Vraag: wat is het best verstopte onderwerp in de nieuwe zuivelcampagne, gericht op groep 7 en 8 van het Nederlandse basisonderwijs? Antwoord: het is even zoeken, maar bij de digibordopdrachten vinden we de kalveren.
De Zuivelkrant, die speciaal is ontworpen voor 10 tot 12-jarigen, schetst een beeld van een sector waar we volgens de makers trots op moeten zijn. Op zich niks mis mee. Zeker niet als het de jongeren ertoe brengt hun favoriete suikerdrankjes in te ruilen voor een pakje halfvolle melk. De promotie die de krant maakt voor de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum is mooi meegenomen. Ook al grijpt de campagne terug op het aloude principe van ‘’Melk moet’’. Niet letterlijk, maar de boodschap is wel dat zuivel vol voedingsstoffen zit, waar we niet zonder kunnen. Ook vegetariërs doen er volgens de campagnemakers goed aan melk te drinken en kaas te eten. Zelfs een bakje vla mag af en toe.
Desinformatie
Zoals vaker in de voedingsindustrie gaat de promotie jammer genoeg weer gepaard met de verkondiging van desinformatie. Zie de opdracht: ‘’In het broedseizoen laten we het gras langer staan voor de …………………………………………….. . Zo zijn de eieren en de jonge vogels beschermd.’’ Of deze: ‘’Koeien eten vooral gras en ook mais dat op de boerderij groeit. Voor het groeien van gras en mais gebruikt de boer mest van zijn koeien. Boeren sluiten zo de kringloop op het bedrijf, en dat is beter voor het ………………………………. .’’
Geen woord over het verdwijnen van de grutto en het mestoverschot. Dat laten we aan de natuurjongens en -meisjes over, zullen ze bij ZuivelNL – verantwoordelijk voor de campagne – hebben gedacht. Bij ZuivelNL zijn ze van de koeborstels, melkrobotten, zonnepanelen op het dak, windmolen naast de stal, ligbedden voor de koe. En het zoontje van de boer mag op een quad een paar emmers voer naar een groepje kalveren achterin de wei brengen, zo is in een video te zien.
Verrek ja, de kalveren. Daar draait het toch om als je het over zuivel hebt? Maar potdikkie, waar staat iets over de kalveren? Op de website van Zuivelonline vinden we bij de lespakketten een gezellige poster ‘’Natuurlijk zuivel’’, met een afbeelding van een modelboerderij. Daar staan ook twee kalver-iglo’s en binnenin de stal ligt een kalf in het stro, met een zorgzame moederkoe erbij. Helemaal genegeerd worden de kalveren dus niet, maar wat wil ZuivelNL onze jeugd hierover bijbrengen?
Het is even zoeken, maar het antwoord van ZuivelNL zit verstopt in de digibordopdrachten.
KALVEREN Als kalveren worden geboren krijgen ze een fijn plekje met stro. Waarom gaan ze niet gelijk naar de andere koeien?
A Omdat ze beschermd moeten worden tegen ziektes B Omdat ze nog niet kunnen lopen C Omdat ze de eerste 4 weken nog niks kunnen zien
Vraag: waarom staat het echte antwoord hier niet bij?
Er zijn sterke aanwijzingen dat bijen spelen omdat ze het leuk vinden
Er zijn steeds meer aanwijzingen dat zeer breed scala aan dieren – alle gewervelde dieren en veel ongewervelde dieren – beschikken over een vorm van bewustzijn. Het onderzoek is zo ver gevorderd dat wetenschappers de tijd rijp vonden voor een gezamenlijke verklaring: deThe New York Declaration on Animal Consciousness.
De Verklaring van New York volgde op een conferentie in april over het vermogen van dieren om bewuste ervaringen mee te maken. Experts uit de hele wereld kwamen bijeen om de stand van wetenschap te bespreken. Ook de belangrijkste punten van overeenstemming en onenigheid passeerden de revue. De deelnemers vertegenwoordigden de neurowetenschappen, psychologie, evolutiebiologie, dierenwelzijn/diergeneeskunde, sociale wetenschappen en geesteswetenschappen.
