In de oren van varkens zie je de drang naar data

nature, farm, mammal, close up, nose, piglet, skin, vertebrate, pig, country life, domestic pig, pig like mammal, Free Images In PxHere

(Bron foto: Free Images In PxHere)

Vroeger – nog niet zo heel lang geleden – dienden oormerken uitsluitend voor de identificatie en registratie (I&R) van landbouwhuisdieren. Varkens, koeien, geiten en schapen kregen met behulp van een tang flappen in de oren geprikt met daarop een nummer. Ik herinner me nog de tijd dat we ons druk maakten over de pijn die dat veroorzaakte, het infectiegevaar en het risico op uitgescheurde oren.

Er was een alternatief – de injectabele transponder ter vervanging van oormerken, ofwel de chip – maar dat maakte bij het toenmalige ministerie van landbouw geen schijn van kans. Argument: chips kunnen gaan dwalen door het lichaam en dat kan problemen opleveren bij de slacht. Het verzet bleef. Dierhouders die zich op het standpunt stelden ”Oormerken horen in de la” konden een fikse boete tegemoet zien.

‘Smart farming’

Sindsdien hebben de fabrikanten van oormerken niet stil gezeten. Vooral in de varkensindustrie is ‘smart farming’ big business. Zogeheten radiofrequentie-identificatietags (rfid-tags) kunnen communiceren met een geautomatiseerd voersysteem bij het voeren van individuele varkens in groepsstallen, zodat de varkenshouder precies weet welk varken hoeveel heeft gegeten. Ook is het mogelijk met behulp van rifd-tags het gedrag en de bewegingen van dieren te monitoren.

Elke behandeling die het varken ondergaat – bijvoorbeeld het gebruik van antibiotica – kan worden vastgelegd via een chipje in het oormerk. Alle vastgelegde informatie gaat naar een database waarmee de varkenshouders bij het boerderijmanagement hun voordeel kunnen doen.

Het toevoegen van technische snufjes aan de oormerken gaat zo ver dat je je kunt afvragen of dit wel is toegestaan. Het aanbrengen van oormerken is immers een ingreep die de integriteit van het dier aantast. Dat mag alleen als het gebeurt om een dier te registreren. Sterker nog: de verplichte I&R is de enige juridische grondslag.

Ruimte in wet- en regelgeving

In 2019 zou er ruimte zijn gemaakt in de wet- en regelgeving. *) Voordien moesten varkens die naar de slacht gingen, een zogeheten slachtblik toegediend krijgen. Tot 2019 mochten varkens niet meer dan twee oormerken dragen, een I&R-oormerk en een slachtblik. Sinds 2019 zou volgens de Producenten Organisatie voor de Varkenshouderij (POV) een zogeheten combimerk zijn toegestaan. Niet als derde oormerk, maar als een wit gebruiksmerk en slachtblik in één, voorzien van het nummer van het varkensbedrijf en het volgnummer van het individuele varken. Dat combimerk kan in het ene oor, het I&R-oormerk (”het gele biggenmerk” met het nummer van het bedrijf waar de big is geboren) in het andere. Dat combi-oormerk is belangrijk voor de varkensindustrie, want daaraan kan een rfid-tag worden toegevoegd.

De vraag blijft echter of zo’n opgetuigd combimerk niet in strijd is met het doel van de wet- en regelgeving, die nog altijd niet meer dan twee identificatie-ingrepen toestaat. Of het combi-oormerk onder de wettelijke verplichting tot identificatie valt, is onduidelijk. ”In Nederland mogen oormerken alleen worden aangebracht als deze in de regelgeving verplicht zijn gesteld”, aldus de NVWA desgevraagd. Wat het dubbel ingewikkeld maakt is dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de gebruiksmerken ofwel combimerken van vijf leveranciers heeft erkend (Merko-Dalton, Hut, Schippers, Metagam, MijnBlikken).

D-tag

Nieuw is de zogeheten D-tag, een Nederlands-Taiwanees product dat werkt met een sensor die het gedrag en de temperatuur van varkens registreert. Het lijkt een zelfstandig oormerk, maar dat is het niet. Nieuwe Oogst.nl publiceerde onlangs een artikel over een varkenshouder die de tags gebruikt. Deze tag mag niet als extra ingreep worden aangebracht, dus zit-ie net als de rfid-tag ”verstopt” in een combimerk, maar wel zo dat er een lampje gaat branden als er iets aan de hand is.

Het verzamelen van allerhande data via het oor gaat onverminderd door. De varkenshouder kijkt naar zijn scherm. Of raadpleegt een app om te zien of de varkens genoeg eten, groeien, wat hun lichaamstemperatuur is, of ze voldoende rusten en niet aan de staarten van de andere varkens in het hok bijten. De mens komt er met z’n eigen zintuigen steeds minder aan te pas, communiceert niet meer, reageert alleen nog op signalen. Logisch binnen een varkenshouderij die efficiency hoog in het vaandel heeft staan. Maar vanuit het dier bekeken?

Vanuit het dier bekeken zou het wel fijn zijn als nut en noodzaak van oormerken met en zonder toevoegingen opnieuw worden beoordeeld. Wellicht kan het aantal ingrepen in het oor worden teruggebracht naar één merk waar alles in zit. Wellicht kan het naar nul, als de varkenshouder weer z’n eigen oren en ogen gaat gebruiken. Met duizenden varkens in een stal gaat dat uiteraard niet lukken, maar met enkele tientallen moet dat mogelijk zijn.


Ik heb een vervolgvraag ingediend bij de NVWA: op grond waarvan is het toegestaan om aan oormerken – een ingreep die verplicht is vanwege I&R – allerlei functionaliteiten toe te voegen die niets met I&R te maken hebben?

Razendsnelle reactie van de NVWA (binnen 8 dagen): ”De eisen die aan een oormerk zijn gesteld, verbieden niet dat ook andere functionaliteiten aan een oormerk worden verbonden. Er zijn bijvoorbeeld diverse conventionele oormerken die een chip bevatten ten behoeve van dierherkenning (bij een voercomputer bv). Een dergelijke toevoeging mag uiteraard niet leiden tot een extra ingreep, dus ook niet in het geval van een D-tag.”


*) In de Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 26 april 2019, nr. WJZ/ 19052415, tot wijziging van de Regeling diergeneeskundigen (vrijstelling ingrepen varkens, pluimvee en runderen), is hierover niets terug te vinden. Wel over een voortgaande vrijstelling ingrepen varkens betreffende het slachtblik. Dat zou nog tot 2023 mogen worden toegepast voor varkens die in Duitsland worden geslacht, in afwachting van de komst van een ”elektronisch oormerk”. Wat dat precies inhoudt, staat niet vermeld. Artikel 7.2. Vrijstelling handmatig identificeren varkens met een merk is op 1 juli 2025 komen te vervallen.
In Vleesmagazine wordt de wijziging van de regeling opgevat als vrijbrief voor het elektronische oormerk, in de zin van een digitaal oormerk met een zogeheten RFID-chip. ”Twintig varkenshouderijen hebben nu ontheffing om varkens te leveren zonder een slachtblik. Hiervoor in de plaats hebben de varkens een digitaal oormerk. (…) Zowel het ministerie van LNV en de NVWA staan positief tegenover de digitale identificatie van varkens. Deze pilot zal tot eind 2019 duren. Wanneer de pilot met de RFID-oormerken succesvol is, wordt het slachtblik overbodig.” 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *