PFAS plaatst houders van kippen voor lastig dilemma

Testen of niet? Dat is nog altijd de vraag. Ook nu, na het meest recente advies van het RIVM om maar helemaal geen eieren van hobbykippen meer te eten.

Het RIVM onderzocht de PFAS-gehalten in eieren van 60 locaties. Via de eieren van 31 locaties krijgen mensen al meer PFAS binnen dan de gezondheidskundige grenswaarde als zij 1 ei of minder per week eten. Op 10 locaties kunnen ze maximaal 1 ei per week eten zonder over deze grenswaarde heen te gaan. Op 5 locaties is dit bij maximaal 2 eieren het geval, op 3 locaties bij maximaal 3 en op 2 locaties bij maximaal 4 eieren. Op 9 locaties kunnen mensen elke week meer dan 4 eieren eten zonder de grenswaarde te overschrijden. Aldus het RIVM.

Met andere woorden: wie toch al niet meer dan twee eieren per week at, hoeft zich op 17 van de 60 locaties niet al te veel zorgen te maken. Niettemin komt het RIVM met een algemeen advies om helemaal geen eieren van hobbykippen meer te eten. ”In heel Nederland kunnen particuliere eieren veel PFAS (Per- en polyfluoralkylstoffen) bevatten”.

Deze stoffen zijn schadelijk voor de gezondheid. Kleindierned, overlegplatform van onder meer hobbypluimveehouders, neemt dit advies over. ”Het is treurig maar in heel Nederland zit PFAS in de grond en die kunnen via de wormen in het ei terecht komen.” Kleindierned pleit voor het vrijwel permanent ophokken van hobbypluimvee in een overdekte ren met een droge, harde ondergrond met zand. De dieren zouden 2 to 3 uur per dag (tegen de avond) losgelaten kunnen worden.

Verstrekkend advies

Het verstrekkende advies van RIVM en Kleindierned heeft de maken met andere voedselbronnen die PFAS bevatten, zoals vis, varkensvlees, bewerkt vlees, boter. Ook in snoep, sportdranken, chips en flessenwater komt PFAS voor. En op 20 procent van alle naar Nederland geïmporteerde fruitmonsters zijn residuen van PFAS-pesticiden gevonden.

We krijgen dus al genoeg PFAS binnen. Door eieren van hobbykippen te eten, zou de hoeveelheid tot onverantwoorde hoogten kunnen oplopen. Een vervelende boodschap, maar niet voor iedere houder van hobbypluimvee. Er is namelijk nog altijd een aanzienlijke kans dat de eieren ”schoon” zijn. De enige manier om daar achter te komen is de eieren te laten testen. Voor €270 kan zekerheid worden verkregen. Iets waar sinds het advies van het RIVM dagelijks driehonderd houders van kippen gebruik van maken, meldt Lars Roelofse van testenoppfas.nl.

Rationeel is testen misschien de beste keuze, maar emotioneel staan houders van hobbypluimvee voor een lastig dilemma. Niet weten blijkt soms te verkiezen boven een testuitslag die de idylle van een huishouden met kippen mogelijk wreed kan verstoren. NRC bezocht Alma Huisken in het Groningse Molenrij. ”Ik woon al 21 jaar op heel gezonde grond, waar nooit gif of kunstmest op gekomen is. PFAS in mijn eitjes? Ik ga uit van niet”, aldus Huisken.

Eieren uit de winkel of van de markt

Het RIVM stelt dat eieren uit de winkel of van de markt wel kunnen worden gegeten. Daar zou minder PFAS in zitten. Dit is overigens gebaseerd op twee beperkte onderzoeken. De onderzoeken waarnaar het RIVM verwijst, bevatten geen gegevens per locatie, maar gemiddelden van de onderzochte hoeveelheid eieren van verschillende locaties. Die gemiddelden komen neer op 0,058 tot 0,078 nanogram PEQ per gram. Een fractie van wat er in de eieren van hobbykippen is aangetroffen, waar de concentraties variëren van 0 tot 101 nanogram.

De commerciële eieren waren afkomstig van vrije uitloopbedrijven, biologische bedrijven en scharrelbedrijven (kippen zitten permanent binnen). Verschillen in leefomstandigheden hebben mogelijk de PFAS-concentraties in de eieren van deze kippen beïnvloed, aldus het RIVM. Een vergelijking was volgens het RIVM echter niet mogelijk, ”omdat het aantal geanalyseerde eieren per type te beperkt was of informatie over het type geanalyseerd ei ontbrak in de studies.”