Brede overeenstemming
Brede overeenstemming was er over het toekennen van bewuste ervaringen aan andere zoogdieren dan mensapen en aan vogels. Daarvoor bestaat ”sterke wetenschappelijke ondersteuning.” Volgens de Verklaring van New York hebben bovendien alle gewervelde dieren (inclusief reptielen, amfibieën en vissen) en veel ongewervelde dieren (waaronder op zijn minst koppotige weekdieren, tienpotige schaaldieren en insecten) een ”realistische mogelijkheid van een bewuste ervaring”.
De ondertekenaars van de Verklaring van New York spreken over een nieuw beeld van dierlijk bewustzijn. De gevolgen van dit inzicht zijn volgens hen verstrekkend. Bij alle beslissingen die deze dieren aangaan, moeten we aan de hand van de huidige stand van wetenschap nagaan wat die betekenen voor de bewuste ervaringen van het dier en welke risico’s die hebben voor het welzijn. De aard van bewustzijn wordt nog steeds fel betwist, maar in genoemde formuleringen konden de wetenschappers zich herkennen.
Tot dusver hebben meer dan 500 wetenschappers de Verklaring van New York ondertekend, onder wie Maarten Reesink en Paul Dekker van de Universiteit van Amsterdam, Bernice Bovenkerk van Wageningen Universiteit, Rebecca Nordquist van de Universiteit Utrecht en Martijn Egas van de Universiteit Groningen.
Verklaring van Cambridge (2012)
De Verklaring van New York is een vervolg op de Verklaring van Cambridge over bewustzijn uit 2012. Daarop kwam destijds veel kritiek, onder anderen van de Britse biologe en ethologe Marian Stamp Dawkins. Zij vindt dat er een duidelijk onderscheid moet worden gemaakt tussen wetenschap en politiek. Het wetenschappelijk onderzoek moet aan de hoogste standaarden voldoen en daarbij kunnen geen concessies worden gedaan, schrijft zijn in een artikel over het wetenschappelijk onderzoek naar het vermogen van dieren om gevoelens en bewustzijn te ervaren. Veel vragen zijn nog onbeantwoord. ”We moeten weerstand bieden aan de verleiding om morele zekerheid te verwarren met wetenschappelijke zekerheid”, aldus Dawkins. ”Beleid gebaseerd op wetenschappelijk bewijs is gewenst, maar op beleid gebaseerd bewijs is dat niet”. Haar naam ontbreekt op de lijst met ondertekenaars van de Verklaring van New York.
Couperen varkensstaarten toe aan toetsing door de rechter
Artikel 2.3. van het Besluit Diergeneeskundigen is zo langzamerhand rijp voor een toetsing door de rechter. Het gaat onder meer over varkenstaarten. Als varkens nog biggen zijn, gaan die staarten er al af. Anders ontstaat er in de overvolle varkenshokken een bloedbad ten gevolge van staartbijten. Een routinemaatregel, op alle gangbare varkensbedrijven.
Maar: ingrepen mogen niet. Voor staarten couperen geldt weliswaar een uitzondering, maar onder voorwaarden. De EU heeft die voorwaarden vrij strak omschreven in een richtlijn met minimumnormen ter bescherming van varkens (2008/120). Nederland heeft van deze richtlijn een ”aanwijzing voor toegestane ingrepen” voor dierenartsen gemaakt. De aanwijzing is wat de voorwaarden betreft soepeler geformuleerd dan de Europese wettekst. De vraag is of dat wel in overeenstemming is met de EU-richtlijn.
De EU richtlijn stelt: “Het couperen van staarten en het verkleinen van de hoektanden mogen niet als routinemaatregel worden uitgevoerd, maar alleen wanneer bepaalde kwetsuren van spenen bij zeugen of van oren en staarten bij andere varkens zijn geconstateerd. Voordat tot deze ingrepen wordt besloten, moeten maatregelen worden getroffen om staartbijten en andere gedragsstoornissen te voorkomen, de omgeving en de varkensdichtheid in aanmerking genomen. Hiertoe moeten ontoereikende omgevingsfactoren of beheersystemen worden aangepast”.
Het Nederlandse artikel 2.3 van het besluit diergeneeskundigen stelt dat het verwijderen van een deel van de staat is toegestaan, mits:
1° het dier niet ouder is dan vier dagen;
2° kwetsuren van spenen bij zeugen of van oren en staarten bij andere varkens zijn geconstateerd, en
3° getroffen maatregelen, waaronder het aanpassen van omgevingsfactoren of beheerssystemen, waarbij de omgeving en de varkensdichtheid in aanmerking worden genomen en die dienen ter voorkoming van staartbijten en andere gedragsstoornissen, niet werkzaam zijn gebleken.
De laatste toevoeging (dat getroffen maatregelen ‘niet werkzaam zijn gebleken”) biedt anders dan de EU-richtlijn, een uitweg.
Waarom wordt er niet gehandhaafd?
Iedereen die is begaan met het lot van de varkens in de industrie, vraagt zich al tijden af waarom artikel 2.3 niet leidt tot handhaving door de NVWA. Durft deze instantie niet op te treden? Mag de NVWA niet optreden? Kan de NVWA niet optreden? Hoe zit dat? Tot dusver is het antwoord van opeenvolgende ministers steeds geweest: de staarten moeten er wel af, uit dierenwelzijnsoverwegingen. Maar met steeds de toevoeging: aan het uitfaseren van het couperen wordt gewerkt.
In 2030 is het afgelopen met het gedogen, heeft voormalig landbouwminister Carola Schouten beloofd. Om dat proces te versnellen diende voormalig D66-kamerlid Tjeerd de Groot op 12 september 2023 een motie in voor een verbod per 1 januari 2025 op alle ingrepen, ”tenzij medisch noodzakelijk”. De motie is aangenomen. SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66 en de PVV stemden voor.
Een motie kan echter in een la verdwijnen. Ook de kanttekening ’tenzij medisch noodzakelijk” biedt nog altijd een uitweg. Dierenartsen geven al jaren verklaringen af aan varkenshouders met de mededeling dat staartcouperen, ofwel afbranden, noodzakelijk is (Handhavingsprotocol Hokverrijking). Dus informeerde de fractie van de PvdD in de Eerste Kamer, getergd door de gang van zaken rond het amendement Vestering, op 3 april 2024 maar weer eens bij toenmalig minister Adema.
Volgens de leden van de PvdD-fractie is in de EU-richtlijn specifiek aangegeven dat het couperen (afbranden) van staarten en het verkleinen van de hoektanden niet als routinemaatregel mag worden uitgevoerd. Zij vroegen Adema aan te geven in welke Nederlandse wettelijke voorschriften dat verbod is herhaald en uitgewerkt. EU-landen moeten namelijk richtlijnen omzetten in nationale wetgeving die tot het gestelde doel leiden
Adema zette deur op kier voor toetsing door rechter
Je zou denken: dat is vragen naar de bekende weg. En dat is het in zekere zin ook. In een brief van 14 maart 2024 had Adema al in antwoord op een vergelijkbare vraag verwezen naar artikel 2.3 van het Besluit diergeneeskundigen. Hij voegde eraan dat het couperen van staarten aan voorwaarden is gebonden. De varkenshouder moet maatregelen treffen om staartbijten of andere gedragsstoornissen te voorkomen, zoals aanpassingen in de huisvesting (in de vorm van verrijkingsmateriaal of het verbeteren van het stalklimaat), voeding en het dagelijks management, of ”zonodig het aanpassen van de dierdichtheid”.
Alleen als dergelijke genomen maatregelen niet effectief zijn gebleken, is aan een van de voorwaarden voldaan om de ingreep te mogen verrichten. Maar, voegde Adema toe: ”De veehouder is niet gehouden om eerst de dierdichtheid aan te passen. De houder kan ook andere – wellicht meer effectieve – maatregelen nemen om gedragsstoornissen te voorkomen. Er is geen blauwdruk van welke maatregelen een veehouder moet treffen om staartbijten te voorkomen. De aanpak moet bovendien worden afgestemd op de bedrijfsspecifieke omstandigheden, zodat effectieve maatregelen worden genomen. Die kunnen per bedrijf verschillen. Dit levert in de praktijk veel onduidelijkheid op.”
Dat die onduidelijkheid voortvloeit uit de formulering van artikel 2.3 zelf, erkende Adema in zekere zin, zo bleek uit de antwoorden op vragenvan drie weken later. Daarin verwees hij namelijk alleen nog naar de Europese richtlijn. Een ingreep als couperen van varkensstaarten mag alleen als aan de in richtlijn 2008/120 genoemde voorwaarden is voldaan. Routinematig staarten couperen is dus niet toegestaan. Adema zette hiermee de deur op een kier voor een gang naar de rechter. Als die deur succesvol wordt geopend, zou dat wel eens per direct het einde kunnen betekenen van deze ingreep op al die bedrijven die nagelaten hebben omgevingsfactoren of beheersystemen aan te passen om staartbijten te voorkomen.
Update augustus 2024: Varkens in Nood maakt bekend dat er al in maart 2023 een verzoek is ingediend bij de NVWA om handhavend op te treden bij vijf varkenshouderijen. De NVWA wijst het verzoek af. In april 2024 maakt Varkens in Nood de zaak aanhangig bij de rechter. Het gaat inmiddels om vijf varkenshouderijen. De rechter oordeelt op 11 februari 2025 op procedurele gronden dat eerst alle bezwaarprocedures moeten worden afgerond. De bezwaarschriften lagen bij toenmalig minister Wiersma. Zij moest er eerst nog een beslissing over nemen. Wiersma was op dat moment bezig met het opstellen van een AMvB voor een dierwaardige veehouderij. De verplichting om te stoppen met couperen gaat in per 2027, zo blijkt. Dat wordt overigens weer enigszins afgezwakt door de bepaling dat per 2030 een dierenarts nadat er staarten zijn gecoupeerd een verbeterplan moet opstellen met maatregelen ter voorkoming van staartbijten en andere gedragsstoornissen. Dat lijkt een nieuwe escape om het verbod te omzeilen. In de Toelichting op de AMvB houdt Wiersma vast aan de afspraak die eerder met de varkenssector is gemaakt om pas per 2030 te stoppen met couperen. Maar ze kondigt ook een evaluatie aan om te kijken of dat haalbaar is.
Wetenschappelijk onderzoek
Een juridische procedure heeft zeker kans van slagen. Aan effectieve maatregelen ter voorkoming van staarbijten geen gebrek, zo blijkt uit talrijke wetenschappelijke onderzoeken. In 2017 heeft de Europese Commissie een overzicht gemaakt. Er zijn haalbare oplossingen voorhanden, zei Hans Spoolder, senior wetenschapper van Wageningen Livestock Research, twee jaar later. “Nederland zal moeten bewegen. Ik snap dat boeren tijd nodig hebben om hun varkenshouderij aan te passen. Maar 2030 is te laat.”
Dierenbescherming: in 2030 stoppen met couperen
Voor de Dierenbescherming is 2030 een acceptabele deadline. Voor de Beter Leven keurmerk-varkens wordt als eis gesteld dat per 2026 alle varkenshouders die onder dit keurmerk vallen, aan de slag gaan met een ”plan van aanpak over hoe toe te werken naar lange staarten”.
In bestuurlijk Nederland kennen we ze al wat langer: de zij- en hoofdtafels. Ze staan meestal opgesteld in Den Haag, op een ministerie. Aan die tafels zijn onder meer klimaatafspraken gemaakt. Geen bindende afspraken, maar de gasten aan de klimaattafels deden wel toezeggingen, of ze legden intentieverklaringen af. In elk geval iets waarmee een minister politiek gezien goede sier kon maken.
De tafels zijn een betrekkelijk nieuw fenomeen in ons polderlandschap. De overheid zet ze neer om betrokkenen bij een bepaald onderwerp met elkaar van gedachten te laten wisselen of te laten onderhandelen. Dat gebeurt doorgaans in aanwezigheid van ambtenaren. Een kopstuk fungeert als gastheer.
Het gaat aan die tafels om thema’s die moeilijk liggen. Vraagstukken die moeten worden aangepakt, maar waar een ministerie geen grip op heeft. De klassieke lobby blijkt minder geschikt voor complexe maatschappelijke processen. Vooral als de zogeheten ”stakeholders” – de traditionele belangenbehartigers – vanuit de maatschappij de nodige tegenwind krijgen. Als actiegroepen zich beginnen te roeren, als er rechtszaken dreigen en de heersende schaduwmacht in het nauw komt. Dan worden de tafels tevoorschijn gehaald.
