijziging van de wet – even kansrijk is. De Tweede Kamer zal daartoe wel zelf het initiatief moeten nemen. De huidige bewindslieden op het ministerie van landbouw pakken problemen bij voorkeur aan in overleg met de sector. De Sectorraad Paarden is voor ”een realistisch en werkbaar beleid, gebaseerd op feiten en praktijkervaring, en niet op emotie”. LTO laat weten dat de hippische sector pleit voor een ”eerlijk debat” en noemt de inzet van de motie ”misleidend”.

Bitloos rijden nu ook in zwaardere klassen toegestaan

Bitloos rijden was al enige tijd toegestaan bij wedstrijden in de lichtere dressuurklassen, per 1 april mag het ook tot en met klasse ZZ/zwaar. De KNHS heeft daartoe het wedstrijdreglement voor dressuur gewijzigd. De wijziging gaat in per 1 april 2025. ”Hoewel er op de hogere niveaus niet ontzettend veel bitloos gereden wordt, willen we ruiters die dit wel graag willen de mogelijkheid bieden om hier gebruik van te maken”, aldus disciplinespecialist dressuur Cindy Heijligers. 

*) Wie deze experts zijn, wordt in het onderzoeksrapport niet bekend gemaakt. Het onderzoek onder de experts is uitgevoerd volgens de zogeheten Delphi-methode. Daarin blijven de ondervraagden anoniem.