Lees meer: PFAS in eieren van kippen

Vogelgriep ook aangetroffen bij duiven

Lang is gedacht dat duiven niet gevoelig zijn voor vogelgriep. Voor deze dieren gold bij een uitbraak geen ophokplicht. Nu is gebleken dat duiven wel degelijk hoogpathogeen virus bij zich kunnen dragen. Ook het veelvoorkomende H5N1-virus is aangetroffen. Duiven die besmet zijn, vertonen echter geen symptomen.
Chinees onderzoek naar vogelgriep bij duiven (gepubliceerd inViruses) toont aan dat er bij duiven verschillende subtypen van vogelgriep voorkomen. Het is bijzonder opmerkelijk dat alle aangetroffen H5-stammen hoogpathogeen zijn. Dat wil zeggen: zeer ziekmakend. Alleen, duiven vallen niet dood uit de lucht. Maar ze hebben wel veel contact met andere dieren en komen vaak af op boerderijen. Daarom is het essentieel om hier nauwlettend aandacht te besteden bij epidemiologisch onderzoek en te kijken of duiven immuun gemaakt kunnen worden, aldus de onderzoekers.
Vooralsnog gelden er in Nederland alleen maatregelen voor duiven als ze zich binnen een 10-kilometerzone rond een besmet bedrijf bevinden. Duiven mogen dan niet worden vervoerd en ze vallen onder de zogeheten afschermplicht. Wanneer er veel uitbraken van vogelgriep zijn, dan wordt er een landelijk verbod op alle evenementen, tentoonstellingen, en wedstrijden met vogels, dus ook met duiven ingesteld.

SINS: twee derde van biggen lijdt aan pijnlijke ontstekingen

Foto van U of A System Division of Agriculture/Flickr.com. Voor afbeeldingen van SINS ga naar https://www.swineweb.com/animalhealth/understanding-and-addressing-swine-inflammation-and-necrosis-syndrome-sins/

De Nederlandse varkenshouderij moet in 2030 stoppen met het afknippen van staarten van biggen. Dan zouden de varkenshouders het staarbijten onder controle moeten hebben, zodat biggen hun krulstaart kunnen behouden. Maar het is zeer de vraag of dat gaat lukken. Twee derde van de pasgeboren biggen lijdt aan pijnlijke ontstekingen in de staart, oren, poten, hielen, zolen, klauwen, kroonranden, tepels, navel, vulva en gezicht. Biggen bijten elkaar in de staart, zeker als daar de huid is beschadigd.

De ontstekingen komen van binnenuit en kunnen leiden tot het afsterven van de uiteinden van ledematen. Deze ernstige en veelvoorkomende aandoening – het varkensontstekings- en necrosesyndroom (SINS) – wordt al sinds 2018 onderzocht. Tot voor kort was de omvang van deze aandoening een van de best bewaarde geheimen van de varkensindustrie.

Dierenarts Karien Koenders: ‘Het is eigenlijk niet te geloven dat dit zo lang onondekt is gebleven”

Het was varkensdierenarts Karien Koenders van de Lintjeshof die zich afvroeg of de aandoening zich ook op grote schaal voordoet in Nederland. Duitse wetenschappers waren de eersten die in 2020 en 2021 met alarmerende publicaties naar buiten traden. Ze spraken over een nieuw syndroom.

Koenders kwam erachter dat ook in de Nederlandse varkenshouderij sprake is van een groot probleem. Ze onderzocht zo’n 6000 biggen: 64,1% vertoonde zichtbare ontstekingsverschijnselen. ”Het is eigenlijk niet te geloven dat dit zo lang onondekt is gebleven”, zegt ze in het vakblad Pigbusiness van februari 2025.

Andere benadering van staartbijten

Nu varkenshouders aan het experimenteren zijn met het behoud van staarten, komt SINS geregeld ter sprake. Vaak staan de varkenshouders voor een raadsel: waarom bijten in de ene toom biggen wel in de staarten van andere biggen en waarom doen ze dat in de andere toom niet? Nader onderzoek naar SINS geeft aanleiding om het staartbijten op een heel andere manier te benaderen.

Mocht SINS daarbij een overheersende rol spelen, dan moet de oplossing misschien worden gezocht bij de zeug, of bij de fokkerij. En niet, zoals nu vaak gebeurt, in extra afleidingsmateriaal, een andere samenstelling van groepen, meer ruimte, een beter leefklimaat. Ook al komt dat alles het welzijn van de biggen ten goede, het maakt geen einde aan het staartbijten als gevolg van SINS.

Dat SINS in de Nederlandse varkensindustrie net zo omvangrijk is als in andere landen waar vergelijkbaar onderzoek is gedaan, duidt erop dat er ergens iets structureel mis is. Biggen komen niet zo maar met (de aanleg voor) een ernstige aandoening ter wereld.
Koenders richt zich op het metabolisme van dragende zeugen.

Extreme prestaties: minder zeugen, meer biggen

Deze dieren moeten tegenwoordig extreme prestaties leveren. Het aantal biggen in de baarmoeder van een drachtige zeug is ten gevolge van een intensieve selectie op worpgrootte de afgelopen decennia toegenomen tot wel 16-20 *). Deze zeugen hebben enorme hoeveelheden water (meer dan 9 liter per dag) en vezelrijke voeding nodig. Gebrek daaraan leidt tot harde ontlasting. Koenders zag in haar onderzoek een nauwe samenhang tussen SINS bij biggen en deze zogeheten coprostase bij zeugen, in combinatie met een verhoogde lichaamstemperatuur (hittestress).

Andere onderzoekers hebben zich onder meer gericht op de fokkerij en vonden een belangrijke genetische component die verband houdt met SINS. Ze noemen de aandoening erfelijk. Vooral biggen uit Pietrain-nesten blijken vatbaarder. Wel bestaat er genetische variatie binnen dezelfde lijn. Dat zou de mogelijkheid openen om SINS via fokkerij te verminderen.

*) Agrimatie: Het aantal levend geboren biggen per worp is de afgelopen decennia met bijna 40% toegenomen. Van de biggen die levend worden geboren, gaat zo’n 10% voor het spenen dood. Desondanks is het aantal grootgebrachte biggen per zeug per jaar in de afgelopen twee decennia flink gestegen. In 2024 zijn gemiddeld 31,5 biggen grootgebracht per aanwezige zeug, een stijging van 43% ten opzichte van de 22 biggen in 2002.
Steeds minder zeugen moeten de biggenproductie in Nederland op peil houden. Het aantal productieve zeugen is in 2024 met zo’n 16.000 afgenomen tot 737.530 dieren. In 2019 waren dat er nog 892.000. Uitgaande van 31,5 grootgebrachte biggen op jaarbasis per zeug komt dat neer op ruim 23.miljoen biggen. Ongeveer een kwart van deze biggen is bestemd voor de export.

Wetenschappers komen met definitie positief dierenwelzijn

Een internationale groep van wetenschappers heeft een definitie opgesteld van positief dierenwelzijn. Het welzijn van dieren wordt in de definitie niet alleen bepaald door de afwezigheid van pijn, ander ongemak en negatieve ervaringen. Positieve ervaringen zijn onmisbaar. Dierenwelzijn is een toestand waarin een dier een goed en gelukkig leven kan leiden en zich kan ontwikkelen (”floreren”).


”Positief dierenwelzijn kan worden gedefinieerd als toestand waarin het dier floreert door de ervaring van overwegend positieve mentale toestanden en de ontwikkeling van competentie en veerkracht. Positief dierenwelzijn gaat verder dan het verzekeren van een goede fysieke gezondheid en het voorkomen en verlichten van lijden. Het omvat dieren die positieve mentale toestanden ervaren als gevolg van belonende ervaringen, inclusief het hebben van keuzes en kansen om actief doelen na te streven en gewenste resultaten te bereiken.”


De definitie van positief dierenwelzijn is gepubliceerd in Biology Letters. Ethologen, evolutiebiologen, sociale wetenschappers en filosofen, onder wie Laura Webb van Wageningen Universiteit, werkten eraan mee. Webb is naast onderzoeker in Wageningen tevens vice-voorzitter van het Europese onderzoeksnetwerk LIFTing boerderijdierenlevens. Daaraan zijn driehonderd wetenschappers uit 44 landen verbonden.

De opkomst van de term positief dierenwelzijn duidt op een andere benaderingswijze: van het minimaliseren van lijden bij boerderijdieren naar het bevorderen van positieve ervaringen, zoals plezier. Onderzoek op het gebied van positieve ervaringen bij landbouwhuisdieren, aangeduid als positieve emoties, stemmingen of affectieve toestanden, is de laatste jaren sterk toegenomen. Tijd voor een definitie waarover consensus bestaat, vonden de wetenschappers. Wageningen Universiteit heeft nu zelfs een speciaal team voor positief welzijn.

De definitie van positief dierenwelzijn kan behulpzaam zijn bij een nadere invulling van het begrip dierwaardige veehouderij. In dat begrip is immers een positieve emotionele toestand een wezenskenmerk. De vraag is nog wel of de partijen die in Nederland bezig zijn met een convenant dierwaardige veehouderij – overwegend vertegenwoordigers van de intensieve veehouderij – met de definitie uit te voeten kunnen. We zullen zien.