De gasten aan de tafels hebben geen beslissingsmacht. Die ligt in onze democratie nog altijd bij de Tweede Kamer. Maar wat er van die tafels komt, heeft wel degelijk grote invloed. Zeker als er een gastheer is, die de uitkomsten goed weet te vertolken. Neem Elbert Roest van het convenant dierwaardige veehouderij. Hoewel hij er niet in is geslaagd met alle betrokkenen aan tafel binnen de gestelde termijn tot een overeenkomst te komen, heeft hij toch heel wat bereikt, vindt hijzelf. En dat mag zijn opdrachtgever, de minister van LNV, best uitventen. Die heeft volgens Roest in elk geval voldoende aangereikt gekregen om ”stappen te zetten”. Zo kan er dus dankzij de tafels beleid worden gemaakt. Gelegitimeerd door buitenparlementair draagvlak. Als dat er eenmaal is of de suggestie kan worden gewekt dat partijen het eens zijn, is het werk gedaan. De volksvertegenwoordiging mag er dan een plasje over doen.
Geheimzinnigheden aan een tafel over dierenwelzijn
Op 29 februari liet Roest tijdens een zogeheten ”Ronde tafel” – een speciale en meestal zeer nuttige informatiebijeenkomst voor onze volksvertegenwoordigers – weten dat hij met zijn tafel ”dierwaardigheid” een heel eind was gevorderd. Ook al was één van de gasten van tafel weggelopen (de pluimvee-industrie) en waren de gesprekken voorlopig beëindigd, de tafel had wel een gezamenlijk document opgeleverd voor een toekomstig regeerakkoord. Dat de gasten verder de kaarten tegen de borst hielden, vond Roest geen probleem. Zeker, de gasten uit de varkenshouderij en melkveehouderij hadden sectorplannen gemaakt, die moeten leiden tot meer dierwaardigheid. Maar wat deze precies inhouden, is nog onbekend. Roest nodigde de Kamerleden uit een keertje aan te schuiven, ”in een besloten setting”.
Vreemd, merkwaardig, een beetje geheimzinnig ook. Andere deelnemers aan de informatiebijeenkomst lieten de gebruikelijke geluiden horen. Er zijn progressieven die liefst zo snel mogelijk verandering willen. En er zijn conservatieven die vooral hun verdienmodel in de gaten houden. Elbert Roest laveerde daar zo’n beetje tussendoor en maakte duidelijk dat hij voor zijn opdrachtgever eruit had gehaald wat erin zit. Verandering van de veehouderij is noodzakelijk, maar niet te radicaal graag. Het moet wel kunnen, haalbaar en betaalbaar zijn. Anders haken de gasten die nodig zijn voor die verandering subiet af.
Sturingsinstrument
Zo functioneert onze democratie tegenwoordig. In plaats van uitvoering te geven aan een democratisch tot stand gekomen wetswijziging die een ingrijpende verandering van de veehouderij beoogt (het amendement Vestering, inmiddels ex-Partij voor de Dieren), halen een minister en zijn ambtenaren een tafel tevoorschijn om ieder die daarbij betrokken is zijn zegje te laten doen. Dat lijkt heel redelijk, maar zo’n tafel is niets anders dan een sturingsinstrument. Het haalt het proces van wetgeving en uitvoering weg bij het parlement en plaatst de volksvertegenwoordigers vervolgens voor een fait accompli.
Ondertussen neemt de onvrede in het parlement over tafelgasten die op de achtergrond meebesturen toe. Vooral Sandra Beckerman van de SP, gepokt en gemazeld door toeslagenaffaire en Groninger gasdebacle, liet tijdens een Kamerdebat over dierwaardigheid haar ongenoegen daarover blijken. Ze wil niet weer het verwijt krijgen dat ze met iets heeft ingestemd waar ze niet achter staat, zei ze, doelend op een voorstel van Tjeerd de Groot (D66) en Thom van Campen (VVD).
Deze twee Kamerleden kwamen, zich beroepend op hun taak als medewetgever, met een alternatief voor het amendement Vestering. Het voorstel van D66 en VVD houdt een compromis in. Het moet acceptabel zijn voor de gasten aan tafel en tegelijk de linkerflank in het parlement tevreden stellen. Op die flank circuleert ook een amendement van Esther Ouwehand (Partij voor de Dieren). Het is enerzijds een zeer gedetailleerde aanvulling op het amendement Vestering en anderzijds een tegemoetkoming aan de tafelgasten. De aanpassing van houderijsystemen aan dieren hoeft niet morgen, maar pas in 2040 volledig te zijn gerealiseerd.