Bitloos rijden nu ook in zwaardere klassen toegestaan

Bitloos rijden was al enige tijd toegestaan bij wedstrijden in de lichtere dressuurklassen, per 1 april mag het ook tot en met klasse ZZ/zwaar. De KNHS heeft daartoe het wedstrijdreglement voor dressuur gewijzigd. De wijziging gaat in per 1 april 2025. ”Hoewel er op de hogere niveaus niet ontzettend veel bitloos gereden wordt, willen we ruiters die dit wel graag willen de mogelijkheid bieden om hier gebruik van te maken”, aldus disciplinespecialist dressuur Cindy Heijligers. 

Lees ook: Kans op schade door drie hulpmiddelen in paardensport: opzet, tongriem en staartbeugel

Alle koeien met subsidie netjes op een rij in ligboxenstallen

Ligboxenstal met horizontale rechte stangen (Foto Ralf R Pexels photo)

In ligboxenstallen stuurt een omvangrijk stangenstelsel het gedrag van de koeien. Door de toepassing van een zogeheten golfschoftboom, krijgt de koe iets meer ruimte om te gaan liggen en wordt tegelijk het schots en scheef ‘’inparkeren’’ voorkomen. In Overijssel ontvangen melkveehouders subsidie voor deze golfschoftboom. Verbetering van dierenwelzijn anno 2025. De ligplekken blijven zeer beperkt in omvang, maar de koeien liggen wel netjes op een rij en ze poepen en plassen buiten de box.

Koeien leiden in de moderne veehouderij een weinig benijdenswaardig bestaan. Zeker als ze niet naar buiten kunnen, omdat de boer geen weidegang toepast. Dat komt voor als er onvoldoende grond is om de koeien vers gras te laten eten of als de boer vindt dat hij niet genoeg subsidie krijgt. Zonder weidegang speelt het leven van de koeien zich geheel af in zogeheten ligboxenstallen, waar ze kunnen eten, liggen en lopen naar de melkrobot. Veel meer is er vaak niet te doen.

”Toekomst voor ons platteland”

Nu zijn er ook voor dit type melkveehouderij subsidies om het leven van de koeien iets te veraangenamen. Althans, die suggestie wekt de Provincie Overijssel. Daar is voor investeringen een pakket maatregelen beschikbaar, onder het motto ”Toekomst voor ons platteland”. Zo is er ook subsidie voor landbouwers die hun bedrijf willen verduurzamen of het dierenwelzijn willen verbeteren. Het blijkt te gaan om Europese landbouwsubsidies waarop Overijssel aanspraak kan maken. Met meer mogelijkheden voor het natuurlijk gedrag van koeien heeft het allemaal niets te maken. Wel met het wegwerken van allerlei negatieve aspecten die aan het leven in een ligboxenstal verbonden zijn.

Zo worden bij het onderdeel dierenwelzijn matrassen genoemd waar koeien op kunnen rusten. Daar kan de boer subsidie voor krijgen. Of voor diepstrooiselboxen, vernevelingsinstallaties die in de zomer voor verkoeling zorgen en koeborstels. Op de lijst staat eveneens de zogeheten golfschoftboom.

Ligboxenstal met golfschoftbomen (foto Matthias Zomer Pexels photo)

Als de koe wil gaan liggen

Voor wie daar nog nooit van heeft gehoord: toepassing van schoftbomen zegt iets over het leven van een koe in een ligboxenstal. Het zegt tegelijk iets over wat als een verbetering van dat leven wordt beschouwd. Om dat te begrijpen moeten we inzoomen op de koe die wil gaan liggen. Vergelijk het met het inparkeren van de auto op een parkeerterrein waar de vakken niet met strepen op de grond maar met hekken zijn afgebakend. Het vergt heel wat geduld en stuurmanskunst om de auto op z’n plek te krijgen. Denk dan aan de koe. Haar romp is gemiddeld  1.77 m lang en ca. 73 cm breed. Zij moet het doen met een plek van ca. 2.50 bij 1.20 m.

Nu is een koe geen auto. En een parkeerplaats geen stal. De koe heeft wel een extra moeilijkheidsgraad: ze moet niet alleen rekening houden met de ruimte voor en naast zich, maar ook wat zich daarboven bevindt. Zolang ze rechtop staat moet ze goed manoeuvreren om het hoofd niet te stoten aan horizontale ijzeren stangen die tussen verticale ijzeren beugels zijn aangebracht. Die horizontale stangen – schoftbomen genoemd –  dienen om de koe de kop naar beneden te laten zakken en een liggende houding aan te nemen.

Botsingen, kale plekken en verwondingen

Dat leidt geregeld tot botsingen. Vandaar die golfschoftbomen. De oude, rechte schoftbomen veroorzaken kale plekken en verwondingen. Door die oude stangen gaan de koeien vaak ook scheef liggen, waardoor er mest en urine in de ligbox terecht komt. Bovendien is de kans groot dat de koe door iets scheef te liggen de rust van de buurvrouw verstoort.