Wirwar aan amendementen
Laten we de wirwar aan amendementen positief bekijken: de Tweede Kamer is kennelijk geschrokken van de gang van zaken rond het amendement Vestering en probeert zijn verantwoordelijkheid terug te pakken. Zelfs van de rechterzijde (Eline Vedder – CDA en André Flach – SGP) kwam er een amendement. Dat beoogt overgangstermijnen in acht te nemen bij het stellen van nadere regels aan de veehouderij. De indieners van dit amendement willen een redelijke terugverdientijd voor investeringen die dierhouders geacht worden te doen.
Net als drie jaar geleden is de toekomst van de veehouderij gespreksonderwerp in de kabinetsformatie. Toen rolde daar met medewerking van D66 het idee van een convenant uit, om zo het amendement Vestering op de lange baan te kunnen schuiven. Nu liggen er concrete plannen om het amendement definitief te elimineren, maar ook om het te concretiseren. De PVV, altijd warm pleitbezorger van meer dierenwelzijn en in 2021 supporter van Vestering, heeft lang de kaarten tegen de borst gehouden. Maar op 19 maart 2024 instrueert partijleider Wilders zijn fractie, met uitzondering van Dion Graus, dicht bij de VVD, NSC en zijn trouwe volgeling Caroline van der Plas (BBB) te blijven.
Het amendement van de Partij voor de Dieren (het zogeheten amendement Vestering) dat voor een einde aan de bio-industrie had kunnen zorgen, is uiteindelijk door toedoen van de PVV uit de wet gesloopt. Zie voor de uitslagen van de stemmingen het bericht Dierwaardig ‘voor zover zulks redelijkerwijs kan worden verlangd’.
De dierenbelangenorganisatie World Animal Protection riepen PVV, NSC, DENK en ChristenUnie op om op 19 maart voor het amendement Ouwehand te stemmen. Een groot aantal bekende Nederlanders steunde deze oproep. Onder hen artiesten, schrijvers en bekendheden uit de mediawereld. Klik hier
Pluimveehouders weer ”aan tafel”
Drie weken later meldt de Nederlandse Vakbond van Pluimveehouders zich weer bij voorzitter Elbert Roest van het Convenant Dierwaardige Veehouderij. De club die in december 2023 wegliep van tafel, wil weer aanschuiven. Dit vanwege het feit dat het amendement Vestering van de baan is en de ”dreiging van een juridische chaos” is voorkomen, aldus Bart Jan Oplaat op pluimveeweb.nl. Volgens hem gaat de inhoud van het convenant nu bepalen wat er in de Wet dieren komt te staan, zo geeft hij te kennen.
Update 1 juli 2024
Pluimveehouders weer ”van tafel”
Op 1 juli 2024 laat de NVP via voorzitter Bart-Jan Oplaat weten er geen heil meer in te zien. De pluimveehouders gaan weer van tafel. Als dierenwelzijnsmaatregelen uiteindelijk wettelijke maatregelen worden, dan gaat de markt daar niet voor betalen, zo redeneert Oplaat. ”Uiteraard heeft dit ook nadelige gevolgen voor onze exportpositie naar onze buurlanden. De NVP ziet dagelijks de voorbeelden van boeren die koploper zijn in hogere productiestandaarden, maar het financieel niet meer kunnen bolwerken”, aldus Oplaat op pluimveeweb.nl. Hij ziet ”ziet geen opgave voor de reeds dierwaardige pluimveehouderij”.
Waarschijnlijk is de stap van de NVP een voorbode van wat komen gaat. Het hoofdlijnenakkoord van PVV, VVD, NSC en BBB suggereert dat genoemde partijen de veehouderij al aardig dierwaardig vinden. Nog meer dierwaardigheid moet wel haalbaar en betaalbaar zijn. Het is aan de nieuwe BBB-bewindsvrouw Femke Wiersma om aan te geven of zij nog wel verder wil met het convenant.
Een geringe krimp van de veestapel zet een rem op de transitie naar een dierwaardige veehouderij. Als er minder dieren worden gehouden, leidt dat in de intensieve veehouderij tot hogere opbrengsten bij bedrijven die niet inleveren. De praktijk wijst uit dat die opbrengsten niet gaan naar investeringen in dierenwelzijn. Boeren kopen grond. Lees meer
De intensieve veehouderij in Nederland heeft nog zeker 5715 dagen te gaan. Tenminste, als er werk wordt gemaakt van de wens van de Tweede Kamer. Dan zullen niet op 1 juli van dit jaar, zoals aanvankelijk de bedoeling was, maar in 2040 varkens, koeien, kalveren en kippen op een dierwaardig bestaan kunnen rekenen. Deze grote vooruitschuifoperatie is mede het gevolg van de verkiezingsuitslag van 22 november 2023 en de aanhoudende kabinetsformatie, met daarin een hoofdrol voor de PVV.