Golfschoftbomen zijn gebogen stangen die de schofthoogte van de ligbox met 30 cm verhogen. ‘’De koe ondervindt geen hinder meer en verwondingen worden voorkomen’’, zo prijst producent Spinder de stangen aan. ‘’Zij maakt gemakkelijker gebruik van de box en ligt vaker en langer wat de melkproductie en klauwgezondheid ten goede komt. Door de golf in de golfschoftboom heeft de koe veel meer ruimte, staat zij recht in de ligbox en gaat zij ook recht liggen. Hierdoor komt er minder urine en mest in de ligbox terecht. Op die manier blijft de ligbox schoner, kost het minder strooisel en arbeid om de boxen en het uier te reinigen. Het uier is schoner en de infectiedruk is lager, wat resulteert in een betere uiergezondheid.’’

€22.000

Verbetering van dierenwelzijn anno 2025. Smit & Van Dronkelaar uit Nijkerk verkoopt deze golfschoftbomen. Ruwe schatting: een melkveehouder met 150 koeien is er al gauw ruim €22.000 aan kwijt. Zolang het leven van een koe in een ligboxenstal geen pretje is, zal de belastingenbetaler dat er misschien wel voor over hebben. In Overijssel doen ze er in elk geval niet moeilijk over. Wat de koe ervan vindt? Die vraag wordt helaas niet gesteld. Maar het antwoord laat zich raden.

In 2026 einde aan jaarlijks doden van miljoenen eendagshaantjes

Vanaf 2026 komt er een einde aan het doden van miljoenen eendagshaantjes in de eiersector die tafeleieren levert aan de binnenlandse en Duitse markt. ”ZED-eieren” gaan deze tafeleieren heten: Zonder Eendagshaantjes Doden.

Het gaat om naar schatting 6 tot 7 miljoen haantjes, waarvan het leven in een zeer vroeg stadium in het ei wordt beëindigd (voor de 12e dag). Na geslachtsbepaling haalt de broederij de eieren uit de broedmachines. Uitgerekend is dat de kostprijs van een ZED-ei slechts 1,15 cent hoger ligt dan een gewoon ei.

De komst van de ZED-eieren is het resultaat van samenwerking tussen pluimveesector, Dierenbescherming en ministerie van LVVN. Zij hebben een Roadmap opgesteld. Tegen het door de shredder halen of vergassen van pasgeboren haantjes ontstond steeds meer weerstand. Velen zien dat als een van de grootste ethische problemen van de intensieve veehouderij. In Duitsland, Oostenrijk en Frankrijk is het doden van kuikens al verboden. Zwitserse eierproducenten stoppen dit jaar vrijwillig met het doden van haantjes. Andere landen volgen.

Aan de Nederlandse productie van andere eieren dan tafeleieren komt voorlopig geen einde. In totaal worden er in Nederland jaarlijks 40 miljoen haantjes in de legsector gedood.

De geslachtsbepaling in het ei is al enige tijd mogelijk, maar het wachten was nog op toepassing op grote schaal. Om de marktvraag te stimuleren zijn onder meer gesprekken gevoerd met supermarkten (CBL), horeca (KHN) en catering (Veneca).

Weinig voortgang in natuurlijke geboorten bij dikbillen; minister Wiersma doet niets

Koeien van vleesrassen lopen rond met een ”rits” in hun flank

Er zit weinig voortgang in natuurlijke geboorten bij dikbillen. Wie in een restaurant een flinke biefstuk bestelt, krijgt hoogstwaarschijnlijk nog altijd een stuk vlees voorgeschoteld van een koe die uitsluitend via een keizersnede een kalf ter wereld kan brengen.

Koeien van zogeheten dubbelgespierde rassen (Belgisch Witblauw of Verbeterd Roodbont A) zijn zo doorgefokt dat hun bekken te smal is voor een normale bevalling van grote kalveren. Een keizersnede is nodig om een kalf eruit te halen. Deze koeien zijn dus in feite niet meer in staat zich zelfstandig voort te planten. Niet alleen de bevruchting, maar ook de verlossing is mensenwerk. Alleen een dierenarts mag keizersneden uitvoeren. (Op de website van het Diergeneeskundig centrum Paterswolde is een fotoreportage te zien. Let op: de beelden kunnen als schokkend worden ervaren).

Het structureel verlossen van kalveren met een keizersnede is het directe gevolg van de eisen die door de mens (de houders) aan deze dieren worden gesteld. Het dier is voor de vleesveehouders niet het uitgangspunt, maar zoveel mogelijk vlees. Dat vlees is een gewild product. Houders van vleesvee én consumenten én dierenartsen zorgen ervoor dat de meeste koeien van genoemde rassen met een ”rits” in hun flank rondlopen.

Dikbillen

De keizersneden worden sinds de jaren zestig van de vorige eeuw uitgevoerd bij runderen van het ras Belgisch Witblauw, de zogeheten dikbillen. Ook koeien van het ras Verbeterd Roodbont type A ondergaan deze ingreep. In het tweede decennium van de 21ste eeuw kwam er vanuit dierenwelzijnsorganisaties steeds meer druk om aan ingrepen bij dieren en dus ook aan de keizersneden een einde te maken. De vleesveehouders vreesden voor imago-schade. In die tijd merkte een woordvoerder van LTO op: “We moeten reëel zijn: de maatschappij en de politiek accepteren niet meer dat kalveren standaard via een keizersnede geboren worden.” 

Plan van Aanpak en project ”Bewust Natuurlijk Luxe”

Eind 2013 heeft de toenmalige PvdA-staatssecretaris van Economische Zaken Sharon Dijksma de sector gevraagd het aantal natuurlijke geboorten bij deze rassen te vergroten. Ze trok daarbij de fluwelen handschoenen aan. Er kwam een Plan van Aanpak, in plaats van een verbod op deze aantasting van de integriteit van het dier. Fokkers zouden gestimuleerd worden om gebruik te maken van stieren die ruimere bekkens vererven. De uitkomst laat zich raden.

In 2014 ondergingen koeien van genoemde rassen nog bij zo’n 85-90% van de geboortes een keizersnede. De afgelopen tien jaar is er met het Plan van Aanpak weinig voortgang geboekt. De doelstelling van 50-60% natuurlijke geboorten in 2035 is buiten het bereik geraakt, constateert Wageningen Universiteit in 2024 in een evaluatie. De verwachting is dat in 2035 niet meer dan een derde van de geboortes zonder keizersnede kan plaatsvinden.

Landbouwminister Femke Wiersma doet niets

Landbouwminister Femke Wiersma die de evaluatie eind januari 2025 op verzoek van de Partij voor de Dieren openbaar heeft gemaakt, trekt niet eens fluwelen handschoenen aan. Ze doet niets. Uit een brief aan de Tweede Kamer valt af te leiden dat ze de keizersneden op hun beloop laat. Ze roept de rasvertegenwoordigers, verenigd in de stamboeken, op om actief aan de slag te gaan en te blijven met het fokprogramma voor natuurlijke geboorten bij dikbillen. Terwijl duidelijk is dat het niet opschiet. De oorspronkelijke doelstelling raakt steeds verder uit zicht.

Het structureel uitvoeren van keizersneden is in Zweden, Denemarken en Zwitserland inmiddels verboden. In Nederland gaat het om naar schatting 10.000 Belgische Blauwe koeien en koeien van het ras Verbeterd Roodbont. Alleen dierenartsen mogen de keizersneden uitvoeren. Maar er zijn ook nog dierverloskundigen actief. Een aantal jaren geleden werd er eentje betrapt. Hij mocht van het Veterinair Tuchtcollege een half jaar geen diergeneeskundige handelingen verrichten en kreeg een voorwaardelijke boete van €5000.

Kans op schade door drie hulpmiddelen in paardensport: opzet, tongriem en staartbeugel

Het gebruik van opzethulpmiddelen, die hoofd en hals van het paard in een bepaalde houding dwingen, brengt de grootste welzijnsrisico’s met zich mee. De tongriem en staartbeugel staan op plek 2 en 3, van in totaal 26 toegepaste hulp- en trainingsmiddelen in de paardensport die zijn onderzocht op schadelijkheid. Het minste risico op aantasting van het welzijn doet zich voor bij het (correcte) gebruik van een zweep.

(Bericht is bijgewerkt op 28 januari 2025, zie onder)

Dit zijn de uitkomsten van een onderzoek van Aeres hogeschool in Dronten, in opdracht van voormalig landbouwminister Piet Adema. Daarmee gaf hij gehoor aan een door de Tweede Kamer aangenomen motie van Dion Graus (PVV), die in 2020 vroeg om een ”onderzoek naar alle dieronvriendelijke hulp- en trainingsmiddelen door ter zake deskundigen en deze uit te faseren”.