De partij die zich in 2021 nog uitsprak voor een ingrijpende en snelle verandering van de intensieve veehouderij en een amendement van de Partij voor de Dieren steunde, voer op 19 maart 2024 een geheel andere koers. Met zicht op de macht had partijleider Wilders zijn fractie, met uitzondering van Dion Graus, geïnstrueerd dicht bij de VVD, NSC en zijn trouwe volgeling Caroline van der Plas (BBB) te blijven.
Het amendement van de Partij voor de Dieren (het zogeheten amendement Vestering) dat voor een einde aan de bio-industrie had kunnen zorgen, is vooral door toedoen van de PVV uit de wet gesloopt. Het nieuwe amendement van Esther Ouwehand maakte geen schijn van kans. Oud-Kamerlid Leonie Vestering reageerde op X geagiteerd. ”De Tweede Kamer heeft zojuist de wettelijke bescherming van miljarden dieren in de vee-industrie uit de Wet dieren gewist. Onze volksvertegenwoordiging maakt daarmee dieren onbeschermd en negeert de wens van 80% van NL. Er moet een einde komen aan de bio-industrie. Schandalig.”
Indieners amendement zetten onder druk deadline 2040 op losse schroeven
Niet alleen de PVV, maar zeker ook D66-er Tjeerd de Groot en VVD-er Thom van Campen zijn mede verantwoordelijk voor de vooruitschuifoperatie en het elimineren van het amendement Vestering. Zij hebben gehoor gegeven aan de lobby vanuit de bio-industrie. Uiteindelijk is een wetswijziging van De Groot/Van Campende laatste weken zo aangepast dat deze in de kamer op een meerderheid kon rekenen. DENK, Volt, D66, NSC, de VVD, ChristenUnie, JA21 en PVV stemden voor. Daardoor is het nog maar helemaal de vraag of de voorgespiegelde deadline van 2040 wel gehaald gaat worden.
De Groot ziet het amendement zelf als opmaat naar het einde van de bio-industrie. ”We leggen vast in de wet dat alle stallen diervriendelijk worden.” Maar de toevoeging dat het voorzien in de behoeften van dieren alleen maar hoeft ”voor zover zulks redelijkerwijs kan worden verlangd”, zet in feite alles op losse schroeven.
Ook lid 4 van artikel 2.3a Dierwaardige veehouderij kan grote gevolgen hebben voor de gestelde termijn. In dat lid staat: ”De krachtens het eerste en derde lid vast te stellen regels zijn gericht op het uiterlijk in 2040 bewerkstelligen van een dierwaardige wijze van het houden van dieren, tenzij en voor zover noodzakelijk voor bepaalde situaties bij die in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur een langere termijn wordt gesteld met het oog op een redelijke overgangstermijn gericht op het door houders van dieren kunnen terugverdienen van investeringen die noodzakelijk zijn om aan die regels te voldoen.” Het moet kortom wel haalbaar en betaalbaar zijn.
Weinig sympathie
Tjeerd de Groot is zich van geen kwaad bewust. ”Dieren verdienen een beter leven!”, schrijft hij op X. ”Dus maken we vandaag een einde aan de bio-industrie. We leggen vast in de wet dat alle stallen diervriendelijk worden. Boeren krijgen de tijd en ruimte om deze aanpassingen te doen.” De Groot ziet zijn samenwerking met de VVD waarschijnlijk als een geslaagde poging om minister Adema de pas af te snijden. Deze kwam al eerder met een alternatief voor het amendement Vestering. Dat was niet veel meer dan een ”lege huls”, zo vonden vele Kamerleden. De wetswijziging van De Groot en Van Campen kan echter op minstens even weinig sympathie rekenen bij collega-volksvertegenwoordigers die eerder het amendement Vestering aan een meerderheid hielpen. Met uitzondering dus van de PVV. ”Heel verdrietig. Volle steun van GL-PvdA voor de Partij vd Dieren. We gaan door! Voor de dieren”, aldus Laura Bromet van GroenLinks/PvdA. Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren laat het er niet bij zitten. Zij komt met een nieuwe initiatiefwet. Die mogelijk in stemming wordt gebracht op het moment dat de politieke verhoudingen weer anders liggen.