Alleen gebruik middelen bij training onderzocht

Het onderzoek is zo opgezet dat er geen harde conclusies uit kunnen worden getrokken. Het beperkt zich tot het gebruik van middelen bij de training van paarden. Er zijn interviews gehouden met elf trainers uit de disciplines dressuur, draf- en rensport, tuigpaarden en mennen. Zij konden aangeven welke hulp- en trainingsmiddelen volgens hen het meeste welzijnsrisico met zich meebrengen bij correct en niet-correct gebruik.
Aan experts*) met een achtergrond in diergezondheid, diergedrag en dierenwelzijn is vervolgens gevraagd een nadere risico-inschatting te maken. Zij hebben de hulp- en trainingsmiddelen waarover trainers de meeste zorgen hadden, tegen het licht gehouden.

Wel reden voor ernstige twijfel

Vanuit de paardentrainers is geen aanbeveling gekomen om met bepaalde hulp- en trainingsmiddelen te stoppen. De opinie van de experts geeft wel aanleiding om ernstig te twijfelen aan de opzethulpmiddelen, tongband en staartbeugel. De opzethulpmiddelen veroorzaken zelden beschadigingen in de bovenkaak, maar dergelijke middelen zijn mentaal en fysiek wel schadelijk doordat hoofd en hals met een speciaal bit en riempjes vastgezet worden. ”Dit geeft ook spanning in het hele lichaam”, aldus de experts.

Tongriem is ”mentaal begrenzend”

Het tongbandje, dat ervoor moet zorgen dat de tong onder het bit blijft, is een middel dat niet perse schade toebrengt. Wel belemmert het bandje het paard om de druk van het bit te verlichten. De experts sluiten beschadiging van het tongbeen niet uit. ”De verhoogde stress bij gebruik zorgt voor meer speekselaanmaak wat nu juist lastiger weg te slikken is voor het paard. Dit middel is mentaal begrenzend. Er zijn geen natuurlijke uitingen van de tong en waarschijnlijk ook mond mogelijk”.

Staartbeugel

De staartbeugel is vooral een middel voor de show, volgens de experts. De beugel beperkt het staartgebruik en het is niet zeker of deze pijn veroorzaakt. Wel staat vast dat een stuk wervelkolom wordt vastgezet in een onnatuurlijke houding. Dat beperkt een paard in het gebruik van de staart en het hele lichaam. Het paard kan niet meer communiceren met de staart. ”Het gebruik is daarom niet te verantwoorden”, aldus de experts. Er kunnen huidbeschadigingen optreden, ook kan het paard insecten niet wegjagen en beïnvloedt het ‘de mentale gesteldheid’ in negatieve zin.

Volgens staatssecretaris Rummenie van LVVN geven de onderzoeksresultaten geen aanleiding om op dit moment bepaalde hulp- en trainingsmiddelen te verbieden.

Motie voor verbod op dieronvriendelijke middelen aangenomen

Update 28 januari 2025
De Tweede Kamer neemt een motie aan die pleit voor een een verbod op alle dieronvriendelijke hulp- en trainingsmiddelen. De PVV stemt voor en helpt de motie van de PvdD aan een meerderheid. Verwacht wordt dat een volgende stap – een voorstel tot wijziging van de wet – even kansrijk is. De Tweede Kamer zal daartoe wel zelf het initiatief moeten nemen. De huidige bewindslieden op het ministerie van landbouw pakken problemen bij voorkeur aan in overleg met de sector. De Sectorraad Paarden is voor ”een realistisch en werkbaar beleid, gebaseerd op feiten en praktijkervaring, en niet op emotie”. LTO laat weten dat de hippische sector pleit voor een ”eerlijk debat” en noemt de inzet van de motie ”misleidend”.

Bitloos rijden nu ook in zwaardere klassen toegestaan

Bitloos rijden was al enige tijd toegestaan bij wedstrijden in de lichtere dressuurklassen, per 1 april mag het ook tot en met klasse ZZ/zwaar. De KNHS heeft daartoe het wedstrijdreglement voor dressuur gewijzigd. De wijziging gaat in per 1 april 2025. ”Hoewel er op de hogere niveaus niet ontzettend veel bitloos gereden wordt, willen we ruiters die dit wel graag willen de mogelijkheid bieden om hier gebruik van te maken”, aldus disciplinespecialist dressuur Cindy Heijligers. 

*) Wie deze experts zijn, wordt in het onderzoeksrapport niet bekend gemaakt. Het onderzoek onder de experts is uitgevoerd volgens de zogeheten Delphi-methode. Daarin blijven de ondervraagden anoniem.

Dieren zijn geen dozen die je op elkaar kunt stapelen

Foto Flickr/Marcia O’Connor

Het woord veestapel roept bij mij steeds meer weerzin op. Het is in de intensieve veehouderij, maar ook daarbuiten, een veelvuldig gebruikt begrip. Mijn groeiende aversie gaat gepaard met beelden. In plaats van grafieken, waarin de ontwikkeling van het aantal stuks vee (ook zoiets) is weergegeven, zie ik op elkaar gestapelde dieren voor me. Een berg koeien, een bult varkens, een enorme hoop kippen.

Anders dan de ware betekenis van het woord veestapel, dat verwijst naar het aantal levende dieren op agrarische bedrijven, denk ik vooral aan dode dieren. Zoals in de MKZ-tijd, toen in Engeland dode koeien in een massagraf werden gestort en vervolgens in brand gestoken. Of ik denk aan de dode kippen uit een met vogelgriep besmet bedrijf, die met een shovel in een container worden gestort.

Woorden reduceren dieren tot dingen

De woorden veestapel en stuks vee mogen wat mij betreft op de zwarte lijst. Los van mijn associaties, ze reduceren dieren teveel tot dingen. Het gebruik van deze woorden duidt op een ontkenning van het dier als individu. Dat is in strijd met algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten. Dieren kun je niet stapelen alsof het dozen zijn. Zet een varken bovenop een ander varken en het springt er geheid vanaf. Plaats een hen op de rug van een andere hen en beiden gaan luid kakelend ieder hun eigen weg.

Stapelgedrag

Hoewel? Wat lees ik nu weer? Leghennen in scharrelstallen vertonen stapelgedrag. O, jee. Het stapelen – in het Engels smothering of pilling genoemd – doen ze zelf. Soms wel een paar keer per dag. Dan rennen en vliegen ze, net als een menigte mensen in paniek, ineens allemaal dezelfde kant op, om vervolgens bovenop elkaar ergens in een hoek van de stal te eindigen. Lang niet alle leghennen overleven dit soort wilde acties. De kippen die onder liggen, worden doodgedrukt.

Het is een fenomeen dat tot dusver veel te weinig aandacht krijgt. Het manifesteert zich namelijk op grote schaal, sinds de afschaffing van de kooihuisvesting, in stallen waar kippen in groten getale kunnen scharelen. De meest omvangrijke analyse laat zien dat het zich in alle 12 onderzochte groepen voordeed: de kippen vertoonden meer dan vier keer per dag stapelgedrag, dat ongeveer drie kwartier aanhield. Het is een lastig bijverschijnsel in een veehouderij die probeert van een negatief label af te komen en met mooie keurmerken om de gunst van de consument dingt. Het imago van de kooivrije legsystemen staat op het spel.

Het pluimvee laat zich niet vrijwillig stapelen

Wetenschappers zoeken nog naar een oorzaak van het gedrag van de leghennen. Duidelijk is dat het pluimvee zich niet vrijwillig laat stapelen. Mogelijk heeft het een genetische achtergrond. Er is nogal wat gesleuteld aan leghennen om ze 600 eieren in 120 weken te laten leggen. Maar ook de omstandigheden in de scharrelstallen zijn in beeld. Angst en stress worden genoemd, evenals de omgevingstemperatuur en de aanwezigheid van verlichting. En niet te vergeten de groepsgrootte. Een stal voor leghennen, ook die met vrije uitloop, herbergt met gemak 12.000 tot 18.000 kippen, ondergebracht in compartimenten van maximaal 6.000 dieren. Dat schrijft althans het Beter Leven-keurmerk 3 sterren voor.

Van der Plas: ”Kippen vinden het fijn om dicht bij elkaar te zitten”

Ik moet denken aan een uitzending van Beau, ruim drie jaar geleden. Niemand minder dan Caroline van der Plas van BBB zat daar om te betogen dat het houden van massa’s kippen in een stal helemaal niet erg is. ”Een kip is een prooidier, ze vinden het heel fijn om dicht bij elkaar te zitten”, zei ze, wijzend op een foto van het veelgeprezen bedrijf Kipster. De foto toonde op de voorgrond wat scharrelende kippen op enige afstand van elkaar, daarachter zaten de kippen dicht opeengepakt. Van der Plas zei het ‘’framing’’ te vinden wanneer dat als iets negatiefs wordt neergezet.

Een Vandaag liet vervolgens Rebecca Nordquist, docent dierwelzijn van de Universiteit van Utrecht aan het woord. ”Als je de kip zou vragen, zou die in kleinere groepen gehuisvest willen worden”, zei ze. ”Een kip of 20, maar ik denk dat dat gewoon niet economisch haalbaar is”. Ruud Zanders van Kipster geeft op de bedrijfswebsite volmondig toe: “Wij hebben geleerd dat commerciële diervriendelijke veehouderij zo goed als onmogelijk is. Want hoe je het ook wendt of keert, je ontneemt het dier de vrijheid zich natuurlijk te gedragen en uiteindelijk laat je het slachten.”