Het routinematig en preventief afbranden van varkensstaarten mag al sinds 2008 niet meer. Toch gebeurt het in Nederland nog altijd op grote schaal. Handhavende instanties laten het afweten. Dat komt doordat er aan het verbod een bepaling is toegevoegd, die ruimte laat voor gesjoemel. Lees meer
Frans de Waal, overleden. De wetenschapper die ons leerde door de ogen van een dier naar onszelf te kijken. Na Darwin veranderde hij voorgoed de gedachten die we als mensen over onszelf hebben. Mensen zijn niet zoveel anders dan dieren, bracht hij ons bij. Het was en is nog altijd geen eenvoudig inzicht. Omdat het zoveel morele complicaties met zich meebrengt. Dat erkende hij ook. ”We moesten ons opeens afvragen of het wel juist is hoe we dieren behandelen”, zei hij acht jaar geleden bij het verschijnen van Zijn we wel slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn. Hij verheugde zich op het onderzoek dat uit dat inzicht zou volgen. ”Voor de gedragsbiologie is het een heel opwindende tijd.” Gelukkig zijn er vele wetenschappers die zijn belangrijke werk kunnen voortzetten.
We moeten het even over geld hebben. De transitie naar een dierwaardige veehouderij vergt grote investeringen. In opdracht van het ministerie van LNV is alleen in beeld gebracht wat het kost om een paar aanpassingen door te voeren. De Dierenbescherming en Caring Farmers hebben een totale transitie doorgerekend en ook de baten onderzocht. Lees meer
Een ruime meerderheid in de Tweede Kamer wil dat de regering zo snel mogelijk begint met het beëindigen van de bio-industrie. In een motie van Tjeerd de Groot (D66) die daartoe oproept, wordt gesproken over ”uitfaseren”. Dat betekent: langzaam stoppen. Erg expliciet over het hoe en wanneer is de motie niet, maar de strekking is duidelijk.
Door het aannemen van de motie vertolkt de Tweede Kamer het standpunt van een groot deel van de Nederlanders. Een ruime meerderheid is voorstander van het stoppen met de dieronvriendelijke bio-industrie, aldus de motie. Ervoor in de plaats moet een dierwaardige veehouderij komen, ”met als basis het familiebedrijf”. De motie maakt duidelijk dat er in Nederland geen plaats meer is voor megabedrijven. Deze bedrijven hebben vaak op meerdere plekken in het land stallen staan. Deze stallen, waarin zich duizenden varkens of tienduizenden kippen bevinden, worden veelal vanaf een afstand beheerd. De eigenaar woont elders. Een werknemer checkt als het goed is dagelijks of de dieren genoeg te eten en te drinken hebben en ruimt de kadavers op. In de bio-industrie is alles erop gericht om maximaal te produceren. Er is hierbij amper oog voor dierenwelzijn, zo wordt in de motie gesteld.
Marianne Thieme Het was oud-Kamerlid Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren (2006-2019) die haar bijdragen aan het debat jarenlang steevast eindigde met: ”En voorts ben ik van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie”. Nu is het Tjeerd de Groot die deze inmiddels breed gedeelde wens heeft vertaald in een motie. Dat een meerderheid (84 stemmen) voor deze motie stemde mag opmerkelijk heten. Op het moment dat de motie werd aangenomen (6 februari 2024), was er een kabinetsformatie gaande. De meerderheid is te danken aan één van de formerende partijen, de PVV. Deze neemt hiermee hard stelling tegen één van de andere formerende partijen, de BBB.
Update 20 februari 2023 Landbouwminister Piet Adema schijft in een brief aan de Tweede Kamer dat de motie een ondersteuning is van zijn beleid. Hij streeft naar de totstandkoming van een dierwaardige veehouderij. Maar de uitvoering van de motie legt hij op het bordje van het nog te formeren nieuwe kabinet.
Beheer cookie toestemming
Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken wij technologieën zoals cookies om informatie over je apparaat op te slaan en/of te raadplegen. Door in te stemmen met deze technologieën kunnen wij gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site verwerken. Als je geen toestemming geeft of uw toestemming intrekt, kan dit een nadelige invloed hebben op bepaalde functies en mogelijkheden.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Dienst Